We hebben 216 gasten online

Familiedrama in Staphorst Deel 1

Gepost in Gezinsdoding

Familiedrama in StaphorstIn Oppertuun 2009 nr. 4 Tineke Zwart

Misdrijf bestraffen versus medelijden tonen Wat is een passende straf voor een overspannen moeder die haar driejarige dochter door verhanging om het leven brengt en dat bij haar andere kinderen probeert?

Officier van Justitie Caren Berendsen maakt onbewust met haar armen het gebaar van wikken en wegen, als haar de vraag maanden later weer wordt voorgelegd. ze weegt af:’Aan de ene kant heb je de voltooide moord op een eigen kind, op een gruwelijke wijze gepleegd, aan de andere kant heb je de moeilijke situatie van de vrouw zelf, met wie je eigenlijk medelijden moet hebben.

Het is 15 juli 2008 als zich in een woning aan de Lindelaan in Staphorst een drama voltrekt. Een 29-jarige vrouw hangt haar driejarige dochtertje op in het trapgat. De stroppen voor de andere kinderen én voor haarzelf hangen al klaar. Bij het vijfjarige meisje gaat waarschijnlijk de knoop los. Ze heeft striemen in haar nek, maar overleeft het drama. Het vierjarige jongetje wordt door zijn moeder uit de strop gehaald. Omdat hij begon te huilen of omdat de deurbel ging. Het is een vraag die later nog een rol zal gaan spelen in verband met de beoordeling van het juridische begrip "vrijwillige terugtred". Net als de vraag of het klaarhangen van de strop voor de zes maanden oude baby en het meenemen van de kinderen naar boven een strafwaardige poging oplevert.

De vrouwlijkt uit haar trance te ontwaken als de deurbel gaat. Het is het neefje van de kinderen, dat wil komen spelen. Hij belt aan omdat de achterdeur, tegen de gewoonte in, op slot is. De vrouw zegt tegen het neefje dat er iets vreselijks is gebeurd en dat hij de familie moet gaan halen.

Het duurt vervolgens lang voordat er een arts wordt gewaarschuwd. `Dat is een vraag waar de vader, die vrachtwagenchauffeur is en dus niet zo snel thuis kon zijn, nog steeds mee worstelt. Had het meisje nog gered kunnen worden?'

Tijdens de rechtszaak citeert de rechtbankvoorzitter uit verslagen van een politieman en een maatschappelijk werkster die ter plaatse komen. Hieruit blijkt dat de familie nauwelijks beseft dat in de woning niet alleen een familiedrama, maar ook een zwaar misdrijf heeft plaatsgevonden. Pas als de vrouw mee moet naar het politiebureau, dringt het tot de familie doordat ook de buitenwereld hier iets van zal gaan vinden.'Tot die tijd leek het wel of ze dachten dat ze het onderling op konden lossen.'

Ook in de dagen erna blijkt de sterke betrokkenheid van de Staphorster gemeenschap. Het was een lastige situatie, erkent Caren Berendsen. Voor haar lag de focus op het strafrechtelijke deel, maar de omgeving van de vrouw denkt in termen van boetedoening voor de kerk en vindt dat dit laatste eigenlijkvoorrang zou moeten hebben.

'Normaal gesproken ga je er als officier van justitie toch vanuit dat je inde rechtszaal staat námens die geschokte maatschappij.' Maar het publiek dat een paar maanden later op de publieke tribune zit, komt uit een wereld waar andere opvattingen over schuld en boete heersen.

Het Openbaar Ministerie brengt een dag na het drama een persbericht uit. Besloten wordt om hierin klip en klaar te vermelden hoe het meisje om het leven is gebracht. Een besluit waar Caren Berendsen - zelf ook persofficier, maar uiteraard niet in deze zaak - nog steeds achter staat.'Twee andere kinderen hadden striemen in hun hals. Met dit persbericht werd voorkomen dat nog wekenlang gespeculeerd zou worden over de doodsoorzaak.'

Poging

De vrouw bekent in de dagen na haar aanhouding dat ze verantwoordelijk is voor de dood van haar dochtertje en ook de andere kinderen en zichzelf van het leven wilde beroven. Bewijstechnisch was het dus geen zware klus: 'Er waren geen getuigen, dus ik heb nog wel nagedacht over het verkrijgen van technisch bewijs. Maar de schaar waarmee de vrouw het springtouw in vijf stukken had geknipt, lag alweer in de keukenla en daar zaten geen vezels meer op.

