We hebben 376 gasten online

Liber amicorum: Thuiskomen in de taal

Gepost in Over mijzelf

liber amicorum klein

Thuiskomen in de taal

De stem, de handen, de wandelgang, de gebaren, de trui, het dialect, de argumenten, de lach, de passie de betrokkenheid, de warmte.

We zochten elkaar op in de "cocon van een echt gesprek", dat voor de persoonlijke en intiemere delen het Limburgs als onmisbaar voertuig had. Professor Verhoeven zei het al zo mooi: "Slechts in het dialect kan de nuance van een gedachte, de schaduw van een haar ontwaard, uitgedrukt, omschreven en begrepen worden". Pas dan kan soms héél de persoon tot gelding komen als de klankbuigingen uit heuvelachtige moederschoot daarginds de woorden een diepgang geven in die specifieke geografische ruimte en in de vroege "wroettijd". Het zijn poorten van vertrouwelijkheid en in die geborgenheid kan openheid soms inzicht baren. Het verleden speelt daarbij een vanzelfsprekende rol, maar is dat ook niet de reus op wiens schouder de dwerg staat om nog verder te kunnen kijken? En dat is dus veel meer dan nostalgie, dat thuiskomen in de taal, niet om anderen uit te sluiten maar omwille van het genot dat Limburgers daaraan ontlenen en omdat ook zij willen begrijpen "in den vreemde» Het is de sleutel tot ons hart, dat voel je.

Een raar begin voor een afscheid van een geschiedenisleraar? Welnee!

Ruimte en tijd zijn de al dan niet denkbeeldige hangmatten van de gedragingen van mens en samenleving, waarin wij graag grote bewegingen en bedoelingen willen en/of menen te zien. En juist dat laatste is zo fascinerend maar ook zo gevaarlijk. We leggen immers zo graag de theorie over de wereld heen en als de werkelijkheid daar niet mee klopt, jammer dan voor de werkelijkheid. Links en rechts bezondigen zich eraan.

Jo is niet vies van een grote gedachte, maar nooit verliest hij het contact met de feiten en de alledag. Hij zal het hartgrondig eens zijn met de Oostenrijkse filosoof, dichter en geneeskundige (!) Echich von Feuchtersleben die ooit zei: "Theorie is niet de wortel, maar de bloem der praktijk" Een bewijs daarvoor mag de uiterst nauwgezette studie zijn die Jo gedaan heeft naar "moord en doodslag door verpleegkundigen". Het is onthutsend om te lezen hoe de feiten vaak gemanipuleerd worden om in het plaatje te "passen". Exactheid, eerlijkheid en vasthoudendheid zijn dan nodig om b.v. iemand als Lucia de B. voor een levenslange nachtmerrie te behoeden. De enorme hoeveelheid geconsulteerde bronnen laten op de eerste plaats zien hoe grondig en gedreven maar ook hoe bewust zich onze historicus is van het feit, dat "slechts een dwaas alleen van zichzelf leert"(Ben Jonson). "Niets onwaarsgezegd, niets waars verzwegen". Dit streven, dat volgens Cicero de eerste wet der geschiedschrijving is, moet hij bij het schrijven van dit boek voor ogen hebben gehad.

Jo gaf heel graag les, met alle frustratie en voldoening die daarbij hoort. Als zijn lessen ook maar een fractie van de kwaliteit van zijn onderzoek hadden, dan hebben al die leerlingen wel heel veel geluk gehad. Ik weet uit eigen ervaring hoe lang een geschiedenisleraar in je hoofd blijft spreken en meedenken. De verhalen overleven de docent met gemak, een grote troost.

"De beste manier om zelf iets te leren is er les in te geven" (Seneca) en als leerlingen de lessen, verhalen, de geschiedenis goed begrepen hebben dan is het "alsof ze de ervaring van een tijdgenoot aller tijden en een medeburger aller volken hebben verworven" (Joseph Roux). "Ze zijn dan oud geworden zonder rimpels en zonder gebreken" (Thomas Fuller) , maar met inzichten die versneld tot begrip kunnen leiden. In begrijpen zit niet voor niets het woord grijpen, ergens "grip" op krijgen, de mens gedijt niet in chaos, de recente ontwikkelingen in het onderwijs daar zullen we het nu maar even niet over hebben.

Oud-collega Ton Spamer citeerde zo vaak aan de tafel in de docentenkamer op vrijdagmiddag onder het genot van enige flessen uitstekende rode wijn de beginwoorden van het boek "Duecento" van de onvolprezen Helene Nolthenius: "Dit is het relaas van een tijd die hels en heilig was met een felheid die ouderdom bant" Alhoewel dit over de dertiende eeuw in Italië gaat, kan het eerste deel van die beginzin ook wel betrekking hebben op onze eigen tijd, vaak onderwerp van onze gesprekken, maar het tweede deel mag absoluut niet voor jou gelden, dat ben je aan je naasten verplicht. De lestaak zit erop, m'n jongen, maar het leven gaat verder. Jij zult je niet vervelen. Het éne zul je ècht missen, het andere als de spreekwoordelijke "kiespijn" Ben zuinig op jezelf en op je dierbaren, groei in wat er nog is en kijk niet te vaak achterom ( wel raar eigenlijk voor een "geschiedenisdocent", maar daarover een volgende keer)

Veerzeeènosnogalisutbiedunstruisoputfrieth Ofopunnegoonsdigmiddigbeivoerbeeldmitunelskeofunwieksewittemitsitroen Ofbieduboavensteplaankinduregtstroatinwiekmèrdanwaalnoatwelfoere

Zodatveerdoaschuinstèguneuvurunmediteraanbreudjemitmozzarella

hoalekinnuendanonnogeffubiekinneklappueuvervreugereneuvernou

bisdaanjong

Hans Crombach. Oud-collega, docent tekenen