We hebben 183 gasten online

Inleiding 1 B Levenslange gevangenisstraf in Nederland menselijk of onmenselijk ?

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Uit het voorgaand overzicht, in onderdeel 1A, wordt duidelijk dat Nederland een uitzondering vormt binnen de lidstaten van de Raad van Europa.

Levenslang is in Nederland letterlijk levenslang. De eerste eeuw na de invoering van levenslang, in 1870, was er nog kans op gratie of strafvermindering. Na de Tweede Wereldoorlog was het beleid om na 12,5 of 15 jaar te kijken of voortzetting van de straf nog nuttig was. Voor de Tweede Wereldoorlog werd op zeker moment eigenlijk altijd gratie gegeven.

In 1987 nam het comité van ministers van de Raad van Europa opnieuw een gewijzigde versie aan van de European Prison Rules. Het eerste van de zes grondbeginselen luidt dat de vrijheidsberoving moest geschieden "onder zodanige fysieke en psychische omstandigheden dat de menselijke waardigheid wordt geëerbiedigd"[1].

1.1 Waarom wordt gevangenisstraf toegepast?

Gevangenisstraf is bedoeld als afschrikking, beveiliging en vergelding. Straf mag weer straf zijn. Straffen moeten in overeenstemming zijn met de ernst van het misdrijf. Het geloof van de straf als opvoedingsmiddel maakte plaats voor het geloof in de maatschappelijke effectiviteit van de straf. Vrijheidsstraf wordt beschouwd als een normale reactie op criminaliteit en niet langer  als een noodzakelijk kwaad of een uiterste middel. Wat de afgelopen jaren bij alle roep om strengere straffen en meer cellen opvallend ontbrak, is het besef dat opsluiting in een gevangenis een zeer ernstige ingreep in het menselijk bestaan betekent.. Opsluiten betekent: iemand van zijn essentiële menselijke functies beroven. Dat is per definitie onmenselijk.

Humanisering van de gevangenis is eigenlijk een contradictio in terminis[2].

Het doel van detentie is natuurlijk de verdachte en later de veroordeelde uit te schakelen.

Het tweede lid van artikel 2 van de Penitentiaire Beginselenwet Luidt:

'Met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel wordt de tenuitvoerlegging hiervan zoveel mogelijk dienstbaar gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van de betrokkene in de maatschappij[3]"

Hierbij is het strafdeel van de detentie vastgelegd en anderzijds de eis dat resocialisatie of re-integratie moet worden nagestreefd.

Wagenaar beschrijft in zijn boek:' Vincent plast op de grond[4]' als derde taak van rechters:

"De straftoemeting is niet echt juridisch of wetenschappelijk, maar eerder psychosociaal. Straffen worden gegeven om een bepaald individueel of maatschappelijk doel te bereiken, en de rechter moet beoordelen welke straf het meest effectief zal leiden tot het realiseren van die doelen, gegeven de persoon en de omgeving van de verdachte.

Als het doel de preventie van recidive is, zou dat wel eens tot een heel andere straf kunnen leiden dan wanneer het gaat om de afschrikkende werking voor anderen, om genoegdoening te geven aan de slachtoffers, of  om het herstel van de geschokte rechtsorde...

Wagenaar vervolgt:

"In het algemeen bieden veroordelingen weinig inzicht in de wijze waarop de uitgedeelde straffen één of meer van de mogelijke doelen dienen. Het is zelfs niet eens duidelijk welke doelen de rechters voor ogen hebben, en of hun persoonlijke culturele  inbedding daarin een rol speelt.  De straftoemeting berust duidelijk op maatschappelijke, sociologische, psychologische, pedagogische en psychiatrische oordelen, maar zonder dat de rechter daarvoor ooit een opleiding heeft gehad. Het hoeft dan ook niet  te verbazen dat de doelen van strafoplegging vrijwel nooit worden bereikt. De gestrafte wordt er niet beter van, maar vaak slechter.

1.2  Overzicht lijst levenslang gestraften met motivering waarom levenslang

Frenky P

straf van twintig jaar met tbs geëist, maar de rechtbank overwoog dat die straf niet de beste garantie bood tegen een zo lang mogelijke verwijdering uit de samenleving.

Hof: achtte het "vanuit een oogpunt van bescherming van de samenleving absoluut noodzakelijk dat de verdachte voorgoed uit de maatschappij wordt verwijderd".

 

Jan Stoffers

Het Hof:

" levenslange vrijheidsstraf leiden tot adequate vergelding van de door verdachte begane strafbare feiten, en tot effening van de schade die verdachte door de bewezenverklaarde feiten de rechtsorde heeft toegebracht".

 

Ugur U & Edwin Z

slechts een levenslange gevangenisstraf kan leiden tot adequate vergelding van de door verdachte begane feiten, met name het leed dat hij de nabestaanden van de slachtoffers heeft aangedaan, en tot effening van de schade die verdachte door deze feiten de rechtsorde heeft toegebracht.

Huseyin Baybasin

Hof: Het niets ontziende karakter van de organisatie waarvan de verdachte de leider was, is een factor die in de overwegingen omtrent de strafmaat een groot gewicht in de schaal legt. De koelbloedige, meedogenloze wijze waarop de verdachte wereldwijd acties van vergelding (c.q. pogingen daartoe) initieerde en regisseerde vraagt om een reactie, die voor de toekomst uitsluit dat hij nog ooit de gelegenheid krijgt, om op een dergelijke wijze over de levens van anderen te beslissen. Dat alleen al rechtvaardigt naar het oordeel van het hof het opleggen van een levenslange gevangenisstraf. Daarbij komen nog argumenten van generaal preventieve aard en van normbevestiging.

Willem van Eyk

Hof: Die straf wordt verdachte opgelegd ter vergelding van het leed dat hij zijn slachtoffers en hun nabestaanden heeft aangedaan en dient voorts ter bescherming van de maatschappij tegen het grote (recidive)gevaar dat van verdachte uitgaat.

Dawanpersad (Dawan)S.

Rechtbank: De ernst en het aantal van de bewezen verklaarde feiten, alsmede de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd, maar evenzeer het belang van normbevestiging rechtvaardigen op zichzelf de levenslange gevangenisstraf welke de officier van justitie geëist heeft.
Slechts levenslange vrijheidsstraf kan leiden tot adequate vergelding van de door verdachte begane strafbare feiten en tot effening van de schade die verdachte door de bewezen verklaarde feiten aan de rechtsorde heeft toegebracht.

