We hebben 255 gasten online

Berichten miliaire oorlogslachtsoffers Deel 3

Gepost in Over mijzelf

WO I:Vermist aan het front;DNA geeft soldaten weer een naam

drs.J.W.Swaen Historicus www.blikopdewereld.nl

via dna onderzoek

Not forgotten . . . the reinterment of five Australian soldiers on oktober 4 2007 at Buttes New British Cemetery in Belgium.

Zie voor meer foto's van de plechtigheid:

http://www.wo1.be/ned/evenementen/erbij/2007/Oktober/Zonnebeke-Buttes-0410/body1.htm

In september 2006 zijn in het Belgische Zonnebeke, niet ver van Ieper in West-Vlaanderen, bij graafwerkzaamheden de stoffelijke resten van vijf personen gevonden. Op grond van een metalen insigne van een rijzende zon bij een van de lichamen werd al snel duidelijk dat het om een Australische soldaten ging die in de Eerste Wereldoorlog zijn gesneuveld. Maar wie?

Voor de eerste keer zijn DNA-technieken gebruikt om skeletten uit de Eerste Wereldoorlog aan een naam te koppelen. De leiding van het onderzoek beruste bij Roger Lee van het Australische ministerie van defensie. Het leger heeft een perfecte documentatie over al zijn soldaten die naar het front gingen. met het insigne, war vage kleuren op het uniform en de plek waar de lichamen zijn gevonden, kon Lee achterhalen dat het diggers moesten zijn, die in 1917 tijdens de slag om Passendale zijn gesneuveld. 'We kwamen met een lijstje van zeven vermoedelijke namen'.

In het verleden stopte het onderzoek daar. Want hoe verder? In België kwam het voorstel DNA-onderzoek te doen. Het idee was om uit de botten van de gesneuvelde soldaten DNA te halen en te vergelijken met het DNA van nabestaanden. 'We hebben maart vorig jaar een oproep gedaan op de radio en een persbericht laten uitgaan, waarin we zeiden dat we op zoek zijn naar nabestaanden van zeven soldaten', vertelt Lee. 'De respons was overweldigend. Het verhaal verscheen in alle kranten. We hoefden verder niets te doen. Je moet niet vergeten dat de Eerste Wereldoorlog hier een grote indruk heeft achtergelaten. Meer dan 300 duizend jonge mannen, op een bevolking van ongeveer 4 miljoen, zijn vertrokken naar het verre Europa en vele tienduizenden zijn nooit teruggekeerd. In elke familie is iemand gesneuveld of zwaar gewond teruggekomen.

Fay Harris uit Melbourne las in de krant over de namen. 'ik ging er goed voor zitten en las de naam George Calder, de naam van mijn familie. ik pakte een oud adresboekje van mijn tante erbij en daar stond dezelfde naam. Hij was mijn oudoom'. Harris nam contact op met Lee en gaf wangslijm aan de onderzoekers. En zo kregen de botten in België een naam. 'Het was erg emotioneel toen ik het telefoontje kreeg met de positieve uitslag'. Op deze manier hebben drie lichamen een naam gekregen. Een paar weken geleden is het lichaam van de derde soldaat herbegraven.

De speurtocht naar de derde naam duurde langer, omdat er van deze soldaat geen afstammelingen in de vrouwelijke lijn te vinden waren. Pas toen het lukte om de DNA-identificatie ook via de mannelijke lijn te doen, kregen David en Geoffrey Storey uit West-Australië te horen dat hun oom George Storey was gevonden. 'Hij was de broer van mijn vader, samen gingen ze naar het front', vertelt David. 'We wisten van onze oom, maar mijn vader heeft zelden vertelt over de verschrikkingen in België. Hij kwam gewond terug en ging verder met zijn leven. Hij overleed in 1940, eigenlijk aan een wond die hij al jaren daarvoor had opgelopen'.

De twee broers waren eind september in België voor de herbegrafenis. De Storeys mochten een tekst kiezen op de steen van het graf van hun oom. 'Altijd in ons hart', staat er. Getekend:'De familie die achterbleef'.

( Noot: De Australiërs die naar Europa gingen om mee te vechten deden dat vrijwillig)

Tekst gebaseerd op een reportage van Marc van den Broek in Volkskrant 11 november 2008: 'DNA geeft soldaten WO I weer een naam.

Documentaire over de manier waarop Belgische wetenschappers er voor het eerst in geslaagd zijn om via DNA-onderzoek enkele gesneuvelde Australische soldaten uit WO I te identificeren.

Geregeld worden er nog stoffelijke resten van soldaten uit de Eerste Wereldoorlog opgegraven. In deze documentaire zien we we hoe Rob Troubleyn van de Dienst Oorlogsgraven van het Belgische leger ervoor zorgt dat ze een degelijke begraafplaats krijgen. In september 2006 krijgt hij een oproep uit het Westvlaamse Zonnebeke.

Bij graafwerken heeft een aannemer de stoffelijke resten ontdekt van vijf soldaten. Eén van de soldaten draagt het insigne van het Australische leger: de Rising Sun. Historisch onderzoek in de bataljonsverslagen onthult dat de vijf tijdens de slag van Passendale zijn gedood.

