We hebben 374 gasten online

2006 Hanne Obbink: de leraar heeft vijf lagen management boven zich

Gepost in Onderwijs

Hanne Obbink in Trouw 30 oktober 2006

Minder managers, minder bureaucratie in het onderwijs: veel politieke partijen beloven het in hun programma maar bureaucratie is ingebakken in de dagelijkse praktijk. Zelfs een kapotte bureaustoel vervangen is ingewikkeld.

 

Kees van Wijk, docent natuurkunde aan de Interconfessionele Scholengroep Westland in Naaldwijk, loopt tegen zijn pensioen. Hij heeft,de tijd nog meegemaakt dat zijn school het kon doen met een rector als 'eerste onder gelijken' en dat een conrector gewoon les gaf. Plus een conciërge en wat mensen op de administratie - dat was het wel zo'n beetje. "Als je problemen had met je computer of je had een nieuwe stoel nodig, dan wist je bij wie je moest zijn", vertelt hij. "Nu vaak niet. Je verzoek wordt door hogere echelons opgenomen in hun planning en wat er dan mee gebeurt, daar heb je geen greep op."

De school waar Van Wijk werkt maakt deel uit van SCO Lucas, een scholengemeenschap met 51 basisscholen en acht scholen voor voortgezet onderwijs in Den Haag en omstreken. De afdeling voortgezet onderwijs van SCO Lucas telt 16.000 leerlingen en 1800 medewerkers. De acht scholen zijn verspreid over 29 vestigingen, elk met een eigen directie en daaronder vaak nog afdelingsdirecteuren. Al met al zijn er zo'n zeventig directeuren. Veel SCO Lucas-docenten hebben maar liefst vijflagen management boven zich.

Die managers doen ook in de klas hun invloed gelden, vertelt Van Wijk. Zijn eigen directie wilde bijvoorbeeld dat docenten aan alle schoolvestigingen dezelfde methode gingen hanteren om rapportcijfers te bepalen. Ook als er nieuwe lesmethodes werden aangeschaft, was de druk groot om alle vestigingen gelijk te schakelen. Van Wijk: ..Als docent krijg je dan het gevoel dat er van alles van bovenaf wordt geparachuteerd, zonder dat er rekening wordt gehouden met de werkvloer."

Die trend is inmiddels gekeerd. Een paar jaar geleden is binnen SCO Lucas besloten dat de directies van de acht scholen een stap terug zouden doen; ze laten nu meer over aan de afzonderlijke vestigingen. "Dat wordt door de werkvloer zeer gewaardeerd", zegt Meindert de Schiffart, docent aardrijkskunde aan een SCO Lucas-school in Pijnacker. "liever nog zou ik teruggaan naar de situatie van vroeger, toen elke vestiging weer helemaal zelfstandig was. Dat was een heerlijk platte organisatie, met weinig hiërarchie. "

SCO Lucas staat model voor veel onderwijsinstellingen. Vooral in het beroepsonderwijs en later ook het voortgezet onderwijs zijn de afgelopen jaren enorme scholen ontstaan. Een belangrijke aanleiding daarvoor was het beleid van de rijksoverheid; die schoof steeds meer taken af naar de scholen zelf. Scholen werden bijvoorbeeld verantwoordelijk voor hun eigen financiën en hun eigen personeelsbeleid. Om dat aan te kunnen, fuseerden ze vaak tot onderwijsgiganten met eigen afdelingen financiën en personeel en eigen onderwijskundigen. Docenten hebben daardoor tegenwoordig minder te maken met het ministerie en meer met hun eigen centrale bureaus - van de regen in de drup, vinden zij vaak.

Maar de Onderwijsraad deed onderzoek naar bureaucratie en die concludeerde dat er geen reden is om het beleid terug te draaien. Dat scholen meer autonomie hebben gekregen is 'uitstekend', schreef de raad twee jaar geleden in dat onderzoek. lnderdaad, door al die fusies is de bureaucratie toegenomen; in alle onderwijssectoren is meer geld gaan zitten in beleid, organisatie en formulieren en minder in 'handen in de klas'. Maar dat kan ook bijna niet anders, voegde de raad daaraan toe, want om grote scholen te besturen zijn nu eenmaal structuren en procedures nodig.

