We hebben 183 gasten online

2001 Onderwijsinnovatie IVOD 21 mei

Gepost in Onderwijs

Eindversie 21 mei 2001

Inhoudsopgave

0. Inleiding    blz. 3

 

1. Ontwikkelingsmodel   blz. 4

2. Deskundigheid  blz. 4

3. Eindsituatie blz. 6

4. Tijdpad blz. 6

5. Organisatiestructuur blz. 7

6. Financiën en formatie  blz. 

Bijlage 1    Organogram                                            blz. 11

Bijlage 2    Enkele definities                                     blz. 12

Bijlage 3.1 Uitwerking Peellandcollege                    blz. 13

Bijlage 3.2 Uitwerking Alfrinkcollege                      blz. 14

Bijlage 3.3 Uitwerking Hub van Doornecollege       blz. 15

0. Inleiding

De keuze om te komen tot een gezamenlijke didactische aanpak en de ontwikkelingsrichting is op alle drie deelscholen van de Instelling Voortgezet Onderwijs Deurne vastgelegd in de hoofdlijnennotitie. Inmiddels is het proces in gang gezet om te komen tot een didactische aanpak. Deze ontwikkelingen zijn op de drie deelscholen enigszins verschillend van aard. In het VMBO is dat Kennis Als Gereedschap, Activerend Leren (KAG-AL) en in het HAVO / VWO Taak Gestuurd Onderwijs (TGO). Ook de fase waarin die ontwikkelingen zijn is niet gelijk. Het is belangrijk om hierin meer samenhang aan te brengen door het formuleren van gezamenlijke einddoelen en het vastleggen van de fasering. Per deelschool kan dan afhankelijk van de beginsituatie een concrete uitwerking gemaakt worden.

Dit onderwijsinnovatieplan is natuurlijk geen statisch gegeven. Het verwoordt de inzichten die er op dit moment zijn om de onderwijskundige visie vorm te geven. Door het managementteam zal het veranderingsproces  gevolgd worden. Jaarlijks worden van daaruit nieuwe impulsen gegeven en bijgestuurd.

1. Ontwikkelingsmodel

Tijdens het innovatieproces ontwikkelt zich de vorm van begeleiding. Aanvankelijk zal gebruik gemaakt worden van een externe begeleider. Hij observeert lessen van de docent, die met de basistraining bezig is, en spreekt ze met de betrokkene door. Verder houdt hij supervisie gesprekken met docenten die in die opleiding verder gevorderd zijn. De rol van de externe begeleider zal vervolgens overgaan in het coachen van interne deskundigen en specialisten wanneer die in de tweede fase van de training hun functie daadwerkelijk gaan uitvoeren. Uiteindelijk zal in de eindfase van het innovatieproces de externe deskundige verdwijnen; er zijn dan interne docentbegeleiders, groepswerkbegeleiders, trainers en deskundigen die samen het innovatieteam vormen. Zij geven leiding aan groepsgewijze intervisie en organiseren collegiale consultatie.

We starten met externe begeleiding en externe training om uiteindelijk te komen tot een zelflerende organisatie met interne begeleiders en trainers, waarin structureel reflectie en evaluatie plaatsvindt als vliegwiel van het onderwijsinnovatieproces. De steeds terugkerende kernvragen zijn:

Waar staan we?

Waar willen we naar toe (visie)?

Hoe bereiken we het gestelde doel?

Uitvoering.

2. Deskundigheid

Om de einddoelen goed te kunnen formuleren is een omschrijving van de verschillende niveaus van kennis en vaardigheden wenselijk.

2.1 Basisniveau (B)

Basisniveau B1: Een docent heeft een scholing gehad waarin de basiskennis voor het didactisch handelen uitgebreid aan de orde is geweest; hij kan deze kennis toepassen in zijn lessen (KAD = kennis als doel). Voor docenten in de beroepsgerichte vakken van de bovenbouw van het VMBO is een aangepaste, specifiek op deze doelgroep gerichte training nodig.

Scholing: 10 dagdelen gedurende een jaar.

Begeleiding: in de startfase door een externe trainer/begeleider, later door een interne trainer/begeleider.

Basisniveau B2: Een docent heeft zich de kennis en vaardigheden eigen gemaakt zodat hij ze in elke onderwijssituatie kan inzetten. Kennis en vaardigheden zijn operationeel geworden (KAG = kennis als gereedschap).

Scholing: meerdere jaren enkele studiebijeenkomsten om de vaardigheid voortdurend te blijven vergroten.

