We hebben 168 gasten online

2006 Robin Gerrits: Een zware onvoldoende

Gepost in Onderwijs

Onder opeenvolgende staatssecretarissen van de PvdA is het voortgezet onderwijs in het slop geraakt. Maar ook andere politieke partijen treft blaam, betoogt Leo Prick in zijn nieuwste boek. Hij breekt daarin een lans voor de mavo.

Door Robin Gerrits in Volkskrant 10 maart 2006

De mavo moet zo snel mogelijk in ere worden hersteld, duidelijk los van het voorbereidend beroepsonderwijs.' En, weet Leo Prick zeker, daar gaat het ook van komen. 'Je ziet het nu al: steeds meer scholengemeenschappen kiezen ervoor hun vrnbo-t-opleiding weer apart van de rest van het vrnbo te vestigen. Mavo's bloeien als nooit tevoren.'

Minister Van der Hoeven zei het nog vorig jaar, nota bene in het kader van een reddingsplan voor het geplaagde vrnbo: scholen mogen zich best weer mavo noemen als ze dat willen. Prick: 'Ze voegde er zelfs aan toe dat dat altijd zo was geweest. Schandelijk natuurlijk! Ze was wel degelijk bezig eerdere maatregelen te repareren!'

Het opheffen van de mavo bij de vorming van het vmbo is wel de grootste blunder van het onderwijsbeleid van de laatste decennia geweest, vindt NRC Handelsblad-columnist dr. Leo Prick. Daardoor ontstond een onverantwoorde tweedeling in het voortgezet onderwijs, die tot op de dag van vandaag grote problemen als schooluitval en gebrek aan doorstroming veroorzaakt. Weerstand tegen de plannen werd door de politiek destijds genegeerd, kritiek weggewoven.

Onderwijs op de divan heette Pricks vorige boek (2000), over de toestand van het Nederlandse onderwijs, en sindsdien is de patiënt bepaald niet genezen. Een beterverklaring viel ook niet te verwachten. Voor Prick (66), voormalig leraar, toetsenmaker en directeur van het onderzoeksbureau Intervu, is er altijd wat te mekkeren. In zijn nieuwe boek Drammen dreigen draaien, dat vandaag uitkomt, richt hij zijn pijlen op de politieke besluitvorming over het middelbaar onderwijs van de laatste twintig jaar. Vooral de sociaal-democratische staatssecretarissen moeten het ontgelden.

Want volgens Prick hebben Jacques Wallage (1989-1993), Tieneke Netelenbos (1994-1998) en Karin Adelmund (19982002) niet nagelaten tegen de wensen van leraren en ouders in, hun idee-fixe van een middenschool uit te voeren. Wallage wist...ondanks veel verzet in en buiten de politiek uiteindelijk de basisvorming, zeg maar een driejarige brugklas voor alle schooltypen, door de Kamer te loodsen, maar eenmaal bij wet aangenomen bleken de meeste scholen zich hier weinig aan gelegen te laten liggen. Inmiddels is er niets van over.

Het vmbo (voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, een samenvoeging van het vroegere vbo en de mavo), onder Netelenbos in 1998 met algemene stemmen door de Kamer aanvaard, bestaat nog wel. Mét de scholenfusies, waar ook bijna niemand blij mee was, vormt het volgens Prick de kwalijke erfenis van dertien jaar PvdA-onderwijsbewindslieden. Al die tijd hebben die geprobeerd Van Kemenades oude, gestrande ideaal van de middenschool, een voortgezette opleiding voor alle niveaus met het doel gelijke kansen te scheppen voor iedereen, alsnog gestalte te geven. Daartoe namen ze maatregelen die dat ideaal tot ver achter de horizon verdreven.

'Het gekke is', zegt Prick, 'we hádden hier een middenschool! En juist die heeft de PvdA met veel moeite en politieke druk afgeschaft.' Sinds de Mammoetwet functioneerde de mavo immers precies zoals een middenschool zou moeten doen. Een Nederlandse succesformule, waarop ze in veel Europese landen jaloers waren. 'Hier in Nederland ging 30 tot 40 procent van de leerlingen naar de mavo. Voor het deel van hen dat verder wilde en kon, waren. er doorstroommogelijkheden via havo naar vwo en hoger onderwijs. Het vmbo sloot die route af.'

Want het vmbo sluit aan op het mbo (middelbaar beroepsonderwijs), en dat is het. De nieuwe tweede fase, met vier examenprofielen in de havo-bovenbouw, heeft de aansluiting vmbo-t naar havo nog verslechterd, meent Prick

Gevolg 1: In plaats van het vbo in niveau omhoog te halen, trok het nieuwe vmbo de oude mavo-klanten omlaag en ontstond een tweedeling.

