We hebben 105 gasten online

Recensie 'Europeanen in crisis' Jan Klaasen

Gepost in Recensies

Europeanen in crisis Jan Klaasen

De auteur Jan Klaasen zag na de afwijzing van de Europese grondwet in 2005, een verdere  fragmentatie en een dreigende desintegratie van de Europese Unie. Woorden als crisis, problemen met de euro en de vraag naar een politieke Unie werden gesteld. Voor hem aanleiding om een nadere studie te doen naar de meningsvorming over Europa en de taak van het onderwijs hierin. Het boek zet volgens de cover van het boek mensen aan tot denken en als het meer vragen oproept, dan beantwoordt, is een van de doelen van de schrijver bereikt. Na lezing van het boek blijf ik als lezer toch het gevoel houden dat er veel te veel wordt bijgehaald om het beoogde doel te bereiken.

De auteur beschrijft het eigenlijk ook in zijn slot op pagina 354 als volgt:' Wie over een bepaald onderwerp begint te schrijven, wordt gedreven door de bedoeling het onderwerp onder woorden te brengen. Aan het einde gekomen van deze uiteenzetting bemerken we dat dit niet is gelukt, dat het tekortschiet, enzovoorts, meer nog dat het ons wonderlijker voorkomt dan tevoren. Waarschijnlijk vergaat het ook de lezer zo'. Inderdaad. In feite is het boek in tweeën te verdelen. Het eerste deel van het boek gaat in feite over de staat van het geschiedenisonderwijs. Vooral het feit dat de wetgever in Nederland de geschiedeniscanon heeft ingevoerd leidt er een aantal keren toe dat Jan Klaasen daartegen stelling neemt.  Feit is echter dat in mijn dagelijkse lespraktijk de canon niet alleenzaligmakend is. Een geschiedenisdocent is pas een goede docent als deze juist buiten de canon om zijn studenten historisch besef aanleert. Ook de tien tijdvakken die zijn ingevoerd (Van Rooy) zijn meer als een hulpmiddel dan als oekaze bedoeld. Zoals ook de chronologische indeling Oudheid, Middeleeuwen, Renaissance, Verlichting, Nieuwe Tijd en Nieuwste Tijd bedoeld is om een kader aan te geven waarbinnen de historische werkelijkheid zich heeft afgespeeld.  Een docent die zich alleen maar strak aan de gebruikte geschiedenismethode houdt, schiet natuurlijk tekort. Klaasen stelt zich de vraag of de geschiedeniswetenschap ook het verlangde inzicht in de samenhang bied? In het geschiedenisonderwijs is daarom ook het historische overzicht weer ingevoerd waardoor studenten de onderlinge samenhang weer duidelijk kunnen onderkennen. Klaasen stelt ook dat de huidige geschiedeniswetenschap niet worstelt met het verzamelen en leren kennen van de feiten, maar wel met het lezen en interpreteren. Hoe men ze leest, is afhankelijk van de visie die men ontwikkelt of krijgt op grond van andere dan historische feiten. En dat dat doorwerkt in het geschiedenisonderwijs. En dan wordt de canon ineens beschreven als een soort Staatsgeschiedenismethode en een methode die tendeert naar wat Oost-Europa  en de Sovjet-Unie 70 jaar hebben gekend. Maar zoals Klaasen zelf ook stelt: 'De specifieke vakkennis, de aandacht voor feiten, voor alle feiten en niets dan de feiten en zich van waardeoordelen onthouden, dat is kenmerkend voor een professionele houding van ontzag en respect voor de historische werkelijkheid. Het verleden kan niet anders dan met de ogen van nu benaderd en van hieruit ook begrepen worden. Dat brengt ons bij het tweede thema de geschiedenis van Europa. Wanneer spreken we over een Europa en ook daarin kan een keuze worden gemaakt. De aanvang van het denken, stelt Klaasen, valt samen met de geboorte van Europa. De opkomst van de Griekse filosofie. De verspreiding van het Hellenisme door Alexander de Grote kan dan aan het begin worden gezet, gevolgd door de opbouw van het Romeinse Imperium en het verval ervan. De officiële toelating van het christendom in het toenmalige Imperium is voor de ontwikkeling van Europa bepalend geweest. Waarna de Karolingische Renaissance weer tot een Europees Rijk voerde. De expansie van de