We hebben 199 gasten online

Recensie 'Toen de katholieken Nederland veroverden' Charles Ruijs de Beerenbrouck 1873-1936' Frans Verhagen.

Gepost in Recensies

Toen de katholieken Nederland veroverden Charels Ruijs de Beerenbroeck 1873-1936 Frans Verhagen

Hoewel Rujs de Beerenbroeck bijna elf jaar minister-president was, kennen de meeste Nederlanders hem niet. Ruus de Beerenbroeck is een van de weinige belangrijke politici van wie nooit een volwaardige biografie is gepubliceerd. Natuurlijk komt hij veelvuldig tersprake in studies van de politiek in het Interbellum, maar er is geen compleet beeld van de man in zijn tijd en omgeving. Sterker, volgens Frans  Verhagen, krijgt de lezer twee onverenigbare beelden voorgeschoteld, zij het gefragmenteerd en onvoldoende. Het ene beeld is dat van een tweederangs politicus, die min of meer omhooggevallen is naar het minister-presidentschap, dat hij welliswaar bijzonder lang, maar zonder veel distinctie heeft vervuld. Het andere beeld is dat van een politieke gigant, een katholieke staatsman en een hoog moreel persoon met louter positieve karaktertrekken. De primaire doelstelling bij het schrijven van dit boek is voor Verhagen het schetsen van een portret van de man in zijn tijd. Hij wil daarbij een zo volledig beeld geven van de publieke, politieke persoon van Ruijs en hoe die persoon zich heeft ontwikkeld.

Daarbij wil Verhagen kleine mythes die aan Ruys kleven, in het leven geroepen en gekoesterd door zowel zijn critici als zijn bewonderaars, ontzenuwen. Daarnaast beschrijft deze biografie tevens de emancipatie van de katholieken in Nederland. Hoewel al in 1853 het aantal bisdommen werd uitgebreid zou het nog een tijd duren voordat de katholieken een machtsfactor van betekenis werden. De opmars naar de maatschappelijke en politieke positie waarop de katholieke gemeenschap recht meende te hebben, begon op 3 juli 1918 en werd aangevoerd door Charles Ruijs de Beerenbroeck onderwerp van deze biografie. Deze biografie laat zien dat het fundament van driekwart katholieke aanwezigheid in het centrum van de politieke macht werd gelegd in het Interbellum. Het toont de cruciale rol die Ruijs daarin speelde. De politike eenheid die de katholieken onder zijn leiding wisten te bewaren, maakte van de Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP) een echte volkspartij. Afgezien van de proloog en de epiloog is deze biografie chronologisch opgebouwd,De biografie is ingedeeld in vijf delen. Deel 1 bestaat uit het leven van Ruijs tot aan zijn verkiezing tot Kamerlid in 1905. Deel 2 beslaat de jaren dat Ruijs werkte als Kamerlid, van 1905 tot 1918. Deel 3 behandelt de periode van 1918 tot en met 1925, waarin Ruijs minister-president is van zijn eerste twee kabinetten. Deel 4 bestrijkt de periode tussen 1925 en 1929  waarin Ruys Kamervoorzitter was. In deel 5, de periode van 1929 tot zijn dood in 1936, waarin Ruijs opnieuw minister-president en daarna Kamervoorzitter werd. Verhagen werd in zijn bronnenmateriaal gehandicapt door het feit dat Ruys geen dagboek bijhield, geen doorwrochte toespraken of artikelen over belangrijke onderwerpen schreef. Gedurende lange perioden, met name voordat Ruijs minister-president werd, ontbreekt materiaal. Voor zijn persoonlijk leven, zijn opinies en zijn drijfveren zijn brieven interessant die hij vanaf 1905 uitwisselde met Octave van Nispen. Hoewel het archief van Van Nispen is verdwenen kon Verhagen gebruik maken van gegevens van de historicus Puchinger, die toegang had gehad tot dat archief. Daarnaast kon Verhagen gebruik maken van drie andere bronnen. Er is een lijst van geraadpleegde archieven en personen en instellingen in het boek opgenomen.

