We hebben 108 gasten online

Requisitoir zaak Savanna

Gepost in Kinderdoding

1. Inleiding
2. Reacties op het overlijden van Savanna
3. Savanna
4. De tenlastelegging
5. Opzet en voorwaardelijke opzet
6. De doodsoorzaak
7. Bewijsmiddelen
8. Indien het feit de dood tengevolge heeft
9. Zwaar lichamelijk letsel en eenvoudig letsel
10. Bewezenverklaring
11. Strafbaarheid verdachten
12. Strafmaatoverweging
13. Vordering ter terechtzitting

1. Inleiding

Op 21 september 2004 werd ik in de vroege ochtend gebeld met betrekking tot een onderzoek dat opgestart moest worden omdat in het arrondissement Almelo, in Holten, een kinderlichaam was gevonden in de kofferbak van een auto. Op dat moment was niet duidelijk waar het kind was overleden en hoe dat zo was gekomen. Wel was duidelijk dat in de auto een man en een vrouw zaten, de man en de vrouw die we deze week in uw rechtbank als verdachten zien, dat ze nog een baby bij zich hadden en dat dit gezin afkomstig was uit Alphen aan den Rijn.Vrijwel direct is besloten het onderzoek te laten plaatsvinden door de Politie Hollands Midden. Het onderzoek bij, in en rondom de auto is gedaan door de politie Twente en daarbij is de assistentie van de deskundigen van het Nederlands Forensisch Instituut ingeroepen. In Alphen aan den Rijn is de woning van verdachten aan de Castorstraat onmiddellijk voor een eerste maal onderzocht.De politie Twente heeft nadat het lichaam van Savanna in de kofferbak van de auto van verdachte B. was gevonden, de verdachten aangehouden. Politie en Justitie zagen zich hierna geconfronteerd met de vraag of het gelet op die aanhoudingen noodzakelijk was om toch nog een Team Grootschalig Onderzoek bij elkaar te roepen. In de loop van de ochtend van 21 september 2004 hebben wij daartoe besloten en achteraf gezien bleek dat de juiste beslissing. Het team was in staat om binnen een korte periode een grote hoeveelheid aan informatie te verkrijgen omtrent het leven van Savanna en dat van de verdachten. Het team heeft inzicht kunnen verkrijgen in de omstandigheden rond het overlijden van Savanna heeft geleid en de rol die deze verdachten en andere personen daarbij hebben gehad.Het strafdossier omtrent Savanna is niet het eerste dossier omtrent een gewelddadig overlijden dat uw rechtbank voor zich ziet of dat ik in behandeling heb gehad. Toch is dit een strafzaak waarbij veel meer sprake is van emoties dan in een groot aantal soortgelijke andere strafzaken. Ik zal in mijn requisitoir dan ook beginnen door aan die gevoelens aandacht te besteden.

Terug

2. Reacties op het overlijden van Savanna

De geschokte rechtsorde wordt in iedere moord- of doodslagzaak aangehaald in het kader van de voorlopige hechtenis of bij de strafmaatmotivering. Soms lijkt het een soort toverformule die wordt uitgesproken, maar in andere zaken is merkbaar dat het begrip 'de geschokte rechtsorde' een begrip is dat bijna tastbaar en zeer goed invoelbaar is.

In deze strafzaak is de geschoktheid van de rechtsorde onmiskenbaar en meer voelbaar geweest dan in de vele andere strafzaken ter zake van moord of doodslag. Er was sprake van ontzetting bij de inwoners van Alphen aan den Rijn. In de directe omgeving van de woning van verdachten hebben een groot aantal inwoners van Alphen hun geschoktheid expliciet naar voren gebracht. Maar die ontzetting bleef niet beperkt tot het Alphense: het overlijden van Savanna kreeg landelijke aandacht en die aandacht is intensief en langdurig gebleven. Het overlijden van Savanna heeft geleid tot debatten in de Tweede Kamer en onderzoeken van verschillende Inspecties. De resultaten daarvan zijn aan dit strafdossier toegevoegd.
Telkens weer kwam de vraag aan de orde: hoe heeft dit kunnen gebeuren, waarom is dit niet voorkomen, hoe zorgen we dat het niet meer gebeuren kan.

Emoties moeten niet vertaald worden in een juridische term als 'de geschokte rechtsorde', een term die voor de mensen die zich voor Savanna hebben ingezet niet altijd een herkenbare inhoud zal hebben. De emoties die u in het strafdossier heeft kunnen lezen zijn veelal te omschrijven als ontzetting, boosheid, onbegrip, sprakeloosheid en verbijstering. Dat zijn emoties die niet alleen leefden bij mensen die Savanna of haar moeder kenden. Die emoties deden zich ook bij anderen voor. Het is niet gebruikelijk om in strafzaken te spreken over de gevoelens van politiemensen die 'gewoon' hun werk doen, maar ik wil hierbij op dit moment toch stilstaan. Het waren jonge politieagenten in Twente die, midden in de nacht in een van iedereen verlaten gebied, dachten dieven van benzine op het spoor te zijn en die het gevoel hadden dat het niet goed zat met die 2 volwassenen in die auto en die daarop met toestemming van B. de kofferbak van de auto openden. Zij vonden geen jerrycan met benzine maar een kinderlijkje. En hoewel ze daardoor verbijsterd en ontzet waren, deden ze exact datgene wat van een politieagent gevraagd wordt.
Het waren politiemensen die het lichaam van Savanna bij de patholoog anatoom moesten zien, want dat vraagt het werk. En ze zagen een lichaampje zoals ze dat nog nooit eerder hadden gezien, behalve dan op foto's van concentratiekampen uit de Tweede Wereldoorlog.
Het waren ook politiemensen die in verhoor moesten met de verdachten. Politiemensen die misschien ook wel verbaasd waren hoe dit heeft kunnen gebeuren, maar zonder die gevoelens te laten blijken met de verdachten in gesprek moesten gaan.

Het onderzoek naar het overlijden van Savanna is zwaar geweest. Maar voorop heeft gestaan dat het onderzoeksteam wilde dat de waarheid omtrent het leven en de dood van Savanna boven water zou komen.

Boosheid zijn we in dit onderzoek ook tegengekomen. Boosheid bijvoorbeeld van de buren die gemeld hadden dat Savanna mishandeld werd en dat het niet goed met haar ging. Boosheid van de verloskundigen die in mei 2004 na de geboorte van het zusje van Savanna, gemeld hebben dat Savanna opgesloten werd en totaal geïsoleerd moest leven.
Onbegrip van de kraamverzorgster over het feit dat niet naar haar is geluisterd na haar melding in mei 2004.
Verbijstering dat velen melding deden, dat alle hulpverleners het wisten en dat Savanna toch thuis bleef aan de Castorstraat.
Verbijstering bij de gezinsvoogd van Savanna die naar haar gevoel 'boven op het gezin zat' en die niets heeft gezien met betrekking tot fysieke of geestelijke mishandeling. Verbijstering bij de gezinsverzorgster die er van overtuigd was dat het een ongelukje moet zijn geweest. 

Terug

3. Savanna

Bij het spoeddebat dat plaatsvond in de Tweede Kamer op de avond van de dag dat de Inspecteur voor de Jeugdzorg haar rapport had uitgebracht, zei mevrouw Kalsbeek bij de opening van dat debat: 'Waar is Savanna gebleven'
Zij doelde daarbij op het feit dat er vele hulpverleners zich bezig hadden gehouden met de problematiek in het gezin, maar dat daarbij Savanna als gevolg van allerlei organisatorische en/of bureaucratische mechanismen uit het oog leek te zijn verloren.

Dat gevoelen was voor mij en mijn team, zij het in een andere zin dat die mevrouw Kalsbeek bedoelde, herkenbaar. Het dossier heeft ons niet het beeld gegeven dat degenen die hadden moeten beslissen het niet wisten of niet konden weten. Het dossier heeft ons ook niet het beeld gegeven dat er een te zware last was voor degenen die moesten beslissen. Het jeugdzorgdossier is - en dat in beide betekenissen van het woord - dunner dan mijn requisitoir. De vraag of de gezinsvoogd iets in juridische zin te verwijten valt, is echter vandaag niet aan de orde.

Savanna Kasandra de J. is op 21 maart 2001 in Nieuwkoop geboren. Haar tweede naam was al een voorteken van de tragedie waarin zij een rol zou moeten spelen. Het is niet zoals die naam doet vermoeden een Griekse tragedie geworden, maar een tragedie van de moderne wereld.

Savanna heeft, behalve het na haar geboren zusje R., nog een zus M. en een broer J. . M. en J. zijn in de 90-er jaren uithuis geplaatst nadat zij, eigenlijk op een zelfde wijze als Savanna is overkomen, hebben moeten lijden onder een gebrek aan voeding en willekeurige en bovenmatige straffen van verdachte de J. Savanna heeft haar zus en broer nooit gezien.

De moeder van Savanna, verdachte de J., woonde bij de geboorte van Savanna bij haar neef M. Vanaf haar geboorte ging het niet goed met Savanna. Uiteindelijk leidt dat er toe dat ze op 20 februari 2002, ze is dan nog geen jaar oud, voorlopig uithuis wordt geplaatst. Van der S., Savanna's mentor in de crisisopvang Afra Boddaert in Amsterdam heeft over haar het volgende verklaard:
Savanna was in februari 2002 emotioneel erg verwaarloosd, ze vond contact met anderen erg moeilijk. Aanraken en troosten was haar vreemd: ze wees dat af uit een soort angst. Savanna was erg mager voor haar leeftijd. Ze kreeg alleen nog maar flessenvoeding terwijl ze daar al te oud voor was. Ze moest nog leren kauwen. Uit de papieren bleek dat Savanna voor de opname heel veel in haar bedje gelegen had. Savanna kon niet tegen een grote ruimte: ze verstijfde dan. Savanna gaf de voorkeur aan de box. Savanna reageerde nauwelijks op haar moeder: ze voelde niet de veiligheid die een kind normaliter bij haar moeder moet ervaren: er was geen band tussen moeder en kind ontstaan.

Hoewel Van der S. ernstige twijfels had, werd Savanna op 29 juli 2002 toch weer thuisgeplaatst bij verdachte de J. Van der S. heeft haar twijfels ook expliciet geuit.
De staffunctionaris R. van voorheen Afra Boddaert heeft daarover gezegd (p. 1585 ev) Het was ons wel duidelijk dat moeder bekend was in hulpverleningsland. Dat wil zeggen dat ze diverse problemen had, maar dat ze goed bekend was met het reilen en zeilen in de hulpverlening en dat ze donders goed wist wat hulpverleners graag willen zien of horen. Ze was erg goed in het geven van gewenste antwoorden en het tonen van het juiste gedrag. Bij de bezoeken van moeder viel op dat ze Savanna behandelde als een volwassene. Ze had een irreëel beeld van een kind van die leeftijd. C. had een onberekenbaar gedrag. Jeugdzorg had voor het naar huis gaan een aantal randvoorwaarden gegarandeerd. Jeugdzorg gaf ons de verzekering dat Savanna direct uit huis geplaatst zou worden als er de minste twijfel zou zijn. K., de voogd, zat er bovenop.

Met C. bedoelt hij dan verdachte de J., die de naam van haar oma gebruikt.Door de gezinsvoogdij-instelling waren inderdaad voorwaarden verbonden aan de thuisplaatsing van Savanna, maar dat betekende niet dat bij het niet nakomen van die voorwaarden Savanna weer uithuis werd gehaald. Vrijwel elke voorwaarde is door de J. overtreden, zonder dat Savanna uithuis werd gehaald.

Savanna woont vanaf de thuisplaatsing in de Castorstraat samen met haar moeder. Verdachte de J. wisselt vanaf 2002 een aantal maal van partner. Uiteindelijk trouwt verdachte de J. met verdachte B.

Vanaf de thuisplaatsing gaan de problemen voor Savanna gewoon verder: ze krijgt onvoldoende en niet gezond te eten, er worden eisen aan haar gesteld die niet bij haar leeftijd horen, ze wordt totaal geïsoleerd. Savanna is als ze overlijdt een peuter van 3 ½ jaar. Savanna heeft dan een leven gekend waarin ze totaal afhankelijk was van verdachte de J.; het hing van verdachte de J. af of Savanna te eten kreeg, of ze mishandeld werd, of ze opgesloten werd, of ze met iemand contact mocht hebben. Savanna heeft in haar leven geen contact gehad met andere kinderen. Ze mocht andere mensen niet in de ogen kijken. Ze moest bijna hele dagen op bed blijven liggen, vastgebonden aan het bed zodat haar moeder 's avonds kon doen en laten wat ze wilde en zodat haar moeder de andere dag lang op bed kon blijven liggen.
Hulpverleners die in het gezin kwamen kregen Savanna nauwelijks te zien. Als ze daarover klaagden bij verdachte de J. werden ze het huis uitgewerkt. De hulp die sommigen aan Savanna wilden bieden werd zo onmogelijk gemaakt. Savanna heeft nimmer iets kunnen zeggen. Buren die aanboden Savanna met hun kind of kleinkind te laten spelen, werden genegeerd. De arts van het consultatieburo die haar naar de peuterspeelzaal wilde hebben, werd geïsoleerd en was verder zonder invloed op wat er met Savanna moest gebeuren.

Als je dat allemaal hoort denk je aan Savanna als een geïsoleerd levend kind dat stilletjes is heengegaan. Toch is dat niet zo. Savanna heeft tot de laatste dag zich verzet tegen wat er met haar gebeurde: zelfs op 20 september 2004 toen het voor haar zo fataal afliep sprak Savanna haar moeder tegen, pleitte ze voor zichzelf dat ze wel lief was en verzette ze zich tegen het geweld van verdachte de J. . Savanna heeft letterlijk en figuurlijk tot het einde gevochten.

Savanna is aanwezig geweest en heeft zich in de korte tijd die haar gegeven was tot een persoonlijkheid ontwikkeld die niet zo maar weg te vlakken was.Net als de leden van het politieteam is de officier van justitie ook een mens met gevoelens. Die gevoelens zijn niemand vreemd, ook de raadslieden en de rechters niet. In dit soort emotionele zaken doen we niet 'gewoon' ons werk maar moeten we wel ons werk doen op de wijze die van ons verlangd wordt en ook van ons verlangd behoort te worden. Dit betekent dat de juridische merites van deze zaken uitgebreid besproken behoren te worden en dat een magistratelijke afweging gemaakt moet worden. Dat wil zeggen: rekening houdend met alle belangen - ook met die van verdachten - voordat tot een afgewogen oordeel gekomen kan worden.

Het geheel uitsluiten van gevoelens bij de behandeling van strafzaken doen, zou niet goed zijn, maar een zekere distantie en professionaliteit wordt van ons verwacht en die standaard van distantie en professionaliteit was tijdens het politieonderzoek en het gerechtelijk vooronderzoek en de afgelopen zittingsdagen ook aanwezig en zal ook de leidraad vormen voor mijn verdere betoog.

Terug

4. De tenlastelegging

Aan verdachte B. is ten laste gelegd:

Onder feit 1
Primair: het (mede)plegen van de doodslag

Subsidiair valt op te splitsen in:
- het (mede)plegen van zware mishandeling (meermalen gepleegd) de dood tot gevolg hebbend;
- het (mede)plegen van zware mishandeling (meermalen gepleegd)
- het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd) de dood tot gevolg hebbend;
- het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd) zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebbend;

Bij het subsidiaire is dus niet ten laste gelegd de eenvoudige mishandeling (meermalen gepleegd). Dit is op een later moment in de tenlastelegging pas verwoord. Mijn bedoeling is de eenvoudige mishandeling niet op deze plek (reeds) ten laste te leggen.

Meer subsidiair valt op te splitsen in:
- medeplichtigheid aan het (mede)plegen van doodslag
- medeplichtigheid aan het (mede)plegen van zware mishandeling de dood tot gevolg hebbend;
- medeplichtigheid aan het (mede)plegen van zware mishandeling
- medeplichtigheid aan het (mede)plegen van mishandeling de dood tot gevolg hebbend;
- medeplichtigheid aan het (mede)plegen van mishandeling, zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebbend;

EN/of daarbij is meer subsidiair ten laste gelegd:
het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd)

Meest subsidiair: (medeplegen) dood door schuld

Onder feit 2: het medeplegen van het onttrekken van een lijk aan nasporing, danwel een poging daartoe;

Onder feit 3: het (mede)plegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving danwel medeplichtigheid daaraan;

Aan verdachte de J. is tenlaste gelegd:

Onder feit 1
Primair: het (mede)plegen van de doodslag

Subsidiair valt op te splitsen in:
- het (mede)plegen van zware mishandeling (meermalen gepleegd) de dood tot gevolg hebbend;
- het (mede)plegen van zware mishandeling (meermalen gepleegd)
- het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd) de dood tot gevolg hebbend;
- het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd) zwaar lichamelijk letsel tot gevolg hebbend;

Bij dit deel van het subsidiaire is bij haar nog niet ten laste gelegd de eenvoudige mishandeling (meermalen gepleegd). Dit wordt wel ten laste gelegd, doch eerst bij het onder 1, subsidiair nevengeschikt ten laste gelegde. Mijn bedoeling is de eenvoudige mishandeling niet op deze plek (reeds) ten laste te leggen.

