We hebben 138 gasten online

Recensie 'Dienaren van het gezag' Guus Meershoek

Gepost in Recensies

Dienaren van het gezag Guus Meershoek

In 1999 verscheen het proefschrift van Guus Meershoek ´Dienaren van het gezag´ De Amsterdamse politie tijdens de bezetting. In het boek zoekt G. Meershoek naar een verklaring waarom gewone agenten onder leiding van gewone inspecteurs een maand lang in september 1942, veelal met grote tegenzin maar zonder daadwerkelijk verzet, zesduizend joden uit hun huizen haalden en uitleverden aan de Duitsers. De belangrijkste verklaring is volgens Meershoek  dat vanaf 1934 de gezagsverhoudingen veranderden bij de politie. De leiding van het korps werd gecentraliseerd, de verantwoordingsplicht bij de gemeenteraad afgeschaft en de individuele agent strenger gecontroleerd. In dat klimaat konden steeds scherpere anti-joodse maatregelen beter gedijen. Alle 2.400 politiemensen tekenen de Ariërverklaring. Verder wilde men niet gaan. Maar de Februaristaking van 1941 leidde tot het ontslag van het college van B&W en de hoofdcommissaris van politie. De wisseling van de wacht is een keerpunt. De nieuwe burgemeester Voûte  en de nieuwe korpschef Tulp  werken wel mee als de Duitsers in de zomer van 1942 laten weten dat het korps moet helpen bij het ophalen van joden. Burgemeester Voûte had maar twee woorden nodig:´Het moet´.

 

Korpschef Tulp laat aan Rauter weten:´Hier in Amsterdam geht alles wohl und sind wir fertig zu einer glatten Durchfürung der Judenmassnahmen´.

Op zondag 5 juli 1942 brengen Amsterdamse agenten voor het eerst aanzeggingen bij joden die zich moeten melden voor tewerkstelling in Duitsland. Als de methode niet genoeg joden oplevert gaan de agenten de oproep aan de joden uitreiken waarop deze een koffer moeten pakken en ze dan meteen meenemen. Men werkte dus gewoon mee om een en ander soepel te laten verlopen.

Des te indringender is dan de vraag naar het waarom. Waarom hielp het hele korps dan toch, met tegenzin maar nauwgezet, mee aan de vervolging van de tachtigduizend Amsterdamse joden?  Uit het feit dat de leiding van het korps gecentraliseerd was konden in dat klimaat  de steeds scherpere anti-joodse maatregelen gedijen. Korpschef Tulp wordt door zijn mannen op handen gedragen. Hij doet geen enkele poging het korps de nazi-ideologie op te dringen. Maar door zijn populariteit en zijn aanwezigheid bij het uit huis halen van joden, geeft hij zijn ondergeschikten het idee dat ze moeten gehoorzamen. Met Tulp beschikte het politiekorps over een chef die in een reactie op de abrupte Duitse interventie zelfstandig ging ijveren voor de doorvoering van maatregelen. Het zijn dienaren van het gezag de Amsterdamse agenten en dus a-politiek. Als Tulp in oktober 1942 overlijdt is het snel afgelopen met de inzet van gewone burgers.

Een inspecteur verklaart na de oorlog ´Omdat het toch niet tegengehouden kon worden, besloot men de opdrachten aan te nemen, om zodoende het werk zo soepel mogelijk uit te kunnen voeren´. En dus worden 80.000 joden uiteindelijk weggevoerd. De enige die onmiddellijk weigerde joden uit hun huizen te halen, inspecteur Jan van de Oever, werd terstond ontslagen. Hij kwam na de oorlog weer in dienst, maar vertrok binnen anderhalf jaar omdat hij werd weggekeken door collega´s.

Titel: Dienaren van het gezag. De Amsterdamse politie tijdens de bezetting.

Auteur: Guus Meershoek

Uitgeverij: Van Gennip ISBN 9789055152230 €