Wat is daar precies gebeurd? Waarom zijn de Australische troepen naar het Westelijk front gekomen? Waar zijn ze ingezet? Waarom willen deze jonge mannen zo ver van huis en thuis hun leven riskeren? Hoeveel zijn er gesneuveld? En vooral: wie zijn deze vijf Australiërs?

Rob Troubleyn brengt de Australische overheid op de hoogte van de vondst in Zonnebeke. De Australiërs zijn bereid om het hele onderzoek naar de identiteit te financieren. Met de hulp van wetenschappers uit diverse disciplines zoekt Rob Troubleyn een antwoord op de vele vragen. Een forensische patholoog, Belgische historici én historici uit Australië, textielspecialisten: allemaal reiken ze stukjes aan, maar niet de volledige puzzel.

Maar door eliminatie blijft uiteindelijk een korte namenlijst over. Alleen DNA-onderzoek kan de namen van de vijf prijsgeven. De Australische overheid lanceert een oproep en vraagt alle nabestaanden een DNA-staal af te leveren. Uiteindelijk konden zo twee van de soldaten worden geïdentificeerd. Een derde krijgt binnenkort een naam op zijn laatste rustplaats.

Permanent Link to WO I- Vermist aan het front

Quest for identity laid to rest in Flanders fields

The Sidney Morning Harald

ON A day perhaps as misty as those of the battles of Passchendaele exactly 90 years ago, five World War I Australian soldiers were buried yesterday.

The men had lain unknown in Flanders, Belgium, since their deaths, but advances in DNA technology have enabled Belgian scientists and the Australian Army history unit to put names to two of them.

Relatives of Private John Hunter, from Nanango in southern Queensland, and Sergeant George Calder, of Goldsborough in northern Victoria, laid flowers and a toy kangaroo on the coffins of their forebears before they were lowered into the earth in Buttes New British Cemetery.

The ceremony, before a crowd of 500 people, was attended by the Governor-General, Major General Michael Jeffery, and the New Zealand Prime Minister, Helen Clark.

An emotional Jim Hunter, nephew of Private Hunter, said he knew a great deal about his uncle because his father, also Jim, had fought beside him in Flanders and had buried him the first time.

Many old soldiers never talked about the war. But Jim Hunter spoke always about fighting in Flanders with his older brother, known as Jack. For his son, the stories kept Uncle Jack alive.

The brothers were graziers in Queensland. A German shell killed Jack when he went over the trenches on September 26, 1917.

He laid Jack down in a blanket tied with signal wire. "He wrapped him pretty well," says the younger Jim Hunter, 73.

"They were great mates. You could see my dad loved him from the way he talked. Near the end of his life, when he had Alzheimer's, he used to cry: 'Jack, Jack …"'

Private Hunter was hastily buried for later reinterment, but his body was missed when temporary cemeteries were dug up after the war. He lay in Belgium for almost 90 years.

Yesterday he was reinterred at Buttes Military Cemetery at Zonnebeke.

Private Hunter was one of five Australian soldiers killed during the battles of Passchendaele who were reburied yesterday, after Belgian gas workers found their well-preserved remains while laying a pipe last year.

The Governor-General's wife, Marlena, laid a sprig of golden wattle on their coffins.

Until recently, it had been impossible to identify such remains and they were reburied as unknown soldiers. But by taking mitochondrial DNA from a femur and matching it with the DNA of a living relative, Belgian researchers working with the Australian Army have managed to identify two of the five soldiers. It is a difficult task. The DNA can be traced only through the female line, and living female relatives, who often have different names to their forebears, can be hard to find.

The army, which takes pains to be sure it has an exact match, has been unable to identify the three other soldiers found.

Sisters Adrienne Verco, of Brisbane, and Rosemary Sheehan, of Wales, learnt only on Monday that the tests could not confirm one of the bodies was their great-uncle, Colin Neil McArthur.

A saliva swab from Mollie Milliss, however, matched the DNA of her uncle, Private Hunter. And Faye Harris, of Frankston, Victoria, was able to provide a match to the remains of her great-uncle, Sergeant Calder. Mrs Harris knew her great-uncle had not returned from World War I. But she contacted the army only after reading an article in The Age about the discovery of the bodies.

The revelation that one of the bodies was that of her great-uncle was "overwhelming", said Mrs Harris's daughter, Sue Moore, who travelled to Belgium with her sister, Anne Morrison. The sisters were sorry to know only a little about their great-great uncle, but Mrs Moore said it was "an extreme honour to be able to come and recognise his sacrifice".

It was a sacrifice many young Australians made. "These five blokes were part of what was the biggest episode in our military history," said the writer Les Carlyon, the author of The Great War, a history of Australia's role in World War I.

Carlyon said that in two months Australia suffered 38,000 casualties and lost 7000 men at Passchendaele. The prime minister, Billy Hughes, was forced to hold a second referendum to introduce conscription. It was defeated.

