We hebben 171 gasten online

Moordenaar Leon B. ´denkt alleen maar aan zichzelf´

Gepost in Gezinsdoding

Dubbele moord in Rijswijk 7 oktober 2010

Plotseling zag de man zijn partner als hét probleem

Aanklager Linda Robert-Altimari:

‘Verdachte denkt alleen maar aan zichzelf…’

Oppertuun November 2012 tekst Gerard Trentelman

In zijn complexe leefwereldje hanteerde Leon B. jarenlang zijn kinderlijke motto Wat je niet ziet, ís er niet. Dus wurgde hij op een ochtend in oktober 2010 zijn levensgezellin Laeia (27) en zoontje Aiden (4) maar. Omdat hij zich schaamde voor een dreigende huisuitzetting… Officier Linda Robert kijkt terug op een onvoorstelbare case in haar OM-loopbaan.

Die dag, 7 oktober 2010, zullen hovenier Leon B. (28), zijn Irakese partner Laeia Mohsehin en hun zoontje Aiden uit hun woning aan de Mandolinestraat in Rijswijk worden gezet. De reden: huurschuld. Het is in huize-B. geen geheim dat het financieel niet bepaald soepeltjes loopt – op tal van vreemde plaatsen in de woning slingeren ongeopende enveloppen met rekeningen en aanmaningen rond – maar dat haar gezin binnen enkele uren op straat zal komen te staan, weet Laeia niet. Leon worstelt met een dilemma. Moet hij zijn geliefde vertellen over de huisuitzetting of juist niet? Hij is bang gezichtsverlies bij haar te lijden, haar vertrouwen in hem compleet te vernielen en besluit te zwijgen. En plotseling ziet de man, die in de maanden daarop door deskundigen zal worden gekwalificeerd als “iemand met een matig ontwikkeld geweten”, de huisuitzetting niet meer als probleem-nummer- één maar zijn partner.

Rond zessen in de ochtend pakt B. in de keuken een mes om de slapende Laeia de keel door te snijden. Maar hij beseft meteen dat hij daartoe niet in staat is. Dus loopt hij naar het echtelijk bed om zijn partner door verwurging om het leven te brengen. Er volgt een hevige worsteling die op de slaapkamervloer eindigt. Nagenoeg levenloos ligt de vrouw daar, nog wat rochelende geluiden makend. Om die te smoren propt Leon een sok in haar mond om vervolgens met een zwarte stropdas zijn afschuwwekkende karwei af te maken.

De kleine Aiden heeft tijdens de moordpartij vanuit zijn hoogslaper gevraagd of hij uit bed mag, maar zijn vader roept dat mama ziek is en dat hij de jongen zo komt halen. B. neemt het blije kind even later uit bed mee naar de woonkamer en zet de kleuter op de bank op z’n schoot. Hij knuffelt en kust Aiden uitgebreid en terwijl hij zijn kind in de ogen kijkt wurgt hij het in koelen bloede. Voor de zekerheid snoert hij ook nog een snoer van een laptop om diens halsje. Citaat uit B.’s latere bekentenissen:

‘Ik heb op de bank met Aiden zitten knuffelen, wetende dat ik hem hetzelfde zou aandoen als zijn moeder (…) Ik heb tijdens het wurgen niet gedacht dat ik moest stoppen, wel wat ik aan het doen was…’

Enkele uren na de dubbele moord ontdekken de deurwaarder, een assisterende hulpofficier van justitie, een slotenmaker en mensen van de woningstichting de beide lichamen, zorgvuldig onder het dekbed in de ouderlijke slaapkamer gelegd. In hun zichtbare, grauwe hoofden zien de getuigen bij beiden een prop in de mond.

Openbare aanklager Linda Robert-Altimari wordt die ochtend bij het parket in Den Haag telefonisch van de schokkende gezinstragedie op de hoogte gebracht en gaat direct naar de politie. Zij pakt de jacht op de verdachte van de dubbele moord, die bij de plaats delict een afscheidsbrief heeft achtergelaten, gedreven en strategisch aan.

