We hebben 231 gasten online

Geschiedenis en Levensloop Deel 12D8 Overzicht werkzaamhden COO

Gepost in Over mijzelf

Afscheidsrede,uitgesproken bij het vertrek van Jo Swaen, voorzitter van de GMR

door Ad Poulisse.

Vertel mij over de man,de Omoreus, die elf van zijn beste jaren gewijd heeft aan het verleggen van de grenzen van de medezeggenschap en op zijn lange tocht te maken kreeg met.....

Nee, beste mensen, ik ben geen Homerus en zal geen 19 hoofdstukken wijden aan de hoofdpersoon van mijn vertelling, ook al is het verleidelijk Homerische vergelijkingen te maken met de eenogige Polyphemos of de Sirenen, die in slimheid het onderspit delven tegen de hoofdpersoon van mijn verhaal.

En gelukkig (-Odysseus verloor immers al zijn companen-) kan Jo Swaen alleen maar met Odysseus vergeleken worden vanwege zijn tienjarige zoektocht naar volwaardige medezeggenschap en zijn terugkeer bij zijn geliefde familie op zijn eiland in de zompige Peel. Maar zijn vertrek als voorzitter van dit platform en van de GMR is wel een goed moment om de balans op te maken ten aanzien van de medezeggenschap bij OMO in het algemeen en de rol van Jo daarbij in het bijzonder. Vanaf 1986 was Jo lid van het Centraal Overlegorgaan van OMO en vanaf 1988 voorzitter, lid van de commissie Rechtspositie (een van de best werkende commissies die OMO ooit gehad heeft) en waarnemer bij de vergaderingen van het Hoofdbestuur. Ook heeft hij met veel zorg voor het personeel een belangrijke rol gespeeld in de elk jaar terugkerende wachtgeldprocedure. Zijn motivatie om al dit werk te doen was gelegen in zijn oprechte zorg voor het personeel, zijn D’ 66 hart, dat hem ingaf dat macht gecontroleerd moet worden en door zijn achter­grond als geschiedenisleraar, waarin hij dagelijks bezig is leerlingen een kritische houding aan te leren.

Zijn doel was om van de informele medezeggenschap in het COO z.s.m. een concrete en efficiënt werkende medezeggenschapsraad te maken, die op wettelijke basis een volwaardige gesprekspartner van het Bevoegd Gezag kon zijn.

Dat dit pas per 1-8-­1995 lukte lag aan die stroperige structuren en processen binnen OMO, waarvoor hopelijk binnenkort een zodanige structuur gevonden wordt dat processen effectief gerealiseerd kunnen worden in het voordeel van de professionele organisatie, die OMO, terecht, pretendeert te zijn. Vanaf 1995 was Jo voorzitter van de PGMR, en dus ook van het Platform Personeel. Het was dan ook geen verrassing dat hij unaniem gekozen werd tot de eerste voorzitter van de GMR. Op zijn markante manier, de vergadering met "jongelui" openend, wist Jo "zijn" vergaderingen te sturen, waarbij hij nogal eens anderen de kastanjes uit het vuur liet halen om daarna, steunend op zijn fenomenale geheugen, een pragmatisch eindvoorstel te formuleren in de gewenste richting. Zijn sterkste punten waren zijn inschattingsvermogen, zowel van mensen als zaken, en zijn financiële know how. Ten onrechte, vind ik, kreeg hij soms het verwijt dat hij wat vooruit liep op de troepen of dat hij uit het veld geslagen was wanneer er direct op de man gespeeld werd in plaats van inhoudelijk gediscussieerd.

Jammer genoeg gaat Jo ons nu verlaten, gedwongen door gezondheidsredenen, net nu we op weg waren naar de medezeggenschap zoals hij die altijd voorgestaan heeft.

Misschien is, voor het jaar 2000, OMO de eerste organisatie voor middelbaar onderwijs die een ondernemingsraad heeft. Daarnaast zal het streven van het personeel erop gericht zijn het beleid, ook het financiële beleid, transparant te maken en het te toetsen op zijn uitvoerbaarheid. Het werkverdelings beleid en het nieuwe mobiliteitsplan zijn daar goede voorbeelden van. Beste Jo, het lijkt me overbodig om te stellen dat we je zullen missen in ons midden en niet allen vanwege je kennis, maar ook vanwege je persoonlijkheid.

Bovenstaande geeft aan dat je naam met gouden letters geschreven kan worden in de annalen van OMO.

Je hebt er geschiedenis gemaakt, maar wat voor jou nog belangrijker is: je hebt er ook vrienden gemaakt. Het ga je goed