EN/of daarbij is meer subsidiair ten laste gelegd:
het (mede)plegen van mishandeling (meermalen gepleegd)

meer subsidiair: (medeplegen) dood door schuld

Onder feit 2: het medeplegen van het onttrekken van een lijk aan nasporing, dan wel een poging daartoe;

Onder feit 3: het (mede)plegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving;

Teru

5. Opzet en voorwaardelijke opzet

a. in het kader van de doodslag
Door beide verdachten zijn uitvoerige verklaringen afgelegd over datgene wat zij Savanna hebben aangedaan. Uit die verklaring komt op geen enkel moment de wens van verdachten naar voren dat Savanna zou moeten komen te overlijden. In de geest van verdachte de J. ging het om
- het opvoeden van Savanna, zij trachtte op die wijze Savanna een aantal regels bij te brengen (zoals bijvoorbeeld dat je netjes in volzinnen om voeding moet vragen) en het ging
- het straffen van Savanna. Het overlijden van Savanna was daarbij niet het doel.B. deed vervolgens wat hij geleerd had van de J.: zij heeft hem geleerd hoe je Savanna moest opvoeden en wanneer je het kind moest straffen en hoe dat moest gebeuren. Hij kreeg ook de opdracht van de J. om de straffen toe te passen.

Met betrekking tot het niet of onvoldoende voeden van Savanna ligt het motief om dit te doen feitelijk in dezelfde lijn: Savanna kreeg geen eten omdat ze niet netjes om eten vroeg of omdat ze in de visie van verdachte(n) stout was geweest. Het was dan een vorm van straffen. Ook kwam het voor dat verdachten het gewoonweg vergaten om Savanna eten te geven. Hoe onbegrijpelijk het ook is om je te bedenken dat je zoiets zou kunnen vergeten of dat je een kind zo zou kunnen straffen, feit is dat in de wereld zoals die voor deze verdachten bestond, het gebrekkig voeden van Savanna zijn doel niet kende in de wens dat Savanna zou overlijden, maar in de wens haar te straffen.

Van opzet in de klassieke zin om Savanna van het leven te beroven was dan ook mijns inziens geen sprake. Opzet is weten en willen dat een bepaald gevolg intreedt als een bepaalde handeling wordt verricht.

Vervolgens dienen we te bezien of sprake zou kunnen zijn van opzet tot het overlijden van Savanna in voorwaardelijke zin. Juist met betrekking tot het leerstuk van de voorwaardelijke opzet, is er de laatste jaren een groot aantal arresten gewezen door de Hoge Raad.

In de NJ 2004/660 ging het om een Antilliaanse zaak waarbij de verdachte schoot in de richting van het wegvluchtende slachtoffer. Hij schoot in de richting van de grond, maar raakte het slachtoffer in het onderbeen.
De Hoge Raad heeft overwogen:
''s Hofs vaststelling dat de verdachte op de grond (maar wel; OvJ) in de richting van het wegrennende slachtoffer heeft geschoten kan bij gebreke van nadere vaststellingen omtrent de precieze toedracht niet 's Hofs oordeel dragen dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer dodelijk zou worden getroffen.'

In de NJ 2004/561 overweegt de Hoge Raad dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte het niet op het slachtoffer gemunt had. Ten onrechte had het Hof, aldus de Hoge Raad, geen afzonderlijke bewijsoverweging gewijd aan het (voorwaardelijk) opzet op de levensberoving van dat slachtoffer.
'Uit de bewijsmiddelen kan wel volgen dat de verdachte een doorgeladen vuurwapen in zijn hand had toen hij door het slachtoffer werd vastgepakt, doch niet dat de verdachte bewust de voor het slachtoffer fatale kogel heeft afgevuurd noch op welke wijze en onder welke omstandigheden het wapen is afgegaan.'
Het verweer dat geen sprake was van opzet wordt gehonoreerd.
In de noot bij dat arrest wordt het aldus geformuleerd: risicovol gedrag levert (bij een adequaat verweer) zonder nadere bewijsoverweging onvoldoende bewijs op van voorwaardelijk opzet op het gevolg dat door het gedrag intreedt.

Nu een arrest waarbij wel sprake was van voorwaardelijk opzet: NJ 2004/375.
De Hoge Raad overweegt:
'De beantwoording van de vraag of de gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Er is geen grond de inhoud van het begrip 'aanmerkelijke kans afhankelijk te stellen van de aard van het gevolg. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. Voor de vaststelling dat de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan zulk een kans is niet alleen vereist dat de verdachte wetenschap heeft van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat hij die kans ten tijde van de gedraging bewust heeft aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Uit de enkele omstandigheid dat die wetenschap bij de verdachte aanwezig is dan wel bij hem moet worden verondersteld, kan niet zonder meer volgen dat hij de aanmerkelijke kans op het gevolg ook bewust heeft aanvaard, omdat in geval van die wetenschap ook sprake kan zijn van bewuste schuld. Van degene die weet heeft van de aanmerkelijke kans op het gevolg, maar die naar het oordeel van de rechter ervan is uitgegaan dat het gevolg niet zal intreden, kan wel worden gezegd dat hij met (grove) onachtzaamheid heeft gehandeld maar niet dat zijn opzet in voorwaardelijke vorm op dat gevolg gericht is geweest. Of in een concreet geval moet worden aangenomen dat sprake is van bewuste schuld dan wel van voorwaardelijk opzet zal, indien de verklaringen van de verdachte en/of bijvoorbeeld eventuele getuigenverklaingen geen inzicht geven omtrent hetgeen ten tijde van de gedraging in de verdachte is omgegaan, afhangen van de feitelijke omstandigheden van het geval. Daarbij zijn de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht, van belang.

Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.'
Vervolgens geeft de Hoge Raad aan dat het Hof is zijn oordeel heeft besloten dat onder de gegeven omstandigheden de kans dat het doorgeladen pistool zou afgaan en daarmee de kans dat het slachtoffer zou komen te overlijden, beide als gevolg van het gedrag van de verdachte, naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk zijn te achten. Daarnaast heeft het Hof klaarblijkelijk geoordeeld dat, in aanmerking genomen de aard van de agressieve gedragingen van de verdachte en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, deze gedragingen kunnen worden aangemerkt als zozeer gericht op het mogelijke gevolg - de dood van het slachtoffer - dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte bewust de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.

De overweging met betrekking tot de voorwaardelijke opzet was natuurlijk niet nieuw. Er wordt voortgegaan in de lijn die onder meer in de HIV-arresten is neergelegd. NJ 2003/552 en NJ 2003/555 kennen een letterlijk gelijkluidende overweging.

In de NJ 2004/323 zien we een casus waarbij en dronken en roekeloos gereden werd met als gevolg een dodelijke aanrijding met een fietser. In deze zaak werd door de verdediging aangeknoopt bij het Porsche-arrest. De Hoge Raad overwoog echter:
'Uit de wijze van rijden van de verdachte met zijn zware terreinauto kan bezwaarlijk anders volgen dan dat hij zich niet heeft bekommerd om de mogelijke gevolgen daarvan voor andere verkeersdeelnemers, meer in het bijzonder zwakkere weggebruikers, zoals fietsers. Dat vindt bevestiging in de omstandigheid dat de verdachte, voordat hij ging rijden, dermate veel alcohol had gedronken dat hij absoluut niet meer in staat moest worden geacht zijn auto naar behoren te besturen. De verdachte heeft zich aldus door zijn wijze van rijden willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zijn handelen de dood van het slachtoffer tot gevolg zou hebben.'

Ook in de NJ 2004/214 gaat het om een verkeerszaak. Daar overwoog de Hoge Raad:
'In aanmerking genomen dat, naar het Hof heeft vastgesteld, de verdachte - toen de door het slachtoffer bestuurde auto op zeer korte afstand achter zijn, verdachtes, auto reed op een tweebaansweg waarlangs bomen stonden, terwijl beide auto's een snelheid hadden van meer dan 100 km per uur - zich bewust van die situatie hard en onverhoeds heeft geremd, welke gedraging geëigend was het slachtoffer in ernstig gevaar te brengen, geeft het oordeel van het Hof dat de verdachte, aldus en onder die omstandigheden handelend, zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou verongelukken en dat derhalve het opzet van de verdachte in de zin van voorwaardelijk opzet op de dood van het slachtoffer was gericht. Dit oordeel van het Hof geeft, aldus de Hoge Raad, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onbegrijpelijk.'

In de afgelopen jaren zijn er nog veel meer arresten gewezen op dit punt, maar ik laat het bij deze uiteenzetting.

Hoe moeten we dit nu in het kader van het onder 1. primair ten laste gelegde beoordelen ? Was er bij deze verdachten een voorwaardelijke opzet op het doden van Savanna ?

We dienen allereerst te kijken naar de gedraging die heeft plaatsgevonden.

Het gedrag van verdachten is in de tenlastelegging omschreven.
De beantwoording van de vraag of deze gedragingen de aanmerkelijke kans van het overlijden van Savanna in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van die gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht.

Het zal ook in dit geval moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. En daar doet zich toch een probleem voor. Hoe vreselijk alles ook is wat met Savanna is gebeurd en hoe zeer het ook tot het fatale gevolg heeft kunnen leiden, niet gezegd kan worden dat er sprake was van een aanmerkelijke kans op het overlijden van Savanna bij alle gepleegde handelingen. Het is misschien voor mensen die niet werkzaam zijn in de magistratuur niet zonder meer begrijpelijk, maar dat neemt niet weg dat ik van oordeel ben dat elke handeling op zich niet tot de dood behoefde te leiden (er is geen aanmerkelijke kans dat een kind overlijdt, als je dat kind op bed vast bindt, of onder een koude douche neerzet etc), terwijl voorts de samenhang tussen de verschillende handelingen er meermalen is geweest, maar toen niet op dàt moment tot de fatale uitkomst hebben geleid.
De algemene ervaringsregelen geven niet zonder meer aan dat onder deze omstandigheden een kind zal overlijden. Verdachten hebben dit gedrag over een lange periode vertoond en iedere keer leidde het niet tot de dood van Savanna, tot de fatale 20ste september 2004.

Alles overziende ben ik van oordeel dat niet gezegd kan worden dat verdachten 'wisten' dat hun handelen de dood van Savanna met zich zou kunnen meebrengen. Gelet op de bijzondere omstandigheden van deze zaak (gedragingen die zich over een lange periode hebben voorgedaan) ben ik voorts van oordeel dat er ook geen sprake is van het 'hebben moeten weten' dat de dood van Savanna het gevolg zou kunnen zijn.

Voor de vaststelling dat de verdachten zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de kans dat Savanna zou overlijden is niet alleen vereist dat de verdachten wetenschap hebben van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van de gedraging bewust hebben aanvaard (op de koop toe hebben genomen). Ook hier ben ik tot het oordeel gekomen dat verdachten in deze bijzondere omstandigheden de kans van het overlijden van Savanna niet bewust op de koop toe hebben genomen.

Ik moet daarbij aangeven dat het niet voldoende voeden van Savanna zou tot een andere conclusie kunnen leiden.

De algemene ervaringsregelen leren ons dat iemand die geen eten krijgt, uiteindelijk zal komen te overlijden. Bij het geheel onthouden van voeding zou naar mijn oordeel dan ook weldegelijk sprake zijn van (voorwaardelijke) opzet. Savanna kreeg niet altijd, maar wel op momenten iets te eten, ook al was dat niet de voor haar geëigende, gezonde voeding. Daarvan hebben verdachten niet voorzien, niet 'geweten' dat dit zodanig gevaarlijk en schadelijk voor Savanna was, dat dit de dood tot gevolg kon hebben. Verdachten hadden niet voor ogen dat Savanna door het onthouden van voedsel zou overlijden. Zij hadden voor ogen dat Savanna gestraft moest worden voor het feit dat ze stout was geweest, of verdachten vergaten simpelweg het kind eten te geven.

Mijn eindconclusie ten aan zien van de opzet in het kader van de doodslag moet zijn dat er geen sprake is geweest van opzet, ook niet in de zin van voorwaardelijk opzet en dat de verdachten moeten worden vrijgesproken van het onder 1. primair ten laste gelegde.

Ik ben me er van bewust dat in gewone mensentaal velen zullen zeggen dat verdachten Savanna gedood of zelfs vermoord hebben. In juridische zin ben ik echter van oordeel dat het niet onder de kwalificatie doodslag kan worden gebracht.

b. in het kader van de zware mishandeling

Ik zal hier de eerder door mij genoemde jurisprudentie niet herhalen. Ook in het kader van het toebrengen van het zwaar lichamelijk letsel staan we voor de beantwoording van dezelfde vragen.

Verdachten hebben nimmer verklaard dat zij Savanna zwaar lichamelijk letsel wilden toebrengen. De (uitdrukkelijke) wil van verdachten was niet gericht op het tot stand brengen van zwaar lichamelijk letsel

De vraag is dan of daartoe wel de voorwaardelijke opzet bestond.

Het zal ten eerste moeten gaan om een kans (op zwaar lichamelijk letsel) die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. In de onderhavige zaak zit op dit punt een bijzonder element. Een ieder van ons zal op de vraag:
is er een aanmerkelijke kans op het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel indien men een kind een keer onder de koude douche zet ?
direct met 'neen' antwoorden. Datzelfde antwoord zal gegeven worden als gevraagd wordt naar het een keer in een kastje opsluiten of op bed vastbinden.

Savanna is echter niet éénmaal onder een koude douche gezet of opgesloten in een kastje, of niet of onvoldoende gevoed. Ze werd stelselmatig op een zodanig grove wijze mishandeld, dat dit haar basisweerstand aantastte. Haar fysieke conditie ging zienderogen achteruit. Bij iedere volgende mishandeling weer, werd de kans dat Savanna ernstig letsel zou kunnen oplopen groter. Bij iedere volgende mishandeling werd het voor verdachten ook voorzienbaarder dat het slechter met Savanna ging

De algemene ervaringsregelen leren ons dat
- als men een kind in de peuter- of kleuterleeftijd stelselmatig of regelmatig voeding onthoudt, èn
- men dat kind regelmatig slaat èn
- men dat kind regelmatig in doodsnood brengt door het op te sluiten en te knevelen èn
- men dat kind regelmatig minutenlang onder een koude douche zet èn
- men dat kind totaal isoleert van iedere vorm van contact
er een aanmerkelijke kans is dat dat kind zwaar lichamelijk letsel bekomt. Zo'n kind zal niet goed groeien in fysieke zin, maar zal zich ook in geestelijke zin niet goed kunnen ontwikkelen. Zo'n kind mist iedere basis van vertrouwen in de verzorger, mist iedere vorm van vertrouwen in mensen en iedere vorm van warmte die nodig is om tot een evenwichtig mens op te kunnen groeien.

Er is sprake van een ontwikkeling van stelselmatige mishandelingen en die ontwikkeling kent zijn uitkomst in uiteindelijk het zwaar lichamelijk letsel. Op de vraag of bij Savanna sprake was van zwaar lichamelijk letsel kom ik later nog terug.De ontwikkeling van stelselmatige mishandelingen ziet niet op één enkel moment waarop de mishandelingen plaats vinden, maar op een periode waarin die mishandelingen plaatsvinden. Die ontwikkeling ziet ook niet op één enkele vorm van mishandeling, maar op een samenhang en samenspel van allerlei handelingen. Waar het een keer onder een koude douche zetten door een ieder zal worden weggewuifd in het kader van de zware mishandeling, is dat niet het geval als het gaat om telkens weer onder een koude douche zetten, en telkens weer slaan en telkens weer opsluiten en telkens weer een washandje in de mond en telkens weer geen eten geven. Dat alles als geheel bezien kan naar de algemene ervaringsregelen ons leren ernstig letsel met zich brengen. Een ieder in deze maatschappij weet dat en behoort dat te weten. Dat verdachten het ook wisten blijkt alleen al uit het feit dat als de ggv-er of de gezinsvoogd in het gezin kwam Savanna niet onder de douche werd gezet, Savanna niet werd geslagen, Savanna niet werd opgesloten en Savanna geen washandje in de mond kreeg. Verdachten wisten dat dit handelingen waren die er toe zouden kunnen leiden dat Savanna weer uithuis zou worden geplaatst omdat Savanna in gevaar zou zijn bij het ondergaan van die handelingen.