Onder haar supervisie wordt een team van het Bureau Regionale Recherche Haaglanden geformeerd, waarbij onmiddellijk een internationale signalering van Leon B. uitgaat. De methodiek van de opsporingsmensen resulteert al na een week in de aanhouding van de verdachte in Milaan. Op 25 oktober 2010, elf dagen na zijn arrestatie, levert Italië B. over aan Nederland.

Exact twee jaar later prijst officier Linda Robert, als aanloopje naar een empathische terugblik op de onvoorstelbare delicten in Rijswijk, het Haagse rechercheteam dat onder haar ressorteerde. ‘Ere wie ere toekomt… een fantastisch team,’ stelt de charmante, opmerkelijk bescheiden senior-officier. ‘Ook voor hen ben ik er zeer verheugd over dat de rechtbank mijn eis van dertig jaar cel voor B. heeft gehonoreerd. En uiteraard voor de nabestaanden, met wie ik veel contacten heb gehad. Zij complimenteerden mij – nog voordat er een vonnis was – met mijn requisitoir en strafeis. Ze waren erg blij met mijn betrokkenheid…’

‘Die inleving, die gedrevenheid van een aanklager  vind ik logisch. Ik heb meerdere loodzware, emotioneel veeleisende zaken behandeld, maar in dit geval werd ik wellicht extra hard getroffen omdat ik zelf een zoontje van vijf heb, maar een jaartje ouder dan Aiden. Dan is er thuis af en toe die ontlading… zijn er wat extra knuffels voor

hem en zijn zus. Maar in de rechtszaal laat je die emoties niet of nauwelijks zien. Naast mijn requisitoir had ik de rechtbank ruimte gevraagd voor een speciale presentatie. Met daarin een prominente rol voor de slachtoffers en nabestaanden. Met foto’s en achtergrondinformatie over hun leven heb ik geprobeerd ook recht te doen aan hen. Ik vond dit belangrijk, omdat op zitting vooral de persoon van de verdachte centraal staat en toch vooral niet mag worden vergeten om wie het in dit drama werkelijk ging. Ook om de verdachte hard te confronteren met zijn niet te bevatten daad.’

Haar karakteristiek van de Rijswijkse hovenier: ‘Iemand die al vroeg op zichzelf was aangewezen, wegliep voor problemen, trots in zijn schijnwereld rondliep en tot in het extreme voor zichzelf koos. Een met een alcoholprobleem vechtende man, ongrijpbaar in zijn denken en handelen, die het vermogen had alles om hem heen te kunnen “uitzetten”. Want: Wat je niet ziet, ís er niet, aldus zijn vaste motto. Zoals ik ook in mijn requisitoir letterlijk stelde: Leon B. heeft dus op die bewuste oktoberochtend op een wel héél wrange wijze invulling aan dat mottogegeven.’

Hoewel Linda Robert verwachtte bij het aanvragen van de deskundigenrapportages dat er een tbs-maatregel zou worden geadviseerd, omdat B. niet volledig toerekeningsvatbaar zou zijn geweest, bleef dit advies uit. ‘Er werden wel veel merkwaardige eigenschappen bij hem ontdekt, zodat er wel sprake leek van “stoornissen”, maar feitelijk lagen die alle tegen, zeg maar, bekende ziektebeelden aan en konden de deskundigen hieraan niet de conclusie verbinden dat er bij B echt sprake was van een stoornis,’ vertelt zij. ‘B. leek alles maar eenvoudigweg weg te duwen. Hij toonde zich gewoon heel gelaten onder de tragische gebeurtenissen… dacht alleen maar aan zichzelf. Ook nu in de gevangenis nog. Geen woord over hoe hij zijn geliefden mist, geen woord over wat hij de achterblijvers heeft aangedaan. Ik heb dan ook het meest geworsteld met de vraag of deze ongrijpbare verdachte ooit nog terug kon naar de maatschappij. Hij, als first offender, werkte weliswaar altijd mee, maar liet daarbij nimmer het achterste van z’n tong zien. Toch heb ik niet gekozen voor de allerzwaarste sanctie van levenslang. Om hem het zicht op terugkeer in de maatschappij niet helemaal te ontnemen.’

