We hebben 181 gasten online

2006 Astrid Theunissen: "Het studiehuis was bij voorbaat ten dode opgeschreven'

Gepost in Onderwijs

Astrid Theunissen in gesprek met oud docente klassieke talen Marijke Verbrugge

Oorspronkelijk verschenen in HP/DE TIJD van 14 oktober 2005

Didactici en pedagogen triomferen. Docenten zijn monddood gemaakt. De jeugd lijdt geestelijke honger. En de moord in het Haagse Terra College is niet zomaar een incident, potverdorie. Marijke Verbrugge (39) windt zich op, ze windt zich enorm op. De jarenlang opgepotte verontwaardiging stroomt de Leidse voorkamer in.

Vijf jaar geleden verliet de docente Grieks en Latijn het onderwijs vanwege het studiehuis, dat haar dwong 'het vak te vernachelen', en al die jaren kwam de kritiek slechts haar man, de filosoof Ad Verbrugge, ter ore. Tot een maand geleden, toen een vernietigend evaluatierapport de discussie over het in 1998 ingevoerde studiehuis deed oplaaien. Toen liet ze voor het eerst publiekelijk van zich horen in het televisieprogamma Buitenhof

En hoe. Haar tafelgenoten, CNV-onderwijsbondvoorzitter Marleen Barth en Tweede- Kamerlid Mariëtte Hamer, werden verbaal door haar geslacht. Niets konden de twee PvdA-vrouwen inbrengen vóór het studiehuis of het werd terstond door Verbrugge onderuitgehaald. De classica is nog steeds ontsteld. "Hoe kunnen die dames rustig slapen? Hoe durf je ingrijpende beslissingen te nemen als je zo slecht geïnformeerd bent!"

Het studiehuis zou het paradepaardje worden van het 'nieuwe leren'. Ervaringsonderwijs was plots het credo in de bovenbouw van havo en vwo. Vakkennis moest plaatsmaken voor vaardigheden en zelfstandig leren, dus minder klassikaal rijtjes stampen en meer werkstukken maken. Zo zouden de scholieren de universiteit en het hbo niet langer als een jungle ervaren en daar beter aansluiting vinden.

Maar daarvan kwam niets terecht, was de conclusie van het evaluatierapport, die strookt met klachten van universiteiten en hogescholen. De eerste lichting studenten-nieuwe-stijl scoorde slecht op taalvaardigheid, rekenvaardigheid en analytisch vermogen. In Buitenhof probeerde Kamerlid Hamer die achteruitgang aldus te vergoelijken: "Het probleem met vernieuwingen is dat ze zelden de kans krijgen om echt door te werken." Verbrugge toen: "Het studiehuis was bij voorbaat ten dode opgeschreven."

Onderwijsminister Maria van der Hoeven vorige week: "Het is tijd om in te grijpen. Er moet meer aandacht komen voor de noodzakelijke verdieping." Verbrugge nu: "Ik heb taart gegeten."

Ik werkte aan een scholengemeenschap in Dordrecht waar in 1997, een jaar eerder dan landelijk, het studiehuis werd ingevoerd. Ik was daar mordicus tegen, want dat het niveau door deze onderwijsvernieuwing achteruit zou hollen was zo duidelijk als wat. Mijn vak werd opgesplitst in een taal- en een cultuurgedeelte, én ik moest zowat de helft van mijn lesuren in de bovenbouw inleveren. Die tijd kregen leerlingen om zelfstandig opdrachten uit te voeren en werkstukjes te maken, werkvormen die vakinhoudelijk weinig opleveren. Toen ik dat inbracht op vergaderingen voor de introductie van het studiehuis werd ik letterlijk naar de borreltafel verwezen. De vakinhoud dat was zo onbelangrijk." Minzaam:

"Niet de leerling, maar het systeem staat centraal. Het studiehuis was een speeltje van bestuurders, onderwijskundigen en directies. De overheid heeft het erdoorheen gedrukt door schoolbesturen en docenten te paaien."

Het ministerie van Onderwijs, stelt Verbrugge, heeft bewust een wig gedreven tussen schoolleiding en docenten, en tussen docenten onderling. "Directies die inhaakten, mochten meedenken over de vormgeving en kregen geld. Leraren die in hun pas liepen, konden managementtaakjes krijgen en de bijbehorende salarisverhoging. Dus mensen met ambitie werden jaknikkers. Ik ben ook hartstikke ambitieus, maar alleen vakinhoudelijk.