Het Hof heeft zich nadrukkelijk beraden over de thans resterende vraag of aan de verdachte een langdurige gevangenisstraf van tijdelijke aard dan wel een levenslange gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Het hof heeft bij de beantwoording van deze vraag vooropgesteld dat de verdachte, ook bij zeer ernstige misdrijven als de onderhavige, uit humanitaire overwegingen in beginsel uitzicht behoort te hebben op een terugkeer in de samenleving. Het hof heeft in het bijzonder gelet op de vraag of te verwachten valt dat de verdachte, indien een gevangenisstraf van tijdelijke aard zou worden opgelegd, na zijn vrijlating wederom strafbare feiten zal gaan plegen.

Het hof van oordeel dat slechts een levenslange gevangenisstraf kan leiden tot preventie van soortgelijke delicten door de verdachte in de toekomst, tot adequate vergelding van de door verdachte begane misdrijven en tot effening van de schade die de verdachte door die feiten aan de rechtsorde heeft toegebracht. Het hof zal derhalve aan de verdachte een levenslange gevangenisstraf opleggen.

Birol C

In de gegeven omstandigheden staat het hof voor de vraag of het verantwoord zou zijn de verdachte, na afloop van een straf zoals door de rechtbank opgelegd en door de advocaat-generaal geëist, over ruim twaalf jaar vrij te laten. Anders dan de rechtbank en de advocaat-generaal acht het hof dit niet verantwoord. Omdat dan in de gegeven omstandigheden de geldende wet geen andere verantwoorde beslissing toelaat dan een levenslange gevangenisstraf, is het hof eenparig van oordeel dat deze straf, die zwaarder is dan in hoger beroep geëist, moet worden opgelegd.

Mehmet Alkan & Ischa Magaev

Hof, sprak van een ’weerzinwekkende, koelbloedige executie’ en een ’bewuste, nauwe samenwerking

Frans Boons

 

 

De rechtbank stelt voorop dat ook bij de ernstigste misdrijven betekenis toekomt aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven vanuit overwegingen van humaniteit in beginsel het perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving terug zal kunnen keren. Evenwel wordt een straf opgelegd ter vergelding en dient deze voorts ter bescherming van de maatschappij. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van verdachte het belang van vergelding en bescherming van de maatschappij dient te prevaleren.

Hof: verdachte zich niet heeft laten weerhouden van het opnieuw plegen van een levensdelict, en dan ook nog in een verzwaarde variant van het delict waarvoor hij eerder was veroordeeld. Dat maakt dat er gegronde vrees bestaat dat verdachte nogmaals een zeer ernstig delict begaat, hetgeen ter bescherming van de maatschappij zo goed als maar enigszins mogelijk is moet worden uitgesloten. Het hof is van oordeel dat de ernst van het thans bewezen verklaarde feit, in combinatie met het recidivegevaar dat van verdachte uitgaat, het opleggen van levenslange gevangenisstraf onontkoombaar maakt.

Gelet op de noodzaak tot vergelding van de moord op [slachtoffer] alsmede ter beveiliging van de maatschappij zal het hof verdachte veroordelen tot levenslange gevangenisstraf.

Louis Hagemann

 

De rechtbank tot de conclusie dat terugkeer in de samenleving geen aspect is dat bij de strafoplegging een rol kan spelen.
Weliswaar hebben de feiten zich 19 jaar geleden voorgedaan, maar de ernst en de tragiek, waren en zijn zodanig dat ook het tijdsverloop geen beslissende invloed op de strafoplegging heeft.

Hof:

Deze feiten, tezamen genomen met hetgeen thans bewezen is verklaard, wijzen op een voortdurende en niet te stoppen instelling van verdachte om geweld niet te schuwen.
Weliswaar hebben de feiten zich 21 jaren geleden voorgedaan, maar de ernst en de tragiek, waren en zijn zodanig dat ook het tijdsverloop geen beslissende invloed op de strafoplegging heeft. Het hof rekent verdachte de door hem gepleegde feiten zwaar aan en is van oordeel dat slechts een aanmerkelijke vrijheidsbenemende sanctie recht doet aan de ernst hiervan.

Daniël Sowerby

Rechtbank: de kans dat verdachte zich opnieuw zal schuldig maken aan een levens- en/of geweldsdelict bijzonder groot, zeker wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat verdachte in Engeland ook al werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf ter zake van moord.
Op grond van het voorgaande uit het oogpunt van vergelding en ter voorkoming van herhaling de maximaal op te leggen vrijheidsstraf voor de verdachte op zijn plaats is.

Hof: Omdat levenslang in Nederland behoudens de mogelijkheid van gratie - waaromtrent, zo voegt het hof toe, de rechter niet kan en mag speculeren, omdat hij zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen - ook werkelijk levenslang is en niet is voorzien in een toetsing door de onafhankelijke rechter, zoals die voor ter beschikking gestelden wél bestaat, moet aldus de raadsman grote terughoudendheid worden betracht bij het opleggen van deze, in ons recht, ultieme sanctie. Het hof is ook dit met de raadsman eens en voegt hieraan toe zich er van bewust te zijn dat in de laatste jaren vaker levenslang is opgelegd dan vroeger gebruikelijk was. Dit betekent niet zonder meer dat het strafklimaat veranderd is of verhard, in die zin dat de strafrechter zijn terughoudendheid bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf heeft laten varen.
Het kan ook iets zeggen over de zwaarte van de misdrijven die worden gepleegd en het ontbreken van alternatieven. Daarbij komt dat de wetgever de levenslange gevangenisstraf niet uit het arsenaal van straffen heeft willen schrappen en dus uitdrukkelijk de mogelijkheid van oplegging van deze ultieme straf heeft willen openlaten.
De hiervoor omschreven grote terughoudendheid van de rechter brengt echter mede dat de levenslange gevangenisstraf in de praktijk van de strafrechtspleging gereserveerd moet blijven voor - kennelijk toch ook door de raadsman mogelijk geachte (pleitnota 19 april 2006, blz. 45, sub 5) - gevallen waarin moet worden geoordeeld dat terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is. Een dergelijk uitzonderlijk geval doet zich hier naar het oordeel van het hof voor.

Hieruit volgt dat de bescherming van de maatschappij tegen deze dader voorrang dient te hebben boven het perspectief van vrijlating op enige termijn en dat derhalve terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is. Dit leidt tot de conclusie dat het oordeel van de rechtbank moet worden gevolgd, met dien verstande dat niet met een tijdelijke vrijheidsstraf van zeer lange duur kan worden volstaan, maar dat een levenslange gevangenisstraf moet worden opgelegd.