Wie de website van SCO Lucas bezoekt, krijgt al snel een indruk van wat dat in de praktijk voor leraren inhoudt. Voor van alles en nog wat zijn er standaardformulieren voorhanden: voor het aanvragen van spaarloon, voor verschillende soorten verlof, voor bijscholing, voor deelname aan het 'fietsplan' , voor verhuizing enzovoorts. Wel steeds de juiste bescheiden meesturen, wordt er gewaarschuwd, want "een niet volledig of onjuist ingevuld formulier zal niet in behandeling genomen worden".

Toch is het goed dat het ministerie van Onderwijs niet langer tot in detail bepaalt wat er in het onderwijs gebeurt, vindt Hein van Asseldonk, lid van het college van bestuur van SCO Lucas. "Daar is het onderwijs beter van geworden. Scholen zelf kunnen veel beter dan de overheid inspelen op wat er om hen heen gebeurt, op veranderingen onder leerlingen, op veranderende eisen van ouders. Maar dat kan niet zonder eigen. bestuurlijk apparaat."

Dat 'bestuurlijk apparaat' bestaat bij SCO Lucas behalve uit zo'n 70 directeuren ook uit een centraal stafbureau, waar nog eens zeventig mensen werken. Maar voor het verwijt van bureaucratie toont Van Asseldonk zich weinig gevoelig. "Ik erger me aan de kreten daarover", zegt hij. "Het is een makkelijk sentiment. Alsof je vanzelf goed onderwijs krijgt als je leraren en leerlingen bij elkaar zet. Dat klopt niet. Natuurlijk, alles wat er op het gebied van management en beleid gebeurt, moet doelmatig en sober gebeuren. Maar het is een illusie om te denken dat het overbodig is. "

De schaalvergroting is niet terug te draaien, vervolgt Van Asseldonk. Afzonderlijke scholen hebben simpelweg het geld niet om op elk gewenst terrein een professionele functionaris aan te stellen. Grotere scholengroepen kunnen dat wel. "Neem zoiets simpels als die kapotte bureaustoel. Vroeger waren die stoelen van schokbeton gemaakt, tegenwoordig heb je te maken met allerlei arbo-eisen. Alles is ingewikkelder geworden, dus heb je mensen nodig die. verstand van zaken hebben." En dat een gewone leraar daardoor niet meer weet hoe hij aan een nieuwe stoel komt? "Dat is een kwestie van heldere communicatie. Daar hebben we tot nu toe te weinig aandacht aan besteed."

Managers moeten zich weten te beperken, vindt Van Asseldonk. "Ik stuur niet snel mensen van ons stafbureau op de leraren af, daar ben ik zeer terughoudend in. Mijn taak is meer het op gang houden van het nadenken over kwaliteit, het leggen van verbindingen. We willen iets en bereiken we dat ook? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de ene school leert van de andere? Dat zijn de vragen die ik stel. Wij moeten docenten niet de wet voorschrijven. Dat kan ook niet, trouwens. Daarvoor zijn ze veel te eigenzinnig."

Draagt het bureauwerk bij aan goed onderwijs?

De afdeling voortgezet onderwijs van SCO Lucas telt 1800 personeelsleden. Daarvan staat 22 procent, 400 mensen, niet voor deklas. Daarnaast werken er nog eens zeventig mensen op een centraal stafbureau. Wat doen al die mensen? Op de scholen zelfwerken conciërges, logopedisten, schoolmaatschappelijk werkers, onderwijsassistenten,- ict- ondersteuners, administratief medewerkers. .

l1et bestuur ze1f zetelt samen met het stafbureau in een kantoorgebouw waar nooit een leerling te zien is . dat bureau houdt zich onder meer bezig met de administratie, bijvoorbeeld op het gebied van personeel en financiën. ook beleid wordt voor een deel op het stafbureau uitgedacht.

'Ik stel mezelf regelmatig de vraag of mijn werk bijdraagt aan goed onderwijs', zegt bestuurslid Van Asseldonk. 'Meestal vind ik van wel, maar er zijn bezigheden waarvan ik dat niet zeker weet. Vooral als het gaat om allerlei subsidies. Ik ben er zeker 20% van mijn tijd aan kwijt om die te beantwoorden. Ik vraag me wel eens af of de opbrengst opweegt tegen de kosten'.