We hebben 191 gasten online

2006 Marcel Boele: Allemaal dom

Gepost in Onderwijs

Oorspronkelijk verschenen in HP/DE TIJD 14 oktober 2005

Sinds de onderwijshervormingen hoef je nog maar bedroevend weinig te kunnen om je bul of diploma te halen. met dank aan de gelijkheidsideologie

Een kwart van de Nederlandse deelnemers aan de wetenschapsquiz van de Europese Commissie meent dat de zon om de aarde draait. Eerstejaars studenten verwarren Maarten Luther met Martin Luther King. Van de politionele acties in Nederlands-Indië hebben ze nog nooit gehoord.

In de essaybundel Steeds minder leren: de tragedie van de onderwijshervormingen slaan docenten en oud-docenten de lezer met voorbeelden van de onwetendheid van de 'bloem der natie' om de oren. Adrienne van den Bogaard, docent Maatschappelijke aspecten van techniek aan de universiteit van Delft, citeert uit een essay van een student: "De wereld heeft tot nu toe altijd vredelievend naast elkaar geleefd. Maar nu is er het internet met grote privacy problemen." Sommigen van haar studenten weten niet wat een kolonie is; anderen schrijven dat 'de politie strengere wetten zou moeten opstellen'.

Met de kennis van het onderwijzend personeel is het al niet veel beter gesteld. Oud-docent Piet Gerbrandy: "Ik heb leraren Nederlands en moderne vreemde talen meegemaakt die niet konden spellen of ontleden en nog nooit een volwassen roman hadden gelezen - let wel: ik heb het over universitair geschoolde collega's. Ik ken een lerares Nederlands die tijdens een sectievergadering de onsterfelijke woorden sprak: 'Daar moeten hun dan wel de mogelijkheden voor schapen.'"

Het is tegenwoordig heel makkelijk om je bul of diploma te krijgen.

Adrienne van den Bogaard klaagt dat een nieuwe beleidslijn op een van de Delftse faculteiten voorschrijft dat zestig procent van de studenten voor elk vak moet slagen. Piet Gerbrandy, die doceerde aan een middelbare school in Groenlo, schrijft: "Ik heb meegemaakt dat een afdelingsleider ons sommeerde de cijfers van een HA VO-4-klas te verhogen omdat anders een te groot percentage zou moeten doubleren. En als er te weinig leerlingen naar het vwo dreigen te gaan, wordt de toelatingseis gewoon aangepast." Volgens Gerbrandy begrijpen de meeste leerlingen in VWO-6 niet eens de opiniestukken in NRC Handelsblad. "Niet voor niets gaat de examenopgave voor het onderdeel 'samenvatting' bij het vak Nederlands sinds enige jaren vergezeld van een paar handige vragen die de structuur van het stuk voorkauwen, en een aantal voetnoten waarin 'moeilijke woorden' worden verklaard."

Klaas Landsman,hoogleraar wiskunde in Nijmegen, moppert op de verloedering van de wiskunde op de middelbare school: "Uit verhaaltjes te extraheren infantiele sommetjes, die de wiskundig minder begaafden nog steeds niet kunnen maken, terwijl ze de getalenteerden beletten dit vak op waarde te schatten."

Het niveau van het eindexamen zakt. Bij zijn invoering was het Centraal Schriftelijk Examen (CSE) bedoeld ter toetsing van de minimale eindtermen waaraan alle scholieren moesten voldoen. Iedere school zou daarnaast naar keuze extra leerstof aanbieden en op het schoolexamen toetsen. Tegenwoordig is het leren alleen gericht op de minimumeis van het CSE en krikken de scholen het percentage geslaagden op met schoolexamens die ver beneden de minimumeis liggen maar die wel de helft van het eindcijfer bepalen.

Het niveau van het onderwijzend personeel zakt ook. Jan Dirk Imelman, emeritus hoogleraar Geschiedenis van opvoeding en onderwijs, vindt de pabo 'tegenwoordig een slappe, algemeen maatschappelijke opleiding, toegankelijk voor abituriënten van volstrekt willekeurige mbo-leerwegen'. Op het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs krijgen kinderen tegenwoordig les van leraren die nooit een universiteit van binnen gezien hebben. Piet Gerbrandy heeft zelfs meegemaakt dat sollicitanten werden afgewezen omdat ze te hoog waren opgeleid. Volgens Gerbrandy redeneren onderwijsmanagers dat 'nauwelijks gekwalificeerde docenten vaak het best in staat zijn kritiekloos het protocol uit te voeren'.

Als het erom gaat de schuldigen van de verloedering van het onderwijs aan te wijzen, priemen de vingers van veel auteurs in de richting van PvdAbewindslieden op Onderwijs, zoals Jos van Kemenade (die met het idee van de middenschool kwam), Jacques Wallage (die de basisvorming introduceerde - een verkapte vorm van de middenschool) en Jo Ritzen, Tineke Netelenbos en Karin Adelmund aan wie we de ROC's, de profielen tweede fase havo/vwo, de leerwegen van het vmbo en het studiehuis te danken hebben. Mariëtte Hamer, Tweede- Kamerlid van de PvdA en een van de weinige voorstanders van de onderwijshervormingen die een bijdrage aan de bundel leverden, wijst er terecht op dat de meeste hervormingen brede steun kregen in de Kamer en de basisvorming en het studiehuis zelfs met algemene stemmen zijn aanvaard. Zij stelt ook nog tevreden vast dat 'de Kamer inmiddels met waardering spreekt over het vmbo als één van de meest vernieuwende onderwijssectoren'.