In die zin lezen we ook in het arrest van 12 december 2000 van de Hoge Raad NJ 2002/516 waarbij de zware mishandeling bewezen is verklaard. Het slachtoffer in die zaak werd gedurende vijf maanden meermalen geslagen met een stok waardoor hij onder de blauwe plekken kwam, blauwe ogen had en dagenlang niet kon lopen.

Ook de bij het Hof Den Haag berechtte zaak van het meisje dat met bamboestokken was bewerkt Hoge Raad 6 januari 2004 NJ 2004/200 is een voorbeeld in deze zin: het betreffende kind had talloze blauwe plekken als gevolg van het slaan met een bamboestok. Als gevolg daarvan is het kind later komen te versterven. Het Hof verklaarde bewezen de zware mishandeling de dood ten gevolge hebbende.

Verdachten hebben Savanna doelbewust behandeld zoals omschreven in de tenlastelegging. Daarbij behoorden zij te weten dat zich hierbij een aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel zou voordoen. Dit klemt te meer omdat verdachten wisten dat er ernstige zorgen omtrent de veiligheid, in de zin van: de gezondheid, van Savanna waren. Savanna was onder toezicht gesteld juist omdat ze niet goed te eten kreeg en mishandeld werd. Juist ten aanzien van de opvoeding van Savanna kregen verdachten - anders dan menige andere verdachte die hier in andere zaken voor uw rechtbank verschijnt - aanwijzingen over dat wat goed en dat wat niet goed voor Savanna was.

Onder deze omstandigheden handelend hebben verdachten zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. De opzet van verdachten was in de zin van voorwaardelijk opzet op dat zwaar lichamelijk letsel gericht.

. in het kader van de mishandeling

In de noot bij de NJ 2004/660 geeft prof. Mr. D.H. de Jong het volgende aan:
'Met betrekking tot het 'willen' lezen we in de ….. standaardformulering van de Hoge Raad:

"Bepaalde gedragingen kunnen naar hun uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op een bepaald gevolg dat het - behoudens contra-indicaties - niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het desbetreffende gevolg heeft aanvaard.". Bij het lezen van dit citaat kan men allereerst denken aan handelingen waaraan (voorwaardelijk) opzet inherent is, zoals bijvoorbeeld het enkele malen hard in iemands gezicht stompen: hier plegen we op vanzelfsprekende, onproblematische wijze opzet als oogmerk op het toebrengen van pijn en enig letsel te 'zien' en voorwaardelijke opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.'.

De NJ 2003/556 ziet op een ruzie in een café. In die zaak had het Hof geen afzonderlijke bewijsoverweging gewijd aan het door hem bewezen geachte opzet. De Hoge Raad overweegt:
'De gebezigde bewijsmiddelen houden in dat de verdachte de inhoud van een glas bier over de zich achter haar bevindende G wilde gooien en dat zij daartoe dat glas over haar schouder naar achteren heeft bewogen, waarbij dat glas de rechterwang van G heeft geraakt. Noch uit de verklaring van de verdachte noch uit de andere bewijsmiddelen kan volgen dat de verdachte G heeft willen mishandelen, terwijl uit die bewijsmiddelen ook niet kan worden afgeleid dat de verdachte, aldus handelend zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat zij G pijn en/of letsel zou toebrengen.'
Dit is een van de weinige arresten waarin het om de opzet in relatie tot een mishandeling gaat. De Advocaat-Generaal heeft in zijn conclusie het volgende aangegeven:
'Het onderscheid tussen voorwaardelijk opzet (dolus eventualis) en culpa wordt gevormd door zowel het 'willen' als het 'weten' van de dader. Voor voorwaardelijke opzet zijn 2 elementen vereist: het kenniselement, dat inhoudt dat de dader zich van de mogelijkheid van het intreden van het gevolg bewust is geweest. Wanneer hij zich die kans niet bewust was maar wel had behoren te zijn, is sprake van onbewuste schuld, een geval van onachtzaamheid.

Voorts geldt voor voorwaardelijk opzet een wilsvereiste: de dader moet de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden willens en wetens hebben aanvaard, voor lief hebben genomen, op de koop toe hebben genomen. In het geval van bewuste schuld ontbreekt dit wilselement: de dader wenste het intreden van het gevolg waarvan hij ten onrechte de kans verwaarloosbaar klein inschatte in ieder geval niet.'

en

'De vraag is nu wat verdachte heeft geweten (het kenniselement: is zij zich bewust geweest van de mogelijkheid van het intreden van het gevolg, namelijk dat het glas het slachtoffer zou raken en verwonden ?) en of zij dat gevolg op de koop toe heeft genomen (het wilselement). Het eventuele voorwaardelijke opzet van verdachte, haar willen en weten, zal moeten blijken uit haar eigen verklaringen (de intrapsychische component) en aard en de bijzondere omstandigheden van haar handelen (de normatieve component). ….. Het was haar bedoeling om in reactie op het biergooien door het slachtoffer, bier over het slachtoffer heen te gooien…Ook het slachtoffer heeft overigens klaarblijkelijk aangevoeld waar de intentie van verdachte op gericht was; blijkens zijn verklaring deed hij zijn ogen al dicht, omdat hij dacht dat hij bier in zijn ogen zou krijgen. Vervolgens dient gekeken te worden naar de normatieve component: welke maatschappelijke strekking heeft het handelen van verdachte ? De handeling van verdachte, het leeggooien van een glas bier … is naar haar aard geen gevaarlijke handeling die strekt tot het toebrengen van pijn of letsel. Om met de woorden van Buruma te spreken: in het leeggooien van een glas bier in de richting van een ander schuilt geen finaliteit, geen intrinsiek aan de gedraging verbonden opzet tot het verwonden van die ander.'

Deze jurisprudentie overziende moet met betrekking tot de gedragingen van verdachte het volgende worden overwogen:

Het zal ook bij de mishandeling moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten. De algemene ervaringsregelen leren ons dat onder deze omstandigheden een kind pijn en leed ondervindt. Dat was ook de bedoeling van verdachten: verdachten wilden Savanna immers straffen omdat ze zich niet naar de regels gedroeg die verdachte de J. haar oplegde. En juist in dit gebouw weten wij wat straffen is: een vorm van leed toevoegen.

Alles overziende ben ik van oordeel dat gezegd kan worden dat verdachten 'wisten' en ook 'moesten weten' dat hun handelen pijn en/of letsel voor Savanna met zich zou kunnen meebrengen.

Voor de vaststelling dat de verdachten zich willens en wetens hebben blootgesteld aan de kans dat Savanna pijn en/of letsel zou kunnen oplopen, is niet alleen vereist dat de verdachten wetenschap hadden van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zal intreden, maar ook dat zij die kans ten tijde van de gedraging bewust hebben aanvaard (op de koop toe heeft genomen). Ik ben van oordeel dat gelet op hetgeen ik hiervoor heb aangegeven deze verdachten ook in deze bijzondere omstandigheden de kans van het toebrengen van pijn en letsel bij/aan Savanna bewust op de koop toe hebben genomen. Het was feitelijk ook hun doel.

Op die manier wilden zij bereiken dat Savanna of ophield met huilen of gillen, of stilletjes in haar kamertje bleef, of deed wat verdachten wilden dat ze deed. Verder zat er soms een wraakelement in de leedtoevoeging die verdachte(n) verrichten.Om voorts de conclusie van de Advocaat-Generaal Jörg bij het bierglasarrest te volgen:De vraag is nu wat verdachten hebben geweten (het kenniselement: zijn zij zich bewust geweest van de mogelijkheid van het intreden van het gevolg, namelijk dat Savanna pijn en leed zou ondervinden ?) en of zij dat gevolg op de koop toe hebben genomen (het wilselement). Het eventuele voorwaardelijke opzet van verdachten, het willen en weten, zal moeten blijken uit de eigen verklaringen (de intrapsychische component) en aard en de bijzondere omstandigheden van hun handelen (de normatieve component). ….. Het was de bedoeling van verdachten om Savanna te straffen, haar gedrag te laten wijzigen, haar stil te krijgen.

Vervolgens dient gekeken te worden naar de normatieve component: welke maatschappelijke strekking heeft het handelen van verdachten ? De handelingen van verdachten, het onder de koude douche zetten van een peuter, het kind geen eten geven, het uitdelen van tikken, het opsluiten van het kind, het onthouden van voedsel aan dat kind etc vormen gevaarlijke handelingen die strekken tot het toebrengen van pijn of letsel, zeker bij een zo jong kind als Savanna. Om met de woorden van Buruma te spreken: die handelingen hebben finaliteit, er is een intrinsiek aan de gedraging verbonden opzet tot het verwonden van die Savanna.

Terug

6. De doodsoorzaak

a. met betrekking tot Savanna
Savanna is op 21 september 2004 dood aangetroffen in de kofferbak van een auto. Naar aanleiding van haar overlijden hebben een tweetal onderzoeken van meer medische aard plaats gevonden.

Door de patholoog-anatoom van het Nederlands Forensisch Instituut is het volgende aangegeven:
A. Savanna had voor haar leeftijd een geringe lengte (97 cm p. 2 sectieverslag) en een gering gewicht (10,7 kg p. 2 sectieverslag). Savanna had een slechte lichamelijke conditie (p. 6 sectieverslag).
B. Verspreid over haar lichaam had zij vele oude en recente(re) bloeduitstortingen en zij had bloeduitstortingen in het oogwit.
H. In het hersenweefsel werd aceton aangetoond, hetgeen een aanwijzing is voor een te laag bloedsuikergehalte ten tijde van het overlijden, hetgeen kan passen bij ondervoeding. Een te laag bloedsuikergehalte kan op zich oorzaak van overlijden zijn (p. 6 sectieverslag).
Er waren daarnaast tekenen van de inwerking van uitwendig mechanisch samendrukken en/of stomp geweld op de hals van Savanna, zoals bij een wurging. Deze letsels zijn bij leven ontstaan. Als gevolg van dat geweld kan verstikking optreden, hetgeen eveneens een oorzaak van overlijden kan zijn.

De patholoog komt vervolgens tot de conclusie (p. 7 sectieverslag) die als volgt luidt:
'Bij Savanna de J., oud 3 jaren, zijn een te laag bloedsuikergehalte (ten gevolge van ondervoeding) en tekenen van zuurstoftekort gevonden. Het intreden van de dood kan zondermeer worden verklaard door de combinatie van deze bevindingen.
Elk van deze bevindingen kan echter op zichzelf eveneens de dood ten gevolge hebben, waarbij het stervensproces als gevolg van een te laag bloedsuikergehalte zich over een langere tijdsduur zal uitstrekken dan het stervensproces door verstikking door geweld op de hals en/of smoren.'

Naar aanleiding van vragen is daaraan door haar bij brief van 16 maart 2005 toegevoegd:
'De oppervlakkige huidbeschadigingen waren aanwezig op de neusrug en de wangen, derhalve in een gebied rondom de mond en neusgaten, oftewel de ademhalingswegen. Bij …. afsluiting van de ademhalingswegen (oftewel smoren) zal het slachtoffer ….. trachten deze afsluiting te verwijderen (afweer). Dit kan leiden tot oppervlakkige huidbeschadigingen die dan zijn veroorzaakt door vingernagels.'

'bij microscopisch onderzoek is leververvetting aangetroffen.. Ondervoeding kan vetstapeling in de lever veroorzaken.'

Tot slot herhaalt zij haar conclusie in die brief dat elk van de bevindingen (ondervoeding en het zuurstoftekort) op zichzelf de dood tot gevolg kan hebben.

De forensisch arts B. heeft het volgende aangegeven:
'Op grond van de observaties van buitenstaanders kan structurele mishandeling van Savanna als verklaring voor veel van de letsels hoogst waarschijnlijk worden geacht. De mededelingen van moeder, B. en R. versterken de gedachte dat er sprake is geweest van structurele en langdurige kindermishandeling.
Structurele ondervoeding … is op basis van het verloop van groeicurves en de verklaringen van betrokkenen de meest waarschijnlijke verklaring voor de afbuigende gewichtcurve en gewicht naar lengtecurve. Dit wordt nog waarschijnlijker omdat er geen aanwijzingen zijn gevonden in het proces-verbaal of anderszins voor een ernstige lichamelijke aandoening.
Hoewel het geweld dat beschreven wordt op zich al ernstig is, is er bij het gebruik van het washandje sprake van een levensbedreigende vorm van kindermishandeling.'( p. III 20 van het rapport)

'Er was sprake van een structurele ondervoeding gedurende de laatste periode van het leven van Savanna (p. III 25 van het rapport)'.

'Indien hetgeen moeder beschrijft (met betrekking tot 20 september 2004; OvJ) zich daadwerkelijk heeft afgespeeld is er sprake geweest van een levensbedreigend incident, passend bij strangulatie/wurging.' (p. III 33 van het rapport)

'De door de patholoog beschreven afwijkingen in het gelaat passen bij het gebruik van een knevel. Vanuit de literatuur is bekend dat het gebruik van een knevel fatale gevolgen kan hebben. Het risico op fatale gevolgen wordt vergroot door het gebruik van het washandje, waardoor de opening tussen neus- en keelholte afgesloten kan worden. Het feit dat Savanna volgens moeder snotverkouden was heeft het risico op een fataal verloop nog verder doen toenemen.' (p. III 36 van het rapport)

B. acht de meest waarschijnlijke verklaring voor het overlijden het gecombineerde gebruik van het washandje met de knevel. Als complicerende en bijdragende factoren moeten daarbij worden beschouwd de verkoudheid en het lage bloedsuikergehalte van Savanna.
Het door de moeder beschreven optillen bij de 'strot' is een levensbedreigende handeling, maar lijkt niet verantwoordelijk voor het overlijden nu moeder stelt dat ze Savanna weer snel heeft losgelaten.
De ondervoeding had gezien de ernst op termijn aanleiding tot overlijden kunnen geven.
Het eerdere gebruik van een washandje had op ieder moment voor 20 september 2004 tot overlijden aanleiding kunnen geven.

Ook aan B. zijn nadere vragen gesteld. De raadsman van verdachte de J. heeft in zijn vragen aangegeven dat 'vast staat dat Savanna spontaan regelmatig viel'.
Ik wil hier opmerken dat naar het oordeel van het Openbaar Ministerie zulks in het geheel niet vast staat.

B. heeft aangegeven dat blauwe plekken regelmatig voor komen bij mobiele jonge kinderen. Als blauwe plekken het gevolg zijn van vallen, zullen deze met name voorkomen aan de voorzijde, waar bot vlak onder de huid ligt. B. vervolgt met de opmerking dat een deel van het letsel van Savanna op plekken zit die zelden tot nooit als gevolg van een val beschadigd raken: oog, gelaat, rug, billen en buik.

Ter zitting heeft uw rechtbank beide deskundigen gehoord.

De deskundige T. heeft ter zitting verklaard dat de gevaarselementen: het smoren, het aan de keel optillen en de ondervoeding alledrie een rol kunnen hebben gespeeld bij het overlijden van Savanna. Het optillen aan de keel achtte zij uiteindelijk niet relevant omdat Savanna daarna nog leefde en de ruzie met verdachte de J. voort gezet werd.
De deskundige T. heeft expliciet verklaard dat Savanna op 20 september 2004 overleden kan zijn aan de ondervoeding. Het stervensproces begint in haar visie op het moment dat er sprake is van een gewichtsverlies en wordt voortgezet met de fase waarin sprake is van een laag bloedsuikergehalte. Het laatste deel van dat stervensproces bestaat dan uit suf zijn, duizeligheid en coma. Hierbij merkten beide deskundigen op dat naar gelang de fysieke conditie dit een kort durende proces kan zijn bij een slechte fysieke toestand. Het feit dat Savanna zich die ochtend heftig heeft verzet hoeft deze overlijdensreden niet te weerleggen. In een levensbedreigende situatie kan er sprake zijn van een adrenaline stoot, waardoor er juist door het lichaam meer energie aangesproken wordt en de bloedsuikers nog meer worden aangesproken. Zo'n adrenaline stoot zegt niets over de onderliggende slechte conditie van Savanna. T. achtte het bloedsuikergehalte zo laag dat dit levensbedreigend was en binnen 1 ½ tot de dood kon leiden.

Ik merk hier op dat een forensisch arts en een patholoog, artsen zijn die nu juist niet aanwezig zijn bij het sterven zelf. Ze zullen altijd achteraf aan de hand van wat zij zien een aannemelijkheidsconclusie moeten trekken. Het stervensproces zelf kunnen zij bij een overlijden dat aan meer oorzaken te wijten zou kunnen zijn, niet beschrijven.

