We hebben 150 gasten online

2006 Martin Slagter: Het nieuwe leren is vorm van bezuinigen

Gepost in Onderwijs

Martin Slagter in Volkskrant van 3 april 2006

Weinig dingen genereren zoveel cynisme als bezuinigingen die worden gepresenteerd als onderwijsvernieuwingen, constateert Martin Slagter. Alle veranderingen die scholen in het kader van het Nieuwe Leren doorvoeren, hebben een ding gemeen: ze leiden tot minder 'contacttijd' voor de leerlingen. En dus tot taakverzwaring voor de vakdocent, die in minder tijd dezelfde lesstof moet overbrengen.

Op mijn school (voor mhbo) is begin dit jaar het aantal lesuren voor alle vakken gehalveerd. Onze leerlingen hebben nu per week zo'n tien tot twaalf klokuren les, en dat in toenemende mate van stagiaires, assistenten en instructeurs. De rest van de tijd worden ze geacht zelfstandig te studeren, maar iedereen weet dat dit niet of nauwelijks gebeurt.

Deze lessenreductie had louter budgettaire redenen, maar werd voorgesteld als een logische stap in het proces van onderwijsvernieuwing, 'competentiegericht opleiden' genaamd.

Het is de gemiddelde docent inmiddels duidelijk dat het Nieuwe Leren in essentie een bezuiniging is op docentenuren. Weinig dingen genereren zoveel cynisme als bezuinigingen die worden gepresenteerd als vernieuwing.

De meeste docenten worden ook cynisch van de manier waarop het geld voor onderwijs wordt besteed. Onlangs werd bekend dat bestuurders van roc's (regionale opleidingen centra) gemiddeld 155 duizend euro per jaar verdienen. Dat is evenveel als vier à vijf vakdocenten samen en 25 duizend euro meer dan de minister-president.

Roc-bestuurders zijn voormalige docenten, die hun lesgevende taken hebben ingeruild voor bestuurlijk werk. De vraag die moet worden gesteld, is: heeft de gemiddelde roc-bestuurder evenveel betekenis voor het leer- en vormingsproces van jongeren als vier à vijf docenten samen?

Natuurlijk gaat niet al het geld dat onder het mom van onderwijsvernieuwing aan het primaire proces wordt onttrokken, naar de salarissen van bestuurders. Zoveel bestuurders lopen er nu ook weer niet rond in het onderwijs. Maar des te meer andere, niet-lesgevende functionarissen! Er gaat nog steeds veel geld naar het onderwijs, het wordt alleen steeds minder aan lesgevende taken besteed.

Intussen neemt de bureaucratie kafkaëske vormen aan. Er werken steeds meer mensen in het onderwijs die er belang bij hebben die bureaucratie in stand te houden. Een niet-lesgevende functie in het onderwijs kun je alleen behouden als je voldoende werk hebt om achter je bureau te verrichten. Voor je het weet, heb je als manager te weinig om handen en kun je weer voor de klas gaan staan.

Misschien nog wel het schokkendst van alles is de onveranderde welwillendheid van de gemiddelde leerling. Met enige regelmaat vragen mijn leerlingen waarom ik, gezien mijn opleiding en ervaring, 'dit werk' nog steeds doe. Als ik dan antwoord dat ik lesgeven zo'n beetje het mooiste, belangrijkste en zinvolste werk vind dat er is, kijken ze me ongelovig aan. Leerlingen die het normaal vinden dat ze amper tien uur per week les krijgen, die vreemd opkijken als hoogopgeleide docenten zich langdurig met hen bezighouden en aan wie nauwelijks nog eisen worden gesteld: dat begint op intellectuele verwaarlozing te lijken.

 

Martin Slagter is docent Nederlands en filosofie.