We hebben 373 gasten online

2006 Competentiegericht leren verplcht in het MBO vanaf 2008?

Gepost in Onderwijs

Uit een bericht uit de Volkskrant van 5 april 2006 (Minister van der Hoeven kwaad over te weinig lessen mbo-scholen) blijkt dat met ingang van 2008 in het MBO competentiegericht leren wettelijk verplicht is. Ik wist niet wat ik las.

Dat bericht en mailverkeer bewoog mij nader op onderzoek uit te gaan want waarom wordt dat wettelijk verplicht in het MBO in 2008?

Na enig zoekwerk kwam ik het volgende tegen.

Op de site van Kenteq : Kenniscentrum voor technisch vakmanschap

Waarom?

Het middelbaar beroepsonderwijs gaat veranderen. Competentiegericht leren en opleiden. Waarom? Wat is de aanleiding tot de hervorming geweest en waarom gaat dat iets opleveren?

Aanleiding

Modern vakmanschap
De samenleving verandert en bedrijven veranderen mee.
Ze stellen nieuwe eisen aan vakmensen. Ze vragen om competente medewerkers die:

de theorie in het hoofd, techniek in de vingers en het vak in hun 'hart' hebben

zelfstandig kunnen functioneren in de beroepspraktijk

zichzelf kunnen ontwikkelen

flexibel zijn en met veranderende omstandigheden kunnen omgaan

Aansluiting


Nu richt het middelbaar beroepsonderwijs zich vooral op het verwerven van vakkennis en -vaardigheden. De kwalificaties zijn de richtlijn. Modern vakmanschap is meer. Alleen kennis en vaardigheden zijn niet meer genoeg. Ook houding en persoonskenmerken zijn van groot belang. Daarom richt het beroepsonderwijs zich straks op competenties. Zodat beroepsonderwijs en bedrijfsleven beter op elkaar aansluiten.

Gemotiveerde deelnemers


In het nieuwe beroepsonderwijs heeft de deelnemer meer keuzevrijheid. Aantrekkelijker en (gerichter) beroepsonderwijs moet ook voor minder uitval zorgen.

Opbrengst

Voor Bedrijven

Beter personeel


Er wordt aan de behoefte van de bedrijven voldaan. Beginnende beroepsoefenaars kunnen vakkennis, vaardigheden en houding combineren. Ze zijn flexibel, en doen ook in nieuwe situaties het juiste.

Effectievere rol praktijkopleiders


Deelnemers krijgen meer inspraak in hun eigen leerproces. De opleider kan dus aan de slag met iemand die oprecht gemotiveerd is, omdat hij weet waar hij voor werkt.

Meer passende instroom voor de sector


Door de praktijkgerichte aanpak van het beroepsonderwijs is de deelnemer beter uitgerust om als volwaardig vakman aan de slag te gaan. De binding met het bedrijf zorgt voor een meer passende instroom.

Voor het beroepsonderwijs

Effectievere rol docenten


Samen met de deelnemers stellen de docenten het leertraject op. Ze begeleiden gemotiveerde deelnemers, omdat die inspraak hebben in hun leerproces. De rol van docent wordt die van begeleider/coach.

Gemotiveerde deelnemers


Door inspraak in en verantwoordelijkheid voor het leerproces en de loopbaan, is het leuker om te leren. Ieder op zijn of haar eigen manier.

Minder uitval


Doordat het beroepsonderwijs mede bepaald wordt door de deelnemer, ontstaat er meer motivatie om de opleiding te volgen en te voltooien

Kader

2008


Over competentiegericht leren en opleiden valt veel te zeggen. En er moet nog veel bedacht en ingevuld worden.
Maar: er is geen weg terug. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de kaders bepaald. De agenda ligt vast: vanaf 2008 is competentiegericht leren en opleiden de norm in het beroepsonderwijs.

