We hebben 141 gasten online

Berichten militaire oorlogslachtoffers Deel 1

Gepost in Over mijzelf

Lijken Oostenrijkse soldaten na 86 jaar in gletsjer ontdekt

Zesentachtig jaar na hun dood zijn in een Italiaanse Alpengletsjer de gemummificeerde lichamen van drie Oostenrijkse soldaten aan de oppervlakte gekomen. De mannen, die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog overleden, werden op 3.640 meter hoogte in het Ortlermassief ontdekt door een vrijwilliger van de Italiaanse bergwacht.

De lichamen zouden "in goede toestand" zijn en zullen met behulp van een helikopter geborgen en daarna begraven worden. De mannen zouden deel hebben uitgemaakt van het derde regiment Kaiserschützen uit Tirol en kwamen vermoedelijk op 3 september 1918 om het leven in Punta San Matteo tijdens een gevecht. (lod, belga

Laatste eer voor bemanning Brits vliegtuigwrak WO II

kistdragers

Leden van het Queen’s Colour Squadron van de Royal Air Force droegen de kist met de stoffelijke resten van de bemanningsleden van de Short Stirling

Veel publiek bij begrafenis stoffelijke resten bemanning Stirling

Foto's berging Stirling

Een Duitse soldaat, met alles op en aan 8 februari 2006 in de Gelderlander

Hij had zijn helm nog op, zijn uitrusting om en zijn schoenen aan. De Duitser die gisteren werd gevonden in de spoordijk, leek haast nog bereid tot de strijd.

De Duitser werd gisterochtend gevonden bij werkzaamheden aan de dijk. Bovenop de dijk worden geluidsschermen geplaatst, ten behoeve van de toekomstige bewoners van de nieuwe Arnhemse wijk Schuytgraaf. Daarom wordt het dijklichaam iets verbreed.

De werkers gaan eerst met een metaaldetector over de bodem, op zoek naar mogelijk onontplofte munitie. Tijdens de Slag om Arnhem is hier flink gevochten tussen de Duitsers en de Polen. Maar ook in de maanden tot aan de bevrijding zijn in dit gebied gevechten geweest.

De metaaldetector sloeg gisteren aan op de helm van de soldaat. Medewerkers van de Bergings- en Identificatiedienst legden vervolgens de overblijfselen van de soldaat bloot. Adjudant Arnand Maringka van deze dienst wijst op de bovenarm van het skelet: de kop is nog niet aan het bot vastgegroeid. „Dit moet een jonge man zijn geweest. Die twee botten vergroeien met elkaar als je ongeveer twintig bent.“

De Duitser was nog helemaal als lid van Hitlers Wehrmacht te herkennen. Hij had zijn helm nog op, zijn schoenen nog aan, zijn etensblik, koppel en patroontassen nog om. Het skelet was nog geheel intact, van het uniform was amper meer iets te zien. Ook zijn identificatieplaatje had hij nog om zijn nek. Maringka: „Daarop tref je een nummer aan en het legeronderdeel waartoe hij behoorde. We gaan dat bestuderen en proberen er achter te komen om wie het gaat. We hebben hier in Nederland lijsten van Duitse
gesneuvelden, eventueel nemen we contact op met Duitsland.“ De dienst van Maringka heeft de overblijfselen meegenomen naar zijn onderkomen in Soesterberg.

Bron: De Gelderlander
duitse soldaat

Een Duitse soldaat met alles op en aan

Gesneuveld in 1914, begraven in 2007

In de Belgische Westhoek worden nog altijd soldaten teruggevonden en heel soms geïdentificeerd
Dankzij een Nederlands identificatieteam konden klein- en achterkleinkinderen van een Britse soldaat hun in 1914 ge­sneuvelde familielid begraven.
Van Onze correspondent
Bart Dirks in Volkskrant van 5 juli 2007
 