De deskundige B. heeft ter zitting aangegeven dat de groei van Savanna tot oktober 2002, op een kleine dip na, voldoende is geweest. Op de 'gewicht-naar- lengte' groeicurve was ze toen ongeveer p 50. In juli 2004 is ze echter nog slechts rond de p 10 en bij haar overlijden is ze onder de p 2. Het gewichtsverlies van juli 2004 tot aan haar overlijden, zo'n 1500 gram acht B. een extreme daling. Een dergelijke daling kan niet in twee weken optreden, tenzij het kind in die twee weken geheel geen voeding krijgt.

b. jurisprudentie

Ik maak van de gelegenheid gebruik om op dit moment een kanttekening te maken met betrekking tot de mogelijke doodsoorzaken.

De vraag is namelijk: Moet het Openbaar Ministerie de oorzaak van het overlijden van Savanna aantonen ? Moet de rechtbank in het vonnis een keuze maken uit mogelijke doodsoorzaken ?

Uit de jurisprudentie blijkt dat het Openbaar Ministerie niet in alle gevallen de doodsoorzaak moet bewijzen. In een zaak waarin de Hoge Raad op 16 april 2002 (nieuwsbrief strafrecht 2002 no 159) uitspraak heeft gedaan, is overwogen dat (reeds) voldoende is dat er geen aanwijzingen zijn dat een verstikking of een fataal zuurstoftekort (spontaan) op natuurlijke wijze is ontstaan en dat er geen aanwijzingen zijn dat dit het gevolg is van een ziekelijke afwijking.

De precieze doodsoorzaak hoeft niet te worden aangetoond. De rechtbank mag in het vonnis zelfs verschillende alternatieven openlaten. (zie ook NJ 1998 no 387 inzake het meisje Maya).
Het Hof heeft in die zaak bewezen verklaard als oorzaak van het overlijden:
'het opzettelijk met kracht dichtdrukken en dichthouden van de mond en de neus van Maya of het op de mond en neus van Maya drukken en gedrukt houden van een kussen, dekbed, deken of ander zacht voorwerp, dan wel een andere handeling.'
Het Hof overweegt daarbij:
"Uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het strafdossier zijn geen serieuze aanwijzingen en/of geloofwaardige suggesties naar voren gekomen, die zelfs maar een begin van aannemelijkheid zouden kunnen inhouden ten faveur van de stelling dat de dood op een andere wijze, zoals door verstikking in beddengoed of pyama, danwel dood door toedoen van derden is veroorzaakt."

De Hoge Raad laat die bewezenverklaring en die overweging in stand.

Deze ontwikkeling in de jurisprudentie heeft wel tot wrevel geleid bij de verdediging. In de zaak van het meisje Maya verwoordde de cassatie-advocaat zijn onvrede over de hiervoor geformuleerde bewezenverklaring door het Hof aldus:
"uit de alternatieve bewezenverklaring en de nadere bewijsoverweging blijkt dat in de onderhavige zaak het Hof kennelijk en klaarblijkelijk alleen maar kan gissen naar de wijze waarop het kind is gedood.".

Ondanks die onvrede bleef de zaak dus in stand bij de Hoge Raad. Het Openbaar Ministerie hoeft niet aan te tonen wat nu de exacte doodsoorzaak in een concrete zaak is. De rechtbank hoeft geen keuze te maken uit de opties die in een tenlastelegging worden geboden.

Het Hof Amsterdam LJN: AF 9392 d.d. 3 juni 2003 heeft een zaak berecht waarin het ging om het overlijden van een vrouw aan wie door de verdachte Alloferine was toegediend in het kader van een zekere vorm van euthanasie. Hierbij was de vraag aan de orde of het slachtoffer misschien al overleden was vóórdat de door verdachte toegediende dosis Alloferine zijn dodelijke effect kon bewerkstelligen. Het slachtoffer had volgens deskundigen namelijk zonder die toediening nog slechts maximaal 1 à 2 dagen te leven. In verband met haar ernstige ziekte, kreeg zij allerlei medicijnen toegediend, waaronder morfine. Het Hof laat in het midden of het slachtoffer nu gestorven is aan alleen het door de verdachte toegediende middel of aan een combinatie van dat middel met andere (genees)middelen.
Het Hof overweegt:
'op grond van bovengenoemde omstandigheden, vaststellingen en conclusies van deskundigen acht het hof het overlijden van het slachtoffer ten gevolge van een andere oorzaak dan toediening van Alloferine, al of niet in combinatie met andere middelen, een zo onwaarschijnlijke mogelijkheid dat daarmee redelijkerwijs geen rekening behoeft te worden gehouden.'

Het niet-gebleken zijn van een 'natuurlijke' oorzaak' kan bewijs opleveren van de niet-natuurlijke doodsoorzaak (NJ 1986 no 368: een bepaalde bloeding moet de doodsoorzaak zijn nu mogelijke andere doodsoorzaken niet zijn gebleken).

In de zaak van het meisje van Nulde LJN AM 3132, een zaak die vele gelijkenissen met het overlijden van Savanna toont, heeft het Hof Arnhem op 24 oktober 2003 het volgende aangegeven:
'Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat niet vast staat dat de beweerdelijke mishandelingen tot de dood van het slachtoffer hebben geleid. Een andere oorzaak, bijvoorbeeld een virusinfectie of een ziekmakende bacteriële aandoening, is geenszins denkbeeldig te achten.
Het Hof overweegt hieromtrent als volgt:
"Beide deskundigen komen derhalve tot de conclusie dat geen doodsoorzaak - met zekerheid - aanwijsbaar is. De door de raadsman geopperde mogelijkheid van een virale of bacteriële aandoening waaraan het slachtoffer overleden zou kunnen zijn, acht het hof verwaarloosbaar klein….

Het hof Arnhem heeft vervolgens bewezen verklaard het overlijden als gevolg van het meermalen met de vuist in de buik en op het hoofd slaan en/of stompen, waardoor het slachtoffer aldus stelselmatig pijn en letsel is toegebracht en het meisje aldus lichamelijk uitgeput raakte en verzwakte en/of door het op enige wijze de ademhaling van het meisje belemmeren en/of door anderszins geweld op dat meisje toe te passen.

Het hof maakt derhalve geen keuze in de doodsoorzaak.

Uit alle door mij aangehaalde jurisprudentie blijkt dat reeds over een periode van jaren de vaste jurisprudentie is dat een doodsoorzaak niet bekend hoeft te zijn om tot een bewezenverklaring te komen en voorts dat het OM niet de doodsoorzaak met uitsluiting van alle andere oorzaken hoeft aan te tonen en de Rechtbank indien er meerdere doodsoorzaken mogelijk zijn (die allen een verwijt aan de verdachte in kunnen houden) geen keuze in de doodsoorzaak hoeft te maken. Naar mijn oordeel moet uw Rechtbank zich ook niet laten verleiden om een keuze te maken, daar waar deskundigen dat niet kunnen.

Ten aanzien van de vraag op welke wijze de rechtbank naar de deskundigen moet kijken is ook jurisprudentie te vinden. Ik zal deze niet uitvoerig aangeven. Ik volsta met het noemen van één recent arrest:

In het arrest van de Hoge Raad d.d. 6 januari 2004, (NJ 2004/200), ging het over het meisje dat met bamboestokken mishandeld werd. Verschillende medische deskundigen kwamen in de daar berechte zaak tot een verschillend oordeel.

Het Hof komt uiteindelijk tot de overweging:
'dat het hof het obductierapport en de daarin vervatte conclusie van de patholoog-anatoom van het NFI overneemt en tot de zijne maakt en dat het hof derhalve het verweer van de verdediging dat het rapport onvoldoende uitsluitsel geeft alsmede het verweer dat er geen causaal verband bestaat tussen de mishandeling en de dood van het slachtoffer, verwerpt.'
In NJ 2004/200 is door de Hoge Raad in die zaak overwogen:
'de in het middel bedoelde situatie waarin bij de behandeling in feitelijke aanleg is betoogd dat het - voor de bewijsvraag essentieel te noemen - oordeel van een deskundige niet gestoeld kan zijn op voldoende deskundigheid, dan wel is bereikt door een toepassing van methoden, technieken of inzichten die in deskundige kring voor onverantwoord wordt gehouden, waarbij een beroep is gedaan op andere deskundigen die dit betoog ondersteunen, vormt bij uitstek het uitzonderlijke geval waarin de feitenrechter - als uitzondering op de hoofdregel dat diens oordeel betreffende de selectie en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal geen nadere motivering behoeft - gehouden is zijn waardering van het betwiste deskundig oordeel te onderbouwen.
Deze bijzondere motiveringsplicht strekt ertoe de rechter te dwingen zich rekenschap te geven van betrouwbaarheid van het betwiste deskundig oordeel, met name in het licht van de omstandigheid dat, naar in de regel moet worden aangenomen, de rechter ambtshalve niet beschikt over voldoende specialistische kennis van zaken om na te gaan in hoeverre de deskundige zich heeft geconformeerd aan inzichten en maatstaven die in deskundige kring worden beschouwd als onontbeerlijk om tot een betrouwbaar onderzoeksresultaat te komen, zodat de rechter in de regel geen andere mogelijkheden heeft dan hetzij zich verlaten op deskundig oordeel, hetzij dat oordeel terzijde stellen omdat hij de betrouwbaarheid ervan niet kan beoordelen.
Van de rechter kan bij deze bijzondere motiveringsplicht evenwel niet méér worden verlangd dan dat hij de gegevens, inzichten en afleidingen die naar voren zijn gebracht door enerzijds de deskundige wiens oordeel wordt betwist en anderzijds de deskundigen die dat oordeel ondeugdelijk of onbetrouwbaar noemen toetst aan hetgeen uit de stukken van het geding blijkt. De rechter zal zich er bij dat onderzoek van moeten vergewissen of de uit de stukken blijkende gegevens, beschouwd in het licht van door andere deskundigen ingenomen standpunten, er aan in de weg staan het betwiste deskundig oordeel als betrouwbaar aan te merken.

Met betrekking tot het overlijden van Savanna doet zich het zo uitzonderlijke geval van de bijzondere motiveringsplicht ten aanzien van het volgen van een deskundige, niet voor. De deskundigen T. en B. zijn bij uitstek op dit gebied deskundig en zij hebben zich geconformeerd aan inzichten en maatstaven die in deskundige kring worden beschouwd als onontbeerlijk om tot een betrouwbaar onderzoeksresultaat te komen. Er is ook geen sprake van twijfel omtrent de deugdelijkheid of betrouwbaarheid van hun rapportage.

Op dit punt kom ik, gelet op hetgeen ik hiervoor heb overwogen, tot de conclusie dat de (mis)handelingen van Savanna en/of het onthouden van (voldoende) voeding aan Savanna tot de dood van Savanna hebben geleid. Ik maak geen keuze gelet op de deskundigenrapportages in samenhang met hetgeen ik aan de jurisprudentie heb ontleend.

jurisprudentie heb ontleend.

Terug

7. Bewijsmiddelen

Welke bewijsmiddelen hebben we voor de dag van 20 september 2004, maar ook voor alle overige dagen in het leven van Savanna ?

I mishandelingen op 20 september 2004

Verdachte de J. heeft bij de politie uitvoerig verklaard dat zij op 20 september 2004:
- Savanna een tik op de mond, de vingers, de heup en tegen de onderkant van haar gezichtje heeft gegeven;
- Savanna een mep heeft gegeven;
- In een gevecht met Savanna raakte;
- een hand voor de mond van Savanna heeft gehouden;
- Savanna aan haar arm omhoog heeft getrokken;
- Savanna aan haar arm getrokken heeft;
- Savanna door elkaar geschud heeft;
- Savanna één keer ruw op haar wang heeft geslagen;
- Savanna onder de koude douche heeft gezet;
- Savanna bij haar keel gepakt heeft en aan haar keel (strot) heeft opgetild en haar vervolgens zo heeft laten vallen;
- Savanna's gezicht iets te hard naar haar heeft toegedraaid;
- Savanna nog een klap gegeven heeft als gevolg waarvan Savanna naar achteren en aldus op de grond viel;
- In de doucheruimte een washandje in de mond van Savanna gestopt heeft en dat Savanna dat washandje verder in haar mond heeft gestopt;
- Later in de slaapkamer nog iets in de mond van Savanna heeft gedaan;
- Iets om het hoofd van Savanna heeft gewikkeld: 2 of 3 keer. Dit verband liep over de mond van Savanna;
- Savanna met veel kracht onder het bed heeft geduwd;

Tot slot laat de J. Savanna dan in haar kamertje onder het bed achter. Enige tijd later ontdekt ze dan dat Savanna dood is.

- over 20 september 2004
(p. 90)"ik ging 's morgens naar haar kamer… We kregen een woordenwisseling. Ze had een vieze snoet…. Ik zei: je gaat maar onder de douche… Ze was vervelend. Ze bleef doorgaan. Ik voelde me teleurgesteld…. Ik heb haar zo een tikje op de mond gegeven…. Ik weet dat ik haar vaag vasthield. Ze zei sorry.'
(p. 96)'haar kussen lag op de grond…. Ik heb toen gezegd dat mama dat niet leuk vond en dat ze haar kussen moest opruimen. Ik raakte daar een beetje geirriteerd door… Savanna reageerde niet. Ik zei toen dat ze maar mee moest naar de douche… Ze reageerde toen nog niet. Ik zei: mama vraagt toch iets dan moet je toch antwoorden. Toen reageerde ze nog niet. Savanna hield haar slaapzak vast waardoor ik het touw heb doorgeknipt. Ik heb haar vingers eerst nog geprobeerd los te trekken en zei dat ze moest los laten. Savanna zei nee. Ik heb haar rechtovereind gezet en gevraagd waarom ze dat kussen had weggegooid. Ze reageerde toen niet… Ik heb haar nog één kans gegeven en toen zei ze: ja mama. Ik vroeg waarom heb jij je kussen op de grond gegooid. Savanna zei alleen maar ja mama. Ik heb … haar gezegd dat als ze geen goed antwoord geeft ze dan een koude douche krijgt. Ik wilde haar vastpakken. Ze zei toen niets en gaf me een tik op de vingers. Toen heb ik haar een tik op de vingers terug gegeven.

Savanna begon te huilen en zie: ik lief mam, over mama, niet douchen mama. Ik zei toen: je krijgt wel een koude douche als je zo doorgaat en zei dat ze haar mond dicht moest houden. Ik hield toen mijn hand vlak voor haar mond… ze maakte een bijtbeweging. Ik zei dat ze maar moest afkoelen. Ik … zette haar in de douche… Savanna zei nee, nee mama. Toen pakte ik mis naar haar hand waardoor ze uitgleed en met haar hoofd tegen de muur kwam. … Ik heb haar aan haar linkerarm omhoog getrokken. Ik hoorde krak. Ik liet haar hand los en pakte haar arm.

