We hebben 472 gasten online

2006 Rob Wijnberg: De gymleraar geeft ook scheikunde

Gepost in Onderwijs

De basisvorming is vorige week afgeschaft. Het Amadeus Lyceum in Utrecht is twee jaar geleden al met de nieuwe onderbouw begonnen.

Rob Wijnberg in NRC 3 april 2006

 

UTRECHT, 3 APRIL. "Geen klaslokalen, maar leerdomeinen. In grote zalen zitten de leerlingen van het Amadeus Lyceum in de Utrechtse Vinexwijk Leidsche Rijn achter hun eigen laptop hun opdrachten te maken. Geen leraren, maar experts. Er lopen docenten rond die vragen beantwoorden. Geen vijftien verplichte vakken, maar vijf leergebieden: 'Mens en Maatschappij, Mens én Natuur, Kunst en Cultuur, Sport en Beweging en Talen.

Vorige week besloot de Tweede Kamer om de basisvorming te vervangen door een nieuw programma voor de eerste twee jaren van het voortgezet onderwijs, de zogenoemde onderbouw. Vanaf volgend schooljaar zijn scholen niet langer verplicht om de huidige voorgeschreven vijftien vakken te geven en is het aantal lesweken teruggebracht van 40 naar 39 per jaar. Daardoor krijgen scholen meer vrijheid voor eigen invulling van lessen en lesmethodes. Ook het aantal 'kerndoelen' - wat moet de leerling weten en kunnen - is sterk teruggebracht.Het Amadeus I,yceum, gevestigd in een tijdelijk onderkomen in afwachting van nieuwbouw, had de basisvorming twee jaar geleden al afgezworen, bij de verhuizing naar de wijk Leidsche Rijn. "We wilden iets nieuws proberen", zegt rector ]eanine Vlastuin. Met vrijstelling van" de onderwijsinspectie heeft de school gekozen voor een onderwijsvorm die "meer verantwoordelijkheid" legt bij de leerling en "meer vrijheid" bij de docent, aldus Vlastuin. De leraren schrijven hier hun lesstof zelf. Van de leerlingen wordt verwacht dat ze het binnen een bepaalde tijd af hebben, maar hoe en wanneer ze de opdrachten maken, mogen ze zelf weten.

Hoewel de vrijere lesmethode door docenten en leerlingen over het algemeen positief wordt ervaren, zitten er wel haken en ogen aan. De profielen samenstellen is veel werk. Maar er is ook een andere uitdaging: doordat leerlingen zelf mogen bepalen wannéér ze aan een vak werken, komt het geregeld voor dat leraren vragen moeten beantwoorden buiten hun eigen vakgebied.

Gert Arkema bijvoorbeeld:hij geeft gymles en wiskunde, maar krijgt ook vragen over andere vakken uit 'Mens en Natuur', bijvoorbeeld scheikunde en natuurkunde.,Je moet als leraar nu veel flexibeler zijn", zegt hij, "we werken vaak in projecten en thema's. Ik moet me nu ook gaan verdiepen in aardrijkskunde, natuurkunde, scheikunde en geschiedenis."

Docenten die les' moeten geven in vakken waar ze niet voor zijn opgeleid. Dat is precies waar dè Algemene Onderwijsbond (AOb) voor vreest. "Inhoudelijk zijn we het grotendeels eens met de afschaffing van de basisvorming", zegt Martin Knoop van de AOb, "maar in 2010 verwachten wij een groot tekort aan docenten. De verleiding is dan groot om een minder vakbekwaam iemand de lessen te laten geven. 'Zeker nu er geen extra geld beschikbaar is gemaakt om docenten' voor de nieuwe onderbouw te kunnen bijscholen." (zie kader).

