We hebben 282 gasten online

Hoofdstuk 2: John Opdam. Tweemaal veroordeeld tot levenslang en kreeg op het einde van zijn leven gratie

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

dokter ODe op 30 oktober 1916 in Soerabaja geboren Johannes Franciscus Alphonsus Marinus Opdam,  is de enige Nederlander die tweemaal tot levenslang is veroordeeld. De vader van John Opdam diende in het Koninklijk Indische Leger en bracht het tot adjunct onderofficier. Nadat hij ontslag had genomen bleef hij met zijn zeven kinderen in Indië wonen. Werkte op een suikerplantage en bij de gemeente Soerabaja. John is het vierde kind uit het gezin Opdam. John bezoekt na de lagere school de HBS in Malang en blinkt daar uit in talen (hij blijkt een intelligentiequotiënt te hebben van 152[1]. Al vroeg geeft hij aan arts te willen worden. Daarbij speelt een rol dat zijn broer Frans al op tweejarige leeftijd aan kinderverlamming leidt. Alleen financieel bleek dat niet haalbaar omdat zijn vader op wachtgeld is gesteld. Het gezin Opdam reist, omdat men geen perspectief meer ziet in Indië, in 1936 terug naar Nederland. Met steun van de Vereniging Katholieke Studiebelangen (renteloos voorschot van f 1200,--) kan John Opdam toch gaan studeren aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam[2]. Tijdens zijn studietijd werkt hij bij de PTT en geeft bijles. Ook moet hij in militaire dienst. Vlak voor de oorlog begint neemt hij zijn studie weer op. Twee jaar na de oorlog studeert John Opdam af.

In de tussentijd heeft hij in Nieuwer-Amstel de familie  van Eijl leren kennen. September 1947 zal hij met hun dochter Arnolda in het huwelijk treden. Zij is zes jaar jonger dan John. Na afgekeurd te zijn om in Indië als arts te kunnen gaan werken kan John Opdam in Heerjansdam voor een jaar lang een collega gaan vervangen. Omdat zijn vrouw zich er niet thuis voelt ( inmiddels hebben ze  gezinsuitbreiding gekregen)  zoekt hij een andere betrekking en wel in Berkel, waar hij een huisartsenpraktijk kan overnemen. Zo betrekt het gezin in 1948 het doktershuis in Berkel. De dokterspraktijk loopt goed en het gezin wordt met een dochter en zoon uitgebreid. Maar zijn vrouw Arnolda vindt dat ze te weinig aandacht krijgt van haar man. Daarbij komt dat zijn broer Frans opgenomen wordt in een gesticht (John moet dat betalen) en John’s moeder komt inwonen nadat zijn vader in 1950 komt te overlijden. Door al die zaken en daarbij nog veel financiële verplichtingen wordt het er niet makkelijker op. Zijn huwelijk komt hierdoor onder druk te staan.

Het duurt niet lang of John Opdam begint in 1951 een relatie met het dienstmeisje Nellie Aaldering[3]. Mevrouw O. ontdekt het en John Opdam belooft Nellie te scheiden van zijn vrouw. Maar van scheiden kan bij de strengkatholieke mevrouw O. geen sprake zijn. Nellie krijgt ontslag, maar de verhouding gaat gewoon door. In 1952 begint mevrouw O. ernstig te sukkelen met haar gezondheid. Uiteindelijk zal mevrouw Arnolda Opdam – van Eijl op 24 september 1952, dood op haar bed neervallen. Dat gebeurde in het bijzijn van haar man de plattelandsarts John Opdam en haar moeder en schoonmoeder. De gewaarschuwde collega arts vraagt aan John Opdam wat de doodsoorzaak zou kunnen zijn. John Opdam verklaart, zoals hij al eerder heeft gedaan, dat zijn vrouw aan een hersentumor leed.

Na obductie door patholoog dr. Hulst, vindt deze eenentwintig milligram cyaankali in de maag van de vrouw van de huisarts  en trekt dan de conclusie dat  Arnolda Opdam door cyaankali vergiftiging is omgekomen. John Opdam wordt gearresteerd omdat de verdenking op hem is gevallen. Dokter O. probeert eerst nog de schuld in de schoenen van zijn schoonmoeder te schuiven, maar dat mislukt[4]. Tijdens de verhoren heeft hij het over de zelfmoordpogingen van zijn vrouw. Er wordt een contra onderzoek gedaan en opnieuw wordt de aanwezigheid van de eenentwintig gram cyaankali vastgesteld. Het vooronderzoek in deze zaak zou een jaar en negen maanden gaan duren. Zijn schuld stond eigenlijk al bij voorbaat vast want onderhield hij niet ook noch een buitenechtelijke relatie?

