We hebben 243 gasten online

2004 Ton van Haperen: Puppet on a string

Gepost in Onderwijs

De rollen op school veranderen. Nog even en de leraar heeft niets meer te vertellen. Ik zal het uitleggen. Eerst terug in de tijd, tien jaar geleden. Het ministerie produceert woeste plannen en onmogelijke opdrachten. Dat is even lastig. Schooidirecteuren doen serieuze pogingen tot beleidsuitvoering, belanden al snel in een loyaliteitsconflict, beseffen dat het hemd nader is dan de rok, kiezen voor hun personeel en tegen de grote boze overheid. Einde probleem. Hoewel.... intussen gaat wel van alles mis. Het lerarentekort loopt op, vernieuwingen mislukken en verhalen over contraproductieve regelzucht halen de krant. De politiek trekt haar conclusie: bekijk het maar. Ineens is autonomie het toverwoord. De sector aan de professionals, die weten zelf wat goed is en bedenken oplossingen op maat. Geen grand designs meer. Basisvorming of tweede fase zijn passé.

Vooruitgang? Was dat maar waar. Dit is tien keer erger. Scholen worden geleid door brave borsten. Coördinatoren, conrectoren en rectoren zijn mensen die hun best doen, met promotie als beloning. Beheren van een school gaat in een duidelijke omgeving goed, maar die tijd is nou net voorbij. Door de terugtrekkende beweging van de overheid ontstaat een vacuüm. Leidinggeven is meer dan uitvoeren. Directies moeten aan de bak. Het begint aarzelend met schadevrije operaties als voortschrijdend jaarcijfer en periodisering. Maar als maatregelen in de praktijk niet brengen wat ze op papier beloven, lopen directies in de Zoetermeer-val, variant Netelenbos. Aan de kwaliteit van de besluiten kan het niet liggen, beleid moet consistent zijn en de conclusie tekent zich af. insubordinatie... het personeel als vijand! Dus doordrukken, gas erop. Voor we het weten racen we met hoge snelheid in een doodlopende weg.

Voorbeelden?

Een kwartier na aanvang van de les gaat een zoemer.De leraar stopt met praten, waarna volgens een interne beleidsnotitie leerlingen zelfstandig werken.

Ergens anders mogen de tafels niet meer achter elkaar staan.

Conciërges draaien een avond overuren en verschuiven de boel. Een opstelling in groepjes bevordert samenwerkend leren, volgens de nota van de vernieuwingscommissie. En dan de nieuwe flinkheid. De waarden –en -normenhype brengt menigeen in de war. Straffen is ineens cool. Op een school mogen leerlingen niet te laat komen. Nu is dat overal zo, maar hier worden ze niet toegelaten tot de les en promoveren zodoende tot spijbelaar. De bijbehorende schorsing krijgen ze er gratis bij. Leraren wordt steeds meer uit handen genomen. Het management bepaalt de werkvorm, de opstelling in de klas en de wijze van straffen. De leermethode doet de rest. De leerling is zelfstandig, de leraar a puppet on a strinq.

De enige logische reactie op dit dédain is ongehoorzaamheid. Ik bepaal de inhoud van mijn les, die tafels zet ik terug, telaatkomers zijn welkom en als op een ongewenst moment een zoemer gaat, zet ik die uit. Onzin is onzin, of die nou uit Zoetermeer komt of van schoolleiders. Maar ik merk wel: vroeger kon ik hier hard om lachen... steeds vaker voel ik me erg alleen.