We hebben 148 gasten online

Hoofdstuk 23: Levenslang Louis Hagemann in zaak Bolhaar

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Maandag 5 maart 1984, tien voor zes ’s middags, de Argonautenstraat in Amsterdam. Als een bovenbuurman van Corina Bolhaar haar 1-jarige zoontje Bryan hoort huilen, besluit hij poolshoogte te nemen. De buurman treft de nog steeds huilende Bryan aan in zijn box. Maar in de woonkamer heeft hij dan al de ontzielde lichamen ontdekt van Corina Bolhaar (30) en haar zoon Sharon (6). Corina is gewurgd met een koord. Zoon Sharon had drie steekwonden aan de hals en tien aan de rug, maar het jongetje is volgens de patholoog-anatoom overleden door verwurging met een springtouw en een riem. In haar eigen bed ligt een derde slachtoffer: dochter Donna (9). Ook haar lichaam had sporen van strangulatie, maar de acht steekwonden in hartstreek en hals zijn haar fataal geworden[1].

In de woning aan de Argonautenstraat in Amsterdam-Zuid brandt gedempt licht. De gordijnen zijn gesloten. Op tafel staat een mok met een bodempje koffie, in een asbak liggen sigarettenpeuken van het merk dat Co­rina rookte. Er zijn geen sporen van braak. De moordenaar moet een bekende zijn van Corina, vermoedt de politie. Zij is voor het laatst op zaterdagmiddag 3 maart 1984 gezien.

Volgens de recherche heeft de dader Bryan laten leven, omdat hij toch te jong is te ge­tuigen, maar helemaal zeker blijkt men ook weer niet van deze theorie. Zo zal later DNA van Bryan worden afgenomen, om te kijken of Louis wellicht de vader is. Blijkbaar houdt men er rekening mee dat de moordenaar de baby om een bijzondere, meer persoonlijk ge­tinte reden in leven heeft gelaten. Het DNA zal geen hit opleveren. De vader van Bryan is een Griek die in Zweden woont. Hij heeft een alibi[2].

Omdat er geen sporen van braak zijn en Corina nooit voor onbekenden de deur van het slot haalde, concludeert de officier dat de dader van dit misdrijf een bekende van het slachtoffer moet zijn. Dan zijn er drie serieuze verdachten. Haim, de vader van Sharon en Donna. Baron, de inmiddels overleden ex-vriend van Corina (14-11-2007). En Louis Hagemann, haar minnaar.

23.1 Getuige liegt over tijdstip

Inmiddels heeft de politie ontdekt dat Corina bevriend is met een bekende uit het Amster­damse milieu: Louis Hagemann. Louis H. wordt op 8 maart als getuige gehoord. Aanvankelijk verklaart hij dat hij op 18 januari voor het laatst in de woning van Corina Bolhaar was geweest en de moorden dus niet gepleegd kon hebben. Wanneer de ruige motorrijder wordt gevraagd waar hij de dagen rond de moord heeft uitgehangen, vertelt hij dat hij op zaterdag tot diep in de nacht in het Angels -clubhuis aan de Wenc­kebachweg in Amsterdam heeft gezeten en omstreeks half zeven ‘s ochtends een taxi naar zijn huis in Amsterdam-Noord heeft genomen. Maar Louis verzwijgt dat hij eerst nog even bij Corina’s huis is langsgegaan. Dat deed hij wel vaker voor de gezelligheid. Of de seks. Hier komt de politie achter, nadat een taxichauf­feur zich heeft gemeld. . Die verklaart dat hij op zondagochtend 4 maart, een Hells Angel, die qua signalement overeenkwam met Louis H., had afgezet in de straat van het slachtoffer. Daarop wordt Louis H. op 18 maart aangehouden. In het derde verhoor na aanhouding bekent H. ’s ochtends vroeg bij de woning van de slachtoffers te zijn geweest, al zegt hij dat hij niet binnen is geweest.  Vervolgens zou hij met de eerste tram naar het centrum zijn gereden waar hij een taxi naar huis nam. Trambestuurders kunnen zich later niet herin­neren dat ze een Hells Angel hebben vervoerd, maar Louis zegt dat hij een jas over zijn colours met Angels-tekens droeg. “Anders krijg je van die rare opmerkingen van het publiek.” Bovendien: waarom zou hij nou uitgerekend dit deeltje van het verhaal verzinnen?

