We hebben 230 gasten online

2006 Aleid Truijens: Een school is geen bedrijf, een leerling geen klant

Gepost in Onderwijs

Volkskrant van 9 september 2006

De held van de week heet Lex Straaijer, klokkenluider. Deze doctor in de wiskunde kon als avond docent aan de Hogeschool Fontys uit de school klappen omdat hij overdag ander werk heeft. Zo kwamen we te weten hoe moderne onderwijsfabrieken die het 'competentiegerichte leren' hebben omarmd, afrekenen met dissidenten die het wagen de nieuwe heilsleer openlijk te bekritiseren.

De onderwijsmanagers blijken de kunst goed te hebben afgekeken van vooraanstaande dictaturen. Controleer de post, nu mail geheten, van de dwarsligger, en betrap hem op kongsivorming met andere opruiende elementen. Schrijft hij lelijke stukjes in de krant, geef hem dan een spreekverbod. Zet hem als een zot te schande in de lerarenvergadering, ten prooi aan de hoon van de meelopers. En als dat allemaal niet helpt: sluit hem op in een administratief kantoortje.

 

Straaijer haalde de voorpagina en kreeg voor elkaar dat de Vereniging Beter Onderwijs Nederland een meldpunt opende voor docenten die zich geïntimideerd voelen door hun management. Daar zal het de komende dagen druk worden. Volwassen pestslachtoffers zullen anoniem het deksel van de gierput lichten. Er zal een stank opstijgen van ontgoocheling en angst.

Ik zal oude bekenden tegenkomen op de site van BON. Wie wel eens iets in de krant schrijft over onderwijs, wordt vanzelf meldpunt.

De moedeloze leraren in mijn mailbox vloeien in mijn verbeelding samen tot één prototype. Hij, meestal is het een hij, is veertig plus. Hij is minstens doctorandus, zoals vroeger al zijn collega's. Nu steekt hij, als een van de weinige eerstegraads docenten, mallotig uit boven het maaiveld van hbo'ers. Hij wordt ook allang niet meer betaald als academicus. Het management stelde, uiteraard met instemming van de meerderheid van zijn collega's en zijn vakbond, zijn salaris gelijk aan dat van de tweede-graders.

Dat vindt hij nog niet het ergste. Hij houdt van zijn vak, en als verstokte lezer houdt hij het gretig bij. Misschien schreef hij een schoolboek, een proefschrift, of artikelen voor een vakblad. Want alleen wie veel weet, kan losjesweg en bevlogen kennis overdragen. Maar zijn vak werd hem, zo'n tien jaar geleden, afgepakt. Het werd gereduceerd tot een vaardigheid, of tot 'content', te vinden met een zoekmachine. Voortaan was hij een coach. Met zo min mogelijk 'contacturen' moest hij zo veel mogelijk leerlingen aan een diploma helpen. Dat het niveau daardoor dramatisch daalde, verbaasde hem niet.

Zijn geweten ging knagen: was het niet zijn verantwoordelijkheid dat kinderen iets opstaken? Hij uitte zijn zorgen bij de directie. Die wees hem fijntjes terecht. Het onderwijsprogramma was de zorg van het management. Hij, ooit koning in zijn klaslokaal, was niet meer dan een uitvoerder, een sukkel van de werkvloer. Had hij zich maar moeten laten bijscholen. Hij was een verzuurde querulant, die de broodnodige vernieuwing saboteerde. Wilde hij daar eens mee ophouden?

Nu de jongste onderwijsvernieuwingen - het vmbo, het Studiehuis - een sof zijn gebleken, haasten de partijen die voor de misbaksels verantwoordelijk waren VVD, PvdA en D66, zich om het kind en de leraar aan hun borst te klemmen. Want dat kind gaat naar school, krijgt een baan, moet straks de kosten van de vergrijzing betalen. Hij is de CEO, de leraar, de onderzoeker van de toekomst. En met een kwart van de vmbo'ers die amper kunnen lezen en schrijven, en een vracht aan hoogopgeleiden die zichzelf hebben opgeleid, schiet het niet op met die kenniseconomie.

Hun voorstellen komen neer op een grootscheepse restauratie. Lerarensalarissen omhoog! De academicus weer voor de klas! De mavo terug!

Geloof ze niet. De PvdA heeft zitten slapen toen de meest verwoestende vernieuwing, die van het competentiegerichte leren, stilzwijgend werd doorgevoerd in het mbo en hbo en een groot deel van het voortgezet onderwijs. Die vernieuwing werd niet gedecreteerd door de overheid, maar was een gevolg van de 'autonomie' die minister Van der Hoeven scholen gaf. Staatssecretaris Rutte voegde niet meer toe dan het fletse, klant-is-koning-idee van de leerrechten.

Een school is geen bedrijf, een leerling geen klant, een leraar geen verkoper. Alleen de onderwijsidealen van de SP en de Christen Unie zijn nog niet bevuild door de opportunistische pratijk.