We hebben 165 gasten online

2006 Anja Vink: Toch weer toetsen

Gepost in Onderwijs

NRC 16 september 2006

VOOR EEN OPTIMAAL leerproces moeten de doelstelling van het onderwijs, het leerproces en de toetsing op elkaar aansluiten. Uit internationaal onderzoek blijkt echter dat de meeste studenten hun leerproces aanpassen aan de verwachting die zij hebben van de eindtoets.

Onderwijskundige Gerard van de Watering (39) promoveerde afgelopen week op de manier van toetsen van de faculteit der rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Maastricht. Deze universiteit werkt sinds haar oprichting in 1976 met probleemgestuurd onderwijs (pgo). Studenten werken gezamenlijk aan Juridische) vraagstukken en koppelen daar leerdoelen aan. De huidige manier van toetsen sluit echter niet voldoende aan op deze vorm van onderwijs, concludeert Van de Watering. "Studenten hebben een andere perceptie van de toetsing dan docenten."

Hoe komt het dot docenten en studenten een verschillend beeld van de toetsing hebben?

"Het maken en geven van toetsen is vaak een blinde vlek in het onderwijs. Studenten schatten een toetsvraag vaak als moeilijk in terwijl een docent de vraag als makkelijk ziet. De docent stelt waarschijnlijk de toetsvragen op met in zijn achterhoofd de goede student. Hij zou misschien meer van een gemiddelde student moeten uitgaan. '

"De student krijgt tijdens het onderwijsproces geen duidelijk beeld wat er van hem of haar verwacht wordt tijdens een toets, en schat daardoor de toets moeilijker in. Een belangrijke reden voor deze kloof is dat de meeste docenten in het hoger onderwijs geen didactische achtergrond hebben. In het geval van de rechtenfaculteit zijn het juristen."

Waarom sluiten de toetsen niet aan op het onderwijs'!

"De toetsen bestaan voor een deel uit meerkeuzevragen gericht op het reproduceren van kennis en dat sluit niet direct aan op het pgo, dat uitgaat van het verwerven van inzichten en het toepassen van kennis. Door de meerkeuzevragen zien studenten de toets als een klassieke toets op kennis. Daardoor gaan ze toch weer feiten uit het hoofd leren. Tweederde van de toets bestaat echter uit het behandelen van een casus, maar de meerkeuzevragen zijn dus doorslaggevend voor de manier van leren van de student."

Uit uw onderzoek blijkt dat 40 procent van de eerstejaars niet zelfstandig genoeg studeert om pgo te kunnen volgen. Hoe komt dat'! .

"Dat verbaasde mij ook, want dat is een aanzienlijk deel. Men gaat er als vanzelfsprekend van uit dat studenten zelfstandig genoeg zijn om hun studie aan te pakken, maar dat is dus niet het geval. Het is overigens onduidelijk waar dat aan ligt: de vooropleiding van de studenten, het pgo zelf of misschien is het wel een kenmerk van de studie rechten. We weten niet of het aantal studenten dat niet mee kan komen, ook zo groot is bij traditioneel ingerichte studies. Ik kan me voorstellen dat studenten zich daar meer kunnen verstoppen in volle collegezalen. Bij pgo zijn er juist kleine les groepen met veel aandacht van de docent. Maar het is wel een aanbeveling in mijn onderzoek om verder te onderzoeken hoe er tegen dat zelfstandig leren van studenten wordt aangekeken, en of dat terecht is.

Uit mijn onderzoek blijkt ook dat docenten wel zien dat studenten niet meekomen, maar dat niet altijd oppakken. Waarschijnlijk wreekt zich daar ook het gebrek aan didactische kennis. Maar juist door in te grijpen waar het leerproces niet aansluit op de toetsen, kunnen studenten die niet meekomen, bij de les gehaald worden."

Hoe dan? ,...

"Gaande het leerproces binnen het pgo moet inzicht komen in de toetsing. Een oefentoets is dan echt niet voldoende. Aan de hand van casus en stellingen moeten studenten zich kunnen voorbereiden op de toetsvragen. En van groot belang is, gezien het groot aantal studenten met onvoldoende zelfstandige studievaardigheden, dat de nadruk wordt gelegd op leerstrategieën. De toets moet dan ook bestaan uit casuïstiek zoals tijdens de werkgroepen gebeurt. Die casuïstiek kan tijdens de lessen geoefend worden en docenten kunnen daar feedback op geven. Daardoor leren studenten gerichter, omdat ze weten wat er aan' het eind van ze verwacht wordt."

Promotie van drs. Gerard van de Watering
in de Faculteit der Rechtsgeleerdheid.
Titel: “Assessment in constructivist learning environments; Studies about perceptions and assessment in a constructivist learning environment in relation to students’ study outcomes”.
Promotor: Prof.dr. F.J.R.C. Dochy.
Donderdag 7 september 2006, 14.00 uur

Het proefschrift van Gerard van de Watering bestaat uit zes losse onderzoeken gericht op toetsing in het Probleemgestuurd Onderwijs (PGO). Doel was om verbanden te vinden tussen de leeromgeving, de toetsing en de studieresultaten. Het blijkt dat docenten hun toetsen doorgaans afstemmen op het niveau van de beste studenten, in plaats van op dat van de gemiddelde student. Tegelijkertijd blijken ze prima in staat de capaciteiten van individuele studenten in te schatten. Ook voor studenten is het lastig een goede inschatting van een toets te maken. Een aanzienlijk deel heeft een onjuist beeld van de leeromgeving en van wat gevraagd wordt op een toets. Vermoedelijk komt dit de studieaanpak niet ten goede.