Olaf Hamers

Rechtbank: Het behoeft geen betoog dat de verdachte door zijn handelen de nabestaanden van het echtpaar zelf, haar ouders en haar verdere familie, veel leed heeft aangedaan. Daarnaast hebben de feiten, die ook nog eens in een woonwijk hebben plaatsgevonden, de rechtsorde ernstig geschokt en grote gevoelens van angst en onveiligheid bij de burgers teweeggebracht.
De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect op te brengen voor het leven van zijn medemensen.

Hof: Gelet op de onvoorspelbaarheid van het gedrag van verdachte en gezien de meedogenloosheid waarmee verdachte op 12 juli 2003 heeft gehandeld, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte in staat is om in de toekomst een soortgelijk feit te begaan. De ernst van de bewezen verklaarde feiten en de onvoorspelbaarheid van het gedrag van verdachte vorderen een reactie die voor de toekomst moet uitsluiten dat verdachte ooit nog de gelegenheid krijgt om een ander van het leven te beroven.

Mohammed Bouyeri

De rechtbank stelt voorop dat ook bij de meest ernstige misdrijven betekenis toekomt aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven, vanuit overwegingen van humaniteit, in beginsel het perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving terug zal kunnen keren.
Het opleggen van een levenslange gevangenisstraf, waarbij dit uitzicht niet bestaat, dient gereserveerd te blijven voor die uitzonderlijke gevallen, waarbij het gaat om zeer ernstige misdrijven en waarin het maatschappelijk belang, gelet op het gevaar dat verdachte opnieuw een feit van vergelijkbare ernst zal begaan, vordert dat de samenleving voorgoed van verdachte gevrijwaard blijft.

Dit alles in overweging nemende, komt de rechtbank tot het oordeel dat vanuit oogpunt van speciale preventie geen reëel uitzicht bestaat op resocialisatie van verdachte en terugkeer in de samenleving zonder dat dit een onaanvaardbaar gevaar met zich mee brengt. De samenleving moet dan ook maximaal beschermd worden tegen verdachte. In deze zaak is daarom slechts één straf passend en geboden, een levenslange gevangenisstraf

Rudolf 

Käsebier

 

Rechtbank: Gelet op de ernstige schok die de rechtsorde is toegebracht, komt naar het oordeel van de rechtbank slechts één straf in aanmerking en wel: levenslange gevangenisstraf. Die straf wordt verdachte dan ook opgelegd, mede ter vergelding van het enorme leed dat door hem bij anderen is veroorzaakt.

Hof: Het gerechtshof achtte dezelfde feiten bewezen als de rechtbank destijds en beschouwt een levenslange gevangenisstraf als de enige manier om mens en dier tegen de seksueel gestoorde K. te beschermen. K. vormt anders een levensgroot gevaar voor de samenleving.

Gerrie Musch

De rechtbank is van oordeel dat ook bij de meest ernstige misdrijven betekenis toekomt aan het uitgangspunt dat de pleger van die misdrijven vanuit humanitaire overwegingen in beginsel perspectief moet worden geboden op terugkeer in de samenleving op enig moment. Het is om die reden dat terughoudendheid moet worden betracht bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf. Ook ter zake van levensdelicten dient dit uitgangspunt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel te gelden.......Een levenslange gevangenisstraf acht de rechtbank echter - mede gelet op voornoemd humanitair beginsel en de achtergronden, waartegen de feiten zich hebben afgespeeld - een te zware straf.
Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank - alles afwegende - oplegging van de maximale tijdelijke gevangenisstraf passend en geboden.

Hof: De rechtbank te Groningen had verdachte gestraft met een gevangenisstraf van twintig jaar. Daarbij heeft zij overwogen dat ook de daders van de ernstigste misdrijven uitzicht dienen te houden op een terugkeer in de maatschappij. Het hof is het met dit uitgangspunt eens, maar is van oordeel dat er uitzonderingen zijn waarin een vrijlating op termijn onaanvaardbaar is. Dit is zo 'n uitzondering. Het hof heeft hierbij gelet op het gruwelijke, mensonterende en bizarre van de bewezen verklaarde feiten. Verder heeft het hof in beschouwing genomen dat verdachte de nabestaanden van het slachtoffer veel leed berokkend heeft. Verdachte heeft naar het oordeel van het hof aangetoond gewetenloos te zijn; hij heeft er geen probleem mee andere mensen uit de weg te ruimen als ze hem op een of andere wijze in de weg zitten. Hij is haatdragend en wraakzuchtig. Het hof deelt de opvatting van de advocaat-generaal dat, in het geval de verdachte vrijkomt, diverse personen voor hun leven hebben te vrezen. Alles tezamen genomen oordeelt het hof dat de bescherming van de maatschappij tegen deze dader de voorrang dient te hebben boven het perspectief op vrijlating op enige termijn en dat dus terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is.

Hàsen Aksema

Gelet op hetgeen is overwogen is de rechtbank van mening dat als uitgangspunt moet worden genomen de maximale bescherming van de samenleving tegen de criminele activiteiten van verdachte, temeer nu de kans dat verdachte in herhaling zal vallen indien hij in een soortgelijke situatie zou geraken, gelet op de lichtvaardige wijze waarop hij tot extreem geweld in staat blijkt te zijn zeker aanwezig is.

Fernando Pires, Zé Carlos Borges de Brito en  Elmer Pinto e Neto Brito .

Het handelen van de verdachten wordt in het vonnis omschreven als 'bizar, barbaars en weerzinwekkend' en deze woorden schieten nog tekort.

Hof: Uit de thans voorliggende gegevens is het hof derhalve van oordeel dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf geenszins inhumaan is of in strijd met artikel 3 EVRM noch dat nader onderzoek hiernaar of een getuigenverhoor hieromtrent noodzakelijk is.

Sunil M.

Naast de ernst, de afschuwelijke en onherstelbare gevolgen van de gepleegde strafbare feiten, verdachte in het bijzonder zwaar wordt aangerekend dat het initiatief tot de brandstichting van verdachte is uitgegaan en hij daarbij leidinggevende rol heeft gehad..... en derhalve geen andere dan een levenslange gevangenisstraf passend is ter vergelding van hetgeen is gebeurd.

Hof: .....Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming zoals na te melden met zich brengt. Daarbij is onder meer rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

De minachting van verdachte voor het leven van de gezinsleden tart elke verbeelding. ........De omstandigheid dat verdachte een relatief geringe justitiële documentatie heeft, doet niet af aan het oordeel van het hof dat - anders dan door de raadsvrouwe betoogd - in het licht van het vorenstaande hier slechts één straf passend is en wel een levenslange gevangenisstraf.....

