We hebben 237 gasten online

2006 Opstand van scholieren ROC tegen competentiegericht leren

Gepost in Onderwijs

Steeds meer scholieren van Regionale Opleidings Centra (ROC) in het land komen in actie tegen het zogenaamde competentiegericht leren.

Men komt in opstand omdat er steeds meer lessen uitvallen en de kwaliteit van de opleiding achteruit dreigt te gaan.

Competentiegericht leren is een vorm van leren waarin studenten voortaan zelf vorm en inhoud moeten geven aan hun lesprogramma. Scholieren ervaren de invoering van competentiegericht leren als negatief omdat ze het gevoel hebben aan hun lot te worden overgelaten.

De eerste signalen kwamen naar buiten uit Heerenveen waarbij tientallen leerlingen letterlijk in opstand kwamen tegen het nieuw ingevoerde systeem. Nadat de leerlingen door middel van een staking uiting hadden gegeven aan hun frustraties besloot de leiding van de school om direct 1,2 miljoen euro uit te trekken voor het aannemen van nieuw personeel en de studenten zodoende meer begeleiding en lesuren aan te bieden.

Een ander signaal kwam van het ROC Midden Nederland waar een groot aantal leerlingen een brief schreven naar de minster van onderwijs over de slechte kwaliteit van de opleiding informatica.

Een derde signaal betreft twee leerlingen van ROC Flevoland die hun lesgeld terugeisten van de Informatie Beheer Groep.

Daarnaast klaagde een moeder over ROC A12 te Ede over gebrek aan begeleiding van leerlingen.

Vanuit de jongerenorganisatie Beroepsonderwijs kwam het bericht dat het aantal klachten over mbo-opleidingen toeneemt. "Er is te weinig begeleiding en les. De studenten moeten het zelf maar uitzoeken".

Sociaal en Cultureel Planbureau (Het SCP is een interdepartementaal wetenschappelijk instituut, dat zelfstandig onderzoek doet en op basis hiervan gevraagd en ongevraagd adviezen uitbrengt) bracht al een rapport uit waarin het zich kritisch uitliet over de effectiviteit van het competentiegerichte leren.

Het rapport :

SCP-publicatie 2006/13, Duaal als ideaal? Leren en werken in het beroeps- en hoger onderwijs, Ria Bronneman-Helmers, Den Haag, Sociaal en Cultureel Planbureau, juni 2006, ISBN 90 377 0208 2,

prijs € 16,50.

trok een aantal conclusies:

· Ruim één miljoen jongeren en jong volwassenen volgen een opleiding in het beroepsonderwijs of het hoger onderwijs.

· De overgrote meerderheid van de studenten (bijna 80%) doet praktijkervaring op via stages. Bijna één op de acht deelnemers volgt een duale opleiding (deels werken, deels leren), waarbij het merendeel van de onderwijstijd wordt gewerkt.

· Een kwart van alle arbeidsorganisaties had in 2003 een deelnemer aan een duale opleiding in dienst. Ruim eenderde van alle bedrijven bood dat jaar een stageplaats aan studenten van het mbo en hbo.

· In het onderwijs worden leren en werken inhoudelijk nog weinig met elkaar verbonden. Onderwijs en bedrijfsleven zijn grotendeels gescheiden werelden met eigen belangen.

· In het hbo wordt nog maar eenderde deel van de onderwijstijd op de hogeschool doorgebracht. De contacttijd met docenten is de afgelopen jaren sterk teruggelopen.

· Door de geleidelijke afname van de effectieve onderwijstijd dreigt op den duur een daling van het onderwijsniveau.

· Er is nog weinig bekend over de beschikbaarheid en kwaliteit van stage- en praktijkplaatsen en de hoeveelheid tijd die hieraan besteed wordt.


Verder stelde het SCP:

Onder de noemer competentiegericht leren neemt de effectieve onderwijstijd af

Het competentiegericht leren maakt een duidelijke groei door en dat betekent dat de beroepspraktijk in hoge mate bepalend wordt voor de inhoud en inrichting van het onderwijs. In het hbo wordt nog maar eenderde deel van de onderwijstijd op de hogeschool gerealiseerd. De contacttijd met docenten is de afgelopen jaren sterk teruggelopen. Het onderwijs staat grotendeels in het teken van zelfstandig leren en het groepsgewijs uitvoeren van projecten. Ook in het mbo neemt de effectieve onderwijstijd af. Van de 850 verplichte uren per jaar wordt maar een beperkt deel ingevuld met vakinstructie en kennisoverdracht door de docent. Het merendeel van de tijd wordt besteed aan algemene of praktijkgerichte vaardigheden.

En:

Steeds meer scholieren en studenten beginnen met een tekort aan kennis en vaardigheden

Het mbo krijgt steeds meer zorgleerlingen uit het vmbo. In het hbo neemt het percentage studenten met een vwo-diploma af, terwijl het percentage studenten met een mbo- of havo-diploma groeit. Bij aanvang van de opleiding blijken er steeds vaker tekorten in kennis en basisvaardigheden, bijvoorbeeld bij rekenen en taal. Tegelijkertijd neemt de hoeveelheid tijd die in het mbo en hbo aan kennisoverdracht wordt besteed juist af. De combinatie van een groeiende tijdsbesteding aan praktijkleren buiten de school en een brede omarming van competentiegericht leren binnen het onderwijs zelf, dreigt ten koste te gaan van het niveau van het onderwijs. De veranderende scholieren- en studentenpopulaties vragen eerder om intensivering dan om extensivering van het onderwijs

Het is een teken aan de wand dat nu zelfs leerlingen in opstand komen. De situatie wordt nog nijpender omdat het competentiegerichte leren in 2008 op alle mbo's verplicht wordt.

Hans de Boer, de voorzitter van de Taskforce Jeugdwerkeloosheid spreekt in de NRC van 18 november over het competentiegerichte onderwijs als volgt: "Het competentiegerichte onderwijs is de dood in de pot voor tienduizenden jongeren'. Jaarlijks verlaten duizenden jongeren het beroepsonderwijs zonder diploma. De Boer ziet een link met het competentiegerichte leren.

Margo Vliegenthart, voorzitter van de mbo-raad zegt in de NRC dat het:'niet de bedoeling is van competentiegericht leren dat studenten het maar zelf moeten uitzoeken. Aan de andere kant werkt de docent die het met een krijtje voor het bord vertelt hoe de wereld in elkaar zit, ook niet meer voor deze jongeren".

Dat leerlingen nu zelf de kat de bel aanbinden moet toch tot nadenken stemmen en pas nadat leerlingen in Heerrenveen uiting gaven aan hun ongenoegen bleek men bereid 1,2 miljoen euro meer uit te trekken voor meer docenten om leerlingen te begeleiden.

Vraag blijft dat toch waarom dat pas gebeurde na een opstand van leerlingen. Het lijkt er op dat competentiegericht leren in de praktijk niet het doel van beter onderwijs dient maar vaak wordt gebruikt om op de directe onderwijskosten te bezuinigen. En dat nu juist volgens het SCP steeds meer scholieren en studenten beginnen met een tekort aan kennis en vaardigheden. Wat een paradox!