Wie


Het Ministerie van OCW stelt de kwalificatiestructuur met de bijbehorende kwalificatieprofielen vast. Kenteq ontwikkelt en onderhoudt de kwalificatiestructuur voor een groot aantal kwalificatieprofielen. De paritaire commissie (vertegenwoordigers uit beroepsonderwijs en bedrijfsleven) stelt de inhoud van de profielen op.

Uitvoering


De onderwijsinstellingen zijn eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de opleidingen. Daarbij hoort ook de examinering.

Wie?

Praktijkopleiders en docenten in een andere rol, deelnemers met meer inspraak in hun leerproces.

Wie zijn betrokken bij competentiegericht onderwijs en wat gaat er voor hen allemaal veranderen?

Bedrijven → breed en flexibel inzetbare mensen

Er wordt aan de vraag voldaan. Beginnende beroepsoefenaars kunnen vakkennis, vaardigheden, houding en inzicht beter combineren. Ze zijn flexibel, en kiezen ook in nieuwe situaties voor de juiste oplossing en aanpak.

Praktijkopleiders→ een effectievere rol

Deelnemers krijgen meer inspraak in hun eigen leerproces. De praktijkopleider kan dus aan de slag met iemand die oprecht gemotiveerd is, omdat hij weet waar hij voor werkt. Dat vraagt wel om een rol die de lerende (meer) ruimte geeft om te handelen.

Docenten→ een effectievere rol

Samen met de deelnemers vormen de docenten het leertraject. Ze begeleiden gemotiveerde deelnemers, omdat die inspraak hebben in het leerproces. De rol van docent wordt begeleidend/coachend.

Deelnemers → employability vergroten

Door inspraak in en verantwoordelijkheid voor leerproces en loopbaan, is het leuker om te leren. Ieder op zijn of haar eigen manier.

Wat?

Een nieuwe vorm van beroepsonderwijs, nieuwe termen en begrippen.
Wat is competentiegericht leren en opleiden precies? Wat zijn de definities, uitgangspunten en waar draait het om?

Definities

Competenties


Ontwikkelbare en leerbare vermogens die nodig zijn om in beroepssituaties op een juiste en professionele wijze te kunnen handelen.

Leren


Het ontwikkelen van competenties.

Opleiden


Alle randvoorwaarden om het leren mogelijk te maken.

Uitgangspunten

Competentieontwikkeling als basis
Het gaat om het geheel van kennis, vaardigheden, inzicht en houding. Competent zijn houdt naast aanwezigheid van kennis en vaardigheden ook een bepaald gedrag, motivatie en persoonlijke eigenschappen in.

De beroepspraktijk is richtinggevend
Leren en opleiden vindt vooral plaats door het uitvoeren van realistische en herkenbare (kern) taken, zoveel mogelijk in de context van de beroepsuitoefening. De beroepspraktijk moet de uitdagende leerplaats worden met optimale leermogelijkheden.

De deelnemer en de loopbaan staan centraal
De deelnemer is zelf verantwoordelijk en heeft een grotere keuzevrijheid in leerproces en loopbaan.
Tijdens het ontwikkelproces groeit de zelfwerkzaamheid en zelfsturing.

Het leerproces speelt een cruciale rol
Dat proces bestaat uit leren-leren, kennis delen en opleiden in verschillende leeromgevingen, met docenten en praktijkopleiders in de rol van coach en procesbegeleider

Competenties

tonen de onderliggende vaardigheden en kennis.

worden in de context van de beroepspraktijk geleerd
en gebruikt.

houden een bepaald gedrag, motivatie en houding in

Het beroepsonderwijs richt zich op drie soorten competenties

Beroepscompetenties
wat iemand moet kennen en kunnen om een specifiek beroep uit te (blijven) voeren

Beroepscompetenties zijn opgebouwd uit een samenhangende set: kennis, inzicht, vaardigheden, houding en persoonlijke eigenschappen.

