We hebben 421 gasten online

2006 Prof. Jan Bouwens: Aanvangssalaris leraar moet fors hoger worden

Gepost in Onderwijs

Volkskrant 27 september 2006

Als beginnende leraren niet beter worden beloond, zal demassale uitstroom van docenten in de komende jaren niet worden goedgemaakt door nog toenemende instroom van nieuwe docenten, waarschuwt Jan Bouwens.

 

Een recent onderzoek van Alexander Mas laat zien dat het aantal arrestaties afneemt en de criminaliteit toeneemt zo gauw politiepersoneel meent dat het unfair wordt beloond. In het onderwijs wordt men al jarenlang unfair beloond en dat is een van de redenen waarom het zo moeilijk is voldoende docenten van goede kwaliteit te vinden en. te houden. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) constateert in een op 26 september verschenen rapport een dramatische daling van het aantal academisch opgeleide leraren.

Om dit tij te keren willen alle politieke partijen de salarissen in de komende kabinetsperiode optrekken. Het PvdA-program spreekt van 10 procent. De vraag is, wordt deze voorgespiegelde verhoging verstandig gebruikt. Hier. speelt fairness een belangrijke rol. In,het onderwijs is al jarenlang sprake van een tweedeling tussen de zogeheten voor- en nahossers.

In de jaren tachtig heeft minister Deetman van Onderwijs in de Hosnota besloten dat vanaf dat moment alle instromende leraren structureel minder salaris kregen dan het zittende personeel. Dit met instemming van de vakbonden. Het gevolg van deze maatregel was dat jongeren er massaal voor bedankten docent te worden. Potentiële docenten vonden het systeem unfair. Mensen die nu in de 40 zijn, zijn door deze maatregel zwaar ondervertegenwoordigd in het docentencorps, terwijl het aantal 60-plussers is oververtegenwoordigd. Nu zijn alle partijen in paniek want die bulk van 60-plus docenten gaat met pensioen.Deze massale uitstroom kan nooit worden goedgemaakt met de nog steeds geringe instroom van nieuwe docenten. Nu, als fairness zo'n belangrijke rol speelt, is wijsheid geboden bij de besteding van die 10 procent. Het lijkt verstandig te zijn de Deetmantruc omgekeerd toe te passen door alleen nieuwe docenten veel meer geld in het vooruitzicht te stellen. Dat wil zeggen: we betalen nieuwe en pas toegetreden docenten, een zodanig hoog salaris dat zij in de buurt komen van het salaris dat de zittende leraren gemiddeld verdienen.

Dat is fair ten opzichte van de zittende leraren opdat zij niet de gaten hoeven te vullen die zullen ontstaan als hun gepensioneerde collega's niet worden opgevolgd bij gebrek aan aanbod. Het salaris van langer zittende leraren kan tevens worden opgetrokken op voorwaarde van goed functioneren. Ten tweede moet men loondifferentiatie gaan toepassen binnen de school op basis van door iedereen waarneembare prestaties. Het zou goed zijn docenten die in enig jaar een aantoonbaar betere prestatie leveren dan andere docenten een bijzondere beloning te geven.

Docenten die klassen hebben van dertig leerlingen moeten beter worden betaald dan docenten met klassen van vijftien leerlingen. Met docenten kunnen doelen worden, afgesproken op basis waarvan het (ook voor collega's) duidelijk is wanneer men in aanmerking komt voor zo'n bonus. Onderzoek wijst uit dat mensen meer gemotiveerd raken als duidelijkheid over taak en beloning kan worden verschaft. Lesgeven aan dertig leerlingen is aantoonbaar zwaarder dan lesgeven aan vijftien leerlingen. De fairheid van beloningsverschillen kan men dan inzien omdat ook collega's weten welke klassen moeilijk zijn en welke niet. Er is hier dus geen kwestie van oneerlijkheid.

 

Ten derde is het aan te bevelen de figuur van seniordocent in te voeren. Dit is een docent die de bestaande docenten zichtbaar heel veel werk uit handen neemt door hen te coachen, proefwerken te maken en lessystemen te verbeteren (samen met de docenten). Ten vierde moeten bureaucratische taken bij docenten worden weggenomen. Meer ervaren docenten worden thans extra beloond voor het verrichten van bureaucratische neventaken. Het is onterecht via beloning zo'n status aan dat werk te geven. Collega's beschouwen het dan ook met reden unfair als hun collega 'taakjes' krijgt toebedeeld, minder les hoeft te geven en nog meer betaald krijgt ook.

 

Als we deze vier maatregelen treffen, maken we het onderwijs in elk geval aan de beloningskant aantrekkelijk. Zouden de vakbonden durven kiezen voor de nieuwe instroom? In elk geval is het fair in het licht van de geschiedenis.

 

Jan Bouwens is hoogleraar accounting aan de Universiteit Tilburg.