2.1 Strafzaak rechtbank Den Haag

Op 6 mei 1954 begint de strafzaak tegen John Opdam. Na het horen van getuigen en getuigen-deskundigen verklaarde een psychiater dat John Opdam volkomen toerekeningsvatbaar was. Dat werd door een collega bevestigd maar deze voegt er echter aan toe dat dokter Opdam sterk onder invloed staat van zijn eigen fantasie. Hij noemt hem zelfs een ‘gepsychopatiseerde’ persoonlijkheid[5]. Opdam is een mens, overmand door haat- en wraakgevoelens. Na consultatie van een derde psychiater komt men tot overeenstemming en noemt met dokter Opdam ‘licht verminderd toerekeningsvatbaar.

Het argument dat een dokter toch geen cyaankali zou gebruiken omdat hem verfijnder methoden ter beschikking zouden staan weet de officier van justitie te weerleggen door in de rijke historie der criminaliteit twee andere gevallen op te diepen waarbij ook sprake is van cyaankalivergiftiging door een dokter. De officier eist uiteindelijk levenslange gevangenisstraf.

De verdediging probeert vooringenomenheid aan te tonen maar zonder succes. Dokter Opdam verklaart in zijn laatste woord dat hij onschuldig is[6] en na het negentien dagen durende proces is het woord aan de rechters.

Op dinsdag 8 juni 1954 verklaart de Haagse rechtbank John Opdam schuldig aan moord en veroordeelt hem tot een levenslange gevangenisstraf. De verdediging laat meteen weten in hoger beroep te gaan.

2.2 Hoger beroep Gerechtshof Den Haag

Dat hoger beroep diende op 10 november 1954 en zou vijf dagen duren. Er kwamen geen nieuwe feiten op tafel. John Opdam is tijdens zijn laatste woorden, deze duren 45 minuten, geëmotioneerd aan het woord en verklaart ondermeer:[7] ‘ Het gaat er nu echter om dat ik er in mijn innerlijk van overtuigd ben dat ik onschuldig ben. Het allerbelangrijkste is echter dat ik geen genade wens. Ik vraag recht voor mij en mijn kinderen, die met deze zaak niets uitstaande hebben’.                                                            

Het gerechtshof te Den Haag doet op 1 december 1954 uitspraak en verklaart John Opdam schuldig aan moord met voorbedachten rade en veroordeelde hem tot levenslange gevangenisstraf.

2.3 Cassatie Hoge Raad

Blijft over cassatie bij de Hoge Raad. Maar tevergeefs. De Hoge Raad ziet geen reden om de zaak terug te verwijzen op grond van onvoldoende of verkeerde bewijsvoering. In zijn laatste woorden deelde John Opdam nog mee dat men een onschuldige had veroordeeld.

John Opdam zal zijn straf uitzitten in de gevangenis van Leeuwarden. Zijn kinderen worden geadopteerd door zijn schoonouders. In de gevangenis heeft hij het zwaar omdat men hem niet voor vol aanziet. Hij ontkende zijn daad terwijl iedereen hem voor schuldig hield. Hij komt in de gevangenis in aanraking met Arie Lodder.  Arie Lodder werd door de rechtbank te Dordrecht op 15 april 1954 in eerste instantie veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 jaar maar in hoger beroep door het Haagse gerechtshof veroordeeld tot levenslang. Ari L. bleek namelijk zijn vrouw te hebben omgebracht met arsenicum. Nadat zijn vrouw in april 1952 was komen te overlijden trouwde hij met een vrouw met wie hij al tijdens zijn huwelijk een verhouding had. Na opgraven van het lichaam van zijn gestorven vrouw kwam vast te staan dat ze door arsenicumvergiftiging was omgekomen. Ari L. bleek het gif in een apotheek in Moordrecht te hebben gekocht en het drie maal aan zijn vrouw te hebben toegediend.