Louis en Corina kennen elkaar sinds enkele jaren. Corina vindt Louis een toffe peer, om­dat hij altijd zo leuk is met de kinderen. Zij beschouwt hem als haar vertrouwenspersoon en beschermheer. “Dat ik in eerste instantie heb verzwegen dat ik daar ben geweest, is stom,” geeft Louis toe. “Maar de politie zat meteen op mijn nek en ik had redenen om aan te nemen dat ze mij dit weer in de schoenen zouden schuiven.[3]

Liegen is een slecht teken. Het wekt tenminste de schijn dat Hagemann iets te verbergen heeft. Louis wordt in voorlopige hechtenis gezet. De politie zet alles in het werk om hem te pakken. “We hebben er alles aan gedaan sporen te vinden,” zou de onderzoeksleider zeggen. “Voor ons was duidelijk dat Louis de dader was.” Maar ondanks dat de Angel in die dagen een lange baard draagt en volgens de politie zwaar in de lorum was, wordt in de woning geen spoortje van de verdachte gevonden. Toch stokt het onderzoek. Het misdrijf kent geen ooggetuigen, er is geen technisch bewijs tegen Louis H., er is geen bekentenis en geen motief. Op 23 april wordt H. uit voorlopige hechtenis ontslagen en op 7 november 1984 wordt het gerechtelijk vooronderzoek gesloten[4].

Het is december 2001 als Nicole Voorhuis, officier van justitie van team 2 van parket Amsterdam, een stoffige doos in handen krijgt gedrukt van teamleider Fred Teeven. ‘Hij vroeg of ik eens wilde kijken of er met de zaak-Bolhaar iets te doen viel. In het dossier trof ik ook correspondentie aan met misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die pleitte eind 2001 voor heropening van de zaak. De drievoudige moord staat na bijna achttien jaar op het punt van verjaring. De Amsterdamse politie en justitie tonen ech­ter weinig interesse in de zaak. Ze lijken niet eens te weten waar het over gaat. Zo meldt de woordvoerster van de politie doodleuk in zijn programma dat de zaak niet de prioriteit van het cold case-team geniet, omdat die zich richt op kindermoorden. “Maar dit zíjn twee kindermoorden,” zegt De Vries.

23.2 Justitieel oog gericht op Louis Hagemann

Van meet af aan is de loop van het jachtge­weer van De Vries op Hagemann gericht[5]. De voormalige Angel bevindt zich op dat moment (weer eens) in de gevangenis, wegens de ver­krachting en mishandeling van zijn ex-vriendin Renetta, die hij kent uit een kroeg in Amster­dam-Noord. Misdrijven die hij overigens ook altijd heeft ontkend. De doorbraak komt als de sexy Renetta, die inmiddels onder een andere naam in de provincie Flevoland woont, wordt opgespoord door De Vries. Zij doet vrijwel meteen een ontboezeming: Louis zou haar ooit hebben verteld dat hij ‘een wijf en twee koters’ heeft vermoord. Volgens Hagemann een uit de lucht gegrepen verhaal. Boven­dien: hij spreekt altijd van kids. “Koters vind ik ontzettend weinig respectvol,” zegt Louis die er een eigen normen en waarden-patroon op nahoudt. Renetta zou vanwege angst voor Louis niet eerder met haar wetenschap naar buiten zijn getreden. Apart is wel waarom zij haar geweten niet heeft ontlast toen zij de aangifte van verkrachting deed in 1998.

Niettemin, het is aanleiding voor justitie de zaak te heropenen.