"Leraren met kritiek kregen een folder onder hun neus: wie tegen het studiehuis is, is lui. Wij werden afgeschilderd als conservatievelingen met weerzin tegen het nieuwe leren. Ik ben niet tegen ervaringsonderwijs. Ik ben tegen eenzijdigheid. Voordien kregen leerlingen ook opdrachten, nu holden ze van beleving naar emotie. Leuk misschien, al die ervaringen, maar je hebt er niets aan als je niet over relevante kennis beschikt om ze te kunnen plaatsen. Bij geschiedenis behandel je ook niet eerst de Tweede Wereldoorlog en daarna Napoleon."

De praktijk bevestigde haar vrees; haar leerlingen kwamen aan het eind van de rit kennis te kort. "Op een scholengemeenschap zijn Latijn en Grieks tot de vierde klas keuzevakken, dus sta je als een clown voor de klas omdat je de leerlingen anders kwijtraakt. Pas daarna kon ik er hard tegenaan. Ik kreeg het Grieks er al nauwelijks in, maar na invoering van het studiehuis werd het ook voor Latijn heel lastig vanwege de moeilijke grammatica. Een leerling moet een ablativus absolutus honderd keer uit een tekst vissen voordat hij die constructie snapt, maar daarvoor ontbrak het aan lesuren."

De onzekerheid sloeg toe. Ze had vier jaar leservaring, en niet eerder had ze reden gehad om aan haar functioneren te twijfelen, maar nu vroeg Verbrugge zich af of ze wel éfficiënt genoeg werkte. Collega's hoorde ze namelijk niet over hun urentekort. Uit angst om incapabel over te komen, begreep ze later. Tijdens een studiemiddag bleken ook collega's Latijn en Grieks met tijdgebrek te kampen, maar de aanwezige vakdidactica hield vol dat er niets mis was met het systeem.

"Er was iets mis met óns, zei ze, maar ze had een simpele oplossing. In plaats van Cicero met zijn lange zinnen moesten we onze leerlingen de dichtregels van Catullus laten lezen. Zo zou het aantal door het ministerie voorgeschreven pagina's makkelijker gehaald worden. Ha! Alsof het alleen om letters lezen gaat. Een gedicht is zeker zo bewerkelijk in de uitleg als een prozatekst."

De vakdidactici hadden de tijd van hun leven. "Zij mochten de leergangen ontwerpen, terwijl zij niet voor de klas staan en veel minder voeling hebben met de praktijk dan ze denken."

Dat gold ook voor haar directeur. "Vroeger was een schoolhoofd vaak een lesgevende classicus, omdat dat een mooi uithangbord voor de school is. Mijn baas was een prima man, maar van een ablativus absolutus had hij nog nooit gehoord. Ik kon dus niet even in tien minuten uitleggen wat de angel van mijn probleem was."

Na de onzekerheid kwam de frustratie, en ook die kon ze bij collega's niet kwijt. "Ze deelden mijn bezwaren vaak wel, maar hadden bijvoorbeeld een hogere hypotheeklast. En wie zich neerlegt bij een situatie wil niet steeds over problemen horen. Ze zeiden steeds: 'Marijke heeft altijd van die goed gefundeerde bezwaren, ha, ha, ha.' Het enige wat restte, was lobbyen om een extra uurtje, en het was de kunst om het net iets gelikter te brengen dan de leraar natuurkunde. Want die kwam óók uren te kort." Ze veert voorover. "Zo smerig. Je maakt een didactisch systeem en als er iets niet klopt, is het de schuld van de docenten en moeten zij het probleem maar oplossen."

Woedend vertrok Verbrugge twee jaar na de invoering van het studiehuis uit het onderwijs. "Je zit leerlingen vijf jaar te vervelen met Grieks en Latijn, en in het examenjaar kunnen ze nog geen bladzijde lezen. Dat is hetzelfde als iemand een auto verkopen die om de hoek door zijn wielen zakt."

 

Verbrugge vindt het mooi dat Van der Hoeven nu 'het mes' zet in het studiehuis, maar echt blij is ze niet. "Ik mag graag gelijk hebben, maar het gaat niet om mij. We hebben te maken met jongeren die onze samenleving moeten gaan dragen. Het studiehuis is de zoveelste onderwijsvernieuwing waar kinderen het slachtoffer van zijn geworden. Wat zeg je tegen hen?"

Met diepe stem: "Sorry jongens, we hebben het de afgelopen acht jaar niet goed gedaan? Die kinderen kunnen die acht jaar niet overdoen."

Veel slimme jongens heeft ze zien afhaken door het ervaringsonderwijs. Jongens, weet ze, laten meestal liever zien dat ze weten hoe iets zit dan dat ze een zelfreflecterend werkstukje maken waarvoor ze geen cijfer krijgen. Die werkvorm past beter bij de meer gedisciplineerde meisjes. "Met als gevolg," zegt Verbrugge, en zo noteert ook het evaluatierapport, "dat veel meer meisjes dan jongens naar het hoger onderwijs gaan. Jongens vallen buiten de boot omdat braaf werkstukjes maken het selectiecriterium voor het hoger onderwijs is geworden."

