We hebben 266 gasten online

Rechtspraak

Hoge Raad: Oplegging levenslange gevangenisstraf b...
24 dec 2017 09:51

Den Haag, 19 december 2017 De recente regeling van herbeoordeling en toetsing in het geval een levenslange gevangenisstraf is opgelegd, voldoet aan de eisen van het EVRM omdat bij de toepassing v [ ... ]

LevenslangVerder lezen
'Levenslang niet meer in strijd met mensenrechten'
08 sept 2017 08:49

NOS Bron dinsdag 5 september 2017   Een levenslange celstraf in Nederland mag ook echt levenslang zijn en is niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Voorwaarde i [ ... ]

LevenslangVerder lezen
Dijkhoff: Maatregelen nodig om levenslange straf l...
08 sept 2017 08:43

Nieuwsbericht | 02-06-2016 | 22:00 De tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf wordt aangepast, zodat de straf ook in de toekomst opgelegd kan blijven worden. Een nieuw adviescollege za [ ... ]

LevenslangVerder lezen
Recensie 'De laatste wens van Moek' Albert Heringa
12 nov 2016 12:33

In Nederland is hulp bij zelfdoding zeer actueel nu de regering de discussie verder heeft aangemoedigd, om te komen tot nieuwe wetgeving, waarbij mensen die vinden dat hun leven voltooid is, de wettel [ ... ]

StrafrechtVerder lezen
Advies advocaat-generaal Spronken aan Hoge Raad in...
12 nov 2016 12:17

Advies AG in zaak Heringa: hulp bij zelfdoding niet strafbaar Bron: Geplaatst op 8 Nov 2016 om 14:17 door e van chtennieuws.nl Het oordeel van het hof Arnhem dat Heringa niet [ ... ]

StrafrechtVerder lezen
Hoger beroep Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Hulp bi...
12 nov 2016 11:33

ECLI:NL:GHARL:2015:3444   Instantie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak 13-05-2015 Datum publicatie 13-05-2015 Zaaknummer 21-008160-13 Formele relaties Eerste aanleg: LI:NL: [ ... ]

StrafrechtVerder lezen
Documentaire Netwerk 8 februari 2010 'De laatste w...
12 nov 2016 11:29

https://vimeo.com/48799737   In deze documentaire 'de laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood is een weergave van het hele proces waaronder een gesprek met zijn moeder die zei dat ze kla [ ... ]

StrafrechtVerder lezen
Oudere artikelen

MeMo Havo mod 3 hfst 1 Nederland en de V.S. vanaf 1870

Gepost in Modules

Hoofdstuk 1 Opkomst van de industriële samenleving

Hoofdvraag:

Hoe veranderde de industrialisatie de economische en sociale structuur van de Verenigde Staten en Nederland en welke rol speelde de overheid daarin?

In dit hoofdstuk wordt de uitwerking van het industrialisatieproces in de V.S. en Nederland tussen 1870 en 1914 vergeleken.

Deelvraag:

Wanneer brak de industrialisatie in Nederland en de V.S. door en wat veranderde er daardoor in de samenleving?

1.1 Economische ontwikkelingen in Nederland

Nederland was een onbetekenend en achterlijk land

- 3 miljoen inwoners

- werkzaam in de landbouw en de dienstensector

- steden niet groter dan 50.000 inwoners

- suiker- en aardappelmeel- en textielfabrieken

- van de bedrijven had 80% maar 10 werknemers in dienst

- hoge kindersterfte 218 van de 1000 stierven voor het eerste levensjaar

memo hfst 3 afb 1

- doorbraak industrialisatie vond in Nederland pas rond 1890 plaats

- Nederland had Ned. - Indie als kolonie en afzetgebied

memo hfst 3 afb 2

Textiel- en chemische industrie ontwikkelde zich in het oosten en zuiden omdat het daar veel goedkoper was. Nederland profiteerde van de opleving van Duitsland na 1890.

De welvaart begon na 1895 pas echt te stijgen

Men ging nu ook in Nederland investeren--- ontstaan GROOT - INDUSTRIEËN.

Verhuizing van de landbouw naar de industrie: 1849 -- 44% in de landbouw 1920 – 23,5%

1.2 Arm en Rijk

In 1900 konden mensen 25% meer kopen dan in 1860. De welvaart kwam vooral bij de rijken terecht.

- meer vraag naar luxe goederen suiker en tabak

- Gemiddelde leeftijd 1850—rond de 35; 1900—ruim 50

memo hfst 3 afb 3

- de helft van de bevolking behoorde nog tot de ongeschoolden

- De meeste rijken hadden hun kapitaal geërfd; zij beschikten over ¾ van het Nationale Inkomen

1.3 Reacties op industrialisatie en schaalvergroting

In 1887 Parlementaire enquête over toestand in fabrieken en werkplaatsen.