'Juridisch speelt met name de vraag wanneer sprake is van een strafbare poging. Het jongetje wordt door zijn moeder uit de strop gehaald. Onduidelijk blijft of dit gebeurd is omdat hij begon te huilen, of omdat het neefje aan de deur belde. Volgens het wetboek van Strafrecht is er geen sprake meer van een strafbare poging als de dader vrijwillig is teruggetreden. Dat houdt ook in dat er geen externe factor aan de terugtred ten grondslag mag liggen.'Het neefje dat aan de deur belt, kun je als externe factor beschouwen. Als dat de reden is geweest dat ze haar poging heeft gestaakt, is het dus geen vrijwillige terugtred. Met het huilen ligt het volgens mij anders. Als dat haar tot inkeer heeft gebracht, neig ik ertoe om wel te spreken over een vrijwillige terugtred. In dit geval konden we geen duidelijkheid krijgen over de volgorde van de gebeurtenissen. Dus heb ik de vrouw het voordeel van de twijfel gegeven en vrijspraak gevraagd voor deze poging.'

Bij de baby kan in de ogen van de officier wel sprake zijn van een poging, ook al heeft ze niet daadwerkelijk in de strop gehangen. „Alle stroppen hingen klaar en alle kinderen waren mee naar boven genomen.

De rechtbank zal uiteindelijk precies andersom oordelen. Het klaarhangen van de strop wordt in dit geval niet als een poging gezien. Maarde rechtbank veroordeelt de vrouw wel voor de poging haar zoontje te doden. Zowel het huilen als de deurbel worden door de rechtbank gezien als een externe omstandigheid, dus is er geen sprake van vrijwillige terugtred. 'Ik heb met betrekking tot het vraagstuk van de pogingen uiteindelijk een standpunt ingenomen. De rechtbank komt tot een ander oordeel. Daar kan ik mee leven.'

Meer nog dan de discussie over de pogingen, speelt de strafmaat een rol tijdens het collegiale overleg. 'Dat er gevangenisstraf en TBS moest komen, daar was iedereen het wel over eens. Maar over de duur van de gevangenisstraf liepen de meningen ver uiteen: Voor dit soort gevallen gelden geen richtlijnen, het is een kwestie van gevoel. 'We hadden te maken met een zwaar beschadigde vrouw, dat was uit de rapportage wel duidelijk geworden.'

In het requisitoir zegt Caren Berendsen hier het volgende over:

"Blijkens de onderzoeken is de verdachte een vrouw die vol zit met wantrouwende en minderwaardige gevoelens. Ze is gaandeweg steeds verder in een isolement geraakt. Als ze ergens op bezoek was ging ze met een smoes weg omdat ze dacht dat de mensen een wrok jegens haar koesterden. Als haar kinderen buiten wilden spelen dacht ze dat de kinderen niet bij haar binnen wilden spelen omdat ze geen liefde kan geven. Ze dacht dat haar zoontje niet tegen haar praatte omdat ze geen liefde uitstraalde. Ze dacht dat de mensen zouden denken dat ze geen goede moeder was als haar kinderen buiten speelden. Ze had het idee dat ze een gevoelloze moeder was. Ze raakte daardoor steeds meer geïsoleerd. Ze voelde zich opgesloten in de buurt, een vreemde in de kerk. Ze kon de boze buien van haar zoontje niet goed aan. Stond daar ook alleen voor in haar beleving haar man was of aan het werk of op de boerderij van zijn ouders. Met twee kinderen ginghet nog wel, maar met de derde erbij werd het zwaar en na de vierde was het eigenlijk veel té zwaar. Ze leed na de geboorte van de vierde aan een ernstige postnatale depressie, die zorgde voor schuldgevoel en zelfinoordneigingen, terwijl ze al voortdurend overbelast was door een hechtingsstoornis."

Caren Berendsen komt uiteindelijk tot een strafeis van zes jaar én TBS met dwangverpleging. Ze spreekt de eis uit in een zaal gevuld met mensen die eigenlijk vinden dat er helemaal geen straf hoeft te volgen; familieleden én de lezersjury van de regionale krant De Stentor. 'Dat geeft wel aan hoede situatie lag. Het was een vrouw met wie je eigenlijk veel medelijden moet hebben:

De rechtbank legt uiteindelijk naast de gevraagde TBS een gevangenisstraf van drie jaar op. Een straf die twee weken later al onherroepelijk is, want zowel de vrouw als het OM leggen zich hierbij neer. Over een mogelijk hoger beroep zegt Caren Berendsen: 'De TBS was voor ons het belangrijkste en daarin is de rechtbank met ons meegegaan. Op het punt van de pogingen heeft de rechtbank anders geoordeeld. Maar dan heb je het over juridische punten, die uiteindelijk van ondergeschikt belang waren voor de strafmaat. Want uiteindelijk bleven ook bij de rechtbank de moord en twee pogingen overeind. Het enige wat dan overblijft voor een hoger beroep, is de strafmaat zelf. Dat zou een reden kunnen zijn. Maar binnen het OM werd er ook al heel verschillend over gedacht. Moet je dan naar het Hof om te proberen één of twee jaar méér te krijgen? In dit geval vonden we dat de menselijke maat zwaarder moest wegen. Dit gezin, deze familie, het hele dorp heeft al een enorm drama meegemaakt. Dan zeg je op een gegeven moment: het is genoeg geweest.'