We hebben 430 gasten online

2006 Jan Paalman: Leraren en onderwijzers

Gepost in Onderwijs

Jan Paalman 22 april 2006

Waarom heten onderwijzers geen onderwijzers meer, en leraren geen leraren? Waarom heten ze nu tutor, caoch, expert of onderwijsleerprocesbegeleider?

Dat komt omdat volgens de meest vergaande versie van het Nieuwe Leren, leraren hun leerlingen weinig kunnen leren, en onderwijzers hun kinderen niets wijs kunnen maken. Dat moeten de leerlingen zelf doen. Ze moeten zichzelf wijs maken.

Daar zit een diepere gedachte achter. De gedachtenwereld van het ‘sociaal constructivisme’, de leertheorie achter het Nieuwe Leren, waar u waarschijnlijk nooit van heeft gehoord. Maar troost u. Heel veel docenten hebben er ook nog nooit van gehoord.

Het sociaal constructivisme heeft een hele aparte opvatting over het begrip ‘waarheid’. De meeste mensen doen daar niet moeilijk over maar filosofen doen dat al tweeduizend jaar wel. Als je tegen een auto botst, weet je dan zeker dat je tegen die auto bent gebotst? Natuurlijk, zullen u en ik zeggen, ik heb het zelf gezien, ik heb het zelf gevoeld. Zien is geloven. O ja?, zeggen sommige filosofen, en als je nou in een nachtmerrie tegen een auto botst, dan neem je dat toch ook voor waar aan? En goochelaars bedriegen toch ook moeiteloos onze zintuigen? Hoe kunnen we dan weten wat waar is?

Filosofen zijn het daar nooit eens over geworden. Je hebt aanhangers van de correspondentietheorie, van de minimalistische theorie, de redundantietheorie of de coherentietheorie – ik noem ze maar even zodat u weet hoe groot de verwarring is. Voor elk is wel wat te zeggen. En een van die vele theorieën is die van het pragmatisme, een kenleer die weer de filosofische basis is van het ‘sociaal constructivisme’ dat nu zwaar zijn stempel drukt op ons onderwijs.

Waarheid bestaat niet, zei de Amerikaanse filosoof en onderwijshervormer John Dewey honderd jaar geleden. Hij was een aanhanger van het pragmatisme. De echte waarheid zullen we nooit kennen. Waarheid is wat ons vooruit brengt, wat nuttig, wat praktisch is. Iedereen moet door de werkelijkheid te onderzoeken zijn eigen kennis construeren, liefst in sociaal verband. Dat kan niemand voor je doen, en daarom kunnen leraren en onderwijzers geen echte kennis overdragen. Ze kunnen de leerling daar hooguit in begeleiden. Daarom heten onderwijzers geen onderwijzers meer en leraren geen leraren.

John Dewey ontwierp op basis van deze tamelijk exotische kenleer een nieuw type onderwijs, Progressive Education, dat de hele 20e eeuw het Amerikaanse en Engelse onderwijs heeft gedomineerd, in telkens andere varianten, onder telkens nieuwe namen. Authentic learning, discovery learning, action learning enzovoort. Hé? Kennen we die ergens van? Jawel hoor, in Nederland hebben onderwijskundigen hun mond vol van authentiek, ontdekkend en actief leren. Het Nieuwe Leren is dus niet nieuw, want al bijna honderd jaar oud, en het is van A tot Z made in the USA.

Maar is het ook leren? Levert het ook wat op? In Engeland veegde het Plowden rapport al in 1967 de vloer aan met dit soort onderwijs. Sinds 1990 is het daar afgeschaft. In Amerika kwam het twintig jaar lang lopende vergelijkende warenonderzoek van het Project Follow Through, een 600 miljoen kostend overheidsproject, net als het latere ABT-rapport tot dezelfde conclusie Het nieuwe onderwijs scoort hooguit even goed als het traditionele onderwijs, en in de meeste gevallen slechter.

En steeds bleek dat vooral kansarme leerlingen de dupe zijn. Die hebben juist veel structuur nodig. Dat kansrijke leerlingen het toch tamelijk goed doen komt omdat hun ouders, als het nieuwe onderwijs faalt, er gewoon flink wat Oud Leren tegenaan gooien. Ze zitten hun kinderen achter de vodden, betalen grif voor ouderwets gegeven bijlessen door strenge docenten. Huiswerkbegeleiding is sinds de invoering van het Studiehuis booming business.

In Amerika is het Nieuwe Leren op zijn retour en het oude leren in opkomst. De nieuwe kreet is daar Direct Instruction, ofwel ouderwets degelijk onderwijs. Van die Amerikaanse ervaringen hadden we veel kunnen leren. Maar nee. Toen professor Imelman zeven jaar geleden voor het Ministerie van Onderwijs een rapport schreef en hetzelfde beweerde – de minder sterke leerling wordt de dupe – legde het ministerie het in de la. Het mocht niet eens verschijnen.

22 april 2006
Jan Paalman