We hebben 599 gasten online

2006 Redactioneel commentaar Volkskrant: Wie wordt er nog leraar?

Gepost in Onderwijs

Volkskrant 28 september 2006

De academisch gevormde leraar dreigt een zeldzaamheid .te worden, zo constateert het Sociaal en Cultureel Planbureau in een deze week verschenen rapport. Het is een vreemde paradox: in de kennissamenleving wordt het steeds moeilijker mensen te vinden die kennis aan een nieuwe generatie willen overdragen. Hoe beter opgeleid, hoe minder trek men heeft leraar te worden. Hoewel intellectuele en pedagogische kwaliteiten niet altijd evenredig samengaan, zoals elke (ex-)leerling weet, dreigt het onderwijs daardoor verder te verschralen.

De kennissamenleving is een enorme retorische stoplap geworden. Maar wie de kennissamenleving echt serieus neemt, zal in de eerste plaats iets moeten doen aan de aantrekkelijkheid van het leraarsberoep.

Dat geldt vooral voor de salarissen. Volgens het SCP liepen docenten in 2001 13 procent achter bij werknemers in het bedrijfsleven. .Ook de werkomstandigheden voor docenten kunnen beter. Zo wekt de schaalvergroting in het onderwijs onvrede op. Veel leraren voelen zich vervreemd op grote scholen, op afstand bestuurd door een management dat volgens het docentenkorps te weinig voeling met de werkvloer houdt. Onvrede met het management is een van de belangrijkste redenen om uit het onderwijs te stappen, zeggen ex-leraren.

Ook zou het salarissysteem meer differentiatie kunnen bieden, waardoor bijvoorbeeld senior docenten meer tijd zouden hebben voor zaken als coaching van jonge leraren of lesontwikkeling. Nu is het management vaak de enige mogelijkheid tot promotie.

Toch lijkt de impopulariteit van het leraarsvak onder academici niet louter een kwestie van beloning. De status van de leraar is ook gedaald door economische en sociaal-culturele ontwikkelingen. Voor academici is de arbeidsmarkt enorm verruimd. Wie dertig of veertig jaar geleden aan de letterenfaculteit studeerde, wist dat hij een grote kans had leraar te worden. Velen kozen toen overigens al enigszins contre coeur voor het onderwijs. Tegenwoordig kunnen academici ook terecht in talloze functies bij bedrijven en de overheid.

Bovendien is het leraarsvak een statisch vak in een mobiele wereld. De culturele helden van deze tijd zijn dynamische jobhoppers die voortdurend een nieuwe 'uitdaging' zoeken, bij voorkeur ook over de grens. Het perspectief van een professioneel leven lang in het klaslokaal is daardoor minder aantrekkelijk geworden.

Ten slotte is de leraar ook min of meer aan zijn eigen succes bezweken. Toen een groot deel van de bevolking slechts lagere school had, stond de onderwijzer in hoog aanzien, en dat gold des te sterker voor de leraar aan hbs of gymnasium. Maar naarmate meer mensen hoger opgeleid zijn, daalt de status van de leraar.

Die sociaal-culturele factoren maken het oplossen van de leraarscrisis niet eenvoudig, omdat ze grotendeels buiten de invloedsfeer van de beleidsmakers liggen. Maar zonder goede beloning en goede werkomstandigheden is de situatie per definitie uitzichtloos.