Vier soorten beroepscompetenties

vakmatig-methodisch

bestuurlijk-organisatorisch en strategisch

sociaal-communicatief

bijdragen aan ontwikkeling

Voorbeeld
De servicemonteur is in staat om op adequate wijze storingen in installaties te verhelpen, zodat de installatie storingsvrij kan functioneren.

Leercompetenties
wat iemand moet kennen en kunnen om zichzelf te (blijven) ontwikkelen.

Leercompetenties zijn gericht op verschillende typen leer- en opleidingssituaties, waarbij het gaat om:

leren leren

helpen doorstromen binnen de kwalificatiestructuur van het ene naar het andere kwalificatieprofiel

helpen doorstromen naar post-mbo en/of hbo

een leven lang leren, gericht op beroepsmatige ontwikkeling (employability en loopbaanontwikkeling) en op persoonlijke ontwikkeling.

Voorbeeld

De deelnemer is in staat om op adequate wijze leeractiviteiten uit te voeren, door:

steeds meer het leerproces zelf te sturen

mogelijkheden tot leren te creëren

leeractiviteiten te kiezen

Burgerschapscompetenties
wat iemand moet kennen en kunnen om in de maatschappij te (blijven) functioneren.

Burgerschapscompetenties worden verworven tijdens de opleiding en het dagelijks leven. Al tijdens de opleiding krijgt de deelnemer inspraak in zijn leerproces, eigen verantwoordelijkheid.

Die verantwoordelijkheid neemt hij mee in de maatschappij. In die zin leidt de beroepsopleiding ook op tot burgerschap.

Voorbeeld

De deelnemer is in staat om op adequate wijze

zijn/haar employability te ontwikkelen

als burger te participeren in de context van het beroep en het bedrijf

te handelen als kritische consumen

Competentiegerichte kwalificatiestructuur

De competentiegerichte kwalificatiestructuur beschrijft alle kwalificaties in termen van kerntaken, kernopgaven en competenties. Het nieuwe beroepsonderwijs wordt hierdoor meer geïntegreerd, vakoverstijgend en meer praktijkgericht. Zo worden Installatie, Metaal en Elektro/ICT samengevoegd tot één nieuwe kwalificatiestructuur, namelijk Techniek.

De competenties zijn globaal beschreven. Zo blijft er ruimte voor docent, deelnemer en praktijkopleider om de opleidingen per praktijksituatie een specifieke invulling te geven. Ook is er ruimte voor regionale invulling: opleidingen kunnen worden afgestemd op de behoeften van bedrijven in hun regio.

Beroepscompetentieprofielen (BCP’s)

Beroepscompetentieprofielen beschrijven het beroep, de kerntaken, kernopgaven en competenties van een ervaren beroepsbeoefenaar. De beroepscompetentieprofielen vormen de basis voor het ontwikkelen van kwalificatieprofielen.

Kwalificatieprofielen (KP’s)

Bedrijfsleven en beroepsonderwijs ontwikkelen samen met Kenteq zo’n 40 kwalificatieprofielen op basis van de beroepscompetentieprofielen.

Een kwalificatieprofiel beschrijft de kerntaken, kernopgaven en competenties die noodzakelijk zijn voor een beginnende beroepsbeoefenaar. Een aantal kwalificatieprofielen wordt samen met andere kenniscentra in verwante sectoren (bijv. ICT) opgesteld om overlap te voorkomen. Op basis van deze profielen kunnen scholen hun onderwijsprogramma’s gaan ontwikkelen.

Overzicht 1: Kwalificatieprofielen per technisch vakgebied en niveau.
Overzicht 2: Kwalificatieprofielen onderverdeeld in voorbereiding, uitvoering en nazorg

Wat verandert er?

Match tussen beroepsonderwijs en bedrijf

Het gaat om de match tussen wat gevraagd wordt voor het beroep. Het beroepsonderwijs kan brede en specialistische opleidingen aanbieden, per deelnemer verschillend.

De brede opleidingen gaan uit van de kern van het kwalificatieprofiel, de specialistische zijn gericht op uitstroomdifferentiaties met bijbehorende verrijkte kerntaken, kernopgaven en competenties.