PLOEGSTEERT /PASSENDALE Veel weet Myra Webster niet over haar grootvader. 'Hij ging naar de Grote Oorlog toen mijn vader nog een kleine jongen was.' Maar emotioneel vindt ze' het wel, als woensdag private Richard Lancaster van het tweede bataljon The Lancashire Fusiliers samen met twee onbekende soldaten wordt begraven. Het gebeurt bijna 93 jaar nadat ze sneuvelden.'Ik ben heel verdrietig, maar ook enorm trots', zegt Webster op het oorlogskerkhof Prowse Point bij het Belgische gehucht Ploegsteert, vlak bij de grens met Frankrijk. 'Over deze dag zullen we het in de familie de rest van ons leven blijven hebben.'Soldatenkerkhof Prowse Point is er een zoals er honderden zijn in de Westhoek, de zuidwestelijke streek van België die na de loopgravenoorlog was veranderd in een desolaat maanlandschap. Nu oogt de heuvelachtige streek lieflijk. Rondom het met beukhagen omzoomde kerkhofje liggen percelen met aardappels en graan. Verderop grazen koeien, langs metershoge draden telen boeren hop, de grondstof voor bier.Vlakbij Ploegsteert - de Britse soldaten konden de naam niet uit­spreken en hadden het over Plug­street - raakte Richard Lancaster met zijn regiment verzeild, Met zijn 32 jaar was hij een stuk ouder ­dan de gemiddelde soldaat. Hij had vanaf 1901 al vier jaar legerdienst gedaan en was daarna getrouwd. Het weversgezin telde vier kinderen toen de Britse regering op 4 augustus 1914 tot mobilisatie besloot. Duitsland had gedreigd het neutrale België binnen te vallen en Lancaster werd als reservist opgeroepen.Zijn verblijf op Belgische bodem zou van korte duur zijn. Hij sneuvelde in de nacht van 9 op 10 november 1914. Volgens het oorlogsdagboek werden bij een aanval een Duitse loopgraaf en een boerderij veroverd. Maar de Duitsers namen de troepen onder vuur; Lancaster en vier kameraden sneuvelden. Haastig werden ze aan de frontlinie begraven. Pas negentig jaar later werden hun stoffelijke resten teruggevonden.Jaarlijks vinden archeologen enkele tientallen slachtoffers. De Commonwealth War Graves Committee, belast met begraven van oorlogsslachtoffers van het Geme­nebest, organiseert telkens een ce­remonie met militaire eer. Dat gebeurt op het oorlogskerkhof dat het dichtst bij de vindplaats van het lichaam ligt. Altijd gaat er een Anglicaanse priester voor en de Last Post wordt gespeeld als laatste militaire groet. De Duitsers begra­ven hun teruggevonden man­schappen gelijktijdig, eens per jaar, in Langemark.'Als er lichamen worden gevonden, is het meestal onmogelijk om vast te stellen om wie het gaat', zegt Freddy Declerck van de Passchendaele Society 1917, een ge­nootschap dat de 'Groote Oorlog' levendig houdt met exposities,rondleidingen en heropvoeringen van veldslagen. 'Gesneuvelde soldaten werden door hun kameraden begraven. Men noteerde gedetailleerd waar, bijvoorbeeld dicht bij een bunker. Maar door latere veldslagen, zoals in het voorjaar van 1918 en bij het eindoffensief van 1918, is er veel vernietigd en zijn veel doden vermist geraakt.'Dat geldt zeker voor menig slachtoffer in de slag van Passendale (bij leper), in 1917. In honderd dagen vielen bijna een half miljoen doden, de helft van alle slachtoffers in de streek in de hele oorlog. De geallieerde troepen veroverden een strook land van 8 kilometer op de Duitsers. 'Alles lag daarna in puin, behalve de Duitse bunkers. Bovendien moesten de geallieerden het gebied in 1918 na twee dagen strijd, weer opgeven', aldus Declerck.Maar geheel nutteloos was het offensief in 1917 volgens hem niet: de Duitsers raakten door hun mu­nitie heen en veel materieel was beschadigd. 'Het heeft het einde van de oorlog, in november 1918, wel versneld.'Het 'grote dodenjaar', 1917, wordt deze zomer uitvoerig herdacht. Zo bezoekt de Britse konin­gin Elisabeth volgende week onder meer de Tyne Cot-begraaf­plaats in Passendale, het grootste oorlogskerkhof ter wereld van het Britse Gemenebest. Er staan 24 duizend witte graven, in de muren zijn nog eens 35 duizend namen gebeiteld van vermiste manschappen: Engelsen, Schotten, Zuid-Afri­kanen, Canadezen, Nieuw-Zeelanders, Australiërs, en zelfs New­foundlanders.Het gras op Tyne Cot is nog onberispelijker gemaaid dan op golfbanen, de bloemperkjes bij de witte graven zijn messcherp afgestoken. Dagelijks komen hier bussen met Britse scholieren om de gevallenen te eren.Ook op Tyne Cot werd gisteren, in een ongenadige stortbui, een soldaat begraven. Hij kwam om in 1917, meer is men niet van hem te weten gekomen. 'Een onbekende soldaat', staat er op zijn steen, 'wiens naam bekend is bij God.'Dat Richard Lancaster wél kon worden geïdentificeerd, is de verdienste van de Bergings, en ldentificatiedienst van de Koninklijke Landmacht in Soesterberg. 'We helpen de Britten op hun verzoek regelmatig met identificatie', zegt adjudant Arnand Maringka, met drie collega's uitgenodigd voor de begrafenissen op Prowse Point en Tyne Cot. 'We hebben drie resten onderzocht, waarvan we er een konden identificeren. Doorgaans gebeurt identificatie aan de hand van gebitsstaten, maar die had men in de Eerste Wereldoorlog nog niet. Maar onder meer vanwege zijn lengte en leeftijd en door het embleem van zijn baret konden we vaststellen dat het soldaat Lancaster is.'Kleindochter Myra Webster is het Nederlandse identificatieteam 'eeuwig dankbaar', zegt ze terwijl op Prowse Point de militaire muziekkapel afmarcheert. 'Het is allemaal zo overweldigend: de muziek, de gebeden, de vele kransen die zijn neergelegd door Britten, Belgen, Fransen en Nederlanders. Voortaan kunnen we hier elk jaar bloemen op grootvaders graf komen zetten.