Hoe kunnen we die Kamerbrede steun voor de onderwijsvernieuwingen verklaren?

Uit de bijdragen van Ko Traas, oud-rector van een scholengemeenschap in Middelharnis, Jan Dirk Imelman en Leo Prick ontstaat het beeld van de zogenaamde onderwijsprovincie (de officieuze naam voor de verzameling vakbondsbonzen, hoge ambtenaren, onderwijswoordvoerders in de Kamer, bestuursleden van grote verenigingen van scholen en onderwijs onderzoekers die altijd de overheidsopdrachten binnenhalen) waarin een ontstellende mate van groepsdenken heerst. Binnen de onderwijsprovincie hopt men van job tot job: van voorzitter van een onderwijsvakbond tot onderwijswoordvoerder voor de PvdA in de Kamer, of omgekeerd. Onderzoeksopdrachten gaan naar onderzoekers die de onderwijsprovincie leveren wat zij graag hoort. Er zijn uitzonderingen, zoals een rapport in opdracht van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs, dat voorspelde dat het studiehuis desastreus zou uitpakken. Dat ging meteen in de doofpot. .

De ideologie achter de onderwijsvernieuwingen is het gelijkheidsdenken: de misvatting dat van nature intelligentie, talent en ambitie gelijk zijn verdeeld over sociale klassen, seksen en etnische groepen. Als een van deze groepen gemiddeld minder goed blijkt te scoren dan de andere, is er volgens het gelijkheidsdenken sprake van een maatschappelijke misstand die door de overheid moet worden aangepakt.

Het gelijkheidsdenken is niet, zoals de meeste auteurs in Steedsminder leren schijnen te denken, typisch voor de adepten van Jos van Kemenade, maar leeft ook in christen-democratische en liberale kringen. Het gelijkheidsdenken is zelfs een internationaal fenomeen. Ook in het buitenland hebben onderwijsvernieuwingen plaatsgevonden die zijn mislukt. Aangeboren verschillen in intelligentie zijn nu eenmaal een gegeven, en als je slimmerds en domoren een opleiding biedt waarin beide groepen hun vermogens optimaal kunnen realiseren, is een zeer ongelijke spreiding van kennis het uiteindelijke resultaat. Zo zal een jeugdopleiding voetbal waarin de talenten van jonge Cruijffjes en jonge klunzen optimaal worden benut, ertoe leiden dat het niveauverschil tussen de CruijfIjes en de klunzen steeds verder toeneemt - da's logisch, hè. Nivellering is alleen mogelijk door de talenten minder te laten leren, bijvoorbeeld door de Cruijffjes in hun vormende jaren in een team met klunzen te laten spelen (het concept van de middenschool).

Wat heeft de toekomst in petto? Het gelijkheidsdenken is nog niet dood.

Jan Erdtsieck, oud-hoofdbestuurslid van de onderwijsvakbond ABOP, schrijft: "Er is alle reden om aan te nemen dat allochtone kinderen in geen enkel opzicht gemiddeld minder begaafd zijn dan autochtone." Helemaal niet. We hebben bijvoorbeeld veel analfabeten uit Turkije en Marokko laten komen en nauwelijks intellectuelen. Van intellectuelen weet je zeker dat ze de genen voor een hoog IQ bezitten; bij analfabeten zou dat een gelukkig toeval zijn. Huwelijken tussen neef en nicht, zoals regelmatig voorkomt bij deze immigranten, zullen het IQ ook geen goed hebben gedaan.

De wiskundige Henk Barendregt schrijft huiverend dat de Sociaal-Economische Raad wil dat een nog hoger percentage van onze bevolking een diploma van een hogere opleiding krijgt, wat er onvermijdelijk toe zal leiden dat de lat nog lager wordt gelegd. Maar er zijn ook lichtpuntjes. De Universiteit Utrecht gaat elite-opleidingen voor hoogvliegers aanbieden. In de Verenigde Staten en Groot Brittannië bestaan topuniversiteiten al sinds mensenheugenis. Een bul van het Amerikaanse Harvard of het Engelse Cambridge opent veel meer deuren dan een bul van een middelmatige universiteit. Maar het diploma van een middelbare school is niet voldoende om tot een topuniversiteit te worden toegelaten: je moet meer hebben geleerd. Als de de nivellering in het Nederlands hoger onderwijs doorzet, zullen ook hier ouders en leerlingen hopelijk gaan eisen dat er weer meer wordt geleerd.

 

Steeds minder leren. De tragedie van de onderwijshervormingen. Samenstelling en redactie: Maria Rietdijk-Helmer. Uitgeverij Ijzer. €27.95.