We hebben 167 gasten online

Ne bis in idem

Gepost in Algemene berichten

Bis is mis

Lex & libertas Frank Kuitenbrouwer in NRC 22 juli 2008

Het openbreken van een vrijspraak door de rechter blijft een stap te ver. Juist door DNA en andere nieuwe technologieën die nu als reden worden gegeven.

Waarom moet nu geregeld wat in het verleden een paar maal expliciet is afgewezen? Deze retorische vraag stelde de Rotterdamse hoogleraar strafrecht P.A.M. Mevis eind vorig jaar in Delikt & Delinkwent. Hij had het over de zogeheten herziening ten nadele: het openbreken van vrijspraken waarover twijfel is gerezen. Mevis was vijf jaar geleden co-auteur van een negatief advies aan de regering. Minister Hirsch Ballin (Justitie) wil nu toch revisie van vrijspraken mogelijk maken.

De minister erkent zelf dat deze vorm van revisie niet onproblematisch is. Het openbreken van een vrijspraak is iets anders dan het sluiten van een onderzoek omdat het spoor doodloopt, een zogeheten cold case. Vrijspraak is een rechterlijk eindoordeel. Dan moet het ook afgelopen zijn, zei het oude Rome, de bakermat van ons recht: ne bis in idem (geen dubbel proces). Nederland verwierp een voorstel om vrijspraken open te breken bij de totstandkoming van ons geldende Wetboek van Strafvordering.

Het is in strijd met het wezen van de rechtspraak als een partij kan terugkomen op een geschil, aldus R.M. Vennix van de Vrije Universiteit in 2001. Daarbij komt het zogeheten vertrouwensbeginsel uit het bestuursrecht, dat zich met name richt tot het Openbaar Ministerie (OM), de aanklagers die een zaak willen heropenen. Vergeet vooral niet het in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens neergelegde beginsel van de presumptio innocentiae: een ieder wordt voor onschuldig gehouden tot zijn schuld wettig bewezen is. Dat maakt verschil tussen een stukgelopen onderzoek en een vrijsprekend vonnis. Een extra juridische complicatie is het gelijkheidsbeginsel. Iemand die is vrijgesproken kan bezwaarlijk anders worden behandeld dan een willekeurige burger die niet eerder onderwerp van onderzoek is geweest. Dit maakt het moeilijk om het DNA van een vrijgesproken verdachte te bewaren.

Toch zijn de toenemende mogelijkheden van DNA een belangrijk argument voor Hirsch Ballin voor het herzien van vrijspraken. Dit argument wordt echter ondergraven door een recente studie van het wetenschappelijk centrum van zijn ministerie, het WODC, over de inzet van nieuwe technologieën als DNA, nanotechnologie (de opkomende technologie van minuscule deeltjes), biometrie en informatie- en communicatietechnologie. De auteurs concluderen dat de nieuwe technieken, zeker in combinatie, de onderzoekscapaciteit van de overheid significant vergroten.

Van belang is vooral de kanttekening dat dit geldt bij de bestaande onderzoeksbevoegdheden. Dus zonder dat daar een nieuwe wet aan te pas hoeft te komen. Dat geldt ook voor het wetsvoorstel van Hirsch Ballin. Politie en OM mogen van alles met je doen, zoals prof. Van Koppen zei in deze krant van 16 juli: afluisteren, vastzetten, verhoren, je huis doorzoeken (en dat is nog slechts een greep). Dan zegt de rechter op een gegeven moment: het is afgelopen. En straks mag het OM weer gewoon van voren af aan beginnen?

Hirsch Ballin ruikt ook wel onraad en belooft een beperking tot een aantal welomlijnde zeer zware zaken. Met name misdrijven waarop levenslang staat. Daar komen nog nadere eisen bij zoals zeer sterk nieuw bewijs. Maar er is een gevaarlijke ontsnappingsclausule ingebouwd. Vrijspraken kunnen ook worden opengebroken als sprake is van mogelijke ernstige procedurele onregelmatigheden, zoals liegende getuigen. Dat zet een deur open waarvan Hirsch Ballin de bewaking toevertrouwt aan het College van procureurs-generaal en niet van de onafhankelijke procureur-generaal bij de Hoge Raad, zoals in gewone herzieningszaken.

