We hebben 127 gasten online

2004 G. De Vries: Leerling snakt naar ordelijke standaardles

Gepost in Onderwijs

Van onderwijskundigen moet het middelbaar onderwijs minder saai worden. G. de Vries treft leerlingen die juist van voorspelbaar onderwijs in een rustige klas houden.

Reactie van G. de Vries lerares Basisvorming op de vernieuwde Basisvorming VK 23 juni 2004

Van onderwijskundigen moet het middelbaar onderwijs minder saai worden. G. de Vries treft leerlingen die juist van voorspelbaar onderwijs in een rustige klas houden.

Wie moet bepalen wat kinderen op school leren? De minister van onderwijs of de leraren? Harm Meijerink, voorzitter van de Taakgroep Vernieuwing Basisisvorming, weet het wel (de VoIkskrant, 11 juni). De leraren natuurlijk.

Het vervelende is dat niet de minister van Onderwijs dat bepaalt, en evenmin de leraren. Degenen die dat bepalen zijn mensen als Meijerink, voorzitter van 'de Taakgroep Basisvorming. Onderwijs wordt vormgegeven door allerlei commissies met allemaal ,experts', waarvan de status nogal onduidelijk is.

Wat is het probleem als je telkens wisselende commissies het onderwijs laat vormgeven? Dat je een vrijwel constante vraag om 'vernieuwing' krijgt. Maar goed onderwijs 'daar blijf ik bij, verandert niet voortdurend. Als je een goede manier hebt gevonden of overgenomen, om de stelling Van Pythagoras of het lijdend voorwerp uit te leggen en je merkt in de klas dat die werkt, hoef je die niet telkens te vernieuwen. Het is een misverstand dat iedere generatie kinderen een totaal andere aanpak nodig heeft.

De kern van goed onderwijs blijft: orde in de klas, goed uitleggen, in kleine stapjes voor degenen (de meesten) die geen aanleg hebben voor het vak, niet te veel stof aanbieden, regelmatig herhalen, vragen beantwoorden op het moment dat de leerling daarmee zit (en niet uren later, zoals in het studiehuis), en proefwerken maken van alleen de behandelde stof. Dat was dertig jaar geleden al zo, en dat zal over dertig jaar nog steeds zo zijn. Meijerink beweert dat lessen te standaard zijn, en dat leerlingen dat saai vinden. Mijn bevinding is dat de meeste leerlingen juist erg van standaardisering houden. Voorspelbaarheid en structuur maakt de dag van leerlingen overzichtelijk, de lesstof voorspelbaar, en het plannen gemakkelijk. Het vergemakkelijkt ook het opnemen van (veel) lesstof en het (zelfstandig) herhalen van lesstof. Ik ben mentor van een vmbo-klas in de onderbouw, en de klachten die ik (al'jaren) hoor van leerlingen lijken helemaal niet op wat Meijerink zegt. Leerlingen hebben moeite met leraren die geen orde kunnen houden, die niet uit kunnen leggen, onduidelijke repetities geven; leraren die te snel of te langzaam gaan; leraren die hun lessen onvoldoende voorbereiden, of nauwelijks cijfers geven.Klachten die wijzen op een behoefte aan standaardisering en transparantie, en dat klopt, want leerlingen zijn net zoals de meeste volwassenen. Ze houden van duidelijkheid en consistentie, en zijn redelijk conservatief.

Het misverstand waar de opvatting van Meijerink op berust, is dat hij ervan uitgaat dat een gestandaardiseerde les betekent dat een leraar nauwelijks iets uitlegt, en alles even humorloos benadert. Dat is tamelijk kwaadaardig en vooringenomen.

Bovendien, en dat is de realiteit van het onderwijs natuurlijk, worden alle vernieuwingen vanzelf standaard. Presentaties, werkstukken, excursies, computeron - dersteund onderwijs, et cetera waren misschien vroeger enorm vernieuwend, maar zijn dat allang niet meer. Nogal wat ideeën van docenten die helemaal zo gek niet zijn, worden door leerlingen beantwoord met gegaap, omdat ook voortdurende vernieuwing gaat vervelen. De vorm, daar blijf ik bij, kan maar zeer kort bekoren, de inhoud is veel belangrijker.

Daarmee betwist ik niet dat je ook leuke dingen moet doen, dat je humor moet hebben, en af en toe wat anders moet doen, maar voor zulke clichés heb je toch echt geen Taakgroep nodig.

Dat neemt niet weg dat ik in tegenstelling tot Meijerink vind dat het ministerie van Onderwijs zich wel degelijk bezig moet houden met de inhoud van het onderwijs, (waar heb je eigenlijk anders een ministerie voor?) maar dan niet altijd op zo'n ideologische en improductieve manier. Ook ik hou van standaardisering, en ik zou willen dat men zich duidelijke op de vakken gerichte doelen stelt, die niet iedere paar jaar volledig veranderden. Misschien zou dit departement dan ook eens tijd en geld overhouden om zich te bekommeren om schoolproblemen die leraren en leerlingen echt zouden helpen.

Reactie van G. de Vries lerares Basisvorming op de vernieuwde Basisvorming VK 23 juni 2004