Rector Vlastuin is realistisch. "Wij blijven' als school verantwoordelijk voor het eindniveau van de leerlingen", zegt zij. "Bovendien blijft de centrale exameneis gewoon bestaan. Vrijheid in het onderwijs is dus relatief. Maar kinderen krijgen hier wel veel meer kansen om te laten zien wat ze kunnen. Ze volgen reguliere vakken, maar spelen ook toneel, maken een schilderij en houden een powerpoint-presentatie. En voor alle problemen zijn er wekelijks mentorgesprekken. En er is klassikale uitleg over de opdrachten."

Een docent die, zoals vroeger, alleen maar voor de klas staat, zul je dus niet aantreffen op het Amadeus. Leerlingen leren daardoor zelfstandig te werken, maar de" docent raakt soms ook de controle kwijt. ,Je kan niet de hele tijd zien wat ze achter hun laptop aan het doen zijn", zegt docent Arkema, "maar als ze spelletjes willen spelen, of gaan chatten met elkaar, is dat hun verantwoordelijkheid. En als de opdracht niet af is: ook hun probleem."

Beyza Taskan (14, havovwo) is het daar niet helemaal mee eens. "Soms heb je een vraag, maar dan is die docent niet aanwezig. Je kan dan wel een e-mail sturen, maar totdat je antwoord hebt, kun je niet verder. Dan ga je maar wat anders doen."

In hoeverre andere scholen volgend schooljaar over zullen stappen op de nieuwe onderbouw, moet nog worden bezien. De scholen mogen namelijk zelf weten hoe snel en of ze een reorganisatie doorvoeren. Zo rigoreus' als het, Amadeus Lyceum twee jaar geleden begonnen is met een reorganisatie van de onderbouw, 'zo kán het. Maar er zullen ook scholen; zijn die alles bij het oude houden. Anderen zullen kiezen voor een gedeeltelijke overgang naar een' vrijer lesprogramma, met themaweken of clustering van vakken. .

Gelukkig maar, meent rector Vlastuin. "Niet iedere school is geschikt om van de basisvorming af te stappen. En hoe meer er voor toekomstige middelbare scholieren te kiezen valt, hoe beter."

Basisvorming (alweer) op de schop

. In 1986 stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) voor om onder de naam 'basisvorming' alle leerlingen de eerste drie leerjaren op het mavo-niveau (nu: vmbo) te onderwijzen. Doel: kinderen meer tijd geven een keuze te maken. Ook hoopte het ministerie dat meer leerlingen (op latere leeftijd) exacte vakken zouden kiezen.

. Het voorstel krijgt zware kritiek: de basisvorming zou te weinig rekening houden met de verschillen tussen leerlingen. Voor getalenteerde leerlingen is het mavo-niveau niet uitdagend genoeg, voor praktisch ingestelde leerlingen juist te theoretisch.

. In 1993 komt een herziening. In plaatS van één niveau, komen er twee lesniveaus. Basisscholen mogen de basisvorming twee in plaats van drie jaren aanhouden en mogen keuzevakken zoals klassieke talen aanbieden.

. In 2006 gaat de basisvorming weer op de schop. Leerlingen zijn met vijftien vakken overbelast, de samenhang tussen de vakken is onduidelijk en leraren hebben te weinig zeggenschap over de lesmethodes. Vanaf 2007 kunnen scholen (weer) overstappen.

Het mág, hoeft niet

Scholen zijn geheel vrij hoe en óf ze de basisvorming gaan reorganiseren. Een school mag de bestaande onderwijsvorm handhaven, en dan bijvoorbeeld af en toe beginnen met projecten of themaweken. Scholen kunnen ook kiezen om valkken te clusteren in verschillende leergebieden. Leraren krijgen dan grote inspraak in hoe de lesstof eruit komt te zien. In de meest rigoreuze variant kunnen scholen overgaan op volledig thematisch onderwijs, waarbij leraren én leerlingen grotendeels zelf bepalen hoe zij het onderwijs invulling geven. Het ministerie van OCW stelt geen extra geld beschikbaar voor de invoering van de nieuwe onderbouw.