Het College is een niet-onafhankelijk beleidsorgaan, dat zich moeite heeft gegeven om de herziening van vrijspraken binnen te smokkelen in de hervorming van de reeds bestaande herziening van veroordelingen. Dit laatste is onder vuur komen te liggen na de geruchtmakende rechterlijke dwalingen in de Puttense moordzaak en de Schiedammer parkmoord. Niet in de laatste plaats door de rol van het OM.

Verruiming van de herziening van veroordelingen waarover twijfels zijn gerezen is geboden. Dat geldt niet voor de herkansing die de aanklagers voor zichzelf bedingen. Al was het alleen al vanwege het gevaar dat het onrealistische verwachtingen wekt bij nabestaanden. Maar waarom wél herziening van verdachte veroordelingen en niet van verdachte vrijspraken? Dat is het principiële verschil tussen de individuele burger die zucht onder een aanvechtbaar vonnis en de staat die zich daar van af maakt.

Ne bis in idem: niet tweemaal vervolgen voor hetzelfde feit wordt ter discussie gesteld

Ne bis in idem staat op dit moment ter discussie. Net zoals mensen ervoor pleiten om een strafzaak van een veroordeelde te heropenen, als na veroordeling blijkt dat de bewijsvoering na nieuw onderzoek aan twijfel onderhevig is - denk aan de zaak van Lucia de Berk - vinden steeds meer mensen dat het mogelijk moet zijn om ook, nadat in een zaak definitief vonnis is gewezen en een verdachte vrijuit is gegaan, het mogelijk moet zijn dat, aan de hand van nieuw bewijsmateriaal bijvoorbeeld door nieuw DNA onderzoek, een zaak moet kunnen worden heropend. Er zitten echter nogal wat haken en ogen aan. Om enige achtergronden te belichten heb ik in de rubriek rechtspraak een onderdeel toegevoegd, onderdeel 17, waarin ik enkele publicatie over de onherroepelijkheid van vrijspraak bij elkaar heb gezet.

Soms wordt het toch 'bis in idem'

NRC Handelsblad 28 februari 2008

Vrijgesproken verdachten kunnen in de toekomst opnieuw berecht worden als uit nieuw bewijsmateriaal blijkt dat zij het delict wel hebben begaan.

Minister Hirsch Ballin Oustitie, CDA) bereidt wetgeving voor waarin dat onder bepaalde

omstandigheden mogelijk wordt.

Hirsch Ballin schrijft dat in een brief over herziening van het Wetboek van strafvordering aan de Tweede Kamer. Hij komt dit voorjaar met een conceptwetsvoorstel waarin aanpassing van het buitengewoon rechtsmiddel herziening' wordt opgenomen.

In het strafrecht geldt tot nu toe het 'ne bis in idem-principe': het Openbaar Ministerie mag dezelfde persoon niet twee keer vervolgen voor hetzelfde delict. Dat is een internationaal erkend burgerrecht, bedoeld om de burger te beschermen tegen 'achtervolging' door de overheid.

Maar nieuwe opsporingsmethoden, waaronder DNA-onderzoek, maken het mogelijk om achteraf de schuld van een dader alsnog met grote waarschijnlijkheid vast te stellen. Vorig jaar pleitte de voorzitter van het College van procureurs-generaal, Harm Brouwer, voor heropening van strafzaken als er achteraf nieuw en doorslaggevend bewijs is ontdekt. Dat zou kunnen door het OM de mogelijkheid te geven herziening aan te vragen bij de Hoge Raad. Dat is nu al mogelijk als er na een definitieve veroordeling nieuwe, ontlastende feiten aan het licht komen.

Eerder werd de tijdelijke Commissie evaluatie afgesloten strafzaken ingesteld, die een herziening kan adviseren. Hirsch Ballin wil de mogelijkheid zaken te heropenen nu structureler regelen. Volgens de minister moet dan ook de positie van mogelijk ten onrechte vrijgesproken verdachten worden meegenomen.

