We hebben 267 gasten online

2006 Jan Paalman: Het nieuwe leren: Aanwinst of ramp?

Gepost in Onderwijs

Het afgelopen halve jaar kreeg het Nieuwe Leren het zwaar te verduren. Het Studiehuis, zo bleek uit een rapport, is mislukt. Onderwijsminister Maria van der Hoeven zei dat de slinger te ver is doorgeslagen, en de opiniepagina’s van de kranten stroomden vol met kritische stukken waarin het Nieuwe Leren op de korrel werd genomen. Maar op de sites van de tientallen adviesbureaus die nu scholen bij honderden tegelijk inwijden in de geheimen van het revolutionaire Nieuwe Leren zul je geen enkel weerwoord aantreffen. Ze negeren domweg de kritiek. Voorstanders van het Nieuwe Leren gaan de discussie doodgemoedereerd uit de weg.

De Algemene Onderwijsbond (AOb) wilde daar eens wat aan doen. Ze organiseerde afgelopen dinsdag een discussiebijeenkomst over de stelling ‘Het Nieuwe Leren: Aanwinst of ramp?’ Vanwege mijn zure stukjes over het Nieuwe Afleren had de bond mij als spreker uitgenodigd. De zegeningen van het Nieuwe Leren zouden worden toegelicht door Henk van Dieten, projectdirecteur van Slash 21.

Een uitstekende keuze. Want Slash 21 is een experimentele school die geheel volgens de leer van het Nieuwe Leren is ingericht. Geen lessen, geen klassen, geen boeken, geen huiswerk, geen alwetende leraren meer maar tutoren en onderwijsassistenten. Daar ‘construeren’ de leerlingen hun eigen kennis. ‘Een van de belangrijkste gedachten in de nieuwe aanpak is dat docenten geen kennis meer overdragen, maar dat ze leerlingen in hun leerproces - dat er voor elk kind anders uitziet - begeleiden.’

Dat zou, dacht ik in mijn onschuld, een pittig debat worden. Aanwinst of ramp?, duidelijker kon de stelling toch niet zijn. Maar nee. Van Dieten wilde niet reageren op mijn ‘zwaar geschut’. Enkele docenten wilden van Van Dieten weten of Slash 21 na vier jaar zijn beloften had waargemaakt. Daar wilde hij het ook al niet over hebben. En zo eindigde het aangekondigde scherpe debat voordat het goed en wel begonnen was.

Nog iets merkwaardigs. Hij had het over ‘angst voor de toekomst’. Een docent vroeg me waar ik nou zo bang voor was. Daarmee bestempelden ze elke kritiek als een psychische afwijking van starre, bange mensen. In de pauze stormde een heer op mij af. ‘Meneer Paalman. U schiet uit de heup. Waarom bent u zo gefrustreerd?’

Maar gelukkig. Na de pauze ging het dan toch nog ergens over. De zaal zat vol docenten die met hun poten in het bluswater staan, en een van hun dringendste problemen is de motivatie van de leerling. Of beter, het gebrek daaraan.

Over dit probleem hebben de ideologen van het Nieuwe Leren tamelijk schizofrene opvattingen. Ze geven hoog op van het natuurlijk leervermogen van de leerling dat zich vanzelf zou ontplooien als het aangeraakt wordt door het toverstokje van het Nieuwe Leren. Tegelijkertijd schetsen ze bijna wellustig een weinig vleiend beeld van de leerling.

Het moderne kind zou emotioneel verwaarloosd zijn, is ongedisciplineerd, heeft eelt op de duim van het sms'en, troebele ogen door slaapgebrek en is uitsluitend te boeien door een soapverhaal of een computergame. De school is nu minder belangrijk, zegt Marijke Volman, lector identiteitsontwikkeling (?) van de Hogeschool Arnhem Nijmegen. ‘Baantjes, relaties en problemen in de thuissituatie concurreren om aandacht voor school en huiswerk’.

Moet de school zich met ‘edutainment’ aanpassen aan de ‘ongedisciplineerde leerling’. Of zou de leerling moeten leren dat onderwijs en zijn latere baan niet altijd ‘fun’ is. Heel veel leren gaat nu eenmaal van au. Maar de maatschappij vraagt om het Nieuwe Leren, hoor je dan. O ja? Door wie dan? Ouders zijn in overgrote meerderheid (80 procent) niet van het Nieuwe Leren gediend. En werknemers zitten echt niet te wachten op leerlingen met een korte aandachtsboog die na een kwartiertje iets anders leuks willen doen. Ze willen Polen die nog hard willen buffelen.

Waar ik bang voor ben is dat we met het Nieuwe Leren mensen opleiden tot pretconsumenten die niet bestand zullen zijn tegen de opstekende gure wind uit het Verre Oosten. Het onderwijs is daar van superieure kwaliteit, hoor ik net een werkgever op de radio zeggen. Dank zij het Nieuwe Leren? Had je gedacht. Daar gaat de zweep over de studenten.

Na afloop schudde een docent mij de hand. ‘Bedankt dat je opkomt voor de Kennis’, zei hij.

Jan Paalman
1 april 2006