We hebben 155 gasten online

Hoofdstuk 6: De Chinees Loi Wah C. voor doodslag en drievoudige moord op 11 september 1987 Chinees gezin Tang in Rotterdam.

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

In de nacht van 10 op 11 september werden de Chinese restauranthouder Tang Mei Wah, diens echtgenote en twee kinderen op beestachtige wijze afgeslacht. Eerst werd de 34 jarige man met 52 meststeken toegetakeld. Zijn vrouw Cung Sau May(32) en 5-jarige dochtertje Ka-yan werd daarna de keel doorgesneden. Nadat zij waren gedood, werd ook Win-yan, de zes weken oude baby van het gezin doodgestoken.

6.1 Veroordeling tot levenslang

De procureur-generaal van het Haagse gerechtshof hield vast aan de eerder door Loi C. afgelegde verklaringen tegenover de politie. De procureur-generaal: "hij heeft maar liefst 27 verklaringen afgelegd, waarvan een aantal totaal verschillende kanten uitgaan. Hij heeft dus een aantal gebeurtenissen, die lijnrecht tegenover elkaar staan, gefantaseerd. De verhoren waarin hij heeft gezegd dat hij de moorden samen met de vrijgesproken T. heeft gepleegd, acht ik evenwel geloofwaardig. Helemaal omdat uit het psychiatrisch rapport naar voren is gekomen dat Loi C. volledig toerekeningsvatbaar is". Verdacht Loi C. zei tegen de rechter dat hij de verklaringen, waarin staat dat hij één van de daders is, weliswaar heeft ondertekend, maar dat hij in de war was en niet wist wat er in stond. Hij vertelde dat hij als logé van het gezin op de nacht van de gruwelijke moorden de deur had opengedaan voor twee mannen die hem al eerder hadden bedreigd in een illegaal gokhuis. Ze zouden de Chinese familie hebben gedood om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen voor andere Chinezen die hun schilden niet snel genoeg afbetalen.(Telegraaf 17 januari 1989)

Het was een gruwelijke moord – met tientallen messteken – op vier leden van de familie Tang, onder wie een baby van 6 weken oud. Vermoedelijk ging het om roofmoord. Loi Wah C. zit sinds 1987 vast. Hij zou zijn slachtoffers met respectievelijk 52 en 41 steken om het leven hebben gebracht en de kinderen de keel hebben doorgesneden. Roof zou het motief zijn geweest, maar veel is nog steeds onduidelijk. Het drama speelde zich geheel af in Chinese kring en C. heeft sinds zijn eerste bekentenis altijd ontkend de dader van de moordpartij geweest te zijn. Wel geeft hij toe dat hij op enige manier betrokken was[1].

6.2 Gratieverzoek afgewezen

C.’s gratieverzoek van 2002 is in 2004 – na twee jaar - afgewezen. Over de wijze van afdoening van dit gratieverzoek is met succes geklaagd bij de Nationale Ombudsman, rapport 2005/233, van 5 augustus 2005. In 1996, 2002 en 2004 verzoek tot gratie ingediend. Bracht zaak zelfs voor Nationale Ombudsman.

Rapportnummer: 2005/0233 Verzoeker was in 1989 tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In augustus 2002 verzocht verzoeker voor de derde maal om gratie, welk verzoek hij onder meer baseerde op zijn slechte psychische toestand. Een en ander was uitvoerig gemotiveerd en met stukken onderbouwd. In het kader van de gratieprocedure bracht het Openbaar Ministerie verslag uit aan het gerechtshof, en adviseerde het gerechtshof de minister van Justitie.
Alvorens schriftelijk verslag uit te brengen, legde het Openbaar Ministerie de Medisch Adviseur bij het ministerie van Justitie enkele vragen voor over verzoekers conditie. Deze vragen werden doorgespeeld aan het Penitentiair Selectiecentrum, waar gezondheidspsycholoog X. verzoeker onderzocht X. rapporteerde dat wanneer de geestelijke gezondheid van verzoeker en het risico van suïcide zwaar mochten wegen, voortzetting van de detentie niet meer verantwoord was. Het rapport werd ter kennis van OM en gerechtshof gebracht.
Het advies van het gerechtshof strekte ertoe de gevraagde gratie voorshands niet te verlenen. Het hof oordeelde dat X niet de aangewezen deskundige was om een nieuw onderzoek uit te voeren; er kon gerede twijfel bestaan over haar objectiviteit. Verder overwoog het hof dat als uit een nieuw deskundigenonderzoek zou blijken dat de aard van de psychische stoornis bij verzoeker zodanig is, dat binnen de detentie geen geëigende hulp kan worden verleend, en het verergeren van die stoornis niet in overwegende mate aan verzoeker zelf te wijten zou zijn, het aanleiding zou zien om het thans gegeven advies te heroverwegen.
De minister van Justitie wees het gratieverzoek, gelet op het advies van het gerechtshof, af.