Toen kwam ze met haar hoofd tegen de muur…. Savanna spartelde tegen… Ik zag een klein beetje bloed aan haar lip…. Savanna vroeg om een kusje. Ik zei nee, want je hebt een vieze neus….. Savanna heeft toen haar neus schoongemaakt en ze vroeg toen om een koude douche. Ik …. deed de douche aan met koud water. … Savanna is uitgegleden en viel weer….. Ik vroeg of het over was en Savanna zei ja.''
(vervolgens even later; OvJ)(p. 98) We hebben een gigantische woordenwisseling gehad. Savanna en ik bevonden ons toen in haar slaapkamer. .. Ik pak haar arm vast.. en dan zit ze ineens onder haar bed. … Waarschijnlijk heb ik haar onder het bed gestopt…. Savanna was huilerig…. Savanna was daarna stil.'
(p. 106)'Savanna wilde onder het bed. Ze wees naar het gat. Ik had haar bij haar arm vast. Ik duwde met veel kracht het kastje weg. Ik zei: zo dus jij wil eronder en dan blijf je er maar onder. Ik heb het kastje toen weer terug gezet. Zo heb ik haar er letterlijk ingeduwd.'
(p. 117) (toen verdachte voor het eerst die dag naar Savanna ging. Ik vermeld hier alleen de elementen die in een eerdere verklaring nog niet aan de orde kwamen)'Ze draaide haar kop maar niet om naar mij en dat vond ik al erg genoeg. Ik tikte tegen haar heup…..Ik gaf haar een tik tegen de onderkant van haar gezicht… Ze wilde me niet aankijken. Toen pakte ik haar gezichtje vast bij haar wangen en ik draaide haar gezicht naar me toe…. Het kan zijn dat ik het iets te hard heb gedaan.'
(p. 119)'Ik zei: hou op, anders krijg je een washandje. Ik gaf haar een washandje en zei dat ze die in haar mond moest doen. Eerst wou ze niet… Ik gaf haar een mep… Ze bleef gillen en krijsen. Ik werd er echt zo bang van. Toen heb ik het washandje gepakt en zei: als jij het niet doet, dan doe ik het washandje in je mond. Ik probeerde het washandje er in te doen en ze probeerde toen te bijten en ze werkte tegen. Ik zei dat ze het dan maar in de mond moest doen. Toen heb ik de douche aangezet, ik heb de koude douche aangezet… Ze heeft toen het washandje verder in haar mond gestopt. Ze kokhalsde daarbij… wij kwamen in gevecht waarbij Savanna uitgleed… ik probeerde haar arm te pakken en zag dat Savanna met haar hoofd tegen de badrand kwam… Ze was wel tig keer gevallen. Ik heb haar arm getrokken. Ze zag er helemaal beurs uit… Ze huilde angstaanjagend, de rillingen gingen over mijn rug heen. Ik was echt bang. Ze heeft twee keer eerder zo gehuild.''
(p. 120)'We stonden in haar slaapkamer. Ik pakte haar bij haar armen en ik schudde haar één keer door elkaar en ik zei: 'nou ophouden jij'. Toen spuugde ze me in mijn gezicht … Ik heb haar één keer ruw geslagen op haar linkerwang… Ik had mijn kind nog nooit zo hard geslagen. Ze had haar armen omhoog alsof ze een knuffel wilde… We hebben toen geknuffeld zonder woorden.'
(p. 127)'Misschien heb ik (daarna; OvJ) het washandje terug gedaan (in haar mond; OvJ). Ik heb het waarschijnlijk onder het bed erin gedouwd omdat ze begon te krijsen… (p. 128) Ik heb waarschijnlijk een washand en een verbandje uit de douche gepakt. Ik was paniekerig. Savanna zit onder het bed… Ze probeert te krijsen maar het lukt niet, dus het washandje zit er al in.'
(p. 161)Ík weet waar ik haar die klap heb gegeven… Ik zag dat ze naar achteren viel. U vraagt of ze daadwerkelijk op de grond kwam te vallen. Ja, ze kwam op haar hoofd.'…'Ik pakte haar bij haar armen. .. Ze kwam op haar rug en kont op bed terecht. Ik heb het in een razernij gedaan…. Ik heb iets in haar mond gedaan (p. 162). Het zal wel iets zijn geweest wat in handbereik heeft gelegen. Het ging in razernij…. Ik deed het alleen om haar mond. Zodat haar neus en ogen vrij waren. Ik snap niet waarom ze het niet van haar mond heeft getrokken. Dat deed ze altijd… U vraagt hoe vaak ik het om haar hoofdje heen heb gedaan. Twee of drie keer om haar hoofd gewikkeld. Die sliert die overbleef zat aan de achterkant van haar hoofd…. Het omwikkelde verband liep over haar mond heen…. Ik zag nog een snottenbel bij Savanna.. ze was verkouden…. Ze blies bellen met haar neus. Hierdoor wist ik dat ze kon ademen. De kleur van dat verband was huidskleur…. Ik dacht bekijk het maar effe. Ik omwikkelde toen haar hoofd.'
Aan verbalisanten verteld verdachte (p. 163 gerelateerd) dat ze dat omwikkelen twee keer zo gedaan heeft.'
(p. 164)'U zegt dat Savanna drukplekjes in haar nek, op haar keel had staan. Ja, dat kan ik bevestigen. Ik had haar zo te pakken, dit was in de douche. Ik tilde haar zo op via haar strot. Dit was nadat ze dat washandje in haar mond had gekregen. .. Haar voetjes waren in de lucht…. Wat er gebeurde toen ik haar losliet. Savanna viel toen op haar billen.'

B. heeft hier over bij de politie verklaard dat de J. hem gezegd heeft dat ze Savanna een koude douche had gegeven (p. 225) en dat ze Savanna iets ergs had aangedaan (p. 225). Ze zei dat ze een washandje in de mond had gedaan en het had vastgebonden.(p. 225) Ik weet alleen dat Savanna een koude douche heeft gehad…. C. heeft gezegd: ik heb ze iets ergs aangedaan en ze is dood.'
(p. 226) Volgens mij heeft C. gezegd dat ze een washandje in de mond van Savanna had gedaan en dicht gebonden had met verband of zwachtels… volgens mij zei C.: ik heb een prop in haar mond gedaan en dichtgebonden met verband of zwachtels. 'C. zei tegen mij: ik heb haar onder de koude douche gedaan en een prop in haar mond gedaan en toen was het over. Savanna is dood.'
(p. 234)'C. zei toen dat ze Savanna een prop in de mond had gedaan en dat ze Savanna afgebonden of afgeplakt had.'

II Mishandelingen die plaatsvonden voor 20 september 2004:

A. De J. heeft verklaard dat Savanna geslagen werd en tikken kreeg. M. en B. deden dit ook:

(p. 114)'Ik gaf haar dan een klap op de luier… Als Savanna niet wilde luisteren kreeg ze een tik op de billen en stuurde ik haar naar de kamer.'
(p. 158)'Ze had M. een keer een klap gegeven… Ik heb haar toen een harde klap op haar billen gegeven.'
(p. 159)'R. heeft haar ook wel een tik gegeven. Hij wilde niet op haar luier slaan.'
(p. 165)'R. heeft Savanna ook blauwe plekken bezorgd….. R. heeft ook nog een keer de oorbel uit haar oor geslagen… Hij was te ruw met haar.'
(p. 169)'Ik weet hoe je iemand tikken moet geven zonder haar te beschadigen.'…"Ik gaf haar altijd tikken op haar wangen. M. gaf haar altijd tikken op haar hoofd. Hij sloeg haar altijd op haar hoofd…. Ik gaf Savanna ook nooit klappen dat je de afdruk van je hand op de huid zag…. Als Savanna een klap had gehad van M. dan kon je dat echt zien. Je zag het dan rood en blauw worden.'
(p. 170)'Ik weet dat de blauwe plekken over haar hele lijf zaten….Ik gaf altijd een tik op haar billen. Ze had dan een luier om. M. en R. gaven Savanna ook tikken op haar billen, als ze geen luier om had…. M. gaf haar een tik voor haar kont. Dit herhaalde zich nog een tweede keer. Dit was in de laatste maand. Ik zag toen aan Savanna dat ze echt bang was. U zegt dat M. verklaard heeft dat ik Savanna in de laatste 3 weken … meer tikken heb gegeven… Dit klopt wel.

B. heeft verklaard dat hij Savanna een tik of een klap gaf. Ook verklaart hij over de mishandelingen op dit punt door de J. . Savanna had vaak blauwe plekken.
(p. 216)'Ik heb Savanna nog een tik op haar luier gegeven (19 september; OvJ)'
(p. 221)'Ik heb de avond ervoor Savanna tegen haar hoofd getikt. Gewoon zo van: en nou lopen… Als je het vaak doet, 20 keer per week. Misschien wel meer tikken.'…'Ik heb misschien ook wel eens te hard geslagen.
(p. 235) Soms gaf ik Savanna een tik op haar luier…. Ik heb gezien dat ze blauwe plekken had.'
(p. 251)Het begon met het feit dat C. Savanna een flinke tik op haar luier gaf. Daarna begon C. Savanna op haar blote billen te slaan… Ik hoorde dat er klappen vielen met de platte hand.. De volgende morgen zag ik dat Savanna blauwe plekken in haar gezichtje had…. Savanna had vaak blauwe plekken op armen en benen en in haar gezichtje.'
(p. 253) Vlak na de geboorte van R.…. Ging het helemaal niet goed. Ik kreeg in die tijd ook klappen van C. en Savanna kreeg toen ook klappen.'
(p. 253) Ik heb Savanna ook wel eens een tik tegen haar hoofd gegeven.'
'
R. M. heeft verklaard dat hij soms bij Savanna blauwe plekken zag en dat het kind tikken kreeg en een pak slaag.

(p. 279)Ik zag soms wel dat Savanna blauwe plekken op de armen had.'
(p. 288) Op een gegeven moment kreeg Savanna wel tikken en een pak slaag.
(p. 303) Ik heb wel gezien dat S. ruw ten opzichte van Savanna was. Ik zag dat S. ruw aan Savanna trok en een tik tegen de luier van Savanna gaf.

R. van E., ex-vriend van verdachte de J. heeft verklaard dat hij wel eens een tik gaf (p. 1280) De J. zag hij ook wel eens een tik geven.Mevrouw L., een buurvrouw, heeft blauwe plekken bij Savanna in het gezicht gezien. (p. 1317), voor het laatst in mei 2004. Ze heeft het kind heel vaak horen huilen, ook 's nachts en soms op een angst aan jagende manier.
Mevrouw H.A. C., een buurvrouw, heeft Savanna horen krijsen, in de zin van huilen (p. 1321) Dit was krijsen van een kind in doodsangst. Ze heeft de politie gebeld. In mei/juni 2004 zag ze Savanna: een klein meisje met een gezicht dat onder de blauwe plekken zat. Ze heeft toen de Kinderbescherming gebeld.
Mevrouw M.V. C. (p. 1342) ziet een blauw oog bij Savanna en een plek bij haar mondhoek. Ze heeft bij Savanna een blauwe verkleuring onder haar ogen en op haar neusvleugel gezien: dat waren echt blauwe plekken.
De heer al K., buurman, heeft begin 2004 gezien dat de J. Savanna hard in het gezicht sloeg.

(p. 1344). Later heeft hij gezien dat M., S. en Savanna bij de afvalbakken stonden. Hij zag dat S. meermalen Savanna hard in het gezicht sloeg en Savanna door elkaar heen rammelde.Het consultatieburoteam heeft de J. geconfronteerd met de blauwe plekken van Savanna (p. 1599: C. B.). C. B., wijkverpleegkundige, ziet een wit kind, met wallen onder de ogen en blauwe plekken (p.1601). Op 14 mei, bij haar eerste bezoek aan de J. zag ze plekken die al geel aan het worden waren (p.1605).

R. Z. heeft verklaard dat zij (p. 1702) blauwe plekken bij Savanna heeft gezien. De blauwe plekken zaten in haar gezicht.
De heer R. uit Aalsmeerderbrug heeft gehoord dat er klappen werden gegeven in 2001/2002. C. zei dan dat het de honden waren. Van één keer heeft hij vastgesteld dat het onjuist was: hij was die honden toen nl. aan het uitlaten. (p. 1721)
Mevrouw H. ziet blauwe plekken bij Savanna. (p. 1727). Net als I. G. (p. 1759) die de plekken op armen, benen, rug en buik ziet. Zij heeft gezien dat C. Savanna een tik op haar kont gaf en een tik op haar vingers (p. 1760). Ook L. C. ziet tot half 2003 dat Savanna klappen krijgt (p. 1774), bijvoorbeeld omdat ze haar moeder naakt ziet. Ze ziet heel vaak dat S. Savanna slaat: minimaal 5 of 6 keer op een dag: op het achterhoofd, op haar kont, op haar arm. De meeste waren klappen, maar soms waren er ook tikjes bij (p. 1776)

B. De J. heeft verklaard dat Savanna in haar kamer en ook in een strafhokje of kastje werd opgesloten; Zij deed dit zelf, maar ook M. B. en R.M. deden dat. Het strafhokje was gemaakt door B. en de J. had er een slot op gemaakt. Savanna werd naakt in dat hokje opgesloten.

(p. 63)'Daardoor hadden we vaak strijd met elkaar. Als ze iets verkeerd deed moest ze van mij…. naar haar kamer om na te denken.'
(p. 66)'Savanna was de laatste tijd veel aan het vloeken. Ik stuurde haar dan naar haar kamer.'
(p. 70)'Ik zei tegen Savanna ook altijd dat zij naar haar kamer moest als zij loog. Als zezei dat ze haar bord had opgeruimd en ze had dat niet gedaan, dan werd ik boos om het liegen.'
(p. 82)'U vraagt of ik Savanna die maandagmorgen nog gezien heb. Ik zie haar 's morgens bijna nooit.'
(p. 90)'Ze had straf. Ze moest op haar kamer blijven en nadenken.'
(p. 94)'Ik zeg dan tegen Savanna dat ze naar de kamer toe moet als ze niet normaal doet, dat is bij mij standaard…. Dan pak ik haar bij de hand of arm en neem ik haar mee. Savanna is dan bang dat ze een koude douche krijgt.
(p. 114)'Als Savanna niet wilde luisteren kreeg ze een tik op de billen en stuurde ik haar naar de kamer. Soms vergat ik haar dan.'
(p. 115) Het was in het huis van R. . Hij sloot haar op…. U vraagt of ik en M. Savanna weleens opgesloten hebben. Ja, maar daar was het licht. Dit was in Savanna's slaapkamer…. Meestal stuurde ik haar naar haar kamer, daar moest ze nadenken. De kast werd al maandenlang niet gebruikt.'
(p. 159) U vraagt wat ik deed om haar te laten stoppen met krijsen. Ik stuurde haar dan naar haar kamer.'
(p. 170)'Ik negeerde Savanna als ik een woede aanval had. Ik stuurde haar dan naar haar kamer… Het strafhokje. Ja daar werd ze meestal door M. en R. gezet…M. heeft die kast verbouwd…. (p. 171) Ik weet niet hoe we erop zijn gekomen dat Savanna een strafhok kreeg… we dachten toen van we maken wel een strafhok of zo…. U zegt dat er een schuifje op zat. Dat heb ik gedaan. Ik bedoel dat ik dit slotje erop geplaatst heb. Ik deed dit omdat ze een keer uit haar strafhokje is gevallen…Ze moest in het strafhokje als ze ging krijsen, slaan, bijten. Ze moest hier dan in afkoelen. M. smeet Savanna soms letterlijk in het strafhok. We vergaten haar dan wel eens een luier om te doen. Ze plaste dan in de kast. .. M. heeft haar een keer een halve dag in het strafhokje laten zitten.'

B. verklaart dat Savanna veel op haar bed lag en werd opgesloten in een strafhokje in de kast in de kamer van Savanna. De J. wilde Savanna vaak op zaterdag en zondag in het hokje hebben. B. verklaart dat hij het strafhokje gemaakt heeft. Hij zette Savanna ook in het hokje. Ze zat er soms meer dan een uur in.
(p. 235)Ik kan verklaren dat Savanna veel op haar bed lag. Als Savanna vervelend of stout was moest Savanna in het strafhokje. Op de kamer van Savanna staat een kast en in een van die kastjes werd Savanna gestopt… C. kwam op het idee om Savanna in het kastje te doen.. C. zei vaak op zaterdag en zondag: zet Savanna maar in het hok.'
(p. 252) C. zei toen tegen mij: doe in 1 kastje maar geen planken want dan kunnen we dit kastje als strafhokje voor Savanna gebruiken. Omdat Savanna het kastje zelf open deed heeft C. er een schuifje opgemaakt.
(p. 252)'Ik heb Savanna ook meerdere malen in het strafhokje gezet. Meestal zei C. dat ik Savanna in het hokje moest zetten, maar ik deed het ook wel eens vanuit mezelf… Ik moest dat vaak in het weekend doen. Soms gebeurde dat wel 2 of 3 maal op een dag…soms zat Savanna een uur of langer in dat hokje.'

R. M. verklaart dat Savanna veel naar haar kamer werd gestuurd en dat ze in een strafhokje werd opgesloten. Hij was daar soms bij. Ook M. en hij zetten Savanna in het hokje. M. zette haar wekelijks in het hokje.
(p. 279)C. reageerde wel goed als Savanna weer thuis kwam. Savanna werd dan weer gelijk naar haar kamer gestuurd. Savanna wordt veel naar haar kamer gestuurd.'
(p. 280) Op 19 september was ik om 16.00 uur bij C. . Savanna was toen al weer op haar kamer. Ze had straf. De kamer van Savanna kan op slot met een hangslot… Savanna werd iedere keer naar haar kamer gestuurd die zondag… Als ze niet duidelijk sprak stuurde C. haar al naar haar kamer. Ik moet zeggen dat de keren dat ik er ben Savanna altijd naar haar kamer wordt gestuurd.'
(p. 288) Op een gegeven moment kwam ik erachter dat Savanna voor straf in een kastje moest gaan zitten… In die kast zat een strafhokje. Het hokje zat op een hoogte van 1.20 meter vanaf de grond… Elke keer als S. vond dat Savanna vervelend was moest Savanna dat hokje in.

