We hebben 167 gasten online

Recensie 'De IJzeren Eeuw' Hans Goedkoop en Kees Zandvliet

Gepost in Recensies

de ijzeren eeuw

Het onderwerp van dit boek 'De IJzeren Eeuw' sluit aan op twee televisieseries en een tentoonstelling. De IJzeren Eeuw is een naam die gegeven is door de auteurs voor de negentiende eeuw. Al eerder verscheen van de hand van beide auteurs 'De Gouden Eeuw'. Zie daarvoor de door mij geschreven recensie. Recensie 'De Gouden Eeuw' Hans Goedkoop & Kees Zandvliet. Net als in de Gouden Eeuw slagen de auteurs er zeer goed in een beeld te schetsen van een eeuw waarin ons land uiteindelijk verder groeide als een eenheidsstaat. In de negentiende eeuw ontstond de infrastructuur van het huidige Nederland. In het begin van de eeuw was ons land nog een samenraapsel, een Republiek van gewesten die het zelden eens waren, maar veranderde in een Koninkrijk met een centraal gezag dat voor het eerst een eenheid werd. Terecht wordt aandacht besteed aan de eerste koning Lodewijk Napoleon (1806-1810). Lodewijk Napoleon doorbrak de traditionele dominantie van de grote steden in het westen van het land en probeerde het Koninkrijk te smeden tot een natie. Dat natiegevoel was ook al bevorderd in de Bataafse periode.

Enter Gijsbert Karel van Hogendorp, als wegbereider voor de Oranjes, en zijn streven naar een centraal bestuur dat boven de gewesten, steden en dorpen stond, wordt terecht onder de aandacht gebracht. Na de Franse tijd werd Karel van Hogendorp de 'Kingmaker' van de monarchie die we nog altijd hebben, maar daarnaast werd hij de hoofdauteur van de bijpassende grondwet. Maar helaas Willem I liet de Restauratie uitgroeien tot een absolute macht en geen constitutionele macht. Koning Willem I zou Nederland besturen als één grote heerlijkheid. Hij zette de lijn van Napoleon voort in het creëren van een moderne infrastructuur, onder andere door de aanleg van kanalen, richtte de Nederlandse Bank op en de Nederlandsche Handelsmaatschappij. Dat de koning daarbij financieel werd gesteund door Johanna Borski- Van der Velde, die daardoor een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de vernieuwing van het land, wordt door de  auteurs duidelijk uiteengezet en omschreven als een van de fundamenten onder de Oranje monarchie. De Verlichtingsbeweging had al eerder duidelijk gemaakt dat de mens zelf verantwoordelijk was voor zijn eigen geluk en voor het algemeen volksgeluk. Zo ontstond er een algemeen beschavingsoffensief dat in de negentiende eeuw niet op zou houden. Een van de organisaties die dat in praktijk bracht was de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Kortweg 't Nut. Zo ontstond onder andere Frederiksoord en Veenhuizen waar men de ideeën in de praktijk trachtte te brengen. Nadat de revolutionaire ideeën tussen 1830 en 1850 niet meer definitief konden worden genegeerd, werd Johan Rudolph Thorbecke de vertolker van een revolutionair programma waarbij Nederland werd omgevormd tot een staat waar de macht werd uitgeoefend door ministers en het parlement. Thorbecke zag algemeen kiesrecht als eindpunt, maar niet iets dat al in 1848 kon worden doorgevoerd. Hij koos dus voor het censuskiesrecht. Inderdaad financiën bepaalden dus wie als burger voor vol werd aangezien. De de economische malaise en de koude winters van 1846-1847 en 1847-1848 en cholera en malaria zorgden voor een sfeer waarin de bestuurders met angst de ontwikkelingen in ons land en elders volgden, er uiteindelijk toe leidde dat Willem II de bestuursverantwoordelijkheid overdroeg, en Thorbecke daarna in drie weken een nieuwe grondwet ontwierp was het directe resultaat. Die grondwet maakte een einde aan het verlicht despotisme, en hoewel het censuskiesrecht het aantal kiesgerechtigden beperkte, nam door de toenemende welvaart het aantal kiesgerechtigden toe. Die welvaart nam vooral door de koloniale baten steeds verder toe, waardoor de belastingen konden worden verlaagd en tegelijkertijd de investeringen in de infrastructuur konden worden gedaan. De aanleg van spoorwegen maakte dat men in de tweede helft van de negentiende eeuw steeds gemakkelijker kon reizen en men ons land kon beschouwen als één land. De economische malaise van de eerste helft van de negentiende eeuw maakte plaats voor optimisme en economische groei. De Nederlandse bevolking groeide binnen een eeuw tot vijf miljoen inwoners. Daarbij gesteund door een opkomende industrialisatie in Limburg, Groningen, Brabant en Twente. En zo ontstond er een nieuwe klasse van industriëlen die erfelijke dynastieën vormden en in toenemende mate invloed kregen op het bestuur van hun streek. De strijd tussen de rivalen Amsterdam en Rotterdam wordt uitvoerig geschetst en hun rol in de economische groei van Nederland. Dat de rol van Nederlands-Indië als aanjager van de Nederlandse economie steeds verder toenam bleek wel uit het feit dat rond 1850 de inkomsten uit het Cultuurstelsel zorgde voor een derde van de staatsinkomsten. Daardoor begon met steeds meer van Nederlands-Indië onder controle te brengen om meer inkomsten te kunnen generen. Dat daarbij de rol van Van Heutsz wordt beschreven als welbeschouwd een schoolvoorbeeld van wat rond 1900 als 'ethische politiek'  werd beschreven, en imperialistisch eigenbelang werd aangevuld met verplichtingen tegenover het gebied dat binnen het imperium werd opgenomen, is begrijpelijk.

Dat in eigen land sprake was van antisemitisme, en de normaalste zaak van de wereld was, door de gevestigde orde, blijkt duidelijk uit de beschrijving van het leven van Samuel Sarphati. Want als jood was het in Amsterdam niet mogelijk om toe te treden tot het Nut van het Algemeen en het Amsterdamse genootschap Felix Meritus. Aan de emancipatiestrijd van de katholieken, de emancipatie van de vrouw en de arbeider en aan de verzuiling wordt natuurlijk ook aandacht besteed. 'De IJzeren Eeuw' is net als 'de Gouden Eeuw' een aanwinst en zal hopelijk bijdragen aan meer historisch besef van de gemiddelde Nederlander.

Titel: De IJzeren Eeuw

Auteurs: Hans Goedkoop & Kees Zandvliet

Uitgeverij: Walburg Pers ISBN 9789057303418 € 24,95