We hebben 353 gasten online

2008 Redactie Volkskrant: Wederopbouw van het onderwijs kan beginnen

Gepost in Onderwijs

Redactie Volkskrant 14 februari 2008

Beter laat dan nooit. Met het rapport Tijd voor onderwijs van de commissie-Dijsselbloem erkent de Tweede Kamer het falen van twintig jaar onderwijsvernieuwing. Eindelijk zijn de zorgen van ouders, leerlingen, studenten, bedrijven en maatschappelijke instellingen over de teruglopende kwaliteit van het onderwijs tot het hart van het politieke bedrijf doorgedrongen.

Na het puinruimen door Dijsselbloem kan de wederopbouw beginnen. De kwaliteit van het onderwijs staat – voor het eerst sinds vele decennia – bovenaan op de politieke agenda. De harde diagnose en de heldere aanbevelingen van Dijsselbloem, gedragen door een Kamerbrede onderzoekscommissie, scheppen verplichtingen. Vluchten kan niet meer: minister Plasterk van Onderwijs, zijn staatssecretarissen Bijsterveldt en Dijksma, maar ook minister Bos van Financiën zullen over de brug moeten komen. Met concrete exameneisen, met verplichte periodieke toetsing, met verscherpte inspectie, maar ook met gerichte investeringen en verruiming van mogelijkheden voor ‘stapeling’ van opleidingen.

Het parlementaire onderzoek was een initiatief van de Partij van de Arbeid, de partij die een zware verantwoordelijkheid draagt voor het falen van het onderwijsvernieuwingsbeleid. Het voortreffelijke werk van PvdA-Kamerlid Dijsselbloem en zijn commissie is te zien als een afrekening met 35 jaar door sociaal-democraten gedomineerd onderwijsbeleid. Waar alle coryfeeën van toen, van Van Kemenade, via Wallage tot Netelenbos, tijdens de hoorzittingen een pijnlijk gebrek aan zelfreinigend vermogen etaleerden, heeft een nieuwe generatie sociaal-democratische politici de aansluiting met de samenleving en het onderwijsveld weer gevonden.

Niet vergeten mag worden dat de onderwijscrisis zo lang heeft kunnen voortwoekeren omdat een gesloten sekte van beleidsmakers, Kamerspecialisten, procesmanagers, belangenbehartigers, ambtenaren, schoolbestuurders en deskundologen jarenlang, ongehinderd door de buitenwereld, de dienst kon uitmaken. Het ontbrak de onderwijsgevenden in het veld aan zelfvertrouwen en eensgezindheid om effectief weerstand te bieden tegen het geweld van de onderwijsvernieuwers. Initiatieven vanuit de docentenkamers, zoals de oprichting van Beter Onderwijs Nederland, lieten erg lang op zich wachten.

Het zijn de media geweest, te beginnen met de jaarlijkse publicatie in Trouw van de resultaten van alle scholen voor voortgezet onderwijs, die het debat over de kwaliteit van het onderwijs hebben aangezwengeld en gevoed. Dat leidde tot het bekoelen van de beleidsdrift bij de politiek, maar de machtige schoolbesturen en sectorraden leefden zich nog jaren uit in schaalvergroting, bureaucratisering en het opleggen van ondeugdelijke onderwijsconcepten als het ‘nieuwe leren’.

Het is de verdienste van Dijsselbloem dat een streep kan worden gezet door onverantwoorde experimenten met leerlingen. Nu moet het de ambitie van alle betrokkenen én de politiek zijn om het Nederlandse onderwijs terug te brengen naar de plaats waar het hoort: de wereldtop.