2.4 Arie Lodder om het leven gebracht

In de ochtend  van 5 februari 1958 vind een bewaarder Arie Lodder dood in cel. Doodsoorzaak van Arie bleek vergiftiging met cyaankali te zijn. Men vond bij het lichaam van Arie Lodder nog een stuk chocola.[8]

In de gevangenis wordt een brief van Lodder gevonden waarin hij zich schuldig verklaart aan de moord op de vrouw van dokter O. Het blijkt dat beide mannen zo'n soort briefje geschreven hebben: dokter O. dat hij de vrouw van Arie had vermoord. Als een van beiden zou overlijden, zou de ander op deze manier vrijuit gaan. Maar dokter O. had deze constructie ongetwijfeld opgezet met de bedoeling de natuurlijke dood van Arie niet af te wachten. Met briefjes schrijven was hij al eerder door de mand gevallen: zijn vrouw had ook een zelfmoordbrief achtergelaten. Deze bleek later vervalst.

John Opdam zou naar het huis van bewaring worden overgebracht op verdenking van gifmoord op zijn medegevangene Arie Lodder. Zijn eenzame opsluiting zou bijna drie jaar duren. Het vooronderzoek zou zo’n twee jaar duren.

2.5 Opdam voor Rechtbank Leeuwarden

De belangrijkste vraag was hoe het vergif in de gevangenis terecht was gekomen. Die vraag werd uiteindelijk niet opgelost. De tweede zaak tegen John Opdam begint op 27 april 1960 maar de rechtbank komt op 16 mei 1960 niet tot een uitspraak. De rechtbank besluit haar vonnis op te schorten in afwachting van een nieuw psychologisch rapport. Op 16 maart 1961 wordt de zitting heropend en de getuige-deskundige professor Baan omschrijft Opdam als een sterk gestoorde, onvrije persoonlijkheid, wiens grote intelligentie niet tot haar recht kan komen door een gebrek aan gevoelsleven[9].  Hij vindt het een onmogelijk te beantwoorden vraag of Opdam, indien hij schuldig wordt gevonden aan de moord op Lodder, voor die daad verantwoordelijk kan worden gesteld. Hij concludeert verder:’Opdam verkeert in grote psychische nood. Als ook een tweede moord bewezen wordt, moet hij als een zeer gevaarlijk mens worden beschouwd. Hij zal dan pas voor vrijlating in aanmerking komen als zijn psychische conflicten zijn opgelost’[10].

In zijn requisitoir blijft de officier van justitie bij zijn al eerder uitgesproken eis van levenslange gevangenisstraf.

De rechtbank in Leeuwarden veroordeelt John Opdam op 31 maart 1961 opnieuw tot levenslange gevangenisstraf. De verdediging tekent meteen hoger beroep aan.

2.6 Hoger beroep Gerechtshof Leeuwarden

Op 21 mei 1962 komt het hof te Leeuwarden voor het eerst bijeen. Maar ook het Hof zal uiteindelijk Opdam veroordelen tot levenslange gevangenisstraf met de aantekening in ‘volstrekte eenzaamheid’. John Opdam wordt voor het uitzitten van zijn straf overgebracht naar de Koepel te Breda. Na een paar jaar Breda verhuist hij naar de gevangenis in Winschoten

Vanuit de gevangenis schrijft hij in een brief aan de journalist Leo Uittenbogaard: ‘De doodstraf is verkieselijker dan levenslange gevangenisstraf, want dat laatste houdt één verschrikkelijk lijden in en zeker als je, zoals ik, onschuldig zit’[11].

Maar in 1965, na dertien jaar bekend hij zijn vrouw door middel van cyaankali om het leven te hebben gebracht. Ter zake van Arie Lodder stelt hij hem te hebben geholpen bij zelfmoord. Dit omdat hij hoopt op gratie.

2.7 Gratieverzoek Opdam afgewezen

Juist in die tijd dat John Opdam om gratie vraagt, is een commissie ingesteld onder voorzitting van prof. Mr. B.H.Kazemier, om het bestaande gratiebesluit uit 1887 te stroomlijnen, tot een eindadvies gekomen. Het moet mogelijk worden om een voorwaardelijke gratiëring een wettelijke basis te geven. Een regeling die echter al voor de helft van het aantal gratiegevallen wordt toegepast. Voor levenslanggestraften geldt dan ook al de regeling dat de minimumtermijn tenminste tien jaar bedraagt. Dit minimale maximum was te danken aan de commissie Pompe, die al in 1952 uit de recente ontwikkelingen in de menswetenschappen het inzicht had gewonnen, dat jaren lange opsluiting in een strafgesticht psychische en lichamelijke deformering en een daaruit voortvloeiende vermindering van reclassabiliteit ten gevolge kunnen hebben[12].