Enkele navrante details van de opzienbarende case hebben de Haagse aanklager diep getroffen. Enkele daarvan lijken moeilijk te verwerken. Zoals het moment waarop B. in een gefilmd verhoor op een rechercheur exact voordeed hoe hij zijn geliefden had vermoord. En het triviale gegeven dat Leon B. zich na zijn schanddaad overgaf aan zijn grote hobby voetbal. Direct na de moordpartij bezocht hij een training van Feyenoord, pikte daarna in Venlo even een oefenpartij van VVV mee en bezocht in de dagen daarop in Duitsland (oefen)partijen van fameuze voetbalclubs in Mönchen-Gladbach, Gelsenkirchen, Dortmund en München. In Milaan, waar hij werd aangehouden, had hij de vedetten van AC en Inter Milan op zijn programma staan. Dat alles bij elkaar ontlokte een van zijn verhoorders de woorden: ‘Als we je niet hadden gepakt, zat je dus nu nóg ergens in een voetbalstadion of op een terras

‘Vijf jaar minder straf niet uit te leggen…’

In september 2012 veroordeelde het Hof in Den

Haag Leon B. in hoger beroep tot vijfentwintig jaar celstraf. Vijf jaar minder dan advocaatgeneraal Marcel van der Horst – conform de eis van Linda Robert bij de rechtbank – had geëist. ‘Ik heb die vijf jaar verschil in straf niet aan de nabestaanden kunnen uitleggen,’ verzuchtte de AG kort daarop en precies hetzelfde geldt voor zijn OM-collega Robert. ‘Ik heb gezocht naar een goede motivering van het Hof maar die niet gevonden,’ verklaart zij. ‘Het hoofdargument luidde dat het gerechtshof het delict vooral als een familiedrama ziet en dat men vindt dat het primaire doel van een strafoplegging niet de beveiliging van de maatschappij is.’

AG Van der Horst had in zijn requisitoir gesteld dertig jaar cel niet buitensporig of disproportioneel te vinden maar een adequate vergelding van twee huiveringwekkende moorden, die op hem én op tal van diehards binnen het OM diepe indruk maakten. Hij plaatste, op basis van B.’s dagboekaantekeningen, ook vraagtekens bij de spijtbetuigingen

van de verdachte, die hij beter op hun plaats achtte in “het theater van het zelfbeklag”.

Linda Robert: ‘Spijtbetuigingen van B. heb ík niet gezien of gehoord…’

‘Het was mijn hoogste strafeis ooit’

OVER LINDA ROBERT-ALTIMARI (43):

Na haar rechtenstudie aan de VU in Amsterdam ging Linda Robert – getrouwd, twee kinderen – als juriste werken bij de gemeente Den Haag, haar geboortestad. Eind 1998 koos zij voor een loopbaan bij het OM. Als buitenstaander werd zij plaatsvervangend officier in Rotterdam om krap een jaar later te worden benoemd tot arrondissementsofficier, opererend op regionaal en districtsniveau.

‘Ik voel me op m’n plaats in het OM-werk, omdat ik nogal gedreven word door mijn rechtvaardigheidsgevoel,’ stelt de aanklager.

‘Belangrijk vind ik dat de zwakkeren in de samenleving worden gehoord en dat er wordt gekozen voor effectieve straffen van de daders. Dus níet alleen maar roepen dat er harder en zwaarder moet worden gestraft.’

In 2004 verhuisde zij naar het OM in Den Haag, waar zij tal van grote zaken deed, zoals de afschuwwekkende moord op een “behekste” baby. Linda Robert nam dit jaar als officier afscheid van het operationele circuit met de case van de dubbele moord in Rijswijk. ‘Mijn laatste omvangrijke, bijzondere zaak,’ aldus de aanklager, ‘waarin ik bovendien mijn hoogste strafeis ooit heb geformuleerd.’

Vanaf 1 april 2012 bekleedt zij bij het Haagse parket de functie van senior-informatieofficier.