Lijken ontbinden niet in het Friese Dantumadeel

Accent waslijken in Volkskrant 12 maart 2008 Karin Sitalsing
 
GRONINGEN Lijken in de Friese gemeente Dantumadeel ontbinden niet. Op twee begraafplaatsen in de gemeente zijn lichamen na twintig jaar niet vergaan zoals gebruikelijk. De stoffelijke resten zijn verworden tot een soort taaie, witte, wasachtige poppen.Grafdelvers deden deze ontdekking toen ze graven aan het ruimen waren op de gemeentelijke begraafplaatsen van Broeksterwoude en Zwaagwesteinde. Uit piëteit heeft de gemeente Dantumadeel besloten de graven niet opnieuw te gebruiken. Normaal gesproken worden de botten uit geruimde graven bewaard in een zogenoemde knekelput, waarna het graf klaar is voor een nieuwe dode.Het verschijnsel dat een lichaam niet verteert, maar geconserveerd blijft, heet adi­pocire, verteltgemeente­woordvoerder Emmo Koster. 'Als er niet genoeg zuurstof bij een dood lichaam kan komen, stokt de bacteriële ontbinding en treedt er een ander chemisch proces op, waardoor een wasachtige substantie ontstaat.' Die lijkenwas ontstaat uit rottend vetweefsel van de overledene. Door de conservering blijven de lichamen grotendeels herkenbaar, vertelt Koster. 'Soms wel veertig jaar.'In Broeksterwoude was de waterstand te hoog voor een 'normale' ontbinding. In Zwaagwesteinde is de grond van een deel van de begraafplaats leemhoudend, waardoor er niet genoeg zuurstof werd doorgelaten. 'Tegenwoordig moet de grond van begraafplaatsen aan allerlei eisen voldoen. Jaren geleden was dat nog niet zo.'De 'waslijken' zijn veilig gesteld: zij mogen tot het einde der dagen in hun graf blijven liggen. Wel kan er niemandmeer begraven worden op de plaatsen waar de lichamen niet vergaan. Voor sommigen is dat pijnlijk: een echtpaar dat een graf heeft gekocht, en waarvan de ene al begraven is, wordt dus niet na de dood herenigd. 'Als de langstlevende van zo'n echtpaar overlijdt, zullen we de nabestaanden moeten vragen hun dierbare op een ander plekje te begraven. In zo'n geval worden de rechten gewoon verschoven naar een ander deel van de begraafplaats.'Karin Sitalsing

