We hebben 543 gasten online

2006 Rob Groenewegen: Als academici op de vlucht slaan, wordt het onderwijs niet beter

Gepost in Onderwijs

Rob Groenewegen in Volkskrant van 26 september 2006. Robb Groenewegen is ex docent te Zaandam

Minister Van der Hoeven wil dat de onderwijskwaliteit verbetert. Erg hypocriet, meent Rob Groenewegen, het Haagse beleid heeft zelf de malaise veroorzaakt. In de Nota Werken in het onderwijs 2007 luidt onderwijsminister Maria van der Hoeven plotseling de noodklok:

de kwaliteit van het onderwijzend personeel holt achteruit! Maar net als haar voorgangers Deetman, Ritzen en Hermans, weet ook deze hypocriete minister verdraaid goed waar de klepel hangt.

Na het invoeren van de HOSnota (1985), een pijnlijke salarisingreep voor aankomende eerstegraads docenten, gevolgd door de lumpsumregeling tijdens de jaren negentig, is werken in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs voor veel academici geen issue meer. De werkdruk is ongekend hoog (weken van 60 uur zijn geen uitzondering) en het salaris is gedaald naar het niveau van dat van onderbouwdocenten.

De politiek houdt eerstegraads docenten al jaren voor dat werken in de bovenbouw van havo en vwo een voorrecht is en beslist niet zwaarder dan het - inmiddels beruchte - vmbo. Om die reden is het niet meer dan logisch dat er slechts één salaris is voor het vak van docent, zo redeneert de politiek, en misschien moeten de salarissen van docenten in het vmbo wel omhóóg, zo vindt onder andere de PvdA.

Derde- en tweedegraads docenten voelen zich weer wat, eerstegraders buigen het hoofd en zien toe hoe de kwaliteit van de bovenbouw langzaam maar zeker naarde verdoemenis gaat.

Want waarom zou je eerstegraads docenten nog langer het recht gunnen deze lessen te geven? Zo is er inmiddels onder andere een situatie ontstaan waarin onbevoegden en derde- en tweede- graads docenten massaal lesgeven aan leerlingen die geacht worden naar de universiteit te gaan.

Maar wat is daar mis mee? Toegegeven, het niveau van de lesstof is na de invoering van de Tweede Fase en het geduchte 'competentiegericht leren' flink gedaald. De verantwoordelijkheid van het leerproces kwam immers bij de leerling terecht en de rol van leraar werd gereduceerd tot die van corrector. Op die manier kom je met een antwoordenboekje dus al een heel eind in de bovenbouw. En dan is er altijd de computer nog.

Om hogerop te komen in het onderwijs, is het zaak de functie van afdelingsleider te bemachtigen. Dat levert financieel na verloop van enige tijd veel voordeel op. Ter vergelijk: een docent (derde-, tweede of eerstegraads) verdient maximaal zo'n 3400 euro bruto per maand, ongeacht zijn opleiding; een afdelingsleider krijgt daar nog eens 1100 euro bovenop.

Het idiote is dat je om in aanmerking te komen voor de functie van afdelingsleider geen extra scholing nodig hebt. Iedereen die van mening is dat hij/zij over leiderscapaciteiten beschikt, in befaamd, retorisch onderwijsjargon: een 'inspirerende', 'bevlogen', 'dynamische', 'talentvolle' of 'enthousiaste' persoonlijkheid, kan zomaar afdelingsleider worden. In de praktijk betekent dit dus, dat mensen met een pabo-diploma of tweedegraads lerarenopleiding op zak, in de functie van afdelingsleider vele honderden euro's per maand méér ontvangen dan doctorandi of doctoren, hoewel de laatste categorie docenten al bijna is uitgestorven.

Toch durft Van der Hoeven zich af te vragen hoe het komt dat het aandeel van eerstegraads docenten een dalende trend vertoont, want in het onderwijs bén je immers wat en voor een leraar is 'elke dag anders'. En zeg nou zelf: wie wil dat niet? I

Academici moeten ook toezien hoe hun het werk uit handen wordt genomen door onbevoegden en mbo'ers die de werkvloer in toenemende mate aan het betreden zijn en nu eenmaal óók graag hogerop willen, want je 'groeit' immers in het onderwijs, brult Maria van der Hoeven.

Uit oogpunt van kostenbesparing hebben schooldirecties allang door dat dit de efficiëntste oplossing is om de kas te spekken. Controle door de overheid is er niet en die zittende, dociele docenten slikken immers alles. Zolang iemand in zijn klas orde heeft en tijdens rapportvergaderingen voldoenden weet op te hoesten, is er in de ogen van de directie niets aan de hand. Who cares?

Ondertussen hebben veel eerstegraads leerkrachten de Titanic die onderwijs heet verlaten. Maar geen man overboord, want in het onderwijs heeft men voor alles een reddingsboei. Zodra in Den Haag het water op de lippen staat, zal de deur van het klaslókaal voor lager geschoolden ongetwijfeld verder worden opengezet. Naar verluidt wordt volgend jaar een aanvang gemaakt met het massale vertrek van de laatste academici die het onderwijs nog rijk is. In hun kielzog, gevolg van een aantrekkende economie, zullen ook anderen wellicht een nieuwe koers bepalen en hun onderwijsidealen overboord zetten.

Wie om zich heen ziet, ontdekt dat het onderwijs een zinkend schip is, waar sommige, academische talenten na hun studie aan het dek staan om, zeeziek geworden, al snel over boord te springen.

Geef academici hun salaris terug; stel hogere opleidings- en aanstellingseisen aan onderwijzend personeel en stuur studenten aan lerarenopleidingen die niet goed functioneren zo spoedig mogelijk heen.

Misschien dat de zaak na 'Verloop van tijd dan nog is vlot te trekken.

 

Rob Groenewegen is ex-docent te Zaandam.