Na lezing van het proces-verbaal zag officier van justitie Nicole Voorhuis, dat er veel losse eindjes in het dossier zaten. De recherche zat in 1984 al dichtbij: het was destijds gelukt een verdachte te linken aan de plaats delict. Er zat muziek in de zaak, zeker toen uit het dossier bleek dat er veel technische sporen in het dossier zaten en een belangrijke getuige zich bij De Vries had gemeld.[6]

23.3 Justitieel vooronderzoek geopend tegen Louis Hagemann

In maart 2002, achttien jaar na de drievoudige moord, wordt Hage­mann in de gevangenis meegedeeld dat een gerechtelijk vooronderzoek tegen hem is ge­opend. Volgens het proces-verbaal geeft hij de volgende reactie: ‘Natuurlijk is het goed dat die zaak wordt heropend, daar ben ik alleen maar voor. Misschien is het juist wel goed, dan wordt voor eens en voor altijd mijn onschuld aangetoond. Ik werk overal aan mee. Jullie mogen ook mijn DNA hebben, neem het hier meteen maar af. Ik zie het allemaal wel.’

Zijn enthousiasme tempert als de media over de zaak berichten. In het blad Panorama heeft al een verhaal gestaan. In april volgt een uit­zending van Peter R. de Vries misdaadverslag­gever. In het programma treedt een acteur op (“onder een steen vandaan getrokken,” aldus Louis) die een onheilspellende versie van de Angel neerzet. De conclusie voor de kijkers is onontkoombaar: Hagemann is de duivel in persoon en heeft de moorden gepleegd. Een tweede uitzending van De Vries hakt er zo mo­gelijk nog steviger in. In deze aflevering wordt Hagemann met liefst drie andere moorden (of verdwijningen) in verband gebracht. De dood van societyfiguur Mathilde Willink in 1977, de verdwijning van een crimineel uit Amsterdam- Noord en de moord op het verdwenen Ierse meisje Joanne Wilson wier romp en linkerbeen in 1984 uit een Amsterdams kanaal zouden zijn gedregd. Voor die laatste zaak zal de ver­dachte ook worden vervolgd[7]

23.4 Zaak Bolhaar op lijst Cold Case zaken

Het nieuwe onderzoek, waarin officier van justitie Voorhuis een goed duo vormt met politieprojectleider Bob Schagen, wordt grootschalig aangepakt, blikt Voorhuis terug. ‘Omdat het onderzoek bij iedereen hoog op de agenda stond, kreeg ik een groot rechercheteam. Ik heb grote sturing op het onderzoek gehad. Elk “gat” in het dossier moest gedicht worden’. De zaak heeft haast. De zaak-Bolhaar was weliswaar in 1998 op een lijst met andere Cold Case zaken gezet, maar omdat die lijst veel zaken bevatte waarin meer technische sporen beschikbaar waren, was de zaak- Bolhaar nog niet in behandeling genomen. Doodslag tenlasteleggen kan wegens verjaring niet meer. En de achttien jaar verjaringstermijn voor moord zou binnen enige maanden aflopen. Belangrijk doel voor de officier is de verjaring voor moord te stuiten middels een nieuwe daad van vervolging.

23.5 Technische Sporen vernietigd

Al gauw blijkt dat alle technische sporen in de jaren tachtig en negentig wegens wateroverlast in het politiebureau waren vernietigd[8].

Toenmalig hoofdinspecteur Willem Woelders gaf zelf opdracht de goederen te vernietigen. ''Die rotzooi moet weg,'' zei hij. De vernietiging is waarschijnlijk zonder toestemming van het Openbaar Ministerie gebeurd. De goederen zijn in perscontainers gegooid of naar de vuilverbranding gebracht.

De kelders van het hoofdbureau moesten tijdens de reorganisatie van 1993 wegens verbouwing en plaatsgebrek worden opgeschoond. Volgens het politierapport was in die tijd nog niets bekend over dna-onderzoeksmogelijkheden.