Soldiers lay diggers to rest

laatste eer

THE mist parted and the sun shone brightly the moment soldiers from the 51st Battalion, The Far North Queensland Regiment, slow-marched one of their own and four Digger mates to newly dug graves on a former battlefield in Belgium today.

laatste eer

The 21-strong contingent ensured the five World War I soldiers, including one from the original 51st Battalion, received a funeral with full military honours.

Sergeant Steve Fauid said when he and the six bearers shouldered the first coffin he thought: “I will carry this weight because this is a great fellow.”

His colleague, Sergeant Rick Leeman, said it was fitting that the sun pierced the gloom as the first coffin was carried into the Buttes New British Cemetery.

“Every Aussie loves the sun – it couldn’t have felt better,” he said.

The five casualties of the Great War were buried in the presence of Australian Governor-General Major General Michael Jeffery, New Zealand Prime Minister Helen Clark, recent Kiwi Victoria Cross winner Corporal Bill Apiata, Vice Chief of the Australian Defence Force Lieutenant General Ken Gillespie, Chief of Army’s representative Major General Michael O’Brien (retd) and a crowd of more than a thousand.

The Governor-General’s wife, Marlena Jeffery, placed sprigs of wattle on the coffins, which were adorned with the Australian flag, slouch hat, .303 bayonet and WWI medals.

Chaplain Jim Pearson, of 51 FNQR, conducted the service. He and Sergeant Noel Chillego tipped sand and seawater from Albany, Western Australia – the embarkation point for WWI soldiers destined for the Western Front – on the coffins as they were lowered into the ground.

The Governor-General said that 90 years ago, almost to the day, the five soldiers died in a “savage but successful battle” to capture Polygon Wood, in which the Buttes cemetery is now located.

“It’s hard to imagine standing here in this beautiful, productive countryside that in 1917 not a tree, not a blade of grass, not an animal or a bird, or indeed a building, was left standing,” he said.

“We commit the bodies of these five Australian soldiers to permanent rest in this beautiful and sacred place, to lie at peace alongside their mates, ordinary men who did such extraordinary things.”

The remains of the Diggers were discovered during excavations for a pipeline last year. Two were identified from DNA – Sergeant George Calder, of the 51st Battalion, and Private John Hunter, of the 49th Battalion. The Australian Army flew the descendants of both men to Belgium for the re-interment ceremony.

The inscription on Private Hunter’s headstone best sums up the meaning of the event: “At rest after being lost for 90 years.”

The Commanding Officer of 51 FNQR, Lieutenant Colonel Paddy Evans, said it was a tremendous honour for the regiment to provide the ceremonial guard for the re-interment.

“This doesn’t happen very often, and to find one of your own from history who is in the original 51st is like we’ve gone full circle. And to have his relatives here and the closure it gives them is just fantastic,” he said.

As the coffins were eased into the ground, the sky again turned a gun-metal grey and there were spatters of rain – appropriate symbolism as the campaign in which the five Australians perished became mired in mud after heavy rain in October 1917.

Earlier in the day, some 51st Battalion members took part in an Anzac service at Tyne Cot Cemetery as part of the 90th anniversary commemorations of the Battle of Passchendaele.

Australische WOI-soldaat na 91 jaar geïdentificeerd in Zonnebeke

Wetenschappers zijn er dankzij DNA-onderzoek opnieuw in geslaagd om een Australische soldaat te identificeren die 91 jaar geleden in Zonnebeke sneuvelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dat meldt het Memorial Museum Passchendaele 1917 in een mededeling. In 2007 kregen zo ook al twee andere Australische soldaten hun naam terug. De identiteit van de nu geïdentificeerde soldaat zal pas over enkele dagen worden bekendgemaakt, omdat de familie eerst op de hoogte wordt gebracht.

In schuilput
In september 2006 werden bij wegenwerken op het gehucht Westhoek in Zonnebeke de stoffelijke resten ontdekt van vijf Australische soldaten. De stoffelijke overschotten lagen in een soort schuilput. Restanten van hun uitrusting leerden dat het ging over Australische soldaten, maar een verwijzing naar hun identiteit ontbrak.

Via historisch opzoekingswerk en vergelijkend DNA-onderzoek van mogelijke nabestaanden in Australië konden twee van de soldaten geïdentificeerd worden. In oktober 2007 werden de vijf dan bijgezet op Buttes New British Cemetery, in Zonnebeke. Dat gebeurde in aanwezigheid van de Gouverneur-Generaal van Australië, de eerste minister van Nieuw-Zeeland en de families van de geïdentificeerde soldaten.

"Doorbraak"
De identificatie van vermisten uit de Eerste Wereldoorlog, 91 jaar na datum, op basis van historisch onderzoek en DNA-analyse, is een doorbraak op wetenschappelijk vlak en opent belangrijke perspectieven naar de toekomst, klinkt het bij het Memorial Museum Passchendaele 1917.

Op Buttes New British Cemetery liggen 2.103 oorlogsslachtoffers begraven, afkomstig uit Groot-Brittannië, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland. 1.675 van hen hebben geen naam. (belga/sd)

04/07/08 Bron HLN BE

Zie verder: The Diggers' War: Australia in the Great War 1914-1918