Marcel Teunissen

Alles bijeengenomen is de rechtbank van oordeel dat een terugkeer van verdachte in de maatschappij een zo grote kans op herhaling van ernstige misdrijven verbonden is, dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf onontkoombaar is.

Faig B

...Naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie heeft de verdediging voorts aangevoerd dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf strijdig is met artikel 3 en artikel 5, vierde lid, van het EVRM.
Hieromtrent overweegt de rechtbank het volgende. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 16 juni 2009 (LJN: BF3741) geoordeeld dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf niet onverenigbaar is met artikel 3 van het EVRM en evenmin met enige andere bepaling van dat Verdrag (artikel 5, vierde lid, van het EVRM daaronder begrepen), omdat aan de veroordeelde, ook na oplegging van een levenslange gevangenisstraf, gratie kan worden verleend, terwijl veroordeelde voorts het oordeel van de burgerlijke rechter kan inroepen omtrent de rechtmatigheid van de (verdere) tenuitvoerlegging van die straf. Het betoog van de verdediging dat praktisch gezien een gratieverzoek nooit wordt ingewilligd, waardoor een perspectief op enige vorm van vrijlating feitelijk niet bestaat, hetgeen in strijd is met artikel 3 en artikel 5, vierde lid, van het EVRM, mist naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag. Het is een feit van algemene bekendheid dat in 1986 en in 2009 gratie is verleend aan twee levenslang gestraften. Het in Nederland geldende gratiebeleid biedt derhalve de mogelijkheid dat op enig moment de duur van de gevangenisstraf opnieuw wordt beoordeeld. Van enige bijzondere omstandigheid waarom dat in het onderhavige geval anders zou zijn, is de rechtbank niet gebleken.
Ten slotte maakt ook de jonge leeftijd van verdachte zelf (verdachte is 27 jaar) niet dat oplegging van een levenslange gevangenisstraf niet aan de orde kan zijn.
Gelet op al het vorenstaande volstaat naar het oordeel van de rechtbank geen andere sanctie dan een levenslange gevangenisstraf. De rechtbank heeft in hetgeen naar voren is gekomen omtrent de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte noch in zijn opstelling tijdens het strafproces aanknopingspunten gevonden voor een andere beslissing.

 

 

1.3 Eis in eerste instantie tijdelijke gevangenisstraf en vonnis ook tijdelijke gevangenisstraf. In hoger beroep eis tijdelijke gevangenisstraf, arrest levenslang

Harold Hong A.

 

Amsterdam: eis 15 jaar wegens moord op vriendin. Uitspraak 10 jaar.

Amsterdam: Eis 12 jaar. Arrest: 09-06-1998 levenslang. Had al eerder 8 jaar gevangen gezeten wegens doodslag

Birol C.

Den Haag: 20 jaar wegens dubbele moord, conform eis OM 19-03-2003

Den Haag: OM eist 20 jaar. Arrest Hof: levenslang 01-06-2004.

1.4 Eis in eerste instantie een tijdelijke gevangenisstraf, vonnis levenslang 

Ugur U. en Edwin Z. Playstationmoorden.

LJN AE3834

De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste straf 20 jaar en TBS onvoldoende recht doet aan de hierboven geschetste omstandigheden en dat -ondanks dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie-slechts een levenslange gevangenisstraf kan leiden tot adequate vergelding van de door verdachte begane feiten, met name het leed dat hij de nabestaanden van de slachtoffers heeft aangedaan, en tot effening van de schade die verdachte door deze feiten de rechtsorde heeft toegebracht.

 

Appie Abbenhuis

Arnhem: eis 20 jaar en tbs. Veroordeeld voor tweevoudige moord tot levenslang

 

Frenky Peeters

Roermond: eis 20 jaar en tbs. Uitspraak levenslang voor 4 roofmoorden en 3 maal doodslag 18 sept. 1995.

 

Jan Stoffers

Assen: 20 jaar en tbs. Vonnis Levenslang. 11-02-2000. Had al eerder in 1996 minderjarige verkracht : straf 4 jaar gevangenis.

 

1.5 Eis in eerste instantie levenslang, vonnis tijdelijke gevangenisstraf. In hoger beroep arrest levenslang

Errol Kabak

Utrecht: eis levenslang . Veroordeeld bij verstek tot 20 jaar celstraf voor moord op politieman

Amsterdam: levenslang conform eis OM. 1 nov. 1993 voor moord op politieman.

Hüseyin Baybasin

 

Breda: eis levenslang. Vonnis: 20 jaar 09-02-2001

Amsterdam: levenslang conform eis OM. 1 nov. 1993 voor moord op politieman

Sunil M

Den Bosch: eis tegen twee hoofd-

verdachten levenslang. Vonnis Sunil M. levenslang wegens brandstichting de dood tot gevolg en Chris F. tot 15 jaar en tbs 14-04-2005

Den Bosch: levenslang conform eis OM Sunil M. wegens mede plegen van moord.

Joseph Mpambara

 

Den Haag: eis OM levenslang. Vonnis

20 jaar gevangenisstraf

 

Den Haag: levenslang conform eis OM.

 1.6 Samenvatting motivering levenslange gevangenisstraf

Samengevat komt de motivering van levenslange gevangenisstraf neer op de volgende overwegingen:

·         uit het oogpunt van bescherming van de samenleving dient verdachte voorgoed uit de samenleving te worden verwijderd.

·         vergelding van de door verdachte begane feiten.

·         mag in de toekomst niet de mogelijkheid krijgen over levens van andere te beslissen.

·          ter vergelding van het leed dat hij zijn slachtoffers en hun nabestaanden heeft aangedaan en dient voorts ter bescherming van de maatschappij tegen het grote (recidive)gevaar dat van verdachte uitgaat.

·         slechts levenslange vrijheidsstraf kan leiden tot adequate vergelding van de door verdachte begane strafbare feiten en tot effening van de schade die verdachte door de bewezen verklaarde feiten aan de rechtsorde heeft toegebracht.

·         preventie van soortgelijke delicten door de verdachte in de toekomst, tot adequate vergelding van de door verdachte begane misdrijven en tot effening van de schade die de verdachte door die feiten aan de rechtsorde heeft toegebracht.

·         belang van vergelding en bescherming van de maatschappij dient te prevaleren.

·         gelet op de noodzaak tot vergelding van de moord alsmede ter beveiliging van de maatschappij.

·         de rechtbank tot de conclusie dat terugkeer in de samenleving geen aspect is dat bij de strafoplegging een rol kan spelen.