Het politierapport is gedateerd oktober 2002, maar het werd pas op 3 februari 2004 aan de advocaten van Louis H., Willem Anker en Geert Jan van Oosten, toegestuurd. Volgens het rapport lag bewijsmateriaal destijds onder erbarmelijke omstandigheden opgeslagen in drie kelders onder het hoofdbureau van politie. Bebloede kleding lag weg te rotten, was beschimmeld en 'er groeiden paddenstoelen op', aldus het politierapport. Etiketten waren onleesbaar geworden. 'Het was een grote puinhoop,' aldus het rapport. De advocaten zijn hierover zeer verbolgen. Dat het bewijsmateriaal in de zaak Bolhaar was verdwenen, was wel bekend, maar het OM heeft tot nu toe steeds gezegd dat dit door waterschade kwam. Hoewel het OM al sinds oktober 2002 beter wist, aldus Anker .

De verdediging zegt dat er een cruciaal verschil is omdat het materiaal willens en wetens is vernietigd. Daarmee, aldus Anker, zijn de belangen van de verdachte ontoelaatbaar geschaad. Hij vindt dat Louis H. dadelijk moet worden vrijgelaten[9].

De paar resterende sporen leveren geen bewijs op. Verder zijn er problemen met de getuigen: een aantal belangrijke getuigen durven geen verklaring af te leggen. Maar omdat de recherche inmiddels beschikt over verklaringen van de via De Vries geleverde getuige Van der M., kan op 14 maart 2002 de vordering GVO worden betekend aan verdachte Louis H. De verjaring is gestuit. Kort daarna wordt Louis H. aangehouden. Ook wordt zekerheidshalve een GVO geopend tegen Haim om de verjaring ten aanzien van hem te stuiten. Dat getuige Van der M. zich meldde was cruciaal, zo zou Voorhuis later in haar requisitoir zeggen: ‘Zij heeft de moed gehad als eerste een verklaring af te leggen en haar verklaring heeft voor een sneeuwbaleffect gezorgd.’ Meer getuigen melden zich, al bleef de angst voor Louis groot. Uiteindelijk zijn er via bedreigde getuigen trajecten en getuigenbeschermingstrajecten verhoren afgenomen.

Officier van justitie Voorhuis  ‘Omdat motief, ooggetuigen en dadersporen ontbraken, moesten we alles zien te reconstrueren. Vanwege het gebrek aan technisch bewijs moesten de getuigenverklaringen in mijn ogen daarom een zwaarder dan gebruikelijke betrouwbaarheidstoets ondergaan. Alle verklaringen van destijds moesten naast elkaar worden gelegd, aangevuld en veredeld.[10]’ Ook moesten alle nieuwe contacten van Louis H. vanaf 1984 worden gehoord. Dit leverde honderden getuigenverhoren op, waarvan vele relevant.

Een belangrijke vraag, die in 1984 nooit bevredigend was beantwoord, is: wanneer zijn de slachtoffers om het leven gebracht? Op 3 maart 1984 was er om 21.00 uur voor het laatst wat van hen gehoord. Bijna twee etmalen later, op 5 maart om 17.50 zijn de slachtoffers levenloos aangetroffen. Er is dus een tijdspanne van 45 uur die moet teruggebracht worden tot een preciezer tijdstip.
Voorhuis doet uitgebreid onderzoek. Ze bestudeert alle verklaringen van vrienden en kennissen die Corina en de kinderen voor het laatst hadden gezien. Een volle thermoskan koffie, een asbak met daarin twee filterpeuken en de kleding van de slachtoffer wijzen erop dat het misdrijf in de ochtend moet zijn gepleegd. Er wordt een driedimensionale reconstructie gemaakt. Verder roept Voorhuis in 2002 de toenmalige patholoog, schouwarts en politiemensen bij elkaar voor een brainstormsessie aangevuld met deskundigen als pathologen en forensisch geneeskundigen. Veel technische vragen worden beantwoord en kunnen direct worden gebruikt voor de bepaling van het tijdstip van de moord. De inspreekverbalen van de politie worden teruggelezen: in welke houding lagen de slachtoffers; wat waren, op welk moment, uiterlijke kenmerken van lichaamsdelen. Er wordt gebrainstormd en Voorhuis vuurt allerlei vragen op de forensisch medisch deskundigen af. ‘We hebben toen met veel meer zekerheid kunnen vaststellen dat de slachtoffers in de vroege ochtend van 4 maart 1984 zijn overleden. De rechtbank en het Hof hebben deze 10 pagina’s tellende onderbouwing in hun vonnis cq arrest overgenomen.'