Beroepspraktijk als vertrekpunt

De beroepspraktijk dient als vertrekpunt voor leren en opleiden. Vragen uit de praktijk bepalen de inhoud van het beroepsonderwijs. Leren op school is voorbereidend en aanvullend op de BPV.

Integratie van vakken, theorie en praktijk

Vakken, theorie en praktijk gaan samen. Opdrachten waarin theorie en praktijk samengaan. De opdrachten vormen de bouwstenen van het curriculum in plaats van de aparte vakken. Leren op school en BPV worden afgewisseld.

Docent in multidisciplinair team

Docenten maken opdrachten, met elkaar én met de praktijkopleiders, waarin vakken met elkaar worden geïntegreerd.

Leertraject op maat

De deelnemer stuurt zijn leerproces: hij vormt het uitgangspunt bij het ontwikkelen van competenties. De deelnemer staat centraal binnen de school en de BPV.

Docent is begeleider en coach

Dit geldt voor zowel leren op school als BPV. Door een individuelere benadering kan de deelnemer zich ontplooien als een actieve, reflecterende en zelfverantwoordelijke deelnemer.

Opleiding en toetsing in realistische context

Praktijkopleiders krijgen meer verantwoordelijkheid in opleiding en toetsing. Het bedrijfsleven zorgt voor betere taakuitvoering en kwaliteit. In ruil voor een praktijkgerichte invulling. Het beroepsonderwijs gebruikt een diversiteit aan opdrachten en instrumenten.

Beoordeling vindt plaats

op competenties: waarneembaar gedrag in beroeps context.

op taakniveau

op het niveau van persoonlijke ontwikkeling.

op meer tijdstippen: tussentijds (ontwikkeling) en aan het eind van de opleiding (kwalificerend).

door meer personen, inclusief de deelnemer zelf. Ontwikkeling is belangrijker.

Waarmee?


Met welke middelen gaat het nieuwe beroepsonderwijs vorm krijgen? De verschillende ‘grondstoffen’ vormen een geheel, een integraal pakket . Bijvoorbeeld studiebronnen e-learning, beroepspraktijkvorming, erkenning, assesment, toetsen, examinering en EVC.

Beroepspraktijkvorming

De BPV kent verschillende producten en diensten:

Erkenningsregeling
Een nieuwe aanpak van erkennen op basis van nieuwe ontwikkelingen zoals competentiegericht leren en opleiden.

Kwaliteitsbevordering BPV
Ontwikkelen van een aanpak en instrumentarium om de kwaliteit van BPV te meten, te bespreken en te verbeteren.

Relateq
Kwalitatieve informatie over het leerbedrijf. Een aanpak om kwalitatieve informatie over een leerbedrijf te verzamelen en toegankelijk te maken. Bijvoorbeeld via een bedrijfsprofiel. Onder andere bedoeld om de match tussen vraag en aanbod van leerbedrijf en onderwijsdeelnemer mogelijk te maken.

Cursusaanbod praktijkopleider
Vernieuwd aanbod van cursussen praktijkopleider inclusief - waar relevant - een EVC-instrument.

Handboek voor de praktijkopleider
Hulp- en ondersteuningsmiddel voor de praktijkopleider.

BPV-wijzer
De BPV-wijzer is een handig hulpmiddel voor de lerende, de praktijkopleider en de docent. De wijzer helpt de lerende bij het voorbereiden en uitvoeren van opdrachten die gekoppeld zijn aan de kerntaken van het kwalificatieprofiel. In de BPV-wijzer wordt ook een relatie gelegd met de ondersteunende leermiddelen.

De docent en de praktijkopleider hebben met de BPV-wijzer een praktisch hulpmiddel bij het bespreken en beoordelen van uitgevoerde werkzaamheden. Zo zitten er rapportageformulieren voor alle werkopdrachten in. En de diverse checklisten helpen bij het plannen van werkzaamheden en het volgen van de voortgang in de beroepsontwikkeling. De docent heeft voorbeelden van werkopdrachten en kan hierop zijn lessen afstemmen.