Het is nog niet duidelijk hoe en onder welke omstandigheden iemand na een eerdere vrijspraak opnieuw terecht kan staan. Dat wordt pas duidelijk als het initiatiefwetsvoorstel is opgesteld.

Heropening van strafzaken tegen eerder vrijgesproken verdachten is nu al mogelijk in landen als Oostenrijk, enkele Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk. Brouwer pleitte vorig jaar in deze krant voor heropening in zaken waar een gevangenisstraf van meer dan twaalf jaar voor staat, zoals moord, doodslag en verkrachting.

 

Onherroepelijke vrijspraak lijkt goed, maar is het niet

Harm Brouwer in NRC van woensdag 18 juli 2007

 

Volgens de Nederlandse wet is vrijspraak onherroepelijk. In het algemeen is dat een goede zaak. Maar niet altijd. Laten er enkele uitzonderingen zijn, betoogt Harm Brouwer. Van het Europees Hof mag het.

In 2006 werd William Dunlop door een Engelse rechtbank veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf. Hij had in 1989 een jonge vrouw vermoord en haar verminkte lichaam in een badkamer ingemetseld.

Dunlop was voor dit misdrijf eerder vrijgesproken. Na die vrijspraak had Dunlop snoevend tegenover een politieman verteld dat hij wel degelijk de moord had gepleegd. Hij waande zich onaantastbaar, omdat naar Engels recht een vrijspraak nooit meer ongedaan gemaakt kon worden.

Maar de moeder van het slachtoffer liet dat niet op zich zitten. Zij lobbyde met succes voor een wetsvoorstel om heropening van vrijspraken mogelijk te maken. En met succes. Sinds 2005 kan in Engeland onder strikte voorwaarden iemand die van een ernstig misdrijf is vrijgesproken, opnieuw worden vervolgd. De belangrijkste voorwaarde is dat er nieuw en overtuigend bewijs voorhanden is. William Dunlop is - voor zover bekend - de enige die op basis van de nieuwe Engelse wet alsnog is veroordeeld.

Nederland kent niet een dergelijke regeling voor herziening ten nadele. Wanneer een vrijspraak eenmaal onherroepelijk is geworden, kan de gewezen verdachte niet meer worden veroordeeld, zelfs niet wanneer hij het misdrijf zelf achteraf bekent.

Daar zijn op zich goede gronden voor. Onze rechtstaat is er bij gebaat dat er een moment komt waarop een zaak is afgedaan. Het oordeel van de rechter is er immers ook om voor rust in de samenleving te zorgen. Bovendien is het onwenselijk wanneer een gewezen verdachte voorwerp blijft van strafrechtelijke onderzoeken en van speculaties over zijn schuld.

Toch pleit de Rotterdamse hoofdofficier Korvinus (NRC Handelsblad, 27 juni) voor het invoeren van een wettelijke regeling voor herziening ten nadele, zoals ook in Engeland gebeurd is. Emeritus hoogleraar dOliveira noemde het voorstel van Korvinus strafrechtelijk pervers. Er spreekt volgens hem een griezelige visie op de staat uit. De overheid speelt volgens hem in zijn rol van vervolgende en rechtsprekende instantie [...] voor maniakale robot die niet van ophouden weet. (Trouw, 6 juli.)

Wat daar verder van zij, het College van procureurs-generaal is voorstander van een wettelijke regeling die herziening van een onherroepelijke vrijspraak (herziening ten nadele) mogelijk maakt. De reden is dat heel af en toe een strafzaak voorkomt, waarin na de vrijspraak van een zeer ernstig strafbaar feit, alsnog overtuigend bewijs opduikt dat iemand het gedaan heeft. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om een bekentenis achteraf, een DNA-match of een opgegraven moordwapen. In dergelijke gevallen zou het beginsel dat een vrijgesprokene niet opnieuw voor de rechter gebracht mag worden, moeten kunnen wijken voor het in een rechtsstaat eveneens zeer zwaarwegende belang dat een zaak alsnog wordt opgehelderd en de dader zijn straf krijgt.