Als Savanna dan in het hokje zat werd het deurtje dichtgedaan. Ik merkte dat Savanna dat niet prettig vond omdat ze dan ging huilen…. Als ze in het hokje moest werd Savanna door S. en ook door M. in het hokje gestuurd… Soms mocht Savanna er later uit. Dit was als ze een goed antwoord had gegeven. Als Savanna geen antwoord gaf, mocht ze niet uit het hok. Ik moest op een gegeven moment Savanna ook in het hokje zetten. Elke keer voelde ik mij vreselijk. Ik moest uiteindelijk wekelijks Savanna in dat hok zetten.'
(p. 306) zondag 19 september heb ik mijn schoenen op de kamer van Savanna gezet. .. Ik heb Savanna toen niet gezien, maar ik hoorde haar wel… Ik weet zeker dat het geluid van Savanna uit de kast kwam.'
(p. 308) Ik heb haar niet zo vaak in de strafkast gezet. Meestal deed M. dat uit opdracht van S. en op eigen initiatief. Ik deed het alleen wanneer M. of S. het aan me vroeg.'De buurman, al K. heeft van een vriendin van de J., C., gehoord dat zij heeft gezien dat de J. Savanna in een kastje heeft opgesloten met een band om haar mond (p. 1344)

L. F., coördinator bij het BKK werd in juli 2004 benaderd om met spoed in het gezin de J. te gaan werken. Zij bezoekt op 15 juli 2004 de J. . Savanna krijgt ze niet te zien: die is op haar kamertje (p. 1544).

Y. S., verloskundige, is in verband met de bevalling in mei 2004 in het gezin. Ze wilde Savanna zien, maar werd bij haar weggehouden (p. 1549). De J. vertelt haar dat Savanna stout is geweest en dat ze voor straf op haar kamertje moet blijven. De dag erna heeft Savanna weer straf gekregen en moet ze ook op haar kamertje blijven. S. hoort van haar collega M. en de kraamverzorgster M. dat Savanna werd opgesloten in haar kamertje en dat er een hangslot op de deur zat.

De maatschap van de verloskundigen maakt een schriftelijke melding omtrent de mishandeling van Savanna, nadat zij eerder al telefonische meldingen hadden gedaan.De verloskundige M. L. (p. 1579) krijgt Savanna niet te zien. Aan de slaapkamerdeur van Savanna ziet ze een hangslot en dat hangslot is afgesloten. Pas op 8 mei, R. is op 5 mei geboren, ziet zij Savanna voor het eerst. Savanna voelt ijskoud aan. Savanna heeft erge wallen onder de ogen.

Ook de kraamverzorgster M. N. krijgt op 5 mei 2004 Savanna niet te zien. Ze kreeg te horen dat Savanna haar kamertje niet uit mocht en dat ze op bed moest blijven liggen (p. 1589). Ze heeft Savanna die avond ook niet gehoord. De volgende dag om 10 uur was Savanna nog in haar kamertje. Toen R. haar eten ging brengen, hoorde N. metalen gerommel aan de deur: het hangslot (p. 1589). Uit het kamertje kwamen totaal geen leefgeluiden. Ze gaat stiekem naar Savanna kijken maar wordt door de J. weggeroepen. Savanna moet alleen op haar kamertje eten.

Op 10 mei gaat N. weer stiekem naar Savanna toe. Ze ziet blauwe plekjes in haar gezicht. Savanna voelt extreem koud aan. Savanna heeft spitsvoetjes. Op 11 mei hoort ze dat er harde klappen worden gegeven en dat Savanna harder huilt (p. 1591). De J. zegt dan tegen B. dat Savanna hier wel van zou leren: de handen van de J. deden er zeer van. Uit de slaapkamer van Savanna komen dan geen geluiden meer. M. hield in opdracht van de J. Savanna de hele dag opgesloten.
N. meldt bij het AMK de mishandeling van Savanna.

R. Z. heeft verklaard dat als Savanna niet netjes 'ja mamma' zei, ze naar haar kamer moest (p. 1703). Voorts heeft ze verklaard:
'Ik ben de avond voor de bruiloft (9 augustus 2004) bij hun blijven slapen. Die avond zag ik dat Savanna in haar slaapkamer in de kast zat. Ze zat daar met de armen om haar opgetrokken knietjes in één van de kasten. Savanna heeft daar wel een kwartier gezeten.' Zij heeft ook het hangslot op de deur gezien.

Mevrouw H. komt ook bij de J. thuis. Savanna is volgens haar altijd op haar kamer (p. 1725). Ze heeft gezien dat Savanna op bed lag vastgebonden (p. 1726).L. C. weet ook te verklaren dat als Savanna vervelend was, ze werd opgesloten in haar kamertje, met de deur dicht: van die haakjes zodat ze zelf de deur niet kon opendoen. (p. 1775)

C. de J. heeft bekend dat Savanna onder de koude douche werd gezet; Zij deed dat zelf, maar ook M. B. en R. M. deden dat.(p. 90)'De dag ervoor had ze hoofdpijn omdat ze gevallen was. Ze zat toen te krijsen en schreeuwen. Ik zei tegen M. wil jij het doen… M. is toen naar haar toe gegaan. Hij zei: Mama vroeg toch wat. Hij kreeg geen antwoord…..M. dreigde toen met de koude douche. Ik had dat eens gedaan en… ze had het toen heel koud. (p. 91) Savanna riep: nee, nee papa: ikke lief. Ineens zei ze: ja mama (tegen M.; OvJ).. Ik ben toen naar haar toe gegaan. Ik zei dat het zo niet kon. Ik zei dat ze haar mond moest houden. Ik zei (tegen M.; OvJ) hou van mijn part je hand voor de mond. Ze (Savanna; OvJ) beet hem toen… Toen deed ie (M.; OvJ) het in etappes.

Hij vroeg wel tig keer of ze zich uit wilde kleden. Ze wilde niet stoppen met schreeuwen… Hij ging haar kleding uitdoen…. Toen was het weer doodstil Ik ging toen spieken. Ze was toen in de douchebak…. Ze zei: koud mamma. Ik zei dat ze niet naar bed wilde en schreeuwde. Toen deed hij de douche uit. Toen hoorde ik haar opeens weer gillen. …. Ik zei: pak de douchekop. Toen had ie zijn hand bij de knop. Ze zei: nee papa, nee papa: ik stil. Ze hield (haar; OvJ) handje voor haar mond. Toen werd het rustiger.'
(p. 94)'U vraagt of Savanna vaker een koude douche krijgt. Ja, maar vaak doe ik dan de straal naast haar. Zelfs M. heb ik al eens onder de koude douche gedaan. Een tijdje terug heb ik Savanna ook onder de koude gedaan. Daarna is Savanna dan lief.'
(p. 94 over zondag 19 september 2004):'Ik zag M. en Savanna in de douche om Savanna te demmen…. Ik weet niet hoe lang M. met Savanna in de douche stond….. Ik hoorde toen geschreeuw van Savanna. Ze zei: nee, nee, nee. Dat doet ze altijd als ze denkt dat ze een koude douche krijgt….."M. kwam de kamer binnen….ik zat met R. achter de computer.' (p. 97)' Ik heb … haar gezegd dat als ze geen goed antwoord geeft ze dan een koude douche krijgt.'
(p. 114)'U vraagt mij hoe we Savanna straften. Vaak een koude douche. M. en R. deden het vaak.'
(p. 115) Savanna zei een keer, toen R. haar een koude douche had gegeven: Au, au.'
(p. 116)'als ze door bleef schreeuwen. Dan zette ik haar met kleren onder de douche. Dan stopte ze pas na 5 a 6 minuten.'
(p. 138)'Ik heb tegen M. gezegd dat hij het in etappes moet doen. M. en R. deden het eerst patsboem, gelijk onder de douche. Ik zei: stapje voor stapje.'

B. heeft verklaard dat hij Savanna onder de koude douche zette.

(p. 217)'Ik heb Savanna onder de koude douche gezet…. Ik heb toen nog tegen haar gezegd: als je niks zegt krijg je weer een koude douche. Maar meestal is 1 keer onder de koude douche wel genoeg… Onder de koude douche helpt altijd'
(p. 244) Zondagavond 19 september.. C. zei toen: geef haar maar een koude douche als ze niet ophoudt. Volgens mij heb ik Savanna toen onder de koude douche gezet. '

M. weet ook van de koude douches af. Hij ziet het de J. en B. doen. Hij doet het zelf ook, ook bij hem thuis in Nieuwkoop. (p. 289) Als het dan zo was dat Savanna niet wilde luisteren, werd ze uit het hokje gehaald en meegenomen naar de douche en daar onder de koude douche gezet. Toen ik dat voor het eerst meemaakte, zag ik M. haar onder de koude douche zetten. '.. Ik heb dat een keer of tien meegemaakt sinds R. was geboren was het ietsje beter. Voor die tijd heb ik het zeker tien keer meegemaakt.
(p. 289) Op een gegeven moment moest ik Savanna ook onder de koude douche zetten… Als Savanna dan bij S. het antwoord moest zeggen, kwam er niets uit en moest ik haar onder de douche zetten.'
(p. 307) Het werd gebruikt als een soort dreiging…. Ik denk dat S. er mee begonnen is. Het is eigenlijk standaard M. geworden die Savanna onder de koude douche zette. Ik heb S. het maar 1 of 2 keer zien doen. M. kreeg de opdracht van S. om Savanna onder de koude douche te zetten…. Ik heb Savanna 3 a 4 keer onder de koude douche gezet.
(p. 316) In het begin heb ik Savanna ook wel een koude douche gegeven bij mij thuis.

R. Z. heeft verklaard dat C. Savanna onder de koude douche zette in haar aanwezigheid (p. 1702). Toen Savanna de kamer weer inkwam had ze blauwe lippen (p. 1707).

D. De J. heeft ook verklaard dat Savanna werd vastgebonden in bed(p. 79)'Savanna wil altijd vroeg wakker worden. Savanna ligt in haar slaapzak. Deze zit vast aan het bed. We willen niet dat ze uit bed kan rollen. … De slaapzak is vastgemaakt door de armsgaten…. U vraagt of ze er zelf uit kan. Nee. Ze wil er ook niet uit. Ze moet ook wachten totdat wij haar eruit halen.'… U vraagt hoe laat ik haar dan uit haar slaapzak haal. Nou, meestal 11.15 uur.'
(p. 96)'U vraagt waarmee het slaapzakje van Savanna vastzit. Het zit met geel of wit touw vast. Dat zit door de mouwen heen.'

B. verklaart dat Savanna altijd in bed was vastgebonden. Zo gaf hij haar, vastgebonden en al, vroeg in de ochtend haar ontbijt.
(p. 216)'De trappelzak is vastgebonden met een geel touw door de mouwtjes, aan het bed vast… Savanna was vastgevonden: altijd.'
(p. 239)Vroeg in de morgen krijgt Savanna haar eten op bed. Savanna blijft dan vastgebonden liggen in bed en in haar trappelzak.' M. weet hier van.(p. 294) Savanna lag in een trappelzak en die zat vastgemaakt aan het bed met twee touwtjes. Deze touwtjes gingen om het gehele matras heen. Het was wit rafeltouw.' Door de technische recherche is touw veiliggesteld. (p. 362 en 363 en 368 en 373: de slaapkamer van Savanna)

De buurman al K. heeft van C., een vriendin van de J. gehoord dat Savanna aan het bed zat vastgebonden (p. 1344) R. Z. vult dit aan: in juli 2004 zag ze dat Savanna in een trappelzak in haar bed lag. De trappelzak was vastgebonden… C. bond haar ook nog steeds vast omdat ze niet wilde dat Savanna anders om 07.00 uur al naast haar bed zou staan. Savanna moest altijd op bed blijven liggen tot C. wakker werd (p. 1704 en p. 1706)

E. De J. heeft ook verklaard over het gebrek aan voeding: Savanna kreeg niet altijd te eten. Ze moest er netjes om vragen;
(p. 67)'Soms at ze (Savanna) een paar dagen niet…… Soms duurde het te lang en moest ik haar remmen. U vraagt wat ik bedoel. Soms wilde ze te lang niet eten. '
(p. 67)'Ik maakte me zorgen dat Savanna zo mager was.'
(p. 79)'U vraagt hoe laat ik haar dan uit haar slaapzak haal. Nou meestal 11.15 uur…. Ik keek altijd wel tussendoor bij haar. Ik keek dan of ze wilde eten of drinken. Meestal zei ze dat ze wachtte.'
(p. 94)'U vraagt hoe het afgelopen zondag 19 september is gegaan. Ik heb haar in de rug geduwd en gezegd dat ze naar haar kamer moet. Savanna zei: honger, honger, honger. Ik had begrepen dat Savanna gegeten had of was dat nou vrijdag ?. In ieder geval is ze naar de kamer gegaan waar ze … moeilijk deed.'
(p. 138)'U vraagt wat de vaste eettijden zijn…. Ze at bijna niet meer… Savanna moest op de juiste manier om eten vragen en dan kreeg ze eten en als ze dat niet goed zei dan had ze pech….. Ze heeft een tijd gehad dat ze alleen maar droge beschuit wilde eten. Ik zei dan dat ze er een rijstwafel bij wilde. Savanna en ik hebben soms heel weinig gedronken. Savanna kon soms de hele dag niet drinken. Ik zorgde dat ze dan een bekertje per dag dronk… M. wilde haar vader zijn, dus hij moest haar 's avonds eten geven… Ik check dat niet.

B. heeft verklaard dat Savanna haar eten moest verdienen. Het was vaak alleen brood wat ze kreeg. Hij vergat haar ook eten te geven. Ze kreeg alleen eten als ze dingen snel genoeg deed en er om de juiste manier naar vroeg. Drie weken voor haar overlijden zag hij Savanna voor het laatst met warm eten.
(p. 232)'Het eten was vaak alleen brood. Savanna moest haar eten eerst verdienen…..Ik heb de laatste periode een paar keer vergeten om Savanna eten te geven.'
(p. 238) Als Savanna vervelend was dan kreeg Savanna geen eten… Als Savanna iets niet op de juiste manier zei dan kreeg ze geen eten…. Drie weken geleden heb ik voor het laatst gezien dat Savanna warm eten kreeg… De laatste weken werd er eigenlijk niet meer regelmatig gekookt.

R. M. verklaart dat Savanna zonder eten naar bed werd gestuurd door M. en S. .

(p. 280) Savanna had (19 september; OvJ) honger en moet dan vragen om eten, dit deed ze niet. S. stuurde haar dus naar haar kamer. M. zei nog dan gaat ze maar zonder eten of drinken naar haar kamer. Dit was om ongeveer 18.00 uur die zaterdag.'
(p. 291) Savanna (19 september; OvJ) vroeg aan mij mag ik eten… Ik ben om 20.00 uur naar huis gegaan, Savanna had toen nog steeds geen eten gehad.'

Bij de stukken bevindt zich het groeiboekje van Savanna (p. 870 ev). Hieruit blijkt dat ze op 8 oktober 2002, 2 jaar voor haar overlijden 82 cm lang was en 11,3 kilogram woog.Bij de sectie na haar overlijden was zij 97 cm lang en woog ze nog slechts 10, 7 kilogram. In 23 maanden tijd was zij derhalve 15 cm langer geworden, maar wel 0,6 kilogram lichter.

Uit het ontwikkelingsverslag dat bij Afra Boddaert over de periode 20 februari 2002 tot en met 13 maart 2002 maakte (p. 1064) blijkt dat Savanna niet goed gevoed werd door verdachte de J. in de periode daaraan voorafgaande. Ze kreeg nog zuigelingen voeding en kon geen vast voedsel eten.

Savanna was gewend om frisolac 1 te drinken. Dit is echter voeding voor zuigelingen. We zijn dus overgestapt op opvolgmelk… Savanna leek niet gewend aan vast voedsel. Ze wist niet goed wat ze .. met een stukje brood aan moest. Je moest het in haar mond stoppen want uit zichzelf pakt ze het niet. Wanneer ze het dan in haar mond had maakte ze vreemde bewegingen met haar tong en soms verslikte ze zich. Groentehap en fruithap at ze in het begin matig… ander vast voedsel zoals liga eet ze niet.. ze heeft geen idee wat ze er mee aan moet.'

Buurman al K. heeft van C. gehoord dat Savanna slecht te eten kreeg. (p. 1345).

De heer R. uit Aalsmeerderbrug ziet de J. vanaf 2001. Savanna werd slecht gevoed door de J. . Ze kreeg al bijna een jaar lang alleen maar flesvoeding. Hij heeft gezien dat de J. Almiron als flesvoeding gebruikte. Normaal is dat een redelijk dikke vloeistof. C. gebruikte echter heel weinig Almiron en daardoor was de vloeistof gewoon waterig dun… Hier kon de baby onmogelijk van groeien. Het kind was dan ook veel te mager. (p. 1720)

J. W. van K. heeft verklaard dat Savanna de laatste tijd alleen droog brood te eten kreeg (p. 1733).

Mevrouw van E. heeft ook verklaard dat Savanna honger toonde. Ze schrokte het eten op (p. 1768). C. wilde dat ze maar 1 boterham kreeg.

