We hebben 454 gasten online

2006 Gerard Engels: Onderwijs is meer dan ooit in handen van leraren

Gepost in Onderwijs

Volkskrant 18 november 2006

De laatste tijd is er regelmatig discussie over de managers in het onderwijs. Tegenstanders beweren dat hoe meer managers er zijn, des te minder geld er is voor het primaire proces en daarmee wordt dan bedoeld dat docenten harder moeten werken onder zwaardere omstandigheden. Nu is het zeker zo, dat alles uit één pot betaald moet worden (de zogenoemde 'lump sum-financiering) en dat geld maar één keer uitgegeven kan worden. Maar de conclusie wordt wat al te snel getrokken.

In mijn scholengemeenschap werken 300 medewerkers verspreid over zeven locaties in drie plaatsen. Ze is ontstaan in de jaren negentig als gevolg van de door de rijksoverheid in gang gezette schaalvergroting in het onderwijs. Het directieteam van de nieuwe school telde destijds twaalf leden van wie vier bovenschools. Na tien jaar is dat teruggebracht naar zeven leden, van wie twee bovenschools. In vergelijkbare scholengemeenschappen heeft zich iets soortgelijks voorgedaan.

Maar dit betekent nog niet dat er minder managers zijn in het voortgezet onderwijs, hooguit dat er minder directieleden zijn. Hier ligt denk ik de kern van het misverstand. De directies richten zich steeds meer op de invloed die opvattingen in samenleving en politiek hebben op het onderwijs. Denk aan leerlingen met een handicap die hun plek moeten krijgen in het reguliere onderwijs, aan de opvang en begeleiding van probleemjongeren, maar ook aan onderwijsvernieuwing (brede school, tweede fase, vmbo, praktijkonderwijs), ict-toepassingen, integraal personeelsbeleid (onder meer terugdringen van burn-out) en de grotere (financiële) verantwoordelijkheden bij scholen.

Deze ontwikkelingen vragen om meer managers. Daarin wordt voorzien door 'teamleiders': leraren die werkzaamheden overnemen van directieleden, vooral op het gebied van onderwijsontwikkeling, personeelszorg en leerlingenzorg. Het nieuwe functiewaarderingssysteem, zoals dat kortgeleden landelijk is ingevoerd, leert ons dat deze leraren over het algemeen één of twee loonschalen hoger worden ingeschaald, vanwege de grotere verantwoordelijkheden en de grotere werkdruk die deze nieuwe functie met zich meebrengt. In mijn schoolorganisatie opteren vooral de wat oudere, ervaren docenten voor een dergelijke functie. Zij zijn ook nog eens belast met ongeveer 50 procent van een volledige lessentaak van een leraar. Zij maken deel uit van de betrokken, hardwerkende leraren in mijn scholengemeenschap en het is een belediging hun het predikaat 'carrièremanager' op te plakken en al helemaal hen te betichten van machtsmisbruik en intimidatie.

Het onderwijs is dus meer dan ooit in handen van leraren, en dat is een goede ontwikkeling. De kosten van deze teamleiders worden bestreden met het verminderen van het aantal directieleden. Dit gaat dus niet ten koste van het onderwijs, maar komt daar juist aan ten goede door de kwaliteitsimpulsen waarvoor teamleiders verantwoordelijk zijn.

Gerard Engels De auteur is directeur van de scholengemeenschap Pantarijn in Wageningen.