We hebben 174 gasten online

2006 Marleen Barth: Geef de leraar zijn vak gewoon terug

Gepost in Onderwijs

Marleen Barth in Trouw 18 maart 2006

Marleen Barth is voorzitter van de onderwijsbond CNV.

Terwijl de politiek steeds meer verwacht van scholen, voltrekt zich daar de komende jaren een ramp: een op de drie leraren gaat met pensioen. En nieuwe trek je alleen aan met meer geld en status.

Onvrede met het studiehuis, fraude met de Cito-toets: soms lijkt het doorlopende crisis in het onderwijs. Maar klopt dat beeld wel? Nederlandse leerlingen scoren internationaal gezien heel goed in belangrijke vakken als rekenen en begrijpend lezen. Miljoenen kinderen gaan met plezier naar school; hun ouders waarderen hun leraren.

Toch gist het onder de oppervlakte. Nederland wordt binnenkort getroffen door een ernstig gebrek aan leraren. Een op de drie leraren gaat de komende zeven jaar met pensioen. Bijna de helft van deze 100 000 vacatures zal onvervuld blijven. Het kabinet-Balkenende steekt honderden miljoenen in fundamenteel bèta-onderzoek. om de kenniseconomie te stimuleren. Maar het heeft de basis ernstig verwaarloosd. Het volgende kabinet mag oplossen dat er straks op het vwo nauwelijks meer in bètavakken bevoegde leraren werken. In 2005 begonnen welgeteld 8 studenten aan de eerstegraads lerarenopleiding natuurkunde. Van de 25 eerstegraads wiskunde die vorig jaar afstudeerden. is er niet een in het onderwijs gaan werken.

Tegelijkertijd stijgen de verwachtingen van onderwijs. Menig politicus heeft een stokpaardje dat de school moet aanpakken. Terrorismebestrijding, de ideale ongesegregeerde samenleving. bestrijding van overgewicht bij kinderen, hogere arbeidsparticipatie van vrouwen, of leren waarderen van de smaak van boerenkool: de school moet het doen. Ook ouders leggen steeds hogere druk op de school. Zij zijn er diep van doordrongen dat afkomst alleen geen garantie voor een goed leven meer biedt. De sleutel tot succes heet onderwijs. Ouders jagen hun kinderen en de school daarom op tot - steeds vaker over - de rand van hun kunnen.

Ouders en leraren blijken er bovendien botsende ambities op na te houden in de opvoeding. Ouders proberen hun kinderen groot te brengen tot assertieve individuen, die overeind blijven in de verharde maatschappij. Leraren kunnen met 25 assertieve individuen hun werk niet doen. Dus leren zij kinderen juist de eigen wensen ondergeschikt te maken aan de groep.

Dit alles levert groeiende spanningen op. Van scholen wordt steeds minder geaccepteerd dat zij fouten maken. Leraren weten dat ongelukkige onzekere kinderen slecht leren. De samenleving eist stomweg hoge cijfers. Die druk barst steeds vaker uit. Een op de drie leraren in het basisonderwijs wordt geconfronteerd met agressie en geweld van ouders. De burn-out onder leraren is de hoogste van de arbeidsmarkt.

Het is glashelder dat dit niet langer zo kan. wil Nederland zijn uitstekende internationale positie met onderwijs behouden. Het is hoog tijd voor een nieuw perspectief. Er staat veel op het spel; de Nederlandse welvaart blijft alleen behouden met een goed opgeleide beroepsbevolking. Dat lukt niet zonder uitstekend onderwijspersoneel.

Een fors investeringsprogramma is daarom nodig om het dreigende enorme tekort aan leraren af te wenden. Voor een deel zit hem dat in het salaris: academici verdienen in het onderwijs 25 procent minder dan in het bedrijfsleven. Maar er is ook een beter carrièreperspectief nodig. Nu kunnen leraren alleen promotie maken als zij stoppen met lesgeven en manager worden. Daarnaast zijn er veel extra leraren én onderwijsondersteuners nodig om de werkdruk te verlichten. Met een lerarentekort op komst, klinkt dat paradoxaal. Maar toen de klassenverkleining in het basisonderwijs werd ingezet, groeiden de pabo's opeens als kooL Lagere werkdruk maakt het vak aantrekkelijker.

Het geld om hier werk van te maken, moet er echt komen .Nederland belijdt prioriteit voor onderwijs met de mond, niet met de portemonnee. We besteden een procentpunt minder van ons bruto nationaal inkomen aan onderwijs dan het gemiddelde westerse land. Dat betekent een jaarlijkse investeringsachterstand van 5 miljard euro. Dat kunnen we ons niet veroorloven terwijl in China jaarlijks 100000 ingenieurs afstuderen.

Maar alleen meer geld is niet genoeg. Het is ook cruciaal dat de leraar zijn status als professional terug krijgt. Schoolbesturen durven, onder druk van ouders, Inspectie en politiek, steeds minder risico's te nemen. Zij conformeren zich aan standaarden en degraderen zo hun hoogopgeleide leraren tot uitvoerders van lesmethodes.

De ruimte voor leraren om op een authentieke manier bezig te zijn met de ontwikkeling van hun leerlingen, wordt daardoor steeds kleiner. Dat fnuikt de bezieling zonder welke een leraar nooit een goede leraar kan zijn. Het hart van het vak: het overdragen van kennis, vaardigheden en deugden, kan alleen blijven kloppen als wordt geaccepteerd dat onderwijs mensenwerk is. Als leraren de tijd en de ruimte krijgen zich echt om hun leerlingen te bekommeren.

Het trieste is dat ons onderwijssysteem juist een even unieke als overweldigende keuzevrijheid biedt. Dankzij artikel 23 van de Grondwet kent het Nederlands onderwijs een rijkdom aan pedagogische, didactische en levensbeschouwelijke opvattingen. Dat moeten we koesteren. Want kinderen zijn niet hetzelfde. Het ene kind floreert in het Nieuwe Leren, het andere bloeit bij een meer traditionele aanpak. Toch verketteren columnisten, wetenschappers en politici scholen om hun 'verkeerde' keuzes. Onze voorouders schiepen een onderwijssysteem met ruimte voor verschillen; een erfgoed om trots op te zijn.

Herwaardering van de status van de leraar is ook gebaat bij nuchtere opvattingen over de mogelijkheden van onderwijs. Niet elk maatschappelijk probleem dat op school opduikt, is daarmee een onderwijsprobleem. Scholen kunnen veel, maar niet alles. Veel ouders overschatten de rol van de school even stelselmatig als zij die van zichzelf onderschatten. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn durft de politiek deze grote kiezersgroep niet meer tegen te spreken. Bovendien is Den Haag weer bevangen door een groot geloof in de maakbaarheid van de samenleving. Het onderwijs wordt daar ernstig door gehinderd. Niet alleen krijgen scholen onmogelijke verwachtingen op hun dak, er zijn ook akelig weinig politici die bereid zijn om de voor hun idealen benodigde menskracht en middelen beschikbaar te stellen. Scholen en leraren moeten zich daar veel krachtiger tegen teweer durven stellen. Scholen die nooit 'nee' verkopen aan een overvragende overheid, zijn de vrijheid van onderwijs niet waard.

Wil het onderwijs in Nederland weer een zelfbewuste, krachtige sector worden, die de concurrentie met het buitenland voluit aankan, dan is het recept dus eigenlijk heel simpel. Meer geld, minder overspannen verwachtingen. En geef de leraar zijn Vak terug!

 

Marleen Barth is voorzitter van de onderwijsbond CNV.