We hebben 200 gasten online

CBS Moord en doodslag 1992-2001

Gepost in Algemene berichten

 

Moord en doodslag 1992-2001       in % van  in % van het   
aantal slachtoffers        het totaal aantal opgeloste  
      absoluut    Moorden  
Partnerdoding     474 19 23  
Kinderdoding     85 3 4  
Ouderdoding     48 2 2  
Overige moorden in familiesfeer      116 5 6  
Moorden in crimieel milieu     278 11 14  
Ruzies     509 20 25  
Roofmoorden     182 7 9  
Seksuele moorden     95 4 5  
Onbekend     252 9 12  
             
Niet opgeloste moorden     510 20    
             
Totaal      2549 100 100  
bron CBS            

http://www.cbs.nl/nl/publicaties/artikelen/maatschappij/bevolking/b15/2004/2004-k2-b-15-p024-art.pdf

 

http://www.justitie.nl/Images/Jaarnota%20Integratiebeleid%202004_tcm35-58875.pdf

 

3.7 Minderheden in de criminaliteit

Een overmatige betrokkenheid van minderheden bij criminaliteit heeft vanuit verschillende gezichtspunten iets te maken met integratie. Criminaliteit wordt vaak gezien als een uitdrukking van geringe binding met de samenleving. Als zodanig kan het bij etnische minderheden ook een uitdrukking zijn van gebrekkige integratie. Overmatige betrokkenheid bij criminaliteit van specifieke minderheidsgroepen kan ook een eigen negatief effect hebben op de integratie van die groepen. Dat komt doordat het die groepen een slechte naam bezorgt met vermijdingsgedrag als gevolg.

De feiten.

In 2003 maakten Antillianen 10,1%, Surinamers 8,5%, Marokkanen 6,5% en Turken 4,25 van de gedetineerdenpopulatie uit. Het aandeel Antillianen in de Nederlandse bevolking is minder dan 1%, van Surinamers en Turken elk 2% en van Marokkanen bijna 2%. Vergeleken met 1999 is sprake van een lichte daling van het aandeel van Surinamers, Turken en Marokkanen in de gedetineerde populatie, maar bij Antillianen is er een stijging van 7% in 1999 naar ruim 10% in 2003.

Uit het aandeel van allochtone jongeren in de TBS –(ter beschikking) gestelden blijkt dat niet alleen Antilliaanse jongeren met een aandeel van 5,5%, maar vooral ook Surinaamse jongeren met een aandeel van 8,8% en in mindere mate Marokkanen met een aandeel van 3,4% (per 1999) zijn oververtegenwoordigd in justitiële inrichtingen. In de justitiële jeugdinrichtingen bedroeg medio 2003 het aandeel jeugdigen van Surinaamse afkomst 10,7%, van Marokkaanse afkomst 9,1%, van Antilliaanse afkomst 5,8% en van Turkse afkomst 3,0%.

Bij de opvanginrichtingen valt het hoge percentage van Marokkaanse jongeren op; hun aandeel is liefst 14,9%. Het aandeel van Surinaamse jongeren is 10,9%, van Antilliaanse jongeren 5,6% en van Turkse jongeren 3,8%. Hoewel het aandeel van allochtone jongeren in de totale bevolking verhoudingsgewijs hoger is dan het aandeel van autochtone jongeren is -op de Turkse jongeren na- sprake van een oververtegenwoordiging van deze jongeren in de justitiële inrichtingen. Ook jongeren uit de nieuwe etnische groepen zijn oververtegenwoordigd 18. Bij jongeren uit de nieuwe etnische groepen zijn er verschillen in het delict patroon waar te nemen. Bij Somalische en Joogoslavische jongeren komen zedendelicten relatief weinig voor en vermogensdelicten zonder geweld relatief veel. Geweldpleging komt na vermogensdelicten zonder geweld, onder verdachten afkomstig uit Somalië, Irak en Afghanistan het meest voor. Het aandeel zedendelicten onder Afghaanse verdachten bedraagt liefst 10%.

Etnische minderheden zijn ook oververtegenwoordigd in zowel het dader- en slachtofferschap van moord.

In de periode van 1992-2001 vonden in Nederland 2389 moordzaken plaats. Waar autochtone jaarlijks een risico lopen van 0.8 per 100.000 inwoners om slachtoffer te worden van moord, lopen Antillianen een risico van 6,3, Turken 6,2, Marokkanen 6,0 en Surinamers 4,8 per 100.000. Antilliaanse mannen lopen een risico van zelfs 12,0 per 100.000. Ook de kans om een moord te plegen bedraagt bij autochtone 0,8 per 100.000. Deze kans bedraagt voor Antillianen 22,1, voor Turken 9,0, voor Surinamers 9,5 en voor Marokkanen 8,0.Voor de Antilliaanse mannen bedraagt de kans zelfs 30,0. Van zowel de slachtoffers als de daders heeft ongeveer de helft een allochtone herkomst, terwijl deze groepen minder dan 20% van de bevolking uitmaken. Turken zijn met name vertegenwoordigd bij liquidaties en overige familiemoorden waaronder gevallen van eerwraak19.

Steeds vaker wordt gesignaleerd dat ook jongeren uit Oost Europa zijn oververtegenwoordigd in de criminaliteit. Zo blijkt dat het percentage verdachte jonge Polen van de eerste generatie in 1999 meer dan tweemaal zo hoog is als in de totale bevolking, en in 2000 tweemaal zo hoog20.