We hebben 125 gasten online

2004 W.M. van der Veur: Studiehuis? Gekkenhuis!

Gepost in Onderwijs

W.M. van der Veur was docent Nederlands en CKV1 (cultureel kunstzinnige vorming) op het Marnix College te Ede. Dit is een bewerking van zijn afscheidsrede toen hij vorige maand met pensioen ging.

Artikel verscheen in het NRC van 19-07-04

Sinds de invoering van de Mammoetwet in 1968 staat de professionaliteit van docenten in het voortgezet onderwijs voortdurend onder druk. Er wordt veel gemopperd op de huidige leerling, maar die houdt leraren een spiegel voor. En van dat beeld word je niet vrolijk. In mijn 37 jaar in het onderwijs heb ik heel wat vernieuwingsgolven meegemaakt, met alle tegenstrijdigheden, verwarring en onzekerheid die daarbij horen. Het is een slingerbeweging die voorlopig nog wel even zal doorgaan, en die knaagt aan de dagelijkse praktijk in de klas en het professionele beeld dat een docent van zichzelf heeft. In 1993 werd de Basisvorming met een reeks kerndoelen ingevoerd; onlangs is die basisvorming weer afgeschaft. In 1998 kregen we de Tweede Fase met het 'Studiehuis'. De pleidooien voor 'selectie aan de poort' bij vervolgopleidingen doen verwachten dat dit Studiehuis ook geen lang leven beschoren zal zijn. Leraren blijken een volgzaam volkje te zijn. We pikken en slikken tot nu toe alles en laten ons onze professionaliteit afpakken. Van hogerhand wordt ons stelselmatig afgeleerd om ons werk met toewijding en persoonlijke betrokkenheid te doen. Het resultaat: cynisme, onverschilligheid of in het gunstigste geval burgerlijke ongehoorzaamheid. Door invoering van de Tweede Fase in havo/vwo nam het aantal examenvakken sterk toe. Daarmee verminderde de beschikbare tijd per vak. Voor historisch-cultureel inzicht en persoonlijkheid bevorderend literatuuronderwijs, waarin je altijd veel creativiteit kwijt kon, kwam veel minder ruimte. Taalvaardigheid werd het 'kerndoel'. De Studiehuisaanpak heeft de professionele identiteit, toewijding en persoonlijke betrokkenheid van docenten ondermijnd. Het idee was veel te idealistisch. Leerlingen moesten zelfstandig leren op de computer en via invuloefeningen in werkboeken. Maar in de praktijk is de leerling afhankelijk geworden van studiewijzers, van opgeleukte en liefst thematische werkboeken en van volledig dichtgespijkerde toetsen. De eigen inhoudelijke en creatieve bijdrage van de docent en leerling werden daardoor gereduceerd. Iedere goede onderwijzer weet dat het kennisniveau daalt als je minder inspanning vraagt, als je persoonlijke betrokkenheid negeert en als de 'need for affection, control and inclusion' bij leerlingen afneemt. Het fraaie opvoedingsideaal van hogerhand blijkt in de praktijk te botsen met de koopmansmentaliteit van calculerende minimumlijders die hun werk niet op tijd of op het allerlaatst inleveren en afspraken niet nakomen, van free riders die anderen het werk laten opknappen en van te veel leerlingen die 'gaan voor' de 5,5. Het systeem legt de motivatie, gemakzucht en structuurloosheid van veel leerlingen (en docenten?) genadeloos bloot. Vooral het vak Nederlands ligt onder vuur. Heel veel leerlingen hebben de grootste moeite om een geschreven tekst en de argumentaties hierbij te analyseren, om hoofd- en bijzaken te onderscheiden en om bronnen zorgvuldig te gebruiken (lang leve internet?). Intussen wordt de leerling steeds mondiger, opgevoed in het grenzenverleggend onderhandelingsmodel, niet bestand tegen frustratietolerantie en geslepen in het jongleren met een gedoogbeleid, zwakke momenten of angsthazengedrag van docenten. En dan wordt hij of zij ook nog opgejaagd door ambitieuze en 'mondige' ouders. Veel ouders hebben een heel andere opvatting over zelfstandigheid en verantwoordelijkheid dan de pedagogische idealen van het Studiehuis. De docenten zitten mooi tussen Scylla en Charibdis. Ouders zien de leraar immers niet meer als een autoriteit, maar als een noodzakelijke dienstverlener die meer aandacht moet geven aan hun fantastische kind. Bij elk conflictje tussen leraar en kind, ook als regels zijn overtreden en een straf is toegepast, gaan te veel ouders blindelings achter hun kind staan. Het liefst komen zij direct op school verhaal halen. Daarbij zijn de verhoudingen in de loop der tijden verhard. Ook 'ludieke' acties van leerlingen hebben in een door agressie beheerst publiek domein veel van hun onschuld verloren. Het gevaar van het Studiehuis, dat leerlingen wil 'leren leren', schuilt in de pretenties en de te hoog gespannen verwachtingen. Bovendien is in de Tweede Fase een oneigenlijke tegenstelling geschapen tussen frontaal onderwijs (lees: passief, saai, geestdodend) en zelfstandig projectgericht werken (lees: actief, dynamisch, surfen op internet). Hier doemt het spook van 'leukheid' op. Laat men toch erkennen dat voor de grote meerderheid van scholieren en studenten school/studie/werk niet top of the bill is van leukheid, maar behoort tot de categorie plichten. Aan een plicht wil je je niet per se onttrekken, zeker niet als er het prijskaartje van een cijfer aan hangt en als je er heus wel het nut en belang van inziet. Maar dan moet het werk voldoende worden gecontroleerd door de docent en moet het niet oeverloos uitdijen door opdrachten als 'Lever over een maand je werkstuk in'. En dan moet het ook beloond worden met meer dan zo'n dood vogeltje (zo'n 'vinkje', weet u wel). Op school heeft een leerling tien of twaalf vakken. De meeste daarvan mogen zich niet koesteren in zijn warme, persoonlijke interesse en intrinsieke motivatie. En wij docenten maar met z'n allen ons vak 'opleuken' en 'gezellig' maken. Dus hupsakee, voor alle vakken het Six-Flagsmodel: dossiers, powerpoint- en posterpresentaties, verplicht in groepjes werken, zelf weten wanneer je hulp van je leraar nodig hebt. Als leerling toch om gek van te worden? Studiehuis? Gekkenhuis! Een didactisch basisprincipe dat een lesinhoud zin, nut, een doel en een adequate werkvorm moet hebben, lijkt ondergesneeuwd te raken. Het klakkeloos hanteren van een fun-model levert geen rendement op. Veel leerlingen verwachten gewoon les: geef mij die informatie op een heldere, efficiënte of nuttige wijze, overhoor me, controleer mijn werk goed en laat me verder met rust. Ik ben niet tegen variatie in werkvormen, maar die werkvormen moeten interessant zijn, intellectueel en/of emotioneel uitdagend, kennis- en inzicht bevorderend en/of probleemoplossend. Dat is wat anders dan 'leuk'. Ik ben een voorstander van persoonlijke betrokkenheid van leerlingen, het is goed als zij verantwoordelijkheid leren nemen en consequenties daarvan leren dragen. Maar dat is soms/vaak niet 'leuk'. Ik besef echter ook dat je hiermee een groot maatschappelijk probleem blootlegt, dat je als school en docent niet eventjes oplost. Scholen en docenten: wees niet bang in uw eisen van kennis, inzicht en vaardigheden voor elitair en in uw pedagogisch concept moreel voor 'streng' te worden versleten. Het voorkomt veel verbale en fysieke agressie en veel puinhopen.