We hebben 131 gasten online

2006 Frank Kalshoven: Het tekort aan leraren is een prachtige impuls voor innovatie

Gepost in Onderwijs

Frank Kalshoven in rubriek Het spel den de knikkers in Volkskrant 30 september 2006

En weer is de arbeidsproductiviteit in het onderwijs gedaald. De kranten berichtten deze week over de jongste publicatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) Wie werken er in het onderwijs? onder de vlag dat het aantal academici voor de klas afneemt - en dat is heus interessant - , maar het andere nieuwsfeit - dat de arbeidsproductiviteit daalt - werd genegeerd, terwijl dat minstens zo goed is om te weten.

Tussen 1997 en 2004, meldt het SCP, steeg het aantal leerlingen met 10 procent en nam het aantal personeelsleden met 16 procent toe. Het betreft daarbij vooral onderwijsondersteunend personeel.

De economische betekenis hiervan is dat voor het afleveren van een leerling met een diploma steeds meer arbeidsinzet nodig is. Anders gezegd: de arbeidsintensiteit van de productie neemt toe. Of nog weer anders gesteld: de staf-student-ratio stijgt. Voor een sector die vreest voor personeelstekorten in de toekomst is dat een alarmerende ontwikkeling.

Het aantal werknemers in het onderwijs, bijna een half miljoen werknemers op 378 duizend formatieplaatsen, is nu al indrukwekkend, maar als per leerling steeds meer werknemers nodig zijn, zal de totale arbeidsvraag in de sector nog drastisch toenemen.

De sector, en de meeste politieke partijen, reageren op deze ontwikkeling met het maken van plannen om het onderwijs aantrekkelijker te maken voor werknemers. Imagocampagnes, stevige loonsverhogingen, betere carrièremogelijkheden, vooral voor de academici onder de docenten, moeten de sector in de toekomst aan voldoende personeel helpen. Dit gaat uiteraard gepaard met stijgende personeelskosten.

Het onderwijs maakt zich dan ook op voor een dubbel haasje-over: per leerling zijn steeds meer arbeidskrachten nodig én de kosten per arbeidskracht nemen sneller toe dan de loonkosten in de rest van de economie. Het eindresultaat is dan, logischerwijs, dat de kosten per leerling zeer sterk stijgen en dat de onderwijssector een groter deel van het nationaal inkomen nodig heeft om onze kinderen te onderwijzen.

Deze reactie van de sector en de politieke partijen is dan ook verkeerd, of in elk geval onhandig. De aanstaande uittocht van werknemers - het onderwijs is sterker vergrijsd dan gemiddeld - is een kans om het onderwijs zo te veranderen dat er per leerling niet meer, maar minder werknemers nodig zijn.

Wat daarvoor nodig is, is in abstracte economische termen niet zo ingewikkeld. In plaats van arbeidsintensief moet het onderwijs kapitaalintensief worden, met het gebruik van nieuwe technologie als drijvende kracht. Zo'n ontwikkeling is zichtbaar in alle delen van de economie. De landbouw, ooit een zeer arbeidsintensieve sector (zaaien, planten, oogsten, hooien, melken, en alles met de hand), is door het gebruik van machines sterk veranderd (zaaien, planten, oogsten, hooien, melken, en alles met de machine). Nog maar een paar procent van de beroepsbevolking werkt in de agrarische sector.

De industrie snijdt van hetzelfde laken een pak: het aantal arbeidsuren dat nodig is voor het assembleren van een auto, een televisie, of een computer is de afgelopen decennia gekelderd. De fabrieken waarin de werknemers hun werk doen, zijn duurder en staan voller met machines die de productie bespoedigen. Dienstensector? Idem. Bankieren, reizen boeken, boeken kopen: investeringen in ICT hebben de factor arbeid ontlast.

Er is geen reden (meer) waarom het onderwijs zich niet net zo zou ontwikkelen als de rest van de economie. Hoe jonger de kinderen, hoe natuurlijker hun omgang met de nieuwe technologie.

Er zal geen 10-jarige raar opkijken als hij leert rekenen van een computer, van dat ding een toets moet maken om naar een nieuw level te komen, zelfs niet dat hij 'doodgaat' en opnieuw moet beginnen als hij de toets drie keer niet heeft gehaaId; thuis doet hij dat namelijk ook.

ICT-intensief onderwijs kan onderwijzers en docenten natuurlijk niet volledig vervangen - zo ging het in de landbouw, industrie en dienstensector ook niet - maar kan het aantal benodigde arbeidskrachten wel aanzienlijk beperken.

Doen we niets, dan ontstaan er schreeuwende tekorten aan personeel en lopen de kosten van onderwijs de komende jaren snel op. Slimmer is het nu te investeren in ICT en het onderwijs arbeidsextensiever te maken. Zo maken we van een bedreiging een mooie kans voor innovatie.

Frank Kalshoven