Het is een omgekeerde wereld, constateert ze hoofdschuddend. "Terwijl vijftienjarigen in het voortgezet onderwijs worden losgelaten omdat ze zelf-standig moeten zijn, worden achttienjarigen steeds intensiever begeleid door universiteiten omdat die anders hun rendement niet op peil houden. Absurd." Sneller: "Om de aansluiting van vwo'ers met het hoger onderwijs te verbeteren had je het hbo centraal moeten stellen en de universiteit klein moeten houden. Het aantal wetenschappelijk geïnteresseerden is namelijk gering. Maar nee. De universiteiten zijn enorm uitgedijd door al die vwo' ers die daarheen zijn gemept. Het gros wil gewoon een beroep leren en vindt de universiteit veel te wetenschappelijk, en de getalenteerden zitten zich stierlijk te vervelen."

PvdA-politiek, vindt Verbrugge. Elke arbeider een universitair diploma. "Ik ben niet tegen het streven naar een algemeen hoger niveau, maar als je elke burger behalve een auto een bul wilt geven, heeft dat gevolgen voor de kwaliteit van dat universitaire diploma."

Dertig jaar gelijke-kansen-onderwijs heeft, o ironie, de zogenoemde minstbedeelden nog het meest gedupeerd, stelt Verbrugge. Op de oude ambachtsschool kwamen de praktisch intelligenten tot hun recht. Maar op een vak leren werd neergekeken, dus werd beginjaren negentig de basisvorming ingevoerd, waarbij de vmbo' er voortaan dezelfde stof moest doorwerken als de leerling in de onderbouw van havo en vwo. Terwijl vmbo' ers behoefte hebben aan praktische vaardigheden, krijgen ze een theoretisch programma voorgeschoteld en worden ze aangesproken op wat ze niet kunnen. Is het gek dat ze massaal afhaken? Zegt Wouter Bos: Jongeren die spijbelen worden voor de rechter gedaagd!"

Het onderwijs is door zijn bodem gezakt en daar zijn de sociaaldemocraten debet aan, maar Verbrugge wijst ook op de trend van schaalvergroting en het centraal stellen van het management, waardoor 'de werkvloer' alle zeggenschap is ontnomen en pedagogische nieuwlichters de grootste mond hebben. Alsof dat het slecht betaalde leraarschap aantrekkelijker maakt, hoont ze, en het tekort kleiner. "Twee van mijn oud-collega's werken aan een vmbo in een team van tien leraren. Daarvan zijn er nog maar vier gekwalificeerd, de rest is in opleiding of ergens anders vandaan getrokken. Met twee man moeten ze zestig kinderen in een lokaal bezig houden. Dan klaag je ook nog over schooluitval? Schofterig. Je organiséért het gewoon."

Het onderwijs werkt de maatschappelijke onrust in de hand, zegt ze. "Kinderen zitten minstens twaalf jaar op school. Wie twaalf jaar lang een groot deel van hun dag in beslag neemt, moet zorgen dat ze iets op zak hebben als ze de poort uit lopen. Dat garandeert dit onderwijs niet. Er zijn gediplomeerde hbo' ers die geen fatsoenlijk Nederlands spreken. Een schandaal. Werkgevers voelen zich bekocht, de ontslagen of werkloze hbo' ers nog veel meer."

De doodgeschoten docent van het Haagse Terra College is ook niet zomaar een incident. "Uiteraard hebben we te maken met een individuele gek, maar de schaalvergroting heeft bij die moord een rol gespeeld," zegt Verbrugge, die vier jaar op een school heeft gewerkt die later in dat college is opgegaan. "Op mijn school zag je een toename van leerlingen met een instabiele achtergrond, 'allochtonenproblematiek' , agressie en onaangepastheid. Die kinderen kun je alleen fatsoenlijk opleiden in een rustige omgeving. Zet je leerlingen die zich maatschappelijk buitengesloten voelen en thuis problemen hebben, in een fabriek waar ze als een rat door een labyrint worden gejast door mensen die ze amper kennen, dan creëer je buskruit."

 

Het huidige onderwijs genereert een instabiele, agressieve MTV-generatie, vindt Verbrugge, waarin leerlingen niet weerbaar worden gemaakt tegen de consumptiemaatschappij. "Kinderen worden bestookt met rotzooi van televisie en internet. Er wordt op hun portemonnee geaasd, ingespeeld op hun seksuele lusten, hun vraatzucht. Die stortvloed aan impulsen en gewenning aan 'patsboem'-behoeftebevrediging ondermijnt het vermogen tot langdurige concentratie en zelfbeheersing, dat nodig is om de kennis te laten inzinken. Omdat kinderen niet meer lang op een stoel kunnen zitten, is het onderwijs ook maar sneller en leuker gemaakt. In rijen van twee naar het bord kijken, is niet gezellig, dus wordt op de basisschool standaard in groepjes gewerkt."

