We hebben 181 gasten online

2006 drs. K. de Jong: Moet de oude mavo terugkomen?

Gepost in Onderwijs

Moet de oude mavo terugkomen?

Dertig jaar geleden was men nog tegen samenvoeging van lbo en mavo

Er is nog steeds veel discussie over het vmbo. Dit is de in 1999 gerealiseerde samenvoeging van het lager beroepsonderwijs (lbo) met de mavo. Daardoor is een tweedeling tot stand gekomen in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Dat betekent onder andere dat de toegang tot 'hogere vormen' van onderwijs - de bovenbouw van havo en vwo - al vroegtijdig wordt afgesloten. Door drs. K. de Jong Ozn

In het Goede leven 25 maart 2006

Bij de behandeling van de onderwijsbegroting voor 1976 werd ik als ARP staatssecretaris nogal aangevallen door de PvdA. In de toelichting op die begroting stond dat 'de regering een voorstander was van scholengemeenschappen mavo-lbo'. Dat betekende dat ik een voorstander zou zijn van een tweedeling in het voortgezet onderwijs. Precies zoals die er nu is.

Ik was daar toen helemaal niet voor, maar mikte op brede scholengemeenschappen avo-lbo. Dat liet ik de PvdA ook weten. Navraag op het departement had mij namelijk geleerd dat dat mavo-Ibo een drukfout was, het had (inderdaad) avo-lbo moeten zijn. Mijn excuus werd door de PvdA nauwelijks geaccepteerd en het idee van een apart mavo/lbo is mij nog lang nagedragen. Terwijl, en dat is de ironie van de geschiedenis, mavo en lbo ruim twintig jaar later nota bene door een PvdA-staatssecretaris toch zijn samengevoegd.

Waarom was ik destijds zo voor zo'n scholengemeenschap avo-Ibo? Omdat deze het beste middel was (en is) om de doelstellingen te realiseren die in 1973 door een grote meerderheid van de Tweede Kamer zijn geaccepteerd: meer gelijke kansen, uitstel van studiekeuze langere algemene vorming.

Maar waren dat niet de doelstellingen voor een middenschool zal iemand vragen? En voor zo'n school voelde de Tweede Kamer toch? Dat klopt. Maar men was wel voor de doelstellingen. Mijn idee was toen datje die beter kon realiseren door middel van een tweejarige brugperiode.

Brugperiode

Voor de fundering van die opvatting moet ik verder terug gaan in de geschiedenis. Toen minister Cals in het begin van de jaren zestig het plan voor de Mammoetwet indiende, was hij een voorstander van een éénjarige brugklas onder de hele onderbouw van het voortgezet onderwijs (lbo, mavo, havo en vwo). Maar toen die wet werd ingevoerd kwamen er toch aparte brugklassen voor alle genoemde schooltypen. Het was bijna onmogelijk om bijvoorbeeld vanuit een mavo-brugklas te worden bevorderd naar de tweede klas van de havo. Terwijl dat toch de bedoeling van Cals is geweest. In het onderwijs vond men dat een onbevredigende situatie. Daarom heb ik toen veel werk gemaakt van een zogeheten brugklasproject. De bedoeling was om eens na te gaan of het niet mogelijk was tóch zo'n brugklas - gelijk voor alle schooltypen, zoals Cals had gewild - te realiseren. Mocht dat lukken, dan zou ook aan een tweejarige brugperiode kunnen worden gedacht.

Die gedachte kreeg in het kabinet-Den Dyl (met de PvdA), waar ik als ARP'er toen deel van uitmaakte, echter minder adhesie dan de experimenten om te komen tot een middenschool. Het kabinet met de VVD (Van Agt/Wiegel, 1977-1981) waarvan ik daarna deel uitmaakte, verwierp die middenschool echter. Ik diende toen het zogeheten Ontwikkelingsplan Voortgezet Onderwijs (OPVO) in. Daarin nam de eenjarige brugperiode een belangrijke plaats in. Dit OPVO heeft echter geen uitvoering gekregen. In de Tweede Kamer vond de PvdA dat het niet ver genoeg ging (men had liever een driejarige middenschool) terwijl het plan de VVD te ver ging. Het CDA voelde er het meest voor, maar zette niet door.

Hierbij moet mij de opmerking van het hart dat één van de belangrijkste oorzaken van het feit dat we voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs steeds geen bevredigende oplossing vonden in belangrijke mate lag aan de weifelende houding van het CDA, tussen PvdA en VVD in.

Tenslotte heeft dit alles, na vele jaren van gesteggel. geleid tot de basisvorming en het vmbo. Die basisvorming - het compromis der compromissen genoemd - is intussen al weer zo goed als opgeheven. Terwijl nu ook flink gezaagd wordt aan de poten van het vmbo, waarbij wordt gesuggereerd de oude mavo weer van stal te halen. Daarbij speelt dan ook nog de problematiek van de scholengemeenschappen vmbo-havo-vwo, die nogal eens veel te groot zijn geworden.

 

Geen gelijke kansen

Zij hebben geen oplossing gebracht voor het feit dat onze leerlingen nog steeds te weinig gelijke kansen hebben, ,te vroeg moeten kiezen

 

wegen afgesloten zien en ook nog te weinig algemeen onderwijs krijgen. Men zie de drie (middenschool)doelstellingen, hiervóór genoemd. Wat is nu - behalve de politieke onmacht - de oorzaak van dit alles?

Deze, dat er steeds 'oplossingen' van bovenaf zijn opgelegd, waarvoor men de leraren te weinig heeft kunnen motiveren, terwijl men ook verzuimd heeft hen voldoende toe te rusten. Binnen zo'n scholengemeenschap vmbo-havo-vwo moet het echter nog steeds mogelijk zijn een tweejarige brugperiode te realiseren. Maar slechts dan wanneer men de leraren daarvoor veel beter heeft gemotiveerd. Met name door hen te leren werken met heterogene klassen, met leerlingen met een flink verschil in aanleg. Je hoeft in zo'n tweejarige brugperiode heus niet alle leerlingen twee jaar bij elkaar te houden, maar sommige wel. Er zijn allerlei vormen bekend en op sommige scholen ook beoefend, om dat voor elkaar te krijgen. Verder zouden ook de mogelijkheden om van het vmbo (in casu van het vmbo-t, de voormalige mavo) door te stromen naar de havo weer moeten worden verruimd. Dit alles brengt mij tot de conclusie dat de oude zelfstandige mavo niet weer zou moeten teruggehaald. Dat is het terugzetten van de klok - ten nadele van de leerlingen.