Het veroordelen van onschuldigen is rechtstatelijk een ramp. Maar het niet veroordelen van schuldigen dient evenzeer vermeden te worden.

De regeling die wij voorstaan is beperkt van aard en met waarborgen omkleed. Herziening ten nadele is alleen mogelijk met toestemming van de Hoge Raad op vordering van de procureur-generaal bij die Hoge Raad, daartoe verzocht door het Openbaar Ministerie. Er moet overtuigend nieuw bewijs zijn (novum), dat niet bij de oorspronkelijke behandeling voorhanden was. Deze mogelijkheid van herziening ten nadele dient een grote uitzondering te blijven. Daarom stellen wij voor deze alleen open te stellen bij de zwaarste delicten, die waarop een gevangenisstraf van twaalf jaar of meer staat. Voorbeelden daarvan zijn moord, doodslag en verkrachting.

Maar er is nog een andere categorie vrijspraken waarvoor de mogelijkheid van herziening ten nadele zou moeten bestaan. Dat zijn zaken waarbij de vrijspraak voortkomt uit bewuste misleiding van de rechter (falsa). De verdachte heeft bijvoorbeeld door dreiging met geweld getuigen onder druk gezet of omgekocht om in zijn voordeel en daarmee in strijd met de waarheid te verklaren. Het lijkt misschien ongeloofwaardig, maar ook in dergelijke gevallen wordt de vrijgesprokene naar huidig recht volledig beschermd door het verbod op herziening ten nadele. Daar dient een einde aan te komen. Omdat het hier gaat om criminelen die hun vrijspraak aan geweld en bedrog te danken hebben, zou wat ons betreft voor deze herziening ten nadele geen beperking tot misdrijven met een maximumstraf van twaalf jaar hoeven te gelden.

Nederland zou met de invoering van herziening ten nadele in mensenrechtelijke zin een buitenbeentje binnen Europa worden. De indruk wordt wel gewekt - bijvoorbeeld blijkens recente commentaren door de president van de Hoge Raad, David. Maar dat lijkt een misverstand. Het internationale recht biedt wel degelijk ruimte voor een herziening ten nadele van de vrijgesprokene.

Niet alleen Engeland, maar ook Oostenrijk, Duitsland en een aantal Scandinavische landen kennen de mogelijkheid van herziening ten nadele. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg heeft bovendien in zijn rechtspraak benadrukt dat het landen in beginsel vrijstaat om herziening ten nadele in te voeren. Belangrijke voorwaarde is wel dat bij de concrete toepassing van de herzieningsmogelijkheid een juist evenwicht wordt gevonden tussen de belangen van het individu en de noodzaak van een effectieve strafrechtspleging.

Het valt overigens op hoe weinig van de wettelijke regeling gebruik wordt gemaakt in de landen waar ze reeds bestaat. En zo hoort het ook. De hoofdregel is - en moet vooral blijven - dat met een onherroepelijke vrijspraak een zaak definitief is afgedaan. Alleen voor een zeer beperkte categorie zaken moet de mogelijkheid worden geschapen om onder bijzondere omstandigheden een uitzondering op die hoofdregel te maken.

Ook in 2002 was het onderwerp herziening ten nadele in Nederland onderwerp van publiek debat. De minister van Justitie liet toen een onderzoek uitvoeren door de rechtsgeleerden Mevis en Kooijmans en besloot vervolgens niet op korte termijn met een wet te komen. De minister gaf aan vooralsnog prioriteit te geven aan andere wetsvoorstellen om de rechtshandhaving te verbeteren.

We zijn nu vijf jaar verder. Nog steeds doen zich gevallen voor waarbij het verbod op herziening ten nadele er voor zorgt dat plegers van zeer zware misdrijven ten onrechte vrijuit gaan. Dat is op zichzelf voldoende reden om nog eens serieus de invoering van herziening ten nadele te overwegen. Makkelijk zal het niet zijn om een sluitende wettelijke regeling te ontwerpen, wenselijk is het wel.