Maar wie heeft het gedaan? Van drie verdachten die in beeld waren, blijken na lang rechercheren twee een alibi te hebben. Resteert Louis H.
Hij zou geen tijd hebben gehad om de moord te plegen, zo suggereert Louis in een aantal verhoren in 1984. Ja, op de bewuste dag was hij door een taxichauffeur afgezet bij het huis van Corina. Maar als zij niet opendoet, loopt hij naar tram 24, waar hij direct kan instappen.
Een sluitend alibi? Daarvan kan geen sprake zijn, meent Voorhuis. H. kan niet om 6.46 uur op de tram zijn gestapt, want de eerste tram van die dag kwam pas om 7.06 aanrijden. En waarschijnlijk heeft het zelfs minimaal vijf kwartier geduurd voordat H. de tram kon nemen, want de trambestuurders van die bewuste ochtend verklaren stellig dat in hun tram geen type Hells Angel heeft gezeten.

Bovendien heeft H. in de dagen van de moord merkwaardig vluchtgedrag getoond, zo blijkt uit oude en nieuwe getuigenverklaringen. Zo verklaarde getuige Van W., een ex-vriendin van H., dat Louis, die al maanden niet was langsgekomen, op maandag 5 maart 1984, ’s ochtends tussen 4 en 6 uur, plots haar woning binnenkwam. Hij moest “onderduiken”, zo deelde Louis haar mee. Deze getuige vult in 2002 haar in 1984 gedane verklaring aan: H. had nog meer vreemd gedrag vertoond. Over zijn motorclub- “colours” heen had hij een jas gedragen, wat hij alleen deed als hij weer eens door de politie werd gezocht. Bovendien had Van W. een krant voor H. moeten halen, waarna H. (die nooit een krant las) vluchtig de koppen doornam. En H. vroeg of Van W. een vlek uit zijn spijkerjas kon wassen. Een jas die na het wassen alsnog in de tuin werd verbrand.

23.6 Getuigenverklaringen belastend voor Louis Hagemann

Veel gewicht in de schaal legt de verklaring van de getuige Van der M., die tussen 1996 en 1998 de vriendin van H. was. Deze via Peter R. de Vries aangedragen getuige zou nadat zij door H. weer eens was mishandeld, van H te horen hebben gekregen: “Je moet oppassen want ik heb al eens eerder een wijf met koters vermoord.” Een bedreiging die Van der M. in die woorden nog veel vaker zal horen uiten.

Ook een medegedetineerde van Louis H., W., verklaart in 1988 dat H. had gezegd dat hij “een vrouw met twee koters het licht had uitgeblazen.” Een andere, anonieme getuige verklaart dat H. haar in mei 1984 in haar slaapkamer heeft verkracht. Hierna zou de verdachte hebben geroepen: “Je zegt niets, anders kill ik je, net als die Corina.” En medegedetineerde A. zegt in 1984, als H. in voorlopige hechtenis zit, dat H. had gezegd dat hij Corina en de kinderen had vermoord.

Tenslotte spoort de modus operandi in de zaak-Bolhaar met de vele geweldsincidenten waarbij H. eerder betrokken was. Louis greep regelmatig mensen naar de keel of gebruikte een mes.