Mentor+
Ondersteuningsaanbod voor de praktijkopleider op basis van nieuwe ontwikkelingen zoals competentiegericht leren en opleiden.

Leermiddelen

Op maat leren met digitaal lesmateriaal

Competentiegericht leren zal ook meer individueel leren gaan betekenen. Niet iedereen zal dus aan hetzelfde lesmateriaal behoefte hebben.

Om tegemoet te komen aan de vraag naar competentiegericht, actueel en flexibel inzetbaar lesmateriaal voor mbo-scholen heeft Kenteq digitaal lesmateriaal ontwikkeld. Met dit nieuwe lesmateriaal is een docent in staat specifiek dat lespakket samen te stellen of die modules te kiezen die hij voor een opleiding, opdracht of zelfs een leerling relevant vindt.

Vanaf schooljaar 2006 - 2007 is het mogelijk het digitale lesmateriaal online samen te stellen en te bestellen. U selecteert slechts die stukjes materiaal die u als docent voor een specifieke opdracht nodig heeft. Het materiaal bestaat uit content die qua omvang te vergelijken is met hoofdstukken uit een boek. U bekijkt ze op internet, selecteert ze en print ze eventueel. U kunt ook aan Kenteq vragen uw selectie printing-on-demand te leveren.

U kunt ook zelf readers samenstellen. Onze digitale content combineert u bijvoorbeeld met uw eigen praktijkopdrachten, en dat kan via de site.

Hoe?


Competentiegericht leren en opleiden is een gegeven. Het nieuwe beroepsonderwijs ziet er anders uit dan de vertrouwde structuur. Maar hoe gaat dit nieuwe beroepsonderwijs vorm krijgen? Hoe geven we richting aan de verandering?

Vormgeven

Bij het vormgeven van het competentiegericht leren en opleiden …

staat de vraag van de deelnemer centraal. Daarom veel aandacht voor intake, assesment en EVC (Erkennen Verworven Competenties).

dient meer rekening te worden gehouden met de verschillende leerstijlen van de lerende.
Meer maatwerk voor deelnemer, bedrijf of school.

is de aanpak gericht op de competentieontwikkeling van de deelnemer. Dit betekent flexibiliteit in tijd en plaats, toegang tot kennisbronnen, meerdere didactische vormen, andere leermiddelen en verschillende leeromgevingen.

krijgt het leren in de praktijk een nieuwe impuls

vindt beoordelen plaats in het kader van de kwaliteitsborging, certificering en examinering.
Dit is de civiele waarde van het diploma.

Nieuw beroepsonderwijs in beeld

De belangrijkste verandering in het nieuwe beroepsonderwijs is dat competenties het uitgangspunt vormen.


Integrale aanpak

Het gaat om het geheel der delen. Een integrale aanpak ondersteunt het leerproces van de deelnemer.
Kenteq biedt een geïntegreerd pakket voor BPV, examens, kwalificaties en leermiddelen.

In het schema staan schotten tussen de verschillende groepen. De groepen zijn slechts deels afgesloten.
De verschillende bouwstenen in het leerproces hebben hun eigen terrein, maar worden geintegreerd toegepast. Ze zijn wel te ondersteunen maar niet te scheiden.

Uitgangspunten integrale aanpak

Aandacht voor beroepscompetenties, leercompetenties en burgerschapscompetenties.

Kerntaken en kernopgaven

Delen begrijpen, in de context van het geheel.

Theorie ondersteunt de praktijk.

Reflectie staat centraal in de praktijkopdrachten.

Betekenis geven aan informatie en ervaringen

Wanneer?


Competentiegericht leren en opleiden is een proces in ontwikkeling. In 2008 is het roer definitief om, dan is het voor iedereen verplicht.