Vliegers begraven: 'Moeder zal opgetogen zijn'

moeder opgetogen
Onder het oog van honderden mensen en camerateams uit Nederland, Engeland en Ierland, zijn op 7 mei 2008 de RAF-vliegers John Kehoe en Stanley Mullenger met militaire eer begraven in Bergen. De 88-jarige Margaret Walsh-Kehoe, die het verzoek tot berging had gedaan, liet hiermee de wens van haar moeder in vervulling gaan. ,,Ik ben erg trots. Het is gedaan. Ik had nooit gedacht dat ik deze dag zou beleven. Moeder zal opgetogen zijn.''

Aan de begrafenis van de Ier Kehoe en de Brit Mullenger, die op 8 november 1941 sneuvelden toen hun Hampden bommenwerper neerstortte bij Berkhout, ging een kerkdienst vooraf. Het was een sfeervolle ceremonie, waarin RAF-legerpredikant Tim Wright en pater Kees Groenewoud voorgingen. 7 mei 2008 Noord Hollands Dagblad

Rode Kruis identificeert vermisten uit WO II

Bij een archeologische opgraving, bij het aanleggen van funderingen van een nieuw gebouw of op een omgeploegde akker wordt geregeld een stoffelijk overschot gevonden waarvan de identiteit niet kan worden achterhaald. Ook niet als het gaat om gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog.Daar moet verandering in komen, vindt het Rode Kruis. Het Rode Kruis gaat samenwerken met het leger en de politie om zo'n vijfhonderd onopgehelderde vermissingzaken uit de Tweede Wereldoorlog op te lossen. Het Rode kruis wil van nabestaanden van vermisten een DNA-wangslijmvliesmonster afnemen en aan de hand van gegevens in de politiedatabank Vermiste Personen, die sinds 2006 bestaat, een link proberen te leggen.Het Rode Kruis ziet het herstellen van familiebanden en het opsporen van vermisten tijdens en na conflicten of rampen als een van zijn kerntaken. De opsporing is mogelijk sinds de Wet op de lijkbezorging van 2006, die bepaalt dat DNA wordt afgenomen van elk aangetroffen stoffelijk overschot.Bron: NRC Handelsblad 1 augustus 2008

Troops Still returning

U.S. searches for World War II dead in East Europe

By Vanessa Gera in The News Virginian van 13 juli 2008
Warsaw, Poland- For more than six dicates, the famely of U.S. Army 1st Lt Archibald Kelly had no way of being certain he was killed when his bomber smashed into a rockey cliff in Croatia in World War II.They didn't know his bones lay under a makeshift cairn cobbled together by fillages. Without a body or a proper burial they could never completely convince themselves he was dead. "We didn't have anything confirmed," the navigator's brother, Samuel Kelly, 85, recalled. "My mother always thought he got knocked in the head and had amnesia and was wandering around Europe somewhere. She never gave up thinking that he would come home. My dad was the same way"Last year, Kelly was finally buried back home in Michigan in a ceremony with full military honors after his remains were located and identified by U.S. investigators - the latest succes in a renewed push to recover the bones of missing WWII servicmen in Eastern Europe.The work comes as families of missing soldiers have an increased pressure on the U.S. government to find more accessible and receptieve to American military researchers. Countries like Croatia, Albania and Poland were isolated behind the Iron Cortain during the Colsd War. And though communism ended nearly 20 years ago, it took several more years for the U.S. to establish a working relationship with local authorities that would allow real progress. "It took a while for it to get ramped up," said Master Sgt. Cory Damm, a U.S. Army analist investigating cases in Eastern Europe. "The mid- to late-1990s is when it started building and now we've gotten to the point where family groups are crying out "Yes we are interested, we want to look!"So now the government is devoting moere resources to this." He and another field researcher from the U.S. Defense POW/Missing Personnel office arrived in Poland this week to chase lands in cases where they believe there is hope of finding remains - an effort under way in Poland since 2006, where there are 109 Americans believed missing. For the next three weeks, they will probe the memories of villagers, pore through town and church records and search crash sites for plane wreckage or other clues that could lead to the recovery of remains.