Gevolg 2: Door de nadruk op algemene en theoretische vakken in ook de lagere leerwegen van het vmbo werd het moeilijker voor de groeiende groep kinderen die liefst zo snel mogelijk met hun handen aan de slag willen. Uitval ligt op de loer.

Gevolg 3: Veel ouders doen alles om te proberen hun kinderen in een havo-vwo brugklas te krijgen. Een goede Cito-score is van levensbelang, wat in veel gevallen een onrechtvaardige druk op kinderen en basisscholen legt. Tel uit je winst.

Prick 'Je moet dus de mavo zijn identiteit teruggeven. Dan zal er ook van ouders minder druk komen op de basisscholen, omdat ze weten dat kinderen met die mavo ook nog alle kanten uit kunnen. Je kunt kinderen niet op 12-jarige leeftijd determineren.'

Precies dat wilden ook de sociaal-democraten tegengaan. Maar door de bevlogen houding van de PvdA-politici, die niets wilden weten van het verzet tegen de plannen en de kritiek van de scholen, bestaat nu de tweedeling waar zij zelf zo tegen waren: een onderlaag van vmbo en een bovenlaag van havo/vwo, die onderling niets met elkaar te maken hebben.

 

In al die jaren was het onderwijsbeleid gericht op het oplossen van problemen die niet bestonden, terwijl geen beleid werd gezet op volgens Prick het enige echte probleem van het voortgezet onderwijs: de dramatische terugloop van het aantal middelbare scholieren. Tussen 1982 en 1992 daalde het aantal leerlingen (12-16 jaar) met 30 procent, van 604 duizend naar 436 duizend, om zich daarna op dat niveau te stabiliseren. 'Een logisch gevolg van de geboortegolf van net na de Tweede Wereldoorlog. Maar wel een met gevolgen. Scholen zijn voor hun geld afhankelijk van de leerlingenaantallen en moesten steeds meer moeite doen die op peil te houden. Voor de hogere onderwijsvormen was dat het gemakkelijkst, constateert Prick, ouders kiezen graag hoger. Havo en vwo bleven min of meer op peil, maar wel met leerlingen voor wie dat onderwijs vaak te hoog gegrepen was. De mavo kreeg het moeilijk, maar wist leerlingen weg te kapen bij het vbo. Daar vielen dan ook de hardste klappen. Naar het vbo ging je alleen als je echt niet anders kon. Het werd een vergaarbak van probleemgevallen.

In alle Kamerstukken die Prick voor zijn boek raadpleegde, is hij nooit iemand tegengekomen die op deze zo evident voorspelbare probleemfactor wees. 'Nooit! Iemand had toen moeten zeggen: we moeten een paar dingen doen vanwege de terugloop van het aantal leerlingen: we moeten de verhoudingen van vbo, mavo, havo en vwo handhaven, anders krijg je kwaliteitsverlies.'

Hoewel ook de bewindslieden vóór Wallage (Deetman, GinjaarMaas) niet op maatregelen hebben aangedrongen, is Prick vooral kritisch op de PvdA-politici in Kamer en kabinet. 'Ik denk dat PvdA'ers gevaarlijker zijn voor het onderwijs', zegt Prick. 'Dat komt doordat die partij zich het onderwijs zo'n beetje heeft toegeëigend. De andere partijen vonden onderwijs onbelangrijk. Op sociaal-economisch terrein botsen verschillende visies en dat leidt vaak tot een evenwichtig compromis. . Maar onderwijs heeft de VVD nooit geïnteresseerd, en voor het CDA telde altijd alleen maar dat de macht van de schoolbesturen niet werd aangetast. Dat valt die partijen zeer aan te rekenen.'

Prick vindt dat Netelenbos de grootste blunder op haar naam heeft staan, met het doordrukken van het vmbo. 'Maar wat je Wallage moet aanrekenen, is ook zeer ernstig: hij heeft voor elkaar gekregen dat het onderwijsveld zijn vertrouwen in de politiek volledig is kwijtgeraakt.' Tegen alle ontwikkelingen op scholen in, waar ze juist bezig waren praktijkgericht onderwijs te geven aan leerlingen die moeite hadden met theorie, dreef hij de algemene theoretische vakken van de basisvorming door. 'En dan hoor je PvdA fractieleider Wóltgens zeggen dat de politiek niet moet luisteren naar die kritiek, en gewoon moet doorgaan met het grootse werk dat ze is begonnen, omdat die mensen aan de basis toch niet kunnen inzien hoe belangrijk die hervormingen zijn.'