23.7 Strafblad Louis Hagemann ruim honderd delicten

 Louis Hagemann, is niet zomaar een cri­mineel. De in Amsterdam-Noord opgegroeide zoon van een vader die een opvangtehuis voor daklozen had, heeft een strafblad “zo lang als de Weespertrekvaart,” zoals een anonieme getuige het in het dossier omschrijft. Ruim honderd delicten heeft hij op zijn naam staan. Onder meer moest hij brommen voor zware mishandeling, poging tot doodslag, verkrachting en drugs­handel. In 2003 had hij van de twintig voorgaande jaren er achttien in de gevangenis gezeten[11]. Daarnaast is Hagemann lid geweest van de Hells Angels, een club die zacht gezegd niet bekendstaat als het zout der aarde[12].

 Een overtuigende zaak, denkt officier van justitie Voorhuis. Ook zonder motief, overtuigende sporen, ooggetuigen en bekentenissen. Maar is er sprake van moord of van (het inmiddels verjaarde) doodslag? Voor het bewijs van moord is van belang te bewijzen dat verdachte de gelegenheid had gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap heeft kunnen geven. Dit is moeilijk te bewijzen zonder bekennende verdachte of ooggetuigen. Voorhuis heeft op basis van de meest waarschijnlijke reconstructie, bloedsporenonderzoek en andere onderzoeksresultaten een hypothese opgezet[13].

De reconstructie en de omstandigheden op de plaatsdelict wijzen erop dat Corina als eerste moest zijn gedood, concludeert Voorhuis. Omdat niet hard te maken is dat dit misdrijf met voorbedachten rade was begaan, beslist Voorhuis dat ze zich ten aanzien van de vervolging van verdachte in de zaak tegen Corina Bolhaar niet-ontvankelijk moet verklaren. Bij de kinderen is dit anders, want bij hen heeft de dader meer tijd gehad. Voorhuis concludeert dat ten aanzien van de twee kinderen moord bewezen kon worden.

Officier van justitie Nicole Voorhuis spande zich  voor de rechtbank in Amsterdam in om uit te komen bij moord en niet bij doodslag. De gruweldaden dateren uit 1984 en doodslag -impulsieve moord- verjaart na 15 jaar, moord na 18 jaar. Voorhuis kwam tot de conclusie dat Louis H. uit woede Corina wurgde en dat levert doodslag op. Wat betekent dat hij voor dit misdrijf vrijuit gaat.

Anders ligt dit volgens Voorhuis voor het doden van de kinderen. Louis H. had na zijn woedeaanval de tijd om zich te beraden. Toch bracht hij Donna (9) en Sharon (6) door middel van verwurging en messteken om het leven. Daarom achtte de officier 'voorbedachte raad' -en daarmee moord- bewezen. De officier eiste hiervoor levenslange celstraf[14].

23.8 Strafzaak Rechtbank Amsterdam

De rechtbank in Amsterdam twijfelt er niet aan dat Louis H. levenslang moet boeten voor een tweevoudige moord, die zich meer dan zeventien jaar geleden heeft afgespeeld. ,,De ernst en de tragiek zijn zodanig dat het tijdsverloop geen rol speelt bij het opleggen van de straf'', zei rechtbankpresident M. Diemer[15].

Hoewel het bewijs tegen de 47-jarige ex-Hell's angel 'van horen zeggen' is, er nauwelijks technische aanwijzingen zijn en H. ontkent, vonniste de rechtbank conform de eis. Op 5 februari 2003 veroordeelt de rechtbank Louis H. (dan 47 jaar) tot levenslang[16]. De rechtbank meent dat de reconstructie, zoals het openbaar ministerie die gedaan heeft, klopt. Daarin wordt geschetst dat H. eerst zijn vriendin Corina Bolhaar (33) heeft gewurgd. Vervolgens doodde hij haar kinderen, de 9-jarige Donatha Haïm en haar 6-jarige broertje Sharon. Het derde kind zou H. in leven hebben gelaten, omdat de anderhalf jaar oude Brian niet tegen hem zou kunnen getuigen. De nu 18-jarige Brian was bij de uitspraak aanwezig.