Begeleiding: supervisie; in de startfase door een externe trainer/begeleider, later intervisie met een interne trainer/begeleider.

2.2 Deskundigen (D)

De deskundige heeft een extra scholing gehad en zich verder verdiept in het product, de achtergronden, theorieën en strategieën. Bovendien heeft hij zich verdiept in de procesmatige kant.

De deskundigen zijn de steunpunten in het team. Zij hebben vaardigheden om leiding te geven aan intervisiegesprekken en om kleine leertrajecten met individuele collega's op te zetten.

Tot de kennis en vaardigheden behoren o.a.:

-          theoretische achtergronden van het didactisch concept

-          omgaan met weerstand,

-          draagvlak creëren,

-          kennis van eigen belemmeringen,

-          bewust zijn van de voorbeeldfunctie.

Scholing: 10 dagdelen gedurende een jaar.

2.3 Specialisten (Sx)

De specialisten zijn deskundigen die een extra training op een specifiek terrein hebben gehad en in staat zijn de in die extra training opgedane kennis toe te passen.

Scholing: 10 dagdelen gedurende een jaar.

Begeleiding: coaching door een extern deskundige

a.       Trainer (ST)

Een trainer is een deskundige die competent is binnen de schoolorganisatie zelfstandig deskundigheidsbevordering te verzorgen voor collega’s om te komen tot het basisniveau B2.

Jaarlijks zullen zij een groep (nieuwe) docenten brengen tot het B1-niveau en een groep tot het B2-niveau.

Tot de kennis en vaardigheden behoren o.a.:

-          de hiervoor onder deskundige genoemde kennis en vaardigheden,

-          trainingsvaardigheden.

b.      Docentbegeleider (SD)

Een docentbegeleider is een deskundige, die binnen de schoolorganisatie zelfstandig en in samenwerking met andere docentbegeleiders collega’s kan begeleiden bij algemene didactische en pedagogische problemen en in het bijzonder bij het persoonlijk leren rond het toepassen van de didactische werkvormen die voortvloeien uit het innovatieproces.

Tot de kennis en vaardigheden behoren o.a.:

-          de hiervoor onder deskundige genoemde kennis en vaardigheden,

-          het effectief coachen van collega's,

-          observeren van lessen mede aan de hand van het schoolbreed nagestreefde didactische model,

-          collega's na lesbezoek op collegiale wijze consulteren op basis van intervisietechnieken aan de hand van een vastgesteld protocol.

c. Groepswerkbegeleider (SG)

Een groepswerkbegeleider is een deskundige, die binnen de schoolorganisatie gespecialiseerd is in het begeleiden van groepen leerlingen in het onderwijsleerproces. Naast deze directe vorm van begeleiding zal hij vooral docenten adviseren, scholen en coachen in het observeren en begeleiden van leerlingen.

Hij draagt mede zorg voor het afnemen van de leerstijlentest en de indeling in groepen binnen de klassen. Verder coacht hij de mentoren bij het geven van een introductiemodule die nodig is om leerlingen kennis te laten maken met de nieuwe didactische werkvormen.

Tot de kennis en vaardigheden behoren o.a.:

-          de hiervoor onder deskundige genoemde kennis en vaardigheden,

-          het samenstellen, observeren en begeleiden van leergroepen,

-          analyseren van groepen en groepsprocessen,

-          omgaan met groepsgedrag en groepsconflicten.

3. Eindsituatie

Op het eind van het innovatieproces kan iedere docent het gezamenlijk afgesproken didactisch model hanteren. De leden van het team hebben allen tenminste het basisniveau B2 bereikt.

Daarnaast zijn er voldoende deskundigen om de discussie en zelfreflectie in het team op gang te houden. We denken dat daarvoor 10 teamleden het predikaat deskundigen (D) zou moeten hebben.

Binnen het VMBO en HAVO/VWO is steeds tenminste één persoon als trainer (ST). Onderling voeren de trainers structureel overleg, zij vullen elkaar aan en nemen zonodig die onderdelen van elkaar over waarin ze zich meer geëquipeerd achten.

Voor de begeleiding van docenten zijn op elke deelschool tenminste twee daartoe geschoolde docentbegeleiders (SD) en voorlopig één groepswerkbegeleider (SG).