Wil kennis beklijven, dan zullen kinderen toch rijtjes moeten stampen en breuken maken. "Maak je het onderwijs net zo leuk als de televisie, dan wordt de jeugd een zwalkende massa die zich voortdurend door primaire prikkels laat leiden. Ik voorzie dat onze jeugd in de toekomst de samenleving niet meer kan dragen."

Keer op keer zijn verkeerde beslissingen genomen, concludeert Verbrugge. De middenschool met zijn uitstel van differentiatie van het onderwijsniveau (een experiment van de toenmalige Onderwijsminister Van Kemenade uit de jaren zeventig) is mislukt. Twintig jaar later volgde de basisvorming, die uitging van dezelfde gedachte en dus ook mislukte. Vervolgens werd het studiehuis uitgeknobbeld, dat nu eveneens failliet is verklaard.

Welke consequenties zijn daaruit getrokken? Waar zijn de mensen die dit hebben bedacht?

Verbrugges vragen zijn retorisch. "Die hebben weer een ander baantje toegespeeld gekregen. Er is een kongsi tussen onderwijsdeskundigen, bestuurders en overheid, en door dat bolwerk kom je niet heen. Willen we het tij ten goede keren, zal dat van onderaf moeten gebeuren."

 

Verbrugge leunt achterover in haar fauteuil en krult zich op zoals haar kat. Ze vermaakt zich prima thuis met haar drie kleine kinderen, wat vertaalwerk en Plato, maar passief klagen past haar niet en het moment voor actief beraden was inenen daar. Haar optreden in Buitenhof leidde tot talloze reacties. Het rapport over het studiehuis sprak boekdelen. De noodklok over het hbo werd geluid door Annemarie Oudemans. Met - onder anderen - deze docente Nederlands, hoogleraar Arnold Heertje, hoogleraar Onderwijskunde Greetje van der Werf (beiden lid van de stichting 'Vrienden van het Gymnasium' en auteurs van de recente essaybundel Steeds minder leren) en haar echtgenoot, die college geeft aan de Amsterdamse VU, werkt Verbrugge aan een onderwijsplan.

"We streven naar een balans tussen leraar, leerling en de vakinhoud. Daaraan wordt het schoolbestuur ondergeschikt, en de directeur moet om voeling te houden met docenten en leerlingen zélf lesgeven. En verder willen we een ouderbeleid gaan voeren, want ook ouders zijn verantwoordelijk voor goed onderwijs. Er zijn nog steeds ouders die zeggen: als mijn kind het maar leuk heeft op school. Fijn voor jou, maar is dat wat je kind nodig heeft? Ouders moeten de school ondersteunen, en aanspreekbaar zijn op het gedrag van hun kinderen. Het is niet alleen een recht om een goede opleiding te krijgen, het is ook een gunst."

In januari presenteert de groep rondom de Verbrugges een manifest. Onderwijl wordt gezocht naar kleine scholen, een vmbo, een lyceum en gymnasium, die hun onderwijsplan willen uitvoeren. Daaruit moet blijken of 'hun' leerlingen het gemiddelde niveau overstijgen. "Er is een lange weg te gaan," beseft Verbrugge, "maar we hebben geen haast. Al is er alle reden voor paniek, paniek is een slechte raadgever. Kijk naar Marleen Barth en minister Van der Hoeven. Die slaan nu door naar de andere kant, roepen: alle macht aan de leraren! Creëer eerst eens rust en overzicht. Raadpleeg eerst mensen die verstand van zaken hebben voordat je opnieuw schade aanricht. Want wat behelst die kreet - alle macht aan de leraren?"

Door eerdere vernieuwingen is de traditie uit het leraarschap gehaald, waardoor dertig jaar ervaring aan de kant is gezet en het wiel opnieuw moest worden uitgevonden, zegt Verbrugge. "Wij zoeken de dialoog tussen leraren die lesgeven volgens de nieuwe en de oude werkvormen. Met die gezamenlijke ervaringen proberen we de beste draai te geven aan de huidige situatie. Niemand heeft vooralsnog de wijsheid in pacht over de te varen koers,. en niemand is gebaat bij verdere polarisatie. Het is zaak om, op z'n EO's gezegd, nader tot elkaar te komen. Er zitten al te veel gefrustreerde docenten, zogenaamd lastige studenten en door fusies fijngemalen schoolleiders thuis hun wonden te likken."