·         uit het oogpunt van vergelding en ter voorkoming van herhaling de maximaal op te leggen vrijheidsstraf voor de verdachte op zijn plaats is.

·         de bescherming van de maatschappij tegen deze dader voorrang dient te hebben boven het perspectief van vrijlating op enige termijn en dat derhalve terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is.

·         voor de toekomst moet uitsluiten dat verdachte ooit nog de gelegenheid krijgt om een ander van het leven te beroven.

·         de rechtsorde ernstig geschokt en grote gevoelens van angst en onveiligheid bij de burgers teweeggebracht.

·         vanuit oogpunt van speciale preventie geen reëel uitzicht bestaat op resocialisatie van verdachte en terugkeer in de samenleving zonder dat dit een onaanvaardbaar gevaar met zich mee brengt. De samenleving moet dan ook maximaal beschermd worden tegen verdachte. In deze zaak is daarom slechts één straf passend en geboden, een levenslange gevangenisstraf.

·         gelet op de ernstige schok die de rechtsorde is toegebracht, komt naar het oordeel van de rechtbank slechts één straf in aanmerking en wel: levenslange gevangenisstraf. Die straf wordt verdachte dan ook opgelegd, mede ter vergelding van het enorme leed dat door hem bij anderen is veroorzaakt.

·         een levenslange gevangenisstraf als de enige manier om mens en dier tegen de seksueel gestoorde te beschermen. Hij vormt anders een levensgroot gevaar voor de samenleving.

·         hof is van oordeel dat er uitzonderingen zijn waarin een vrijlating op termijn onaanvaardbaar is. Bescherming van de maatschappij tegen deze dader de voorrang dient te hebben boven het perspectief op vrijlating op enige termijn en dat dus terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is.

·         uitgangspunt moet worden genomen de maximale bescherming van de samenleving tegen de criminele activiteiten van verdachte.

·         Het handelen van de verdachten wordt in het vonnis omschreven als 'bizar, barbaars en weerzinwekkend' en deze woorden schieten nog tekort. Hof: Uit de thans voorliggende gegevens is het hof derhalve van oordeel dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf geenszins inhumaan is of in strijd met artikel 3 EVRM noch dat nader onderzoek hiernaar of een getuigenverhoor hieromtrent noodzakelijk is.

·         levenslange gevangenisstraf passend is ter vergelding van hetgeen is gebeurd.

·         een terugkeer van verdachte in de maatschappij een zo grote kans op herhaling van ernstige misdrijven verbonden is, dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf onontkoombaar is.

·         Vooral de brute manier waarop B. zijn slachtoffers doodde, is voor justitie reden om levenslang te eisen. Rechtbank gaat daarin mee.

Het meest komt naar voren dat men tot levenslange gevangenisstraf komt uit vergelding en dat terugkeer in de samenleving dient te worden voorkomen uit bescherming van diezelfde samenleving. Tevens wordt meerdere malen de ernstig geschokte rechtsorde genoemd.

In feite is levenslange gevangenisstraf immers de sterkste beveiligingsmaatregel[5].

Bij de longstay lijkt het karakter van beveiliging aanwezig, immers binnen de terbeschikkingstelling wordt niet langer behandeld met het oog op terugkeer in de samenleving[6].

De straf[7]

De door verdachte begane misdrijven zijn zo gruwelijk en weerzinwekkend dat de gedachte aan een levenslange gevangenisstraf boven is gekomen. Het hof heeft de vraag onder ogen gezien of iemand die dergelijke feiten heeft begaan en bovendien meer met zichzelf en zijn eigen zieligheid bezig lijkt te zijn dan met het leed dat hij anderen heeft aangedaan, het recht heeft om op enig moment terug te keren in de maatschappij.

Het hof heeft bij zijn overwegingen ten aanzien van de op te leggen straf rekening gehouden met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 20 december 2007, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten, zij het van een veel geringere ernst dan de onderhavige delicten.

Voorts heeft het hof bij zijn oordeel betrokken dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Die omstandigheid heeft het hof doen besluiten te kiezen voor een tijdelijke gevangenisstraf, voor de maximale duur van
30 jaren. Dit betekent dat verdachte feitelijk 20 jaren in detentie zal moeten doorbrengen. Dit is een noodzakelijke en gerechtvaardigde straf voor hetgeen verdachte [slachtoffer] en haar familie heeft aangedaan. Dit leed moet worden vergolden, ook al hebben de ouders daarmee hun dochter niet terug en is hun verlies daarmee op geen enkele wijze gecompenseerd. Daarnaast dient aldus de geschokte rechtsorde te worden hersteld.

John Opdam: vanuit de gevangenis schrijft hij in een brief aan de journalist Leo Uittenbogaard: ‘De doodstraf is verkieselijker dan levenslange gevangenisstraf, want dat laatste houdt één verschrikkelijk lijden in en zeker als je, zoals ik, onschuldig zit[8]"

Vooropgesteld moet worden dat de oplegging van een levenslange gevangenisstraf als zodanig geen schending van artikel 3 EVRM oplevert. Hoe bezwaarlijk een dergelijke straf ook ervaren zal worden, het enkele leed dat inherent is aan levenslange gevangenisstraf levert geen onmenselijke bestraffing op[9]

Van belang in het kader van de toetsing aan deze bepaling uit artikel 5 EVRM is dat de Nederlandse wet ten aanzien van hetgeen is bewezen verklaard de oplegging door de rechter van een levenslange gevangenisstraf mogelijk maakt, hetgeen de detentie voor de duur van die straf in beginsel rechtmatig maakt. Opmerking verdient dat het EVRM - anders dan is bepaald ten aanzien van de doodstraf in artikel 1 van het Vierde Protocol bij het Verdrag - geen verbod op de levenslange gevangenisstraf inhoudt[10].

Volgens Wim Anker[11] dient levenslang alleen nog te worden toegepast bij seriemoordenaars. Er moet in beginsel perspectief worden geboden. Ook speelt de leeftijd van de betrokkene een rol; daderstrafrecht i.p.v. daadstrafrecht. De verdachte is tot op heden nooit veroordeeld?

Overwegingen Gerechtshof Den Bosch voor het niet opleggen levenslange gevangenisstraf in de zaak van oud-marinier Paul Spiekerman Van Weezelenburg[12]:

" Het hof is met de verdediging en de door haar aangehaalde jurisprudentie van oordeel dat in de praktijk ook bij de ernstigste misdrijven betekenis toekomt aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven vanuit overwegingen van humaniteit in beginsel perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving zal kunnen terugkeren; het is om die reden dat in ons land grote terughoudendheid bij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf wordt betracht. Ook ter zake van levensdelicten dient volgens het hof dit inzicht het uitgangspunt te zijn. Er dient, zij het onder omstandigheden op zeer lange termijn, ook voor de plegers van levensdelicten in beginsel perspectief op terugkeer in de samenleving te zijn".