Islam en door middel van de kruistochten maakte dat Europa o.a. via Spanje kennis kon nemen van Arabische natuurwetenschappen en wetenschappelijke geschriften van  Griekse en Romeinse wetenschappers die in Europa verloren waren gegaan. Gedurende de Middeleeuwen was Europa door haar christelijke signatuur een eenheid. Maar vanaf de veertiende en vijftiende eeuw gaar die eenheid definitief verloren. Wat in Reformatie en Contrareformatie als godsdienstconflict was begonnen, ontaardde in Duitsland in een Europees slagveld de Dertigjarige Oorlog. Dat zorgde voor nationale eenheidsstaten in Europa zoals Nederland, Frankrijk en Engeland, maar waarbij Duitsland tot in de 19e eeuw een lappendeken van staatjes zou blijven in Europa. Het einde van het Ancien Regime door de Franse revolutie leidde onder Napoleon tot een nieuw Europa, ontstaat door de veroveringsdwang van Bonaparte. Dan is er ook sprake van de invoer van uniformering in de wetgeving. Na de nederlaag van Napoleon werd tijdens het Congres van Wenen in 1815 geprobeerd de oude situatie (Restauratie) weer te herstellen en de grote landen probeerden door een machtsevenwicht hun belangen veilig te stellen. Maar het waren juist de grote landen die door de Eerste Wereldoorlog uit elkaar zouden vallen in een lappendeken van staatjes. Door de uitkomst van de Vrede van Versailles, harde voorwaarden aan Duitsland, werd de kiem gelegd voor de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw werd Europa het strijdtoneel op ongekende schaal en de uitkomst was een wereld verdeeld tussen Communisme en Kapitalisme en twee grootmachten. Deze grootmachten hadden hun invloedssferen in Europa vastgelegd tijdens de conferenties van Teheran, Jalta en Potsdam, waarbij sprake was van een verdeeld Europa door de 'Iron Curtain'. De VS bevorderden de eenwording van Europa en zo ontstond uiteindelijk wat we nu de Europese Unie noemen. Door de ineenstorting van het communisme konden voormalige Oost Blokstaten lid worden van een steeds meer uitbreidende Europese Unie. De instellingen van de Europese Unie moesten daardoor worden hervormd en een Europese grondwet moest worden ingevoerd. Klaasen stelt nu de vraag of de mislukking van de EMU en van de Intergouvernementele Conferentie al dan niet een Europese desintegratie aan de gang zal brengen? Want met de bevriezing van het Europese grondwettelijke verdrag blijken de grenzen van de staatskundige, dus politieke integratie bereikt. Feit is dat door de snelle uitbreiding van de Unie de noodzakelijke democratische Europese besluitvorming is achter gebleven en veel Europese burgers geen zicht meer hebben op hetgeen daadwerkelijk door de Unie wordt beslist. Daar komt nog bij dat populistische politici er alles aan doen om een beeld te doen ontstaan alsof alle economische ellende ontstaan door de crisis in 2008 te wijten is aan Europa en de verplichtingen door de invoering van de Euro. Feit is dat de geschiedenis bewezen heeft dat enkel samenwerking in Europa kan leiden tot een betere verstandhouding en tot het uitbannen van oorlog als oplossing van conflicten. Economisch heeft de Unie welvaart gebracht en het proces van politieke eenwording is een proces van lange adem. Niet omdat er geen Europees volk is, maar omdat het besef dat we politiek tot een Europa moeten uitgroeien een levensvoorwaarde is voor toekomstige generaties. Wellicht is het goed nog eens te kijken naar de ontwikkelingen tijdens het uiteenvallen van het voormalige Joegoslavië. Daar was absoluut geen sprake van een politiek opereren van de Unie, integendeel. Daardoor ging het ook fout en dat in ons eigen Europa. Daar moeten we van leren en dus blijven streven naar politieke integratie. Goede voorlichting en bewustwording naar de burgers is wel noodzakelijk en daar speelt het geschiedenisonderwijs zeker een belangrijke rol in. 

Titel: Europeanen in crisis

Auteur: Jan Klaasen

Uitgeverij: Elikser ISBN 9789089545954 € 19,50