Op 24 augustus 1966 wordt het gratieverzoek van John Opdam afgewezen. Een afwijzing die sinds 1957 bij levenslang gestraften niet meer was voorgekomen. De achttien levenslang gestraften, die sinds 1957 gratie hebben gevraagd, hebben die ook allemaal gekregen, in de vorm van een strafvermindering tot 10 jaar.

2.8 Alsnog gratie Opdam

Als de afwijzing van het gratieverzoek Opdam bereikt is hij inmiddels overgeplaatst naar de Van Mesdagkliniek te Groningen. In de herfst van 1968 wordt Opdam overgebracht naar de strafgevangenis in Scheveningen. Hier wordt Opdam door therapeut Dorpmans behandeld die er van overtuigd is dat Opdam kan worden voorbereid op een terugkeer in de maatschappij. Eigenlijk had John Opdam volgens de geldende gratieregeling, twintig jaar na september 1972 moeten worden vrijgelaten. John Opdam wordt een maand lang in de Psychiatrische Observatiekliniek in Utrecht onderzocht. Na 22 jaar te hebben vastgezeten krijgt John Opdam in 1975 gratie onder de voorwaarde dat hij nooit meer een artsenpraktijk zal uitoefenen. Hij werkte korte tijd op de medische bibliotheek van de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ging in 1976 in Oestgeest wonen. Overleed in Leiden op 14 oktober 1983.


[1] Zie Boost, Rolf: Dr.O.levenslang vergiftigd pagina 73

[2] Zie Boost, Rolf: Dr O.levenslang vergiftigd pagina 13

[3] Zie Boost, Rolf: Dr O.levenslang vergiftigd pagina 19

[4] Zie Korterink Hendrik Jan: Moord in Nederland; De daders, hun fantasieën en hun  willekeurige slachtoffers. ISBN 9055131695

[5] Zie Boost, Rolf: Dr O.levenslang vergiftigd pagina 52

[6] Zie Boost, Rolf: Dr O.levenslang vergiftigd pagina 63

[7] Zie Boost, Rolf: Dr O.levenslang vergiftigd pagina 66

[8] Zie Boost, Rolf: Dr.O., levenslang vergiftigd pagina 90 zie ook Korterink Hendrik Jan: Moord in Nederland; De daders, hun fantasieën en hun willekeurige slachtoffers. ISBN 9055131695

[9] Boost, Rolf: dr O., levenslang vergiftigd pagina 107

[10] Boost, Rolf: dr O., levenslang vergiftigd pagina 107/108

[11] Boost, Rolf: dr O., levenslang vergiftigd pagina  114

[12] Boost, Rolf: dr O., levenslang vergiftigd pagina  116

Geraadpleegde literatuur:

Amerongen van Martin,: Dokter O in Groene Amsterdammer 31-07-1996 nummer 31/1996

Boost, Rolf,: Dr.O. (levenslang vergiftigd). Uitgeverij Ridderhof 1973

Gestel van, Guy,: Handlangers van de dood. Seriemoord in België en Nederland. Uitgeverij Lannoo 2002 ISBN 9789020947915 pagina 315/316

Korterink Hendrik Jan: Moord in Nederland; De daders, hun fantasieën en hun willekeurige slachtoffers. ISBN 9055131695

Nijgh, Lennaert,: Moord en doodslag; 12 beroemde Nederlandse moordzaken ISBN 9071389947 Uitgeverij Conserve1990

Opdam, Johannes, Franciscus, Alfonsus, Maria: Parenteel van Nanning Cornelsz Obdam XI.456.

Smolders Peter: De 30 meest geruchtmakende misdaden van de Lage Landen Uitgevrij Trion ISBN 904390015X pagina 29 t/m 34

Straten, Hans,: Moordenaarswerk, tweede herziene druk 1990 Uitgeverij De Arbeiderspers ISBN 9029547146 pagina 182 t/m 194 en pagina 239 t/m 246

Vries de, Peter, R.: De moord die nooit mag verjaren en andere minirapportages. Uitgeverij De Fontein 2002 ISBN 9789026118685. Het dossier van Docter O. pagina 61 t/m 63.

Vries de, Peter, R.: Cipier, mag ik een pistool van u? 85 waargebeurde misdaadverhalen. Uitgeverij De Fontein 3e druk 1999 ISBN 9789026115288 Dr.O. leeft u nog  Pagina 134/135. Dr. O is dood maar zijn zoon leeft nog pagina 136/137

Zie verder: Hoofdstuk 3: Hans van Zon, levenslang en kreeg gratie na 19 jaar in de gevangenis te hebben doorgebracht.