Al eerder had de rechtbank in Maastricht[13] in dezelfde strafzaak het niet veroordelen tot levenslang aldus gemotiveerd:

De rechtbank zal, anders dan de officier van justitie heeft geëist en ondanks de ernst van de feiten aan de verdachte geen levenslange gevangenisstraf op leggen. 

De rechtbank is het eens met de door de verdediging genoemde rechtspraak dat in de praktijk van de straftoemeting ook bij de ernstige misdrijven betekenis toekomt aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven vanuit overwegingen van humaniteit in beginsel perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving zal kunnen terugkeren; het is om die reden dat in ons land de grootste terughoudendheid bij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf wordt betracht. Ook ter zake van levensdelicten dient volgens de rechtbank dit inzicht uitgangspunt te zijn. Er dient, ook al is dat op zeer lange termijn, ook voor de plegers van levensdelicten in beginsel perspectief op terugkeer in de samenleving te zijn. 

Het opleggen van tbs met dwangverpleging naast een levenslange gevangenisstraf is weliswaar in de wet niet met zoveel woorden uitgesloten, maar die straf en maatregel zijn niet met elkaar te verenigen. Met het opleggen van een levenslange gevangenisstraf beoogt de rechter te voorkomen dat de veroordeelde nog terugkeert in de samenleving, zodat een op die terugkeer gerichte behandeling van een geestelijke stoornis van veroordeelde niet aan de orde is. Daarentegen strekt de tenuitvoerlegging van de maatregel van tbs met dwangverpleging er (mede) toe de veroordeelde na een verpleging die tot het gewenste resultaat heeft geleid, te doen terugkeren in de maatschappij. Ad 9. Ingevolge art. 122.1 Gw wordt gratie verleend bij KB, zulks na advies van de rechter. Door reeds bij de oplegging van de straf en maatregel rekening te houden met de mogelijkheid dat op enig moment ten aanzien van de op te leggen straf gratie zal worden verleend, heeft het hof zich begeven op een terrein waarop het slechts bevoegd is te adviseren en wel eerst nadat een verzoek is ingediend[14].

15.20

Oplegging van een levenslange gevangenisstraf behoeft niet te leiden tot de uitkomst dat de verdachte niet meer in de samenleving zal terugkeren. Ook voor de verdachte bestaat onverkort de mogelijkheid om a) te allen tijde door middel van een gratieverzoek te doen toetsen of een situatie is ontstaan waarin met de verdere tenuitvoerlegging geen enkel in ons strafrecht erkend doel in redelijkheid meer wordt gediend en b) in kort geding de Staat aan te spreken indien zij de mening is toegedaan dat de executie van de levenslange gevangenisstraf - op welke grond dan ook - niet langer als rechtmatig kan worden beoordeeld[15].

15.25

Kenmerkend voor de levenslange gevangenisstraf zijn primair de aspecten van de vergelding, de effening van de schade die de verdachte door de levensdelicten aan de rechtsorde heeft toegebracht en de afschrikking van anderen die in een vergelijkbare situatie als die waarin de verdachte zich heeft bevonden verkeren. Het aspect van de preventie van soortgelijke delicten door de verdachte in de toekomst staat bij die straf minder op de voorgrond[16].

15.34

Het hof is van oordeel dat een levenslange gevangenisstraf in dit opzicht, gezien de mogelijkheid dat de verdachte middels gratiëring zonder delictsbespreking en onbehandeld weer in de samenleving terugkeert, onvoldoende waarborgen biedt. Anders dan de gevangenisstraf reageert de terbeschikkingstelling met dwangverpleging primair op het reduceren van het recidiverisico.
Door deze combinatie van levenslange gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met dwangverpleging wil het hof gewaarborgd zien dat de verdachte, indien al door gratiëring de levenslange gevangenisstraf zal worden omgezet in een tijdelijke gevangenisstraf, door de aansluitende terbeschikkingstelling met dwangverpleging in ieder geval gewaarborgd is dat het recidiverisico eerst door tot behandeling motiverende verpleging en uiteindelijk door behandeling tot een voor de samenleving aanvaardbaar niveau is teruggebracht.
Gezien deze door het hof beoogde functie van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging in het kader van de op te leggen combinaties van sancties verzet de aard van geen van beide sancties zich daartegen[17].

Met levenslange gevangenisstraf wordt niet de definitieve uitsluiting uit de maatschappij nagestreefd, nagestreefd wordt die mogelijk te maken voor zover en zolang daarmee een met de strafrechtstoepassing na te streven doel wordt gediend[18].

 

1.7 Long Stay in TBS

Cijfers ontleend aan RSJ(2008a) p183 TBS Veroordeeld tot vooroordeel

De Commissie Schwarz ging in 1998 uit van 86 personen die langer dan 8 jaar verpleegd werden en nog geen proefverlof hadden, waarvan een substantieel deel niet kon worden geresocialiseerd.

In 2000 zaten er 21 op de longstay, 19 in 2001, en 22 2002.

De Landelijke Adviescommissie Plaatsing (LAP) begon in 2002 te functioneren en toen lagen er meteen 73 aanmeldingen. In 2003 zaten er 62 op de longstay. In 2004 ook omdat de capaciteit nog niet was uitgebreid en er wat minder aanmeldingen waren.

In 2004 ging het WODC er van uit dat uiteindelijk 32% van de totale populatie (wat neerkomt op zo'n 204 personen ) in de longstay terecht zou komen.

In 2005 waren dat er 87en na de versoepeling van het longstaybeleidskader 143 (op een capaciteit van 163) in 2006. De RSJ ( Raad van Straftoepassing en Jeugdbescherming) ging er op basis van de prognoses van het WDOC in 2007 228 plaatsen nodig waren en in 2008 243 terwijl die capaciteit, mogelijk ook door terugplaatsingen en beëindigingen, daarna niet meer behoefde te worden vergroot. In werkelijkheid steeg de capaciteit van 176 in 2007, in 2008 naar 186 en in 2009 182 en in 2010 tot 202 (DJI 2011).

Het aantal tbs-gestelden in een FPC (ultimo december) nam van 2005 tot 2009 voortdurend toe van 1.490 tot 2.010 tbs-gestelden, vanaf 2010 daalde dit aantal tot 1.840 tbs-gestelden in 2011 (zie tabel 7.8 in bijlage 4).