In zijn epiloog beschrijft Verhagen Ruijs als iemand die het politieke spel met verve speelde. Ruys deed wat succesvolle politici doen: hij verwierf macht, behield macht en gebruikte die macht om zijn doelstellingen te verwezenlijken. Verhagen trekt de conclusie dat de reputatie van een tweederangs-politicus die hem aankleeft onterecht is. Voor Ruijs was het ultieme doel het bij elkaar houden van de katholieke gemeenschap, althans voorkomen dat die uit elkaar  werd gespeeld. De RKSP moest een volkspartij zijn die voor alle katholieken opkwam en alle katholieken kon vertegenwoordigen. Ruys wilde voorkomen, en slaagde daar ook in, te voorkomen dat middelpuntvliedende krachten in de samenleving de katholieke gemeenschap uiteen zouden trekken. Verhagen komt tot de centrale conclusie dat Ruijs niet alleen een begaafd politicus was, maar ook een succesvol politicus. Daarmee werd de basis gelegd voor de katholieke positie in het centrum van de politieke macht in de rest van de twintigste eeuw. De verzorgingsstaat die de katholieke en sociaaldemocratische politici na 1945 in nauwe samenwerking tot stand brachten, draagt een katholiek stempel. Hetzelfde geldt voor de Nederlandse overlegstructuur, de Sociaal-Economische Raad en het hele systeem dat vaak wordt samengevat als het poldermodel. Maar Ruijs werd aanvankelijk onderschat , waarvan hij profiteerde. van de drie politici die het Interbellum domineerden - Ruijs, De Geer en Colijn - was Ruijs het langst minister-president en in de tussen jaren waarin hij een andere rol vervulde was hij bijzonder invloedrijk. Rijs'buitenspel zetten van Colijn was deels een machtsspel tussen goed ontwikkeld ego's en had deels inhoudelijke aspecten. 

Verhagen omschrijft Ruijs als pragmatisch,flexibel, opportunistisch en doelgericht. Hij handelde zonder enige scrupules en schrok er niet voor terug anderen de pas af te snijden. Hij was niet altijd loyaal tegenover collega's. Hij kon hautain, egoïstisch en egocentrisch zijn. Hij was vaak onbetrouwbaar. Het beeld van een devote pilaarheilige, de voorbeeldige katholiek, behoeft dus bijstelling. Hoewel succesvol beschrijft Verhagen Ruijs ook een kleingeestige, kissebisserige man, die zijn macht soms gebruikte met geen ander doel dan te laten zien dát hij die macht had. Voor een persoon van wie vriend en vijand verklaarden dat hij zo aardig was, gedroeg Ruijs zich vaan bijzonder onaardig. Verhagen heeft daar geen goede verklaring kunnen vinden voor de discrepantie tussen zijn gedrag en zijn overgeleverde reputatie.

Wat zijn persoonlijk leven betreft viel Verhagen het leven van Ruijs tegen. Verhagen stelt dat Ruijs zijn hele volwassen leven zich weinig gelegen liet liggen aan zijn gezinsleven. Ruijs was een workaholic. het gezinsleven kwam altijd op de tweede plaats. Verder bleek de vader van Ruijs een grote rol in het leven van Ruijs gespeeld te hebben. Hij dankte zijn politieke carrière, lokaal en landelijk, aan de naam Ruijs de Beerenbroeck en de actieve ondersteuning van vader Ruijs. Verhagen kreeg bij zijn onderzoek sterk het gevoel dat Ruijs, bewust of onbewust, d ekans om minster-president te worden met beide handen aangreep, ook en misschien ook wel vooral, om Limburg en zijn vader te ontvluchten.

Het is de verdienste van Verhagen dat hij met deze biografie de figuur van Ruijs recht doet en vooral zijn rol in de emancipatie van de katholieken in Nederland. Als eerste katholieke minister-president gaf hij daaraan gestalte. Dat men eerder aan Colijn denkt, dan aan Ruijs als succesvolle politicus tijdens het Interbellum, is door deze biografie van Verhagen duidelijk bijgesteld.

Titel: Toen de katholieken Nederland veroverden. Charles Ruijs de Beerenbrouck 1873-1936.

Auteur: Frans Verhagen

Uitgeverij: Boom ISBN 9789089536570 € 29,90