De rechtbank van Amsterdam[17]:

Niet alleen vóór 1984, maar ook daarna, tot in 1999, is verdachte diverse malen voor, soms ernstige, geweldsdelicten veroordeeld. Het gaat hierbij om feiten als diefstal met geweld, mishandeling, poging tot doodslag en verkrachting. In 1989 is verdachte een straf van 9 jaar en nog in 1999 een straf van 6 jaar opgelegd. Deze feiten, tezamen genomen met hetgeen thans bewezen is verklaard, wijzen op een voortdurende en niet te stoppen instelling van verdachte om geweld niet te schuwen.
De rechtbank heeft het van groot belang geacht om inzicht te krijgen in de psychische ontwikkeling en de psychische gesteldheid van verdachte door middel van gedragswetenschappelijke rapportage. Verdachte heeft elke medewerking hieraan categorisch afgewezen. Mede daardoor is deze rapportage niet tot stand gekomen.
Bovenstaande overwegingen leiden de rechtbank tot de conclusie dat terugkeer in de samenleving geen aspect is dat bij de strafoplegging een rol kan spelen.
Weliswaar hebben de feiten zich 19 jaar geleden voorgedaan, maar de ernst en de tragiek, zoals boven aangeduid, waren en zijn zodanig dat ook het tijdsverloop geen beslissende invloed op de strafoplegging heeft.
Artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht laat de rechtbank bij het bepalen van de duur van een gevangenisstraf de keuze tussen hetzij levenslange gevangenisstraf, hetzij een gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaar.
De bovenstaande overwegingen maken het onontkoombaar dat aan verdachte een levenslange gevangenisstraf zal worden opgelegd

Een van H.'s advocaten, W. Anker, heeft steeds betoogd dat de vrouwen er baat bij hebben dat H. achter de tralies blijft. De ex-Hell's angel heeft hen meerdere keren ernstig bedreigd en mishandeld. Anker was verbaasd omdat in het vonnis niets wordt gezegd over de betrouwbaarheid van de getuigen. ,,De reconstructie kan op waarheid berusten, maar is dat het bewijs dat Louis H. dat allemaal gedaan heeft[18]?'' Een ex-vriend van Bolhaar, de Israëliër B., die door haar toedoen het land uitgezet was, kan de moorden hebben gepleegd.

Louis H.'s advocaat W. Anker oordeelde dat de reconstructie kunstmatig naar moord wordt geleid. Ex-Hell's angel H. is meer een type dat in een opwelling zoiets doet, wat doodslag en vervolgens vrijspraak zou betekenen. Anker: ,,De persoon van Louis H. wijst niet direct in de richting van planmatig, bedachtzaam en beheerst handelen''. Ook de tientallen messteken wijzen volgens hem op een razende moordenaar.

Maar volgens hem is dat niet Louis H.: over het bewijs voor de drievoudige moord zijn openbaar ministerie en verdediging het hartgrondig oneens. Drie voormalige vriendinnen van H. hebben verklaard dat hij vaak dreigde met de woorden: ,,Pas jij maar op. Ik heb al een wijf met twee koters vermoord.'' Tegen een van hen, Renetta van der M., zou hij de naam 'Bolhaar' hebben genoemd. Bij een ander, Wil van W., schuilde hij vlak na de moord. ,,Ik moet een paar dagen blijven, de politie zoekt me'', zei Louis H. tegen haar. De officier: ,,Dat kon op dat moment alleen de dader weten.'' Dat de vrouwen niet eerder met hun verhaal waren gekomen, kwam omdat ze sidderen voor de wraak van Louis H[19]..

Ankers collega-advocaat G. van Oosten meende dat het allemaal vuilspuiterij is van de ex-vriendinnen. De politie heeft hem willen pakken, omdat Louis H. een uitzonderlijk slechte reputatie heeft. Van de afgelopen twintig jaar heeft hij er meer dan achttien gevangen gezeten. Van Oosten wees erop dat H. geen motief had voor de Bolhaar-moorden. Dit in tegenstelling tot de ex van Corina, ene Jo Baron. Die bedreigