We hebben 226 gasten online

2006 Aleid Truijens: De helden staan voor de klas

Gepost in Onderwijs

Aleid Truijens in Volkskrant van 4 februari 2006

Scheemda, Beerta, Finsterwolde, a2 2ab+b2, aus, ausser, bei, mit, hm, hm, hm, gegenüber. Maagdenburger halve bollen,blauw lakmoespapier, de aoristus - en overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest moet worden.

Ooit heb ik dat allemaal geleerd. Ik herinner me nog precies dat imponerende apparaat met die bollen, maar waartoe diende het? Vraag me niet hoe je in Scheemda komt of wanneer Cato leefde. Zet mij een pistool op de slaap, ik kan niet bedenken waarom dat blauwe papiertje magisch rood kleurde. Wel zie ik het hoogrode hoofd voor me van de ziek gepeste leraar die het ons probeerde uit te leggen.

Twintig jaar duur onderwijs is er aan mij besteed en er beklijfde weinig meer dan wat kreten die gratis en voor niets door het hoofd schieten. Het heeft vooral iets gezelligs, dat ongebruikte reservoir aan kennis; het gevoel thuis te horen in een wereld van gedeelde ervaringen. Er lopen er meer rond die tientallen strekkende meters Latijn hebben vertaald zonder te begrijpen om welke oorlogen of verheffende filosofieën het ging. Die net als ik duizenden sommen hebben gemaakt, de tong uit de mond, maar zelfs als ze een zakjapanner gebruiken er nog een decimaal naast zitten.

Maar waarom doen die generatiegenoten van mij of het anders is? Alsof zij de laatsten zijn die gulzig de beker mèt ware kennis hebben leeggeslorpt?

In de krantenkolommen worden veel misprijzende hoofden geschud. 'Ze' kunnen niet meer spellen. 'Ze' lezen geen gedichten meer, of alleen op internet. 'Ze' weten niet of Abraham iemand was uit de oudheid, de middeleeuwen of geen van beide. Ze,daar op die pabo's, rekenen slechter dan bolleboosjes in groep 8. Op de ROC's doen ze alleen nog aan 'competenties', ofwel een beetje dollen in het computerlokaal, terwijl de leraar met oordopjes in uit het raam staart.

Ik kan me geen medeleerling herinneren die Gorter reciteerde én de sterren van de hemel voetbalde, die dromerig gitaar speelde én de leraar aftroefde met wiskunde. Van die hele schoolse martelgang - indommelen bij geschiedenis, wanhopig in de touwen bungelen, voor gek gezet worden bij een 'beurt' voor de klas - herinner ik me vooral dat je wég wilde.

Naar buiten! Waar het echte leven lokte, waar mensen elkaar als gekken beminden, terwijl wij zaten opgesloten in de neerslachtig"makende geur van potloodslijpsel, zweetvoeten en kindertjespis. Aan dat verlangen heeft dertig jaar onderwijsvernieuwing niets kunnen veranderen.

Ook mijn kinderen rekenden op hun 12de beter dan ik; het wordt elk jaar een beetje minder, tot ze straks, zoals 90 procent van de mensheid, slechter rekenen dan hun eigen slimme kinderen van 12 - wat niet wegneemt dat je rekenen in vier jaar pabo kunt leren. Ze spreken beter Engels, en een beetje minder Duits. Ze kennen minder jaartallen, maar snappen meer van de wereld. Ze doen het niet in hun broek bij een spreekbeurt. Kleine verschuivingen. Waar blonken 'wij' massaal in uit? Spellen, ja, dat kunnen we heel behoorlijk. Goed hè? ,

Nooit kom ik één leraar tegen die het woord 'competenties' zonder spot in de mond neemt. Het hoort bij het gezwatel dat wordt uitgebraakt op het ministerie en bij de waterhoofden van onderwijskundigen en 'bovenschools management', die zwaar drukken op de lichamen die het werk doen. Die bedachten, opdat hun overbodigheid niet opviel, de holle newspeak van trajecten en processen, reflectie en attitude, waarbij hinderlijke inhoud snel uit het zicht verdween.

Iedere leraar wil, in het studiehuis of vanaf zijn lessenaar, zijn leerlingen iets leren: timmeren of Grieks vertalen, koekjes bakken. of worteltrekken. Soms lukt dat, vaak niet. Voor elk grammetje kennis dat bijblijft, zinken kilo's in de vergetelheid.

Nog liever wil de leraar elk kind één keer verrassen, aansteken of begeesteren, waardoor dat kind denkt: hé, misschien wordt dát mijn plaats in de wereld.

Voor dat moment verdraagt hij elk uur dertig verveelde, naar vrijheid snakkende hoofden met i-pods. Daarom is de leraar een held.