In 2011 zijn 110 tbs-gestelden voor het eerst opgenomen in een FPC, in 2005 ging het nog om 160 eerste opnames, terwijl dit er in 2006 320 waren (zie tabel 7.11 in bijlage 4). De gemiddelde leeftijd van de personen in een FPC lag rond de 40 jaar. Rond de 6% tot 7% van de tbs-populatie was vrouw (zie tabel 7.12 in bijlage 4). Zowel de leeftijd van de tbs-gestelden als het aandeel vrouwen in een FPC is nauwelijks veranderd tussen 2005 en 2011.

De verblijfsduur in een FPC wordt bepaald op basis van instroomcohorten. De meest recente verblijfsduur (intra-/transmuraal) op basis van instroom­cohorten bedraagt 9,6 jaar (Tbs in getal, 2012).

forensische zorg in getal 2007-2012 DJI mei 2012 Tabel 7.8 pagina 587 Bijlage A

Tabel 7.8 Stroom-, bezettings- en capaciteitscijfers tbs

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011a

 

Opleggingen tbs met bevel tot verpleging

207

188

185

126

115

102

100

Tbs met voorwaarden

64

68

55

53

53

37

50

Beëindigingen tbs met bevel tot verpleging

98

111

101

97

96

109

151

Voorwaardelijke beëindigingenb

50

34

16

58

75

119

115

Personen met lopende tbs-maatregel op 31 decemberc

1.548

1.747

1.867

1.974

2.101

2.232

2.177

Aantal passanten op 31 december

242

129

133

102

46

26

24

Gemiddelde gerealiseerde capaciteit FPC’s op 31 december

1.502

1.703

1.836

1.944

2.084

2.156

2.062

Gemiddelde capaciteit long stay-plaatsen

81

163

176

186

182

202

202

Bezetting FPC’s ultimo december

1.494

1.700

1.839

1.918

2.010

1.959

1.841

Tbs-gestelden met proefverlof op 31 december

96

104

93

85

76

98

120

Gemiddeld aantal proefverloven

107

97

98

86

80

83

104

Gemiddelde duur proefverloven (dagen)d

589

640

574

864

939

1.090

760

Ontvluchtingen uit gesloten inrichtingen

-

-

-

1

-

1

-

Ongeoorloofde afwezigheide

73

43

33

28

22

41

37

a Voorlopig cijfer, i.v.m. na-ijleffect.

b De voorwaardelijke beëindiging is in 1997 ingegaan.

c Alle tbs-gestelden die als tbs-passant wachten in een PI, voorts alle tbs-gestelden die in een FPC verblijven inclusief alle tbs-gestelden die op proefverlof zijn of een voorwaardelijke beëindiging hebben.

d De gemiddelde duur wordt berekend vanaf de eerste dag proefverlof tot de laatste dag proefverlof.

e Onttrekken aan toezicht van het FPC-terrein buiten de externe beveiligingsring; ook onttrekkingen aan toezicht tijdens ver­blijf buiten de FPC.

Bron: DJI

                             

Plaatsing op een longstay-afdeling geschiedt pas nadat meerdere behandelpogingen niet het gewenste effect hebben gehad

TBS long stay

 

Capaciteit

mannen

vrouwen

2000

 

21

 

2001

 

19

 

2002

 

22

 

2003

60

62

 

2004

60

62

 

2005

81

87

 

2006

163

143

 

2007

176

148

1

2008

186

157

1

2009

182

197

6

2010

202

193

7

2011

202

180

6

 

Cijfers ontleend aan Criminaliteit en rechtshandhaving 2008 Tabel 8.11 pagina 542 en forensische zorg in getal 2007-2012 DJI mei 2012 Tabel 7.8 pagina 587 Bijlage A

Conclusie: 

 1.8 Conclusie:

Bij de veroordeling tot levenslange gevangenisstraf wordt door rechters vooral genoemd:

1) bescherming van de samenleving

2) vergelding

3) preventie

4) grote kans op herhaling

De vier hier genoemde motieven gelden eigenlijk ook voor de long stay in tbs. Bij veroordeling tot tbs staat in principe voorop, dat gewerkt wordt aan resocialisatie. Echter van de tbs'ers die in de longstay geplaatst worden, is een substantieel deel niet te resocialiseren, waardoor ze uiteindelijk terechtkomen in de Long Stay. Uit de documentaire Longstay van Maria Mok en Meral Uslu uit 2010 blijkt dat de 49-jarige Willem zelf ook van mening is dat de longstay voor hem de beste oplossing is.

In feite is hier ook sprake van levenslang, hoewel de kier tot een mogelijkheid van terugkeer in de maatschappij, tot de mogelijkheden behoort.

Dat is dan ook de reden waarom iemand die tot levenslang veroordeeld is , geprobeerd wordt een tbs-behandeling te starten, waardoor deze veroordeelden de kans krijgen toch terug te keren in de maatschappij. Als voorbeeld kan hier genoemd worden Cevdet Yilmaz. Juist voor Cevdet Yilmaz is dat opmerkelijk, vooral ook omdat Mr. Wim Anker nu net ervoor pleit om levenslang alleen aan seriemoordenaars op te leggen.

Rechters spreken herhaaldelijk uit dat levenslange gevangenisstraf niet inhumaan is en dus ook niet in strijd met artikel 3 van EVRM.

Uit het overzicht in deel 1A blijkt dat Nederland een van de weinige landen is waar levenslang ook echt levenslang is. De vraag doet zich stellen of die uitzonderingspositie wel te handhaven is. Mr. Wim Anker pleit er herhaaldelijk voor om Levenslang alleen toe te passen voor seriemoordenaars.

Als dat criterium zou moeten worden gebruikt laat zich allereerst de vraag stellen wat de definitie is van een seriemoordenaar. Van Dale omschrijft het begrip seriemoord als volgt: " reeks moorden in een relatief kort tijdsbestek door één persoon".

In het proefschrift van de Faculteit Rechtsgeleerdheid Universiteit Gent

'‘Profiling’: een methode in het onderzoek of een bewijsmiddel ?", auteur Severine Gouwy, omschrijft ze een seriemoordenaar als volgt:

' De term ‘seriemoordenaar’ wordt gebruikt wanneer een dader tweemaal of meerdere malen moorddadig gedrag vertoont, waarbij desgevallend minimum één dodelijk slachtoffer viel. Immers indien er geen dodelijk slachtoffer is, kan men moeilijk spreken van moord'. Passen we dit principe toe dan zou het aantal levenslang veroordeelden er als volgt uitzien:

John Opdam

2 voudige moord

Hans van Zon

3 voudige moord

Koos Hertogs

3 voudige moord

Cevdet Yilmaz

6 voudige moord

Loi Wah Ci

Doodslag en drievoudige moord

Edwin S.

