We hebben 158 gasten online

2008 Harrie Verbon: Breken almacht hoogleraren is heilzaam geweest

Gepost in Onderwijs

Harrie Verbon in Volkskrant 23 januari 2008

Veel vernieuwingen die het CDA in het onderwijs heeft doorgevoerd, zijn wel degelijk een succes gebleken, betoogt Harrie Verbon.

In het publieke debat over het onderwijs is de PvdA de gebeten hond. Alles wat er mis is in het onderwijs (hoge uitval, lage salarissen en lage motivatie onderwijzers, hoge salarissen en veel macht bestuurders), is de schuld van de PvdA. Het werd zo langzamerhand tijd dat iemand ook eens wat van deze schuld naar het CDA wist door te schuiven. Wie zou dat willen? Onvermijdelijk iemand met PvdA-connecties en een onberispelijke reputatie op onderwijsgebied. Jaap Dronkers is zo iemand en hij was er kennelijk klaar voor eens wat hete aardappelen naar het CDA-bordje toe te schuiven (het Betoog, 14 januari). Wat mij betreft zijn sommige van die aardappelen niet zo heel erg aangebrand. Ik geef een voorbeeld.

Dronkers haalt de in 1970 ingevoerde Wet Universitaire Bestuurshervorming (WUB) van stal om de kwade rol van het CDA te belichten. Deze wet is ingevoerd onder KVP-minister Veringa, en gaf invloed aan anderen dan hoogleraren op het bestuur in de universiteit. Het was, aldus Dronkers, het begin van de ‘oligarchisering’ in het Nederlandse universitaire onderwijs.

Mijn interpretatie van de WUB is heel anders. De WUB ondermijnde inderdaad de onaantastbare rol van hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten, maar in ieder geval bij de sociale wetenschappen waren hoogleraren tot diep in de jaren ’60 zelfingenomen autocraten die als een soort maffiabazen de faculteiten bestierden. Als je hoogleraar wilde worden, waren je kwaliteiten op het gebied van onderzoek en onderwijs vaak minder belangrijk dan de mate waarin je je in de toenmalige maffiacultuur wist te nestelen. Zelfs eerstejaars studenten – zoals ondergetekende toen hij in 1969 aan de VU ging studeren – zagen hoe ondermaats hoogleraren waren, maar konden daar tot aan de invoering van de WUB niets aan doen.

De WUB brak de almacht van de hoogleraren: plotseling moesten ook zij rekenschap afleggen. Het is niet toevallig dat de kwaliteit van bijvoorbeeld het onderzoek in de economie in Nederland vanaf 1970 begon te stijgen. Dat had naar mijn idee weinig met de onderzoekfinanciering door de NWO te maken, zoals Dronkers beweert, maar meer met het feit dat hoogleraren nu opeens aan concurrentie werden blootgesteld. Om hoogleraar te worden, was het niet meer voldoende de juiste contacten te hebben, maar moest men ook een goede onderzoeker en docent zijn.

Een wet als de WUB is in andere West-Europese landen niet ingevoerd, zoals Dronkers stelt. Die landen hebben dan ook moeite aan de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek te tippen. In Duitsland heerst op veel plaatsen nog dezelfde hiërarchische structuur als in Nederland voor de invoering van de WUB en is de kwaliteit van het onderzoek belabberd. Italië spant de kroon. Behalve op sommige universiteiten zoals Bocconi in Milaan, is het voor jonge onderzoekers, vaak in de VS opgeleid, vrijwel onmogelijk een plaats in de academische wereld te bemachtigen. Zij zijn immers weggegaan uit Italië, en dus geen lid meer van de academische ‘maffia’.

De WUB is dus heilzaam geweest voor de kwaliteit van de Nederlandse faculteiten. De echte oligarchisering is pas begonnen met de Wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB), door minister Ritzen eind jaren negentig ingevoerd. Die legde opeens alle macht bij de bestuurders. Niet alleen hoogleraren, maar het hele wetenschappelijke personeel werd een voetnoot bij de organisatie van de universiteit.

Het is nog te vroeg om vast te stellen dat dit de academische kwaliteit heeft aangetast. De bureaucratisering van de universiteiten is wel behoorlijk toegenomen, en de invloed van het universitaire bestuur op de academische kwaliteit wordt inmiddels enorm overschat. De buitenproportionele salarissen die bestuurders op alle niveaus van de universiteit verdienen, is daar het duidelijke bewijs van. Onder de WUB was de recente salarisexplosie voor bestuurders niet denkbaar geweest.

Gelukkig is er nu een onderwijsminister (Plasterk, alweer PvdA) die ook vindt dat bestuurders overschat en overbetaald worden. Het is echter wel zeer te betwijfelen of hij weer in goede banen kan leiden wat Ritzen (PvdA) uit de rails heeft laten lopen.

Copyright: Verbon, Harrie

Harrie Verbon is hoogleraar openbare financiën, Universiteit van Tilburg en lid van het CDA