L. C. kwam tot half 2003 in het gezin. Zij heeft verklaard dat Savanna ook wel eens zonder eten naar bed ging (p. 1774)

F. De J. heeft bekend dat er vaker een washandje of een sok of een ander voorwerp in mond Savanna werd gedaan om haar te straffen of stil te krijgen. Daarna werd het hoofd van Savanna soms ook nog omwikkeld met tape of verband. Ook M. en B. hebben dit gedaan.

(p. 115)'U vraagt wat ik geprobeerd heb om het krijsen te stoppen bij Savanna. Hand voor de mond houden, washandje in de mond. R. heeft een keer een vieze sok in haar mond gedaan…. Het washandje was droog en dan dacht ik: 'laat ik het maar nat maken, want ik wilde niet dat mijn kind dood zou gaan….. Ik hield mijn hand ervoor als Savanna het washandje wilde uitspugen.'
(p. 127)'U vraagt of ik al eens eerder iets heb gebruikt om het washandje vast te zetten. M. heeft een keer tape gebruikt. Ik heb een keer gezegd dat je een verbandje kan gebruiken. Ik heb dat 3 of 4 keer gedaan.' B. heeft ook dit bekend. Hij heeft een washandje meermalen in haar mond gestopt en daarna haar hoofd omwikkeld met verband. In de loop van de avond ging hij dan naar haar kijken en als ze sliep haalde hij het verband en het washandje weg.
"(p. 234)'Ik kan u vertellen dat ik ook wel eens een washandje in de mond van Savanna heb gedaan. C. zei de eerste maal tegen mij: duw maar iets in haar mond als Savanna maar stil is… ik heb (toen; OvJ) maar iets bij Savanna in de mond gedaan. Ik deed dan een washandje in de mond van Savanna…..Ooit een keer… heb ik het washandje vastgemaakt met verband… Ik heb het verband een paar keer om het hoofd van Savanna gewonden en lichtjes vastgeknoopt. Ik had dit gedaan omdat Savanna elke keer het washandje uit haar mond trok… Ik keek dan in de loop van de avond bij Savanna en als Savanna dan sliep maakte ik het verband weer los en trok het washandje weer uit haar mond.'
(p. 254)Ik maakte het washandje altijd met de zwachtsels vast. Ik deed dit nooit met tape.' M. weet ook van deze methode. Hij heeft het M. zien doen en hij heeft Savanna met een washandje in de mond aangetroffen in het strafhokje.

(p. 291) Als Savanna ging schreeuwen dan kreeg ze een washandje in de mond.. ik weet wel dat M. het vaak deed. Ik heb wel eens het strafhokje open gedaan en dan zag ik Savanna daar zitten met een washandje in haar mond.
(p. 294)Hij heeft het 3 keer gezien: een keer in het strafhok… een keer in bed en voor de rest denk ik wel in het strafhok.' (p. 309) Ik heb Savanna ongeveer 2 keer in het strafhok met een washandje in haar mond gezien. Een keer met een washandje in har mond op bed… Ik weet wel dat M. dat van S. moest doen…. (p. 310) Ik heb wel eens een stuk stof bij de mond van Savanna gehouden.'

G. Nog enkele bijzonderheden met betrekking tot het leven van Savanna die ik niet onvermeld wil laten. De J. verklaart:
(p. 80)'Ze (Savanna; OvJ) zei twee keer Ja Mamma. Ik wil niet dat ze dat zegt. Ik zei dat ze dat anders moest zeggen.'…'Ze wil me soms op de mond kussen. Ik wil dat niet. Daar hou ik niet van.'
(p. 138)'' uitkleden en dan 18.00 uur op bed. 'Dat betekent dus dat Savanna niet voor 11.00 uur 's ochtends haar bed uit mocht en er om 18.00 uur al weer in moest.
(p. 157)'U vraagt mij of Savanna al kon fietsen. Nee, natuurlijk niet. Ze kon amper lopen. Hoe kan ze dan al fietsen.'…'Savanna ging niet mee de hondjes uitlaten. Ze werd steeds omver gelopen.
(p. 159)'Ik had soms 5 of 6 afspraken in de week. Dit waren dan afspraken met dokter, consultatieburo, haptonoom etc…..Volgens die mensen praatte Savanna niet goed.'
(p. 169)'U vraagt hoe mijn geïrriteerdheid zich naar Savanna uitte. Ik gaf haardan een grote bek. Ik wilde haar emotioneel en geestelijk meer pijn doen.'
(p. 172) De J. gebruikte bij het MSN-en als nick-name: 'ben d'r beu en zat'.

B. voegt daaraan toe: (p. 244):
U zegt dat ik Savanna misschien stil had kunnen krijgen door haar te kussen of te knuffelen. Dat deed ik nooit. Ik heb Savanna nooit gekust. Ik heb haar wel eens een aai over haar bol gegeven. Ik heb 1 keer gezien dat C. Savanna gekust heeft.
(p. 254) Savanna kwam eigenlijk alleen buiten als ik haar naar R. toe bracht. Als we boodschappen gingen doen, eens in de 14 dagen, en als we eens iets leuks gingen doen. We deden eigenlijk nooit iets leuks.
(p. 256) U vraagt mij naar de vergroeiing van de voetjes van Savanna. Dat klopt. Savanna liep heel veel op haar tenen. Savanna viel hierdoor sneller en stond erg wankel op haar benen.

M.:
(p. 298) Savanna mocht tijdens het eten niet naar M. of S. kijken. (p. 304) Als Savanna eten kreeg, mocht ze alleen maar naar haar bordje kijken. Ze mocht niet om zich een kijken.'

Getuigen verklaren dat
- er veel speelgoed was, maar Savanna mocht daar niet mee spelen.
- er waren leuke kindervideo's maar Savanna mocht daar niet naar kijken (p. 1733).
- Savanna alles zelf moest doen: zichzelf aankleden, afdrogen etc.
- Savanna sprak slecht, ze brabbelde.

Ook mevrouw B. heeft het over dit aspect. Zij verklaarde: (p. 1332) Ik heb het kind 2 keer gezien. Het meisje zag er slecht uit. Ze was mager en angstig. Het viel mij op dat het kind niet praatte. Als ik het kind benaderde dan werd het vaak achter haar moeder getrokken.'

Mevrouw van E., de moeder van R., is verpleegkundige. In de periode dat haar zoon een relatie had met de J., zag zij Savanna. Zij vond de lichamelijke gesteldheid van Savanna verontrustend (p. 1768): Savanna was bleek en ze vond het verontrustend dat Savanna nog niet praatte.

Mevrouw M.V. C. heeft verklaard (p. 1342) dat zij heeft voorgesteld Savanna met haar dochtertje van 3 te laten spelen. C. stond er van te kijken dat Savanna 3 was. Ze dacht dat Savanna jonger was omdat ze naar haar idee te klein voor haar leeftijd was. Eigenlijk was ze ook erg mager en zag ze er verwaarloosd uit.

Motorische ontwikkeling
Uit het rapport van Afra Boddaert (p. 1065 ev) blijkt dat Savanna's fijne motoriek in februari 2002 erg slecht ontwikkeld is.
Ze vindt het dan erg moeilijk om kleine dingen op te pakken. Haar armpjes houdt ze nog als een baby: ze wapperen wat in het rond. Het lijkt alsof ze er geen controle over heeft. In het begin kon ze ook zelf haar fles niet vast houden. Wanneer je haar niet ondersteunt bij het lopen, trekt ze haar benen op en lijkt het als of ze niet weet wat ze moet doen.Ook de sociaal emotionele ontwikkeling is verstoord. Savanna is afwerend, wil geen oogcontact, wil geen lichamelijk contact.

Met betrekking tot het lopen heeft de verloskundige M. L. in mei 2004 vastgesteld (p. 1581) dat Savanna op de buitenkant van haar voetjes liep.M. N. ziet dat het kind spitsvoetjes heeft. (p. 1591)'Mensen die zeer veel in bed liggen krijgen dat. ' N. hoort Savanna niet één keer spreken.C. B., wijkverpleegkundige zegt over die spitsvoetjes: (p. 1602) Die ontwikkelen zich als een kind zich niet goed beweegt en ook als het veel op de rug ligt. Ik kan me voorstellen als een kind veel ruggelings vastgebonden ligt dan kan het gebeuren dat spitsvoetjes zich ontwikkelen.'

Mevrouw C., sociaal psychiatrisch verpleegkundige die bij de J. kwam heeft verklaard dat Savanna overdag wakker werd gehouden (eind 2002/2003) zodat C. niet het risico liep dat ze zelf 's nachts wakker zou worden gehouden (p. 1632).

Savanna had geen bed. Ze moest slapen op een matras, dat voorzien was van een douchegordijn tegen het plassen. Het matras lag op een spiraal en dat spiraal lag op 2 ladekastjes. Het geheel was zo hoog, dat er een laatje opengezet moest worden om Savanna van bed te laten stappen.

III Verdachte de J. bekent het wegvoeren van het lichaam van Savanna, samen met B. .

(p. 86)"Ik heb haar toen toegestopt met de deken.'
(p. 88)'Ik heb haar in die deken gewikkeld omdat ik bang was dat hij (M.; OvJ) weg zou rennen uit huis….Ik zei nog tegen hem: kijk je ziet het niet. Ik heb haar hoofdje bedekt….Je ziet alleen die deken….Ik heb haar volgens mij ingerold. Ik heb volgens mij onbewust het onderzeil meegenomen… Dit is een douchegordijn….. Savanna was ingewikkeld in deken en douchegordijn.. Hoe Savanna in de auto gekomen is. Dat kan toch maar een manier zijn. Dat ze erin gedouwd is.' …'M. reed richting Nijverdal. '
(p. 102)'Toen stonden M. en ik opeens beneden. … Ik denk dat M. of ik Savanna toen in de achterbak heb gedaan.'… Hoe Savanna dan helemaal bij die auto gekomen is ? Ik herinner me herrie, ik zie een karretje achter in de auto. We zijn gaan rijden. M. reed…. Je kan aan het karretje trekken. Ik herinner me dat er ook een vuile vuilniszak op het karretje stond… Savanna lag op het karretje. Het was een klein karretje met het pakketje met Savanna.'
(p. 126)'de deken die ik op de foto (van de achterbak van de auto) zie had ik omgedaan. Dan zie je het zeiltje, dit is het douchegordijn en dan nog een deken.'
(p. 133)'We zeiden wel wat moeten we nou doen. Het kwam er wel op neer dat we haar wilden begraven op een mooie plek.'..'M. heeft die stok toen aan die schop vastgemaakt.
(p. 134)'Ik had Savanna in een witte zak gedaan met dekens en al. We hebben Savanna samen op het karretje gedaan… Ik tilde haar op…. Toen hebben we haar samen ingepakt.'
(p. 135)'M. trekt het karretje…. We hebben Savanna in de kofferbak gedaan… Ik startte de auto,… M. was de bestuurder.'

B. heeft hier een bekentenis over afgelegd. Hij heeft verklaard dat ze Savanna's lichaam ergens zouden gaan verstoppen.

(p. 187)'Ik heb het kind meegenomen en geholpen het kind in de auto te leggen..Volgens mij was het kind toen al dood.'
(p. 196)'Ik herinner me dat C. en ik samen Savanna naar beneden brachten op een karretje. … Ze was ingewikkeld in een paar kleden.. We hebben met z'n tweeën Savanna in de kofferbak gelegd.. We zijn toen richting Holten gereden.'
(p. 198)'We hebben Savanna in een wagentje gedaan en haar naar beneden gebracht. We hadden Savanna daarvoor in 2 kleden gewikkeld en in een vuilniszak.'…'We hebben toen die kleden gepakt en hebben Savanna daarin gewikkeld… en in een vuilniszak gedaan (p. 199). We hebben vervolgens Savanna in het karretje gedaan… we hebben vervolgens Savanna.. naar de auto gereden… Vervolgens hebben we toen samen Savanna in de kofferbak gelegd…. Ik heb nog een schep gepakt. Ja, die zouden we nodig kunnen hebben omdat we Savanna naar een plek wilden brengen…. We wilden haar ergens gaan verstoppen.'
(p. 219)'De schep had een verroeste steel… Ik heb die steel er aan vast gemaakt.. diezelfde avond nog.'
(p. 233)'C. zei tegen mij dat we Savanna moesten verstoppen omdat er geen weg terug meer was… C. zei tegen mij dat we Savanna moesten begraven, goed diep.'

Uit technisch onderzoek is gebleken dat B. op 20 september 2004 de schop in elkaar heeft gezet. (p. 553 ev Werktuigsporenonderzoek).

Terug

Terug

8. Indien het feit de dood tengevolge heeft

In de tenlastelegging wordt op enkele plaatsen de strafverzwarende omstandigheid 'de dood tengevolge heeft gehad' gebruikt.
In artikel 300, lid 3 en artikel 302, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht worden deze termen gebruikt. Ik heb hiervoor aangegeven dat ik van oordeel ben dat verdachten niet de opzet op de dood hadden, maar dat betekent niet dat Savanna niet tengevolge van hun handelingen is overleden.

Dezelfde bewoordingen treffen we overigens ook aan in artikel 312, lid 3, 282 lid 3, 282a lid 2, 283 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht.

Het gaat in dit kader om de vraag of het overlijden aan de verdachte kan worden toegerekend. In de jurisprudentie is dit uitgewerkt.

Hoge Raad, 20 maart 2001, NJ 2001/340 heeft in een zaak op dit punt onder meer in 2001 een beslissing genomen.
Het slachtoffer in die zaak was 81 jaar oud en hij werd overvallen in zijn woning. Na de overval krijgt het slachtoffer hartritmestoornissen en overleed. De hartritmestoornissen zijn veroorzaakt door de emoties die het bewezen verklaarde handelen van de verdachten hebben opgewekt. Daarbij heeft het hof , aldus de Hoge Raad, terecht overwogen dat de omstandigheid dat het slachtoffer reeds aan hartklachten leed, daaraan niet afdoet. Het oordeel van het hof dat de dood van het slachtoffer kan worden toegerekend aan (de handelswijze van) de verdachten geeft geen blijk van onjuiste rechtsopvatting.
AG mr. Wortel
Aldus heeft het hof de causaliteitsvraag benaderd langs een lijn die reeds enige tijd in de rechtspraak zichtbaar is, en die zich laat omschrijven als 'redelijke toerekening'. Als criterium wordt aangelegd of het (strafverzwarende of de strafbaarheid bepalende) gevolg in redelijkheid is toe te rekenen aan de bewijsbaar gestelde gedragingen. In deze benadering ligt besloten dat de gedraging, op zichzelf beschouwd, niet van zodanige aard behoeft te zijn dat voorspelbaar is dat, en op welke wijze, zij het uiteindelijke gevolg teweeg zal brengen. Dit brengt mee - en daarin ligt juist de waarde van deze benadering in vergelijking met voorheen wel gehanteerde, beperktere opvattingen omtrent de causaliteit - dat tussenkomende incidenten de causaliteitsketen niet behoeven te doorbreken.

Ook indien later optredende factoren er in belangrijke mate toe hebben bijgedragen dat het gevolg intreedt, of zelfs de rechtstreeks inwerkende oorzaak van dat gevolg vormen, blijft het causaal verband met de bewezen verklaarde gedraging in stand, indien gezegd kan worden dat het uiteindelijk gevolg door die gedraging in de hand is gewerkt.
Toebrengen van letsel dat, op zichzelf beschouwd, niet onmiddellijk dodelijk behoeft te zijn kan worden geacht in causaal verband te staan met de dood van het slachtoffer. Ook indien in de keten van gebeurtenissen medisch tekortschieten aanwijsbaar is waardoor het slachtoffer overleed en diens dood bij adequate behandeling te vermijden was geweest, blijft het causaal verband bestaan. Dat wordt niet anders indien het slachtoffer zelf heeft besloten van medische behandeling af te zien.