4. Tijdpad

Om het doel te bereiken dat we ons gesteld hebben zal een periode van ongeveer 5 jaar nodig zijn. Per deelschool zal het scholingstraject, nodig om in 5 jaar het hele team op basisniveau B2 te brengen en de voldoende deskundigen en specialisten te krijgen, verder uitgewerkt worden (zie bijlage 3.1, 3.2 en 3.3). De uitwerkingen wordt jaarlijks bijgesteld.

Wezenlijke elementen in die uitwerking zijn:

-          Tijdpad,

-          Cursuskosten per jaar,

-          Begeleiding en de kosten daarvan per jaar,

-          Formatie per jaar.    

Niet alle scholen hebben dezelfde beginsituatie. Van beide schooltypes is die hierna kort weergegeven

4.1 HAVO/VWO

Op het Peellandcollege is in het schooljaar 2000/2001 een oriëntatiejaar. In dit jaar hebben 20 docenten basisniveau B1 (TGO/ILS) bereikt.

4.2 VMBO

De deelscholen met VMBO zijn verder in hun ontwikkeling met onderlinge verschillen tussen het Hub van Doornecollege en het Alfrinkcollege. De bekwaamheden die op dit moment aanwezig zijn staan hierna opgesomd.

4.2.1 Alfrinkcollege

Basisniveau (B1)        : 40 personen

Trainer (ST)                :   2 personen

4.2.2 Hub van Doornecollege

Basisniveau (B1)        : allen

Basisniveau (B2)        : loopt voor allen

Deskundige (D)          :18  personen

Docentbegeleider SD :  3  personen

5. Organisatiestructuur

Binnen  IVO-Deurne gaan de drie portefeuillehouders onderwijs onder leiding van de rector  de stuurgroep vormen. Deze groep wordt, zolang als nodig is, aangevuld met externe deskundigen. De taak van de stuurgroep is het voorbereiden van het beleid t.a.v. de onderwijsvernieuwing, de coördinatie van de uitvoer aan de hand van een door elke portefeuillehouder onderwijs jaarlijks op te stellen uitvoeringsplan, het periodiek evalueren van het vernieuwingsproces en het voorbereiden van voorstellen tot bijstelling ervan. Zie hiervoor ook paragraaf 1.

Binnen elk onderwijsgebied (HAVO/VWO en VMBO) worden de portefeuillehouders bijgestaan door een innovatieteam. Dit is een kleine groep van deskundigen en specialisten.

De voorstellen van de stuurgroep worden in de innovatieteams besproken. Door de rector worden de voorstellen ter vaststelling voorgelegd aan de Instellingsraad. Alvorens deze hierover besluit zal het managementteam advies gevraagd worden. Zie ook het organogram in bijlage 2.

6. Financiën en formatie

6.1 Scholing

Toelichting vooraf:

De opleidingskosten voor het basis- en deskundigenniveau worden betaald uit het scholingsbudget van de deelschool.

De opleidingskosten voor de specialisten worden betaald door Instelling Voortgezet Onderwijs Deurne.

Als compensatie voor de tijd die nodig is voor de cursus wordt het volgende uitgangspunt gehanteerd:

-          Scholing basisniveau (B1,2)  : geheel deskundigheidsbevordering; zie (1)

-          Scholing deskundigen (D)     : 2/3 deel deskundigheidsbevordering en 1/3 deel

  koptaak;  zie (2)

-          Scholing specialisten(Sx)       : helft deskundigheidsbevordering en helft koptaak;

  zie (3)

Het deelnemen aan intervisiegesprekken en collegiale consultatie wordt als deskundigheidsbevordering beschouwd.

Een groep bestaat steeds uit ongeveer 20 personen.

Bij alle drie deelscholen is bij de scholing rekening gehouden met de stand van zaken op het einde van het lopend schooljaar (2000-2001).

De genoemde kosten zijn vaak meestal de kosten zoals die worden opgegeven voor individuele, externe cursussen.

Door cursussen te combineren en/of  "in huis" te halen kunnen de kosten mogelijk nog gedrukt worden.

Het innovatietraject zal zich vermoedelijk uitstrekken over een periode van 5 jaar. De totale kosten van het opleidingstraject kunnen dus verdeeld worden over die zelfde periode. Daardoor ontstaat er een egalisatie van de kosten.

De structurele kosten zijn geschat. Jaarlijks worden de functieomschrijvingen met de daarin opgenomen taken en het aantal uren geëvalueerd

6.1 Scholing

6.1.0 IVO-Deurne

 

 

 

 

 

 

 

Kosten

Enkel

Kosten

Totaal

 

 

Externe ondersteuning

5 jaar

 

 

 

 

Specialisten

17 pers.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Totaal IVO-Deurne

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kosten

Enkel

Kosten

Totaal

Formatie

per pers.