Prick wijdt in zijn boek ook een kort hoofdstuk aan de huidige minister, maar daarin gaat het vooral om de naweeën van eerder beleid. 'Het verwijt dat je Van der Hoeven moet maken, is dat ze niks doet. Ze had meteen het vmbo moeten terugdraaien en de fusiegolf een halt toeroepen. Daar komt ze nu voorzichtig mee, terwijl ze er al vier jaar zit!'

Volgens Prick, die zeven jaar geleden bij de oprichting van het vmbo al de huidige bloei voorspelde van de praktijkscholen voor leerlingen van het laagste abstractieniveau, is de toekomst aan de ouders. Die zullen erop aandringen dat er weer kleinere scholen ontstaan, dat de mavo en de concurrentie in het onderwijs terugkeren. 'Ouders hebben altijd gelijk.'

Daarom moet je ook niet te veel van bovenaf opleggen om bijvoorbeeld gemengde scholen te bevorderen. 'De Amsterdamse regel dat je alleen binnen je eigen postcodegebied een school mag zoeken, is heel verwerpelijk. Laat ouders uit Osdorp naar een Montessorischool in het chique Zuid gaan als ze dat beter vinden passen. Dan krijg je een witte vlucht uit de gemengde wijken, zeggen de critici. Maar inmiddels vluchten de ambitieuze zwarte ouders ook de wijk uit, op zoek naar betere scholen. De ouders van Gerard en Karel ~ van het Reve, en van Loe de Jong, die woonden ook in een volksbuurt, maar kozen bewust een betere school in een andere wijk. Zo'n De Jong schopt het tot hoogleraar en krijgt een voorbeeldfunctie in de buurt. Dát is belangrijk!'

Het verhaal van Prick in Drammen dreigen draaien over de besluitvorming rondom het voortgezet onderwijs en de dramatische gevolgen tot op de dag van vandaag,lijkt onontkoombaar op een parlementaire enquête af te stevenen. 'Dat hebben meer mensen tegen mij gezegd. Maar wat zou een enquête meer kunnen opleveren? Ik heb geen aanwijzingen dat kwaadwillendheid of verborgen persoonlijke belangen in het spel waren.'

'Je kunt wel zeggen: laten we als politieke partijen met elkaar afspreken minimumeisen te stellen aan de leden voor de Vaste Commissie voor Onderwijs. Want daar heeft het evident aan ontbroken. Als je ziet wat voor onzin wordt gedebiteerd door mensen als Mohammed Rabbae, Sharon Dijksma, Marleen Barth en veel anderen...'

 

. Leo Prick: Drammen dreigen draaien - Hoe het onderwijs twintig jaar lang vernieuwd werd. Mets en Schilt; 15 euro, ISBN 90 5330 461 4.

'Ik zou de basisvorming opnieuw invoeren'

Ik wilde met de basisvorming niet één school voor iedereen, maar een kerncurriculum van vijftien vakken voor alle leerlingen. Scholen hadden vervolgens een grote vrijheid om dat te vertalen voor hun leerlingenpopulatie.'

Ex-staatssecretaris Jacques Wallage, nu burgemeester van Groningen, vindt dat critici als Leo Prick vanaf het begin een karikatuur hebben gemaakt van 'zijn' basisvorming. Volgens Wallage is die helemaal niet zo slecht ontvangen op de scholen als Prick schetst. 'Eenderde van de scholen heeft haar con amore ingevoerd. Vakbeweging en. bestuursorganisaties steunden haar voluit.' Wel erkent hij dat de basisvorming, nadat hij die door de Kamer had geloodst, erg verdund is geraakt. 'In die jaren is ook het draagvlak verdampt.' Wallage ziet ook dat de politiek eraan heeft bijgedragen dat het onderwijsveld met de rug naar Den Haag is gaan. staan. 'Alleen is dat van de laatste tien jaar, en toen was ik al weg.' Hij gelooft nog steeds in het ideaal van het op een hoger plan brengen van grote groepen leerlingen door ze een gemeenschappelijk pakket aan te bieden. Maar als je het een kans wilt geven, moet je volhouden, ook bij aanloopproblemen. 'Je moet grotere doelstellingen niet laten varen als het aanvankelijk niet lukt. Als ik er nu voor stond, zou ik de basisvorming opnieuw invoeren, maar dan met minder vrijblijvendheid voor de scholen.'

Wallage ziet weinig in herinvoering van de mavo. 'De gedachte dat je alle leerlingen al op 12-jarige leeftijd indeelt voor hun toekomst, is niet de mijne. Leo Prick kijkt te veel naar het onderwijs met de blik naar achteren.' Wallages opvolgster, Tineke Netelenbos, waarnemend burgemeester van Oud-Beijerland, laat via een woordvoerder weten geen behoefte te hebben terug te kijken op haar eerdere bezigheden.