Bij een wat oudere zaak Hoge Raad, 22 september 1998, NJ 1999/104
(gaat met name over Zaanse verhoormethode). De gebezigde bewijsmiddelen behelzen niets waaruit kan worden afgeleid dat de dood van E het gevolg is geweest van de wederrechtelijke vrijheidsberoving (bewezen verklaard: hij.. opzettelijk E van zijn vrijheid heeft beroofd immers heeft hij de handen van die E vastgebonden, een zak over het hoofd van die E geplaatst, die E meegevoerd uit de woning en die E in een auto geplaatst en die E naar een andere plaats gebracht)
NB: E wordt 6 weken daarna gewurgd en in staat van ontbinding in het water aangetroffen.
is een lezenswaardige noot te vinden waarin het volgende wordt aangevoerd:

Causaliteit wordt sterk ingekleurd door het delict in kwestie. Het gaat er immers om of het redelijk is om iets als gevolg van het delict - in de specifieke vorm waarin dat is bewezen verklaard - aan de verdachte toe te rekenen. Daarbij speelde m.i. in dit geval een belangrijke rol dat alleen bewezen was verklaard de vrijheidsberoving en niet ook het daarna gegijzeld houden. Een causaal verband is dan, zeker ook door het ontbreken van een bewijsredenering, niet evident doordat er terzake weinig (volgens de Hoge Raad zelfs: niets) vaststaat in de bewijsmiddelen. Het geldende causaliteitscriterium van de redelijke toerekening is weliswaar van een verpletterende juistheid, maar draagt juist daardoor, in samenhang met de vaagheid van het criterium, een gevaar in zich van rechterlijke uitspraken als machtspreuk. Er bestaat dus zeker behoefte aan een expliciete bewijsmotivering bij niet-evidente causaliteit, zo blijkt uit dit arrest.

Hof Den Haag, 7 mei 2002, NJ 2002/551 heeft in een andere zaak overwogen dat na het handelen van verdachten in juni 1999 (slaan met honkbalknuppel, gaskranen op zetten, met vuurwapen op hoofd slaan), met als gevolg: een schedel(basis)ractuur. En waarna het slachtoffer is overlijden in oktober 2000
Naar het oordeel van het hof dient het overlijden redelijkerwijs aan het handelen op 7 juni 1999 van de verdachten te worden toegerekend. Het hof overweegt daartoe als volgt:
- Slachtoffer door fractuur opname ziekenhuis, opname 2 maanden, revalidatie 9 maanden;
- Slachtoffer tegen advies van herstelinrichting in mei 2000 het Zeehospitium verlaten
- Slachtoffer kon niet meer zelfstandig functioneren
- Slachtoffer verwaarloosde zichzelf hierna, verzorgde zich niet, at niet meer
- Door uitgeoefende geweld is de frontaalkwab beschadigd: geen ziekte-inzicht en geen zelfkritiek meer. Besefte niet meer wat hij deed. Longontstekingen: gevolg antibiotica, gevolg: resistente bacteriën: weerstand neemt sterk af. Heup gebroken bij val. Daar kwam infectie bij heup bij: heup verwijderd. Weer gevallen en ging toch weer lopen. Gevolg: overlijden.
aan de toerekening van de dood in oktober 2000 aan het handelen van de verdachte niet in de weg staat dat, het slachtoffer voor juni 1999 al problemen met zijn gezondheid had en zijn levenswijze onvoldoende daarop inrichtte en ook toen geen inzicht in zijn (suiker) ziekte had. Evenmin doet daaraan af dat indien het slachtoffer in een beschutte omgeving zou zijn geplaatst de kans op de fatale complicaties aanzienlijk kleiner zou zijn geweest

In een wat ouder arrest is de leer van de toerekening ook al te vinden:
Hoge Raad, 25 juni 1996, NJ 1997/563
(schot gelost; kogel veroorzaakt dwarslaesie. Later een complicatie: longinfectie. Slachtoffer verkiest hiervoor niet te worden behandeld) Blijkens het rapport van de patholoog heeft het hof vastgesteld dat het slachtoffer letsels heeft opgelopen tengevolge van een schotverwonding in de hals en dat als verwikkeling een longontsteking is ontstaan die tot de dood heeft geleid.
"Overwegende dat het hof met zijn oordeel tot uitdrukking heeft gebracht dat de dood van het slachtoffer het gevolg is geweest van het handelen van de verdachte en dat daaraan niet afdoet dat het slachtoffer zelf heeft besloten om een op zichzelf technisch mogelijke behandeling van die infectie niet toe te staan aangezien die beslissing er in de omstandigheden van het geval niet aan in de weg staat dat 'de als gevolg van die infectie opgetreden dood aan (de handelwijze van) verdachte wordt toegerekend'.
Aldus heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de verdachte de omstandigheden in het leven heeft geroepen die het slachtoffer ertoe hebben gebracht de beslissing te nemen af te zien van medische behandeling en dat die beslissing in de keten der gebeurtenissen niet een zodanige invloed heeft gehad, dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs niet meer als gevolg van het handelen van de verdachte aan deze zou kunnen worden toegerekend. Dat oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.

Hoge Raad NJ 1970/144
Gevolgen van handelen waren redelijkerwijze te voorzien: WVW aanrijding met dominostenen effect
Hoge Raad NJ 1979/60
Toerekenen longembolie bij 6 WVW !
Hoge Raad NJ 1981/534
Causaliteit ondanks medische omissie
Hoge Raad NJ 1985/821
Causaliteit ondanks medisch laat ingrijpen
Hoge Raad NJ 1986/782
Causaleit niet aangenomen : emoties met als gevolg plotselinge harddood bij diefstal met geweld. Niet een feit van algemene bekendheid dat men van emoties dood kan gaan.

Terug

9. Zwaar lichamelijk letsel en eenvoudig letsel

Ik moet vervolgens de vraag nog beantwoorden of het letsel dat Savanna heeft opgelopen als zwaar lichamelijk letsel of eenvoudig letsel is op te vatten.

In artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht is aangegeven dat onder zwaar lichamelijk letsel wordt begrepen: ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden, terwijl er ook onder wordt begrepen storing van de verstandelijke vermogens die langer dan vier weken heeft geduurd.

NJ 1983/497 geeft een arrest van de Hoge Raad waarin expliciet wordt aangegeven dat een inwendig biochemische ontregeling (als gevolg van het onthouden van insuline, te weten een extreem hoog bloedsuikergehalte, een sterke verzuring van het bloed, verstoring van de zout-water-huishouding) (zwaar) lichamelijk letsel kan worden genoemd, ook al kan dit binnen betrekkelijk korte tijd hersteld worden.

LJN AE5618 In dit arrest overwoog de Hoge Raad op 15 oktober 2002:
'Art. 82 Strafrecht bevat een opsomming van de gevallen die als zwaar lichamelijk letsel worden aangemerkt. Die bepaling laat de rechter evenwel de vrijheid om ook buiten die gevallen het lichamelijk letsel als zwaar te beschouwen wanneer dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangemerkt. Gelet hierop en gegeven het feit dat het hier betreft verschillende over het gehele lichaam van het tweejarige slachtoffer verspreid aanwezig zijnde beetwonden, bestaande uit huidverkleuringen, onderhuidse bloedingen, huidafschavingen en open wonden, die klaarblijkelijk stelselmatig zijn toegebracht, geeft het kennelijke oordeel van het hof dat de aan het slachtoffer toegebrachte kwetsuren en verwondingen, door het hof kennelijk in zijn totaliteit beschouwd, zwaar lichamelijk letsel opleveren, niet blijk van een onjuiste uitleg van laatstgenoemd begrip, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.

Het lijkt mij dat hiermee de redenering van het Hof Den Bosch in een arrest uit 2001 als te beperkt kan worden verworpen.

In de zaak die gepubliceerd is in NJ 2001/486 heeft het Hof Den Bosch aangegeven dat onder zwaar lichamelijk letsel niet valt: een post traumatisch stress syndroom, een paniekstoornis met agorafobie, een braakfobie, angstklachten, een persoonlijkheidsstoornis, een verminderd immuunsysteem, slecht gezichtsvermogen, slecht gehoorvermogen, sterke gewichtsafname en pijnklachten.

Het Hof was van oordeel dat alleen een storing van de intellectuele vermogens onder zwaar letsel moet worden begrepen en niet een storing van andere psychische functies.
Het Hof overweegt:
'In het oorspronkelijke regeringsontwerp dat heeft geleid tot het huidige artikel 300 van het Wetboek van Strafrecht werd het delict dat wij thans aanduiden als 'mishandeling', omschreven als het opzettelijk toebrengen van lichamelijk leed aan een ander en het opzettelijk benadelen van een anders gezondheid. Omdat er vormen zijn van opzettelijk toegebracht lichamelijk leed zoals bv. een operatie, die niet strafwaardig werden geacht, werd gekozen voor de term 'mishandeling';'

De redenering van het Hof was dat er sprake is van handelingen die bedoeld zijn om leed toe te voegen en die strafwaardig zijn: de mishandelingen. En zijn er handelingen die een ander doel nastreven, maar als neveneffect hebben dat er ook leed bij kan komen, welke handelingen in het belang van het slachtoffer zijn en welke handelingen dus niet strafwaardig zijn.

Het hof vervolgt:
'het opzettelijk benadelen van de gezondheid werd ondergebracht in een afzonderlijk lid. De wetsgeschiedenis stelt naar het oordeel van het hof buiten twijfel dat de wetgever bij de introductie van de term 'mishandeling' het oog heeft gehad op het toebrengen van fysiek leed of letsel.
Het hof verwijst daarbij naar een enigszins oud te noemen arrest uit 1894.
De deskundige B. heeft gisteren ter terechtzitting gezegd dat uit onderzoek blijkt dat bij stelselmatige mishandelingen, zelfs in de vorm waarbij geen fysiek geweld is gebruikt, hersenletsel optreedt waardoor het kind in de latere ontwikkeling problemen zal hebben op het gebied van emoties, dwang en stress. Hij noemde daarbij het onderzoek van Bruce Perry.

Uit ander onderzoek (San Diego) blijkt dat personen die in hun (vroege) jeugd mishandeld zijn, later gezondheidsklachten zullen kennen en dat de kans dat zij ouder dan 65 jaar zullen worden, gering is.
Voorts heeft hij aangegeven dat indien er vlak voor 20 september 2004 zou zijn ingegrepen en Savanna weer gewoon gevoed zou zijn vanaf die datum, het enkele maanden zou duren voordat het gevaar op het gebied van de ondervoeding geweken zou zijn omdat een kind niet van het een op het andere moment weer gewoon gevoed kan worden zonder dat daarbij complicaties optreden.

Naar mijn oordeel is de samenhang van vormen van letsel die Savanna heeft opgelopen, letsel dat in de jurisprudentie en in het spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel zal worden opgevat.

Terug

10. Bewezenverklaring

Wat kan nu bewezen worden verklaard bij verdachte de J. gelet op de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen.

Onder feit 1, subsidiair kan gelet op hetgeen ik hiervoor heb overwogen bewezen worden verklaard dat verdachte de J.

  • in de periode van 23 maart 2001 tot en met 20 september 2004, te weten in Alphen aan den Rijn en in Nieuwkoop en in Aalsmeerderbrug tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk Savanna de J. zwaar lichamelijk letsel toegebracht heeft door het kind:
    - meermalen onder een koude douche te zetten en
    - in een badkuip te gooien en/of te duwen en/of te laten vallen en
    - op de grond te laten vallen en
    - onder het bed te duwen en
    - bij de keel te grijpen en aan de keel op te tillen en
    - meermalen te slaan en/of te tikken tegen het hoofd en het lichaam en
    - meermalen te weinig en/of onregelmatig eten en drinken te geven en
    - meermalen vast te binnen aan een bed en
    - meermalen op te sluiten in haar kamer en
    - meermalen op te sluiten in een kastje en
    - een washandje of een sok of een voorwerp in de mond te stoppen en
    - dat washandje of sok of voorwerp daarna vast te zetten met verband en
    - te dwingen een washandje in de mond te stoppen en te houden en
    - door voor het kind een levensbedreigende situatie te doen ontstaan.

als gevolg van deze zware mishandelingen heeft Savanna een ernstige vorm van ondervoeding, een achterstand in haar groei en een spraakachterstand en een motorische (ontwikkelings)achterstand bekomen en als gevolg van deze zware mishandeling is zij overleden.

Gelet hierop kan ook het nevengeschikte feit bij de J.: eenvoudige mishandeling meermalen gepleegd bewezen worden verklaard. Er is dan sprake van ééndaadse samenloop.

Indien uw rechtbank echter van oordeel is dat alleen het gebeuren op 20 september 2004, strikt los van de gebeurtenissen van 23 maart 2001 tot en met 19 september 2004, de dood tot gevolg had, dan komt dit nevengeschikte feit wel apart aan de orde.

Onder feit 2 kan het verbergen en wegvoeren van het lichaam van Savanna, zoals primair ten laste is gelegd, bewezen worden verklaard.

Onder feit 3 kan de wederrechtelijke vrijheidsberoving bewezen worden verklaard. De ouderlijke macht reikt heel ver, maar niet zo ver dat het opsluiten in een hokje, terwijl het kind een washandje in de mond is gepropt en het opsluiten in een kamer en het vastbinden op een bed zodat iedere bewegingsvrijheid verdwenen is, de rechterlijke toets zou moeten kunnen doorstaan. Het zijn immers handelingen die ook een mishandeling in zich houden. Het zijn handelingen die de privésfeer van het ouderlijk gezag overschrijden. Het zijn handelingen die in zichzelf reeds wederrechtelijk zijn. Het zijn handelingen die niet zijn op de uitoefening van het ouderlijk gezag, maar op het tot zwijgen brengen van het kind en het bovenmatig straffen van het kind.

Bij verdachte B. kan eveneens de zware mishandeling de dood tot gevolg hebbende, bewezen worden verklaard.

B. heeft dezelfde mishandelingen gepleegd als de J. Hij gaf Savanna straf in de vorm van een koude douche. Hij sloot Savanna op in het strafhokje. Hij sloeg Savanna. Hij deed een washandje in haar mond en bond haar op bed vast. Hij 'vergat' Savanna eten te geven of hij strafte haar door het onthouden van voeding.

Het feit dat hij op 20 september 2004 bij de laatste keer dat de mishandelingen plaatsvonden niet aanwezig was, is niet relevant. Het gevolg had, zoals met name uit het rapport van B. blijkt, op ieder ander moment waaraan B. wèl heeft deelgenomen, ook in kunnen treden. Het handelen van B. heeft het gevolg mogelijk gemaakt. Als hij Savanna wel te eten had gegeven en niet mishandeld had, was het op 20 september 2004 niet zo afgelopen.

Onder feit 2 kan het verbergen en wegvoeren van het lichaam van Savanna, zoals primair ten laste is gelegd, bewezen worden verklaard.

Onder feit 3 kan de wederrechtelijke vrijheidsberoving bewezen worden verklaard. B. had niet het ouderlijk gezag over Savanna. Bij hem komt de vraag of men 'zijn' kind mag mishandelen in deze vorm derhalve niet aan de orde.

Terug

11. Strafbaarheid verdachten

Ik kan mij verenigen met de rapportages van het Pieter Baan Centrum. Dat betekent dat verdachten het ten laste gelegde met betrekking tot het overlijden van Savanna slechts in sterk verminderde mate kan worden toegerekend.

12. Strafmaatoverweging

a. de straf
Bij het bepalen van de strafmaat houd ik rekening met het feit dat verdachten slechts in sterk verminderde mate toerekeningsvatbaar zijn. Ook houd ik rekening met het feit dat zij niet eerder met politie en justitie in aanraking zijn gekomen.
Anderzijds dient de rol die ieder gehad heeft tot uitdrukking te komen in de strafmaat, terwijl de ernst van de feiten eveneens moet worden meegewogen. Op dit laatste punt ben ik al uitvoerig ingegaan in dit requisitoir. Ik zal het hier niet nog eens herhalen.

b. de maatregel
Ik kan mij verenigen met de adviezen van het Pieter Baan Centrum voor wat betreft het advies om aan beide verdachten de maatregel van tbs met dwangverpleging op te leggen. Misschien ten overvloede voeg ik daar met betrekking tot verdachte B. aan toe dat het recidivegevaar zoals door het Pieter Baan Centrum omschreven (te weten: indien hij verder samenleeft met verdachte de J. of indien een andere dominante vrouw een relatie met hem aangaat en die vrouw ook een gestoorde agressieregulatie heeft), recidive gevaar in de zin der wet vormt.
Het hof den Bosch LJN AQ6489 heeft een zaak berecht waarin in het advies werd overwogen:

'de kans op recidive is als zijnde relatief groot in te schatten omdat het niet onmogelijk is dat onderzocht opnieuw een meisje leert kennen binnen een gelijkaardige context, met name een partner die op een gegeven ogenblik zal willen huwen en kinderen krijgen, wat dan voor onderzochte opnieuw een bedreigende en verstikkende situatie kan vormen, waaronder hij… zal decompenseren.'

Het Hof overwoog vervolgens dat het recidivegevaar geenszins fictief was en legde daarop de maatregel van tbs op.

Ook in ten aanzien van verdachte B. hebben de deskundigen ter zitting aangegeven dat het niet om een fictief gevaar gaat, maar om een reëel risico.

13. Vordering ter terechtzitting

Aan verdachte de J. dient te worden opgelegd

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren;
- de maatregel van tbs met dwangverpleging;

Aan verdachte B. dient te worden opgelegd

- een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren;
- de maatregel van tbs met dwangverpleging;