We hebben 416 gasten online

2006 dr Ton de Kok: Leraar is geen tikgeit, pakezel en kopieerslaaf

Gepost in Onderwijs

NRC 28 september 2006

Niet de salarissen van de leraren zijn het probleem, maar de omstandigheden waarin zij werken. Verbeter die en academici krijgen weer belangstelling voor het vak, vindt Ton de Kok. Ik ben marineofficier geweest, ambtenaar, Kamerlid en medewerker van een PR-bureau, maar toen ik zes jaar geleden in het onderwijs terechtkwam, onderging ik een ware cultuurshock.

Voor het eerst van mijn leven at ik mijn middagboterham uit een plastic zakje, was pakezel, tikgeit, administrateur, kopieerslaaf en fröbellaar met schaar en lijm. Alles, maar dan ook alles moest ik voortaan zelf doen. Weinig is nagelaten om het beroep van leraar zo weinig mogelijk status te verlenen. Waar doe je het voor? Gelukkig zijn er de leerlingen nog, want het werk op zich is prachtig.

Als we het onderwijs voor academici weer aantrekkelijk willen maken, dan moet er niet alleen worden gekeken naar de salarissen, maar vooral naar -de arbeidsomstandigheden.

Vergelijk een leraar eens met een ambtenaar op een ministerie, allebei met een vergelijkbare academische opleiding en in een vergelijkbare salarisschaal. De ambtenaar heeft een eigen werkplek, een eigen pc, niet zelden een secretaresse, 's middags luncht hij in een bedrijfsrestaurant. Regelmatig zit 'een beetje' ambtenaar in het buitenland. Wordt deze academicus geen ambtenaar, maar gaat het bedrijfsleven in, dan zijn een mobieltje en een auto van de baas allang niet meer opzienbarend.

Wij, leraren van een lyceum, verdringen ons om de enkele pc's, hebben geen eigen bureau en doen alles zelf. Of je nu stagiaire bent of een gepromoveerde academicus je fröbelt met schaar en lijmstift, verdringt elkaar bij het kopieerapparaat en je loopt niet zelden als een pakezel tussen honderden leerlingen door om je leerspullen te verplaatsen als je weer eens naar een ander lokaal moet. En je staat op een paar vierkante meter voor de klas - die vaak zo vol zit als een legbatterij.

Je moet echt een idealist zijn om als academicus voor het onderwijs te kiezen en daarin te volharden.

Als er extra geld naar het onderwijs gaat, zal er primair iets aan die arbeidsomstandigheden moeten worden gedaan. Allereerst de overvolle klassen. Die dienen tot twintig leerlingen te worden ingekrompen. Dan pas is er sprake van optimaal lesgeven. De extra leerkrachten die dat vraagt, kunnen we deels uit de categorie academisch gevormde zestigplussers laten instromen. Het zijn ervaren mensen die bereid zijn tot op hoge leeftijd met grote kennis en levenswijsheid het onderwijs een kwaliteitslift te geven.

Dan zou er ook geld moeten naar ondersteuning. Per drie of vier docenten zou er een persoonlijk medewerker moeten komen die veel van het administratieve en logistieke werk uit handen neemt. Een tegemoetkoming in de kosten van de persoonlijke adsl-verbinding thuis, ligt voor de hand.

Vervolgens - en niet als sluitpost - dient te worden geïnvesteerd in education permanente van de docent. Een leraar staat elk jaar, bij iedere nieuwe klas, aan het begin van de toekomst van ons land. Op een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs dienen zo veel mogelijk docenten te streven naar de status van - ik durf het woord haast niet te noemen - intellectueel. Zij moeten autonoom zijn in hun denken, belangstelling hebben voor de sociale werkelijkheid om zich heen en moeten door leerlingen ook kunnen worden bevraagd over ontwikkelingen buiten hun vakgebied.

En als er dan nog geld overblijft kunnen we naar de salarissen kijken. Daarbij zag ik graag weer een onderscheid in beloning voor gepromoveerden, doctorandi (masters) en hbo-ers. Een en ander gaat wel wat kosten, maar dan voorkomen we in iedere geval dat een docent met havo straks gymnasiasten moet voorbereiden op een wetenschappelijke loopbaan.

 

Dr. Ton de Kok is docent levensbeschouwing aan het Fons Vitae lyceum in Amsterdam.