 

De teerling tweemaal geworpen

Redactie NRC in NRC van zaterdag 7 juli 2007

 

De Rotterdamse hoofdofficier van justitie en de korpschef van die stad hebben de heropening bepleit van een zware strafzaak. Zij menen dat de rechter een verdachte ten onrechte vrijliet. Er is nieuw bewijs. Het ging om een brute moord op een jonge bedrijfsleider van een supermarkt. De schok in de buurt was groot en het verdriet van de nabestaanden diep. Nieuwe DNA-techniek plaatst nu met een foutmarge van één op de miljard de verdachte op de plaats van het delict. Zijn huidcellen (of die van maximaal vijf andere mensen op aarde) zaten onder de nagels van het slachtoffer. Die statistiek zou de rechter hebben overtuigd, denken zij.

Er is alleen één probleem. Het vonnis in deze zaak is definitief gewezen. Alle wettelijke mogelijkheden zijn uitgeput. En in het Nederlandse recht zijn dat er heel wat. Behalve hoger beroep en cassatie heeft het Openbaar Ministerie meer kanskaarten. In bijzondere gevallen mag de officier de dader nóg een keer voor de rechter brengen als hij achteraf een andere, zwaardere strafbepaling toepasselijk vindt. Een eerder afgebroken vervolging hervatten als er nieuw bewijs beschikbaar is, kan ook. Of alsnog vervolgen, ook als hij eerder had gezegd de zaak te zullen laten rusten.

Maar in deze moordzaak was het arsenaal uitgeput. Van een definitief vonnis bij een vrijgesproken verdachte is herziening ten nadele wettelijk niet mogelijk. En die teerling was hier geworpen. De argumenten om het daarbij te laten, zijn respectabel en wortelen diep. In het Romeinse recht, in fundamentele opvattingen over billijkheid en rechtvaardigheid, over de almacht van de staat en over rechtszekerheid. Ne bis in idem: niet tweemaal vervolgen voor hetzelfde feit, om opeenstapeling van straffen te voorkomen. Procedures behoren beëindigd te worden: litis finiri oportet. Om de macht van de staat in te perken en om het gezag van vonnissen blijvend te vestigen. Maar bovenal wordt ne bis in idem als een garantie gezien voor het fundamentele recht van de vrijgesproken burger. Een bescherming tegen kwelling of willekeur door de staat. Als de rechter definitief heeft vrijgesproken, moet de staat rusten.

Dit juridische principe staat onder druk van de snelle vooruitgang in forensische DNA-techniek. Kan het standhouden? Als een veroordeelde vrij kan komen op grond van nieuw DNA-bewijs, moet dan niet ook een vrijgesprokene op grond daarvan alsnog kunnen worden veroordeeld? De vergelijking is niet naadloos, en de nieuwe forensische technieken zijn ook zeker niet zaligmakend, maar de vraag dringt zich wel op. Ook hier wegen rechtsgevoel, billijkheid en redelijkheid mee. In het ene geval vraagt het individu herziening, in het andere de staat. Of maakt dat niet uit?

Het protest dat elke (zeldzame) keer klinkt als een vrijspraak achteraf onjuist lijkt, is reëel. Het gezag van de strafrechtspleging neemt niet af als feiten die niet klopten, worden rechtgezet. Ook als de vrijspraak in een veroordeling moest veranderen. Het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens laat ruimte voor herziening van vrijspraak. Hieraan zijn grote bezwaren verbonden. Maar nieuwe techniek kan in zeldzame gevallen helder licht werpen op oude zaken. Met de grootst mogelijke reserve moet het onderzoek dan toch kunnen worden heropend. De bezwaren kunnen worden afgewogen tegen het nieuwe bewijs. Mocht de feitenrechter de vrijspraak in stand laten, dan is een ruime schadeloosstelling van de tweemaal vervolgde geboden.

In zeldzame gevallen moet definitieve vrijspraak kunnen worden herzien