2 voudige moord

Appie Abbenhuis

2 voudige moord

Frenky Peeters

Veelvoudige moord

Ugur U.

3 voudige moord

Edwin Z.

3 voudige moord

Willem van Eyk

5 voudige moord

Birol C.

3 voudige moord Helmond

Mehmet Alkan

3 voudige moord Helmond

Ischa Magaev

3 voudige moord Helmond

Frans Boons

Moord op tbs-er  en moord op nichtje

Louis Hagemann

2 moorden zaak Bolhaar

Olaf Hamers

2 moorden en poging tot moord

Fernando Pires

Cafémoorden Inn & Out

Zé Carlos Borgos de Brito

Cafémoorden Inn & Out

Elmer Pinto e Neto Bruto

Cafemoorden Inn & Out

Faig B.

3 maal moord en een doodslag

 

 

Maar niet iedereen die een meervoudige moord heeft gepleegd wordt tot levenslang veroordeeld.

Meervoudige moord niet veroordeeld tot levenslang

 

bewezen

veroordeling

Paul de R. Tweede Baarnse moordzaak

2 voudige moord

16 jaar + tbs en dwangverpleging

M.S.  Winschoten

2 voudige moord + poging tot

15 jaar + tbs en dwangverpleging.

Martin van der P 'Polletje'

Meervoudige moord

15 jaar + tbs en dwangverpleging

J. van G. Bavel

2 voudige moord + poging tot

12 jaar + tbs en dwangverpleging

Paul Spiekerman van Weezelenburg

4 voudige moord

20 jaar + tbs en dwangverpleging

Richard H.

3 voudige moord op gezin

20 jaar + tbs en dwangverpleging

Marco de K.

Moord + drie pogingen + doodslag

28 jaar

Brian R.

Moord + medepleging van poging tot moord

24 jaar

Ahmad Q.

2 voudige moord

20 jaar

Erwin van L.

2 voudige moord

18 jaar

Robby E.

Moord en tweevoudige poging tot moord

20 jaar + tbs en dwangverpleging

Soenil Debi

2 voudige moord

18 jaar

 

 

 

 Uit de overzichten blijkt dat het criterium meervoudige moord niet kan worden toegepast. 

Een ander factor is dat Nederland dient te voldoen aan het EVRM. Het was Advocaat-generaal Knigge, zie HR 16 juni 2009,LJN: BF3741, die stelde: 

'De voorzichtige conclusie uit het voorgaande kan zijn dat de wijze waarop thans in Nederland invulling lijkt te worden gegeven aan de levenslange gevangenisstraf, op gespannen voet staat met het EVRM'.

Zelf ben ik een voorstander van het Duitse model. 

In het Duitse model is er een mogelijkheid tot gratie en een mogelijkheid tot voorwaardelijke invrijheidstelling. In Duitsland wordt de levenslanggestrafte in beginsel na verloop van tijd in vrijheid gesteld. Hiervoor moet aan drie voorwaarden zijn voldaan. Allereerst moet de gedetineerde minstens vijftien jaar in detentie hebben doorgebracht. Ten tweede moet de gedetineerde instemmen met de vrijlating. De derde eis die wordt gesteld is dat geen sprake mag zijn van bijzondere zwaarte van schuld (“die besondere Schwere der Schuld des Verurteilten”) of van delictgevaarlijkheid. De levenslanggestrafte komt dus in beginsel in vrijheid, tenzij de gronden zich hier tegen verzetten. Hierdoor komt de levenslanggestrafte in Duitsland in beginsel na vijftien jaar vrij. Indien er sprake is van het niet voldoen aan de gronden wordt hij na achttien tot tweeëntwintig jaar in vrijheid gesteld. 

Ik pleit er voor in Nederland de voorwaardelijke vrijstelling na 20 jaar toe te staan, althans als daar door een onafhankeleijke instantie over kan worden geoordeeld. In Nederland is de tijdelijke maximumstraf 30 jaar en is er de mogelijkheid om na 2/3 van de straf te hebben uitgezeten, men op vrije voeten kan komen, dus na 20 jaar. 

De procedure tot voorwaardelijke invrijheidsstelling dient niet te liggen bij een politiek orgaan, maar bij de rechter, waardoor er ook een voor de levenslang gestrafte een duidelijke lijn is die kan leiden tot een eventuele voorwaardelijke invrijheidsstelling. Dus een perspectief, naast de mogelijkheid van gratie.  En juist dat zou in overeenstemming zijn met het EVRM

 



[1] Franke, Herman: Twee eeuwen gevangenisstraf in Nederland De macht van het lijden.

[2] Chorus, Boudewijn & Van der Velden, René: Gevangenen De werkelijkheid achter de Tralies.

[3] Boeij, Cees: Even luchten Openhartige verhalen uit de gevangenis p.17

[4]Wagenaar, W.A.: "Vincent plast op de grond" pagina 13.

[5] Van der Wolf, M.J.F.,TBS veroordeeld tot vooroordeel p.180

[6] Van der Wolf, M.J.F.,TBS veroordeeld tot vooroordeel p. 181

[7] Hof  Leeuwarden LJN BC5963 en http://blikopdewereld.nl/Ontwikkeling/rechtspraak/98-opmerkelijke-rechtszaken/1067-moordzaak-12-jarig-meisje-tweede-exloermond-deel-1.html

[8] Boost, Rolf: dr O., levenslang vergiftigd pagina  114

[9] Hoge Raad LJN BF3741

[10] Hoge Raad LJN BF3741

[11] Pleidooi in zaak http://blikopdewereld.nl/Ontwikkeling/rechtspraak/98-opmerkelijke-rechtszaken/1108-viervoudige-moord-oud-marinier-paul-spiekerman-van-weezelenburg-deel-3.html

[12] Gerechtshof Den Bosch LJN AS4206 31-01-2005

[13] Rechtbank Maastricht LJN AQ4870 22-07-2004

[14] Hoge Raad LJN AU5496 14-03-2006

[15] Hoge Raad LJN AU5496 14-03-2006

[16] Hoge Raad LJN AU5496 14-03-2006

[17] Hoge Raad LJN AU5496 14-03-2006

[18] Hoge Raad LJN AU5496 14-03-2006

 Zie verder: Hoofdstuk 1: Levenslang Adrie Lodder