In het kader van die beslissing verbleef C. in het PSC. Ook al luidde het oordeel van de medisch adviseur na afloop van dit onderzoek dat verdere tenuitvoerlegging van de sanctie ‘medisch onverantwoord’ moest worden geacht, bleef C. zitten waar hij zat, in een gewone gevangenis met een gewoon regiem.

Dat betekent in zijn geval het regiem voor een ongewenste vreemdeling, zodat hij slechts cursussen Engels en Nederlands mag volgen, talen die hij goed beheerst en in beginsel uitgesloten is van alle andere opleidingen[2].

Naar aanleiding van de brief van de medisch adviseur heeft de advocaat bewerkstelligd dat diens conclusie nog eens werd onderzocht en wel door het Pieter Baan Centrum. Een van de vragen die aan het PBC zijn voorgelegd, luidt: in hoeverrede verergering van de psychische toestand van betrokkene hem kan wordenaangerekend – door eigen in vrijheid gemaakte (en dus niet door de psychischestoornis beïnvloede) keuzes. Mij ( Van Hattum)is niet bekend waarom juist die vraag werd gesteld, slechts dat die vraag zou zijn overgenomen uit het rechterlijk advies. De vraag lijkt te suggereren dat als C. er zelf voor kiest zich slecht te voelen, hij maar moet blijven zitten. Ook hier zien wij, net als bij Cevdet Yilmaz dat de levenslanggestrafte voor het verloop van de tenuitvoerlegging van zijn straf verantwoordelijk wordt gesteld.

Zaak C[3].

C. zit vanaf 1987 in een gewone penitentiaire inrichting, zonder bijzondere beveiliging. Bij hem is gedurende de jaren van zijn detentie geen stoornis (in enge zin) geconstateerd. Wel zou de straf inmiddels zodanige sporen hebben nagelaten, dat in 2004 van een psychische stoornis wordt gesproken. De medisch adviseur van het departement geeft op grond daarvan aan dat hij de voortzetting van de detentie ‘medisch onverantwoord’ acht. Daarom ondersteunt hij C.’s gratieverzoek. De rechter die over het verzoek aan de minister adviseert, heeft vraagtekens bij de onbevooroordeeldheid van de gedragskundige die de betrokkene heeft onderzocht. Hij wil weten of de aard van de stoornis zodanig is dat binnen de detentie geëigende hulp niet kan worden verleend terwijl tevens ‘het verergeren van zijn psychische stoornis niet in overwegende mate aan de eigen keuzes van de veroordeelde te wijten is’ (curs. wvh). Deze vraag wordt in 2006 aan het Pieter Baan Centrum (PBC) voorgelegd. Tevens worden vragen gesteld omtrent de huidige en toekomstige ‘detentiegeschiktheid’. Het antwoord van het PBC luidt samengevat dat er sprake is van een ‘institutionaliseringssyndroom’ en dat de betrokkene zijn toestand niet zelf heeft verergerd. Het PBC-rapport vermeldt voorts ‘berouw’ en ‘prominent aanwezige gevoelens van schuld’. Aan het PBC is niet gevraagd een onderzoek te doen naar C.’s delictgevaarlijkheid. Van mogelijke delictgevaarlijkheid wordt ook niet spontaan melding gemaakt.

In antwoord op de voorgelegde vraag wordt door het PBC gerapporteerd dat er geen harde aanwijzingen zijn dat voortzetting van de detentie ‘onverantwoord’ is. Het gratieverzoek wordt mede op basis van deze bevindingen in 2008 afgewezen. In de afwijzing wordt verwezen naar de algemene strafdoelen ‘vergelding’ en ‘generale preventie’. Concreet op de persoon van de veroordeelde toegesneden argumenten ontbreken. Bij gebrek aan een positivum is in de afwijzing van het verzoek om gratie volstaan met een bewijs vanuit het negatieve, namelijk dat de gegevens ‘niet wettigen te veronderstellen dat betrokkene geen gevaar meer zou vormen voor de samenleving’.

Rechtspraak in de zaak C.:

Nationale Ombudsman, Rapport 2005/233



[1]Hattum van, W.F.: De levenslange gevangenisstraf. Wiene van Hattum is UD straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen pagina 22

[2]Hattum van, W.F.: De levenslange gevangenisstraf. Wiene van Hattum is UD straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen pagina 23

[3] Bijlage 3 Factsheet Forum Levenslang

Geraadpleegde literatuur

Hattum van, W.F.: De levenslange gevangenisstraf. Wiene van Hattum is UD straf- en strafprocesrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen

Nationale Ombudsman Rapportnummer: 2005/0233

Geraadpleegde bronnen:

Telegraaf 17-01-1989: Vrijgesproken Chinees hoort nu levenslang eisen.

Telegraaf 31-01-1989 Levenslang voor moord op gezin in Rotterdam.

Twente tegen geweld 06-03-12 Moordende Chinees wil vrij

Zie verder Hoofdstuk 7: Levenslang Errol Kabak