Formatie

Totaal

6.1.1 Peellandcollege

 

 

 

 

 

Basisniveau B1  

2 gr.

 

 

(1)

 

Basisniveau B2

5 jaar

 

 

(1)

 

Externe begeleiding

2 jaar

 

 

 

 

Deskundigen (D)

10 pers.

 

 

 30 (2)

300 uren

Trainers (ST)

1  pers.

 

 

50 (3)

50 uren

Docentbegeleiders (SD)

3  pers.

 

 

50 (3)

150 uren

Groepswerkbegeleiders (SG)

1  pers.

 

 

50 (3)

50 uren

 

 

 

 

 

 

Totaal Peellandcollege

 

 

 

 

550 uren

 

 

 

 

 

 

6.1.2 Alfrinkcollege

 

 

 

 

 

Basistraining (B1)

½ gr.

 

 

(1)

 

Basistraining beroepsgerichte vakken (B1)

1 gr.

 

 

(1)

 

Basistraining (B2)

5 jaar

 

 

(1)

 

Externe begeleiding

 

 

 

 

 

Deskundigen  (D)

10 pers.

 

 

30 (2)

300 uren

Trainers (ST)

1 pers.

 

 

50 (3)

PM

Docentbegeleiders (SD)

4 pers.

 

 

50 (3)

200 uren

Groepswerkbegeleiders (SG)

2 pers.

 

 

50 (3)

100 uren

 

 

 

 

 

 

Totaal Alfrinkcollege

 

 

 

 

600 uren

 

 

 

 

 

 

6.1.3 Hub van Doornecollege

 

 

 

 

 

Basistraining beroepsgerichte vakken (B1)

1 gr.

 

 

(1)

 

Basistraining (B2)

 5 jaar

 

 

(1)

 

Externe begeleiding

 

 

 

 

 

Deskundigen (D)

10 pers.

 

 

 

 

Trainers (ST)

1 pers.

 

 

50 (3)

50 uren

Docentbegeleiders (SD)

2 pers.

 

 

50 (3)

100 uren

Groepswerkbegeleiders (SG)

2 pers.

 

 

50 (3)

100 uren

 

 

 

 

 

 

Totaal Hub van Doornecollege

 

 

 

 

250 uren

6.2 Structureel

 

 

Formatie

 per pers.

Formatie

 Totaal

6.2.1 Peellandcollege

 

 

 

Deskundigen (D)

 

 

PM

Coördinator

1 pers.

100

100 uren

Trainer (ST)

1 pers.

 150

150 uren

Docentbegeleider (SD)

3 pers.

 200

 600 uren

Groepswerkbegeleider (SG)

1 pers.

150

 150 uren

 

 

 

 

Totaal Peellandcollege

 

 

1000 uren

 

 

 

 

6.2.2 Alfrinkcollege

 

 

 

Deskundigen (D)

 

 

PM

Coördinator

1 pers.

50

50 uren

Trainer (ST)

1 pers.

 150

150 uren

Docentbegeleider (SD)

4 pers.

 200

800 uren

Groepswerkbegeleider (SG)

2 pers.

150

300 uren

 

 

 

 

Totaal Alfrinkcollege

 

 

1300 uren

 

 

 

 

6.2.3 Hub van Doornecollege

 

 

 

Deskundigen (D)

 

 

PM

Coördinator

1 pers.

50

50 uren

Trainer (ST)

1 pers.

 150

150 uren

Docentbegeleider (SD)

4 pers.

 200

800 uren

Groepswerkbegeleider (SG)

2 pers.

150

300 uren

 

 

 

 

Totaal Hub van Doornecollege

 

 

1300 uren

 BIJLAGE  1

Organogram

BIJLAGE 2

Enkele definities

Supervisie:

Een groepsproces onder deskundige leiding waarbij een personeelslid leert reflecteren op het eigen beroepsmatig handelen.

Intervisie:

Een groepsproces waarbij een personeelslid samen met collega’s  reflecteert op het eigen beroepsmatig handelen.

Collegiale consultatie:

Ondersteuning van een personeelslid door collega’s.

Stuurgroep:

De drie portefeuillehouders onderwijs van de deelscholen onder leiding van de rector eventueel aangevuld met externe deskundigen.

Innovatieteam:

Een kleine groep van deskundigen en specialisten per onderwijssoort onder leiding van de portefeuillehouder(s) onderwijs.