1894 oprichting SDAP. = Sociaal Democratische Arbeiders Partij; in de landelijke politiek speelde de SDAP nog geen rol. In de steden wel. Arbeiders hadden nog geen kiesrecht

Oprichting vakbonden en socialistische partijen. ANWV. = Algemeen Nederlands Werklieden verbond en ook Confessionele Vakbonden.

1903 Spoorwegstaking /Grootste staking

Er waren grote tegenstellingen tussen “burgerlijke” en arbeidsvrouwen.

VAKBONDEN streefden naar COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMSTEN(CAO’S)

1.4 Rol van de overheid

Door industrialisatie opkomst nieuwe middenklasse. Hun politieke idealen waren die van het LIBERALISME

Liberalisme---- Overheid zo weinig mogelijk ingrijpen; economische vrijheid “ laisser faire”.

Rond de eeuwwisseling veranderde dat in beide landen.

Liberalen zorgden voor de eerste sociale wet: het kinderwetje van van Houten (1874)

Confessionelen zorgden voor de eigen verantwoordelijkheid van de mensen zelf.

In 1901 ongevallenwet ingevoerd.

Tot 1917 lagen de confessionelen, liberalen en socialisten nog met elkaar in de clinch over het onderwijs, het algemeen kiesrecht en de “sociale kwestie”.

1.5 Economische ontwikkelingen in Amerika

memo hfst 3 afb 4

1860- 1865 Burgeroorlog tussen de Noordelijke en Zuidelijke staten

1865: 35 miljoen inwoners; 1917: 101 miljoen inwoners

1869: eerste spoorlijn van Oost- naar de Westkust

Amerika was in 1860 nog een agrarische natie in het noord- oosten grote industrieën o.a. bekend door John Rockefeller grondlegger van “Exxon”. Zijn devies was: “ to pay nobody a profit” wat betekende zo veel mogelijk in eigen hand houden om zo veel mogelijk winst te maken.

Voorwaarden die aanwezig waren tot ontwikkeling van Big Business:

1. voldoende arbeidskrachten

2. voldoende grondstoffen

3. afzetmarkt was groot genoeg

4. beste uitvinders van de wereld o.a. Edison

Tussen 1860 en 1910 verdubbelde het landbouwarsenaal en de opbrengsten per acre stegen fors.

Oprichting TRUSTS door Rockefeller en Carnegie. BIG BUSINESS

1.6 Verschillen tussen rijk en arm namen toe

10% van de bevolking verkreeg 75% van het Nationale Inkomen en de verschillen tussen rijk en arm namen wel toe.

1.7 Reacties op industrialisatie en schaalvergroting

Idealisering door de Amerikanen van de “goede oude tijd”. De immigranten zagen de armoede en de uitbuiting als een tijdelijk iets. 20% van de kinderen tussen de 10 en 15 jaar werkte.

Oprichting American Federation of Labour; Jane Adams richtte tehuizen op voor behoeftigen

memo hfst 3 afb 5

1.8 de rol van de overheid

De centrale overheid in de V.S. tot het begin van de 20e eeuw zeer zwak. Groot- industrieën werden bevoordeeld.

Progressive Movement: hervormingsbeweging die zich inzette voor meer democratie, betere overheid, uitbannen corruptie.

memo hfst 3 afb 6

Theodore Roosevelt en

Woodrow Wilson

memo hfst 3 afb 6

eerste presidenten die grote bedrijven durfden aan te pakken.

Extra termen en begrippen Hoofdstuk 1

1. Multinationals: Dat zijn ondernemingen die in meerdere landen werkzaam zijn. ( b.v. Unilever, Shell)

2. SDAP: Sociaal Democratische Arbeiders Partij; de voorganger van de Partij van de Arbeid.

3. Burgeroorlog V.S.: 1861-1865 tussen de Noordelijke Staten ook wel de Unie genoemd en de Zuidelijke Staten ook wel de Geconfedereerden genoemd.

4. Edison: Uitvinder van zowel de gloeilamp, de microfoon en de fonograaf

5. Landbouwarsenaal: Het totaal aantal acres landbouwgrond in de Verenigde Staten.

6. Pragmatisch ingesteld: Handelen naar de kennis en omstandigheden op dat moment. Dus niet ideologisch.

7. Jane Addams: Stichtte het Hull House in Chicago ten behoeve van de armen. In veel plaatsen werd dit voorbeeld gevolgd.

8. Van Houten: Radicaal liberaal. Werd vooral bekend door zijn in 1874 ingediende wet tegen kinderarbeid.

9. Progressive Movement: Een hervormingsbeweging die zich onder andere inzette voor meer democratie, een betere overheid en het uitbannen van corruptie.

Vragen naar aanleiding van de tekst:

Hoofdvraag module 3: Hoe veranderde fr industrialisatie de economische en sociale structuur van de Verenigde Staten en Nederland en welke rol speelde de overheid daarin?

Vragen inleiding Hoofdstuk 1:

1)Wat verstaan we onder Industrialisatie?

2) Noem 2 negatieve kanten van de Industrialisatie.

3) Zijn er ook positieve kanten aan de Industrialisatie?

Deelvraag module 3 Hoofdstuk 1:

Wanneer brak de Industrialisatie in Nederland en de VS door en wat veranderde er daardoor in de samenleving?

Onderdeel 1.1: Economische ontwikkelingen in Nederland

1) Schets de situatie in Nederland in 1870.

2) Kunnen we in Nederland spreken van grote fabrieken?

3) De kindersterfte in het eerste levensjaar was groot. Toon dat aan.

4) Omschrijf de woonomstandigheden.

5) Het voedsel werd verschrikkelijk eenzijdig genoemd. Waarom?

6) Waarom begon de gegoede burgerij zich het lot van de armen wat meer aan te trekken?

7) Wanneer vond de doorbraak van de industrialisatie in Nederland plaats en in welke industrie het eerst.

8) Welke rol vervulde daarbij Nederlands Indië?

9) De industrie ontwikkelde zich niet in het Westen maar elders. Waar en waarom was dat zo?

10) Welke rol vervulde het Westen van ons land wel en welke ontwikkeling in 1890 droeg daar aan bij.

11) Wanneer begon de omzet van de consumptieartikelen te stijgen en voor welke bevolkingsgroep?

12) Geef voorbeelden van tot ontwikkeling komende groot- industrieën in Nederland.

13) De vraag naar arbeid in de industrie ging hand in hand met de vermindering van de arbeid in de agrarische sector. Toon dat aan!

Onderdeel 1.2 : Arm en Rijk

1) Toon aan dat de levensstandaard in 1900 was gestegen ten opzichte van 1860

2) Er was echter sprake van een ongelijke verdeling van de welvaart. toon dat aan!

3) Wat merk je op ten aanzien van de gemiddelde leeftijd?

4) Omschrijf de maatschappelijke lagen in de Nederlandse bevolking rond 1900.

5) Hoe bleek het Nationale Inkomen verdeeld?

Onderdeel 1.3 : Reacties op Industrialisatie en schaalvergroting.

1) De overheid hield in 1887 een parlementaire enquête. Welke?

2) Wat was de conclusie van die parlementaire enquête?

3) Hoe wilde men de ellende van de arbeiders bestrijden?

4) Wat wordt bedoeld met de organisaties waren pragmatisch?

5) Naast socialistische vakbonden werden er ook confessionele vakbonden opgericht. Waarom?

6) Wat is een staking?

7) Noem de grootste staking va begin 1900. Had deze succes?

8) Wat is een collectieve arbeidsovereenkomst?

9) Wie was de oprichter van de SDAP in 1894?

10) Wat was het doel van de SDAP?

11) Waar verkreeg de partij politieke invloed?

12) Noem twee redenen waarom de SDAP landelijk nog geen politieke invloed kon doen gelden.

13) Waar streden de vrouwen uit de burgerij naar?

14) Wat zijn abolitionisten?

15) Schets de situatie van de 'burgerlijke ' vrouwen ten opzichte van die van de arbeidersvrouwen.

Onderdeel 1.4 De rol van de overheid.

1) Door de industrialisatie ontstond een nieuwe middenklasse. welke was dat en hoe vertaalde zich dat politiek?

2) Was de afzijdigheid van de overheid nog wel te verdedigen?

3) Hoe stond het met de sociale wetgeving?

4) Noem 3 politieke kwesties waarin men nog met elkaar van mening verschilde.

Onderdeel 1.5 Economische ontwikkelingen in de Verenigde Staten

1) Schets de omstandigheden in de Verenigde Staten in 1865.

2) Wat werd steeds moeilijker voor de emigranten?

3) Wie is John D. Rockefeller?

4) Alle voorwaarden voor de ontwikkeling van Big Business waren aanwezig. Noem er vier.

5) Toon aan dat ook de landbouw zich ontwikkelde.

6) Wat verstaan we onder Trusts? Noem er een paar.

7) Nam de verstedelijking toe?

Onderdeel 1.6: Arm en rijk

1) Beschrijf de inkomensontwikkeling in de periode tussen 1860 tot 1914.

2) Toch was er sprake van grote inkomensongelijkheid. toon dat aan.

Onderdeel 1.7: Reacties op industrialisatie en schaalvergroting

1) Ondanks het pragmatisme 'idealiseerde' men de samenleving. Hoe?

2) Noem de succesvolste vakbond en hoeveel leden had men in 1917?

3) Wie was Jane Addams en waardoor werd ze vooral bekend?

Onderdeel 1.7: De rol van de overheid

1) Hoe keken de eerste staten aan tegen de rol van de overheid en wat was daarvan de consequentie?

2) Welke rol vervulde de Progressive Movement?

3) Noem twee presidenten die de rol van de overheid vergrootten.

Zie verder module 3 hoofdstuk 2 MeMo Havo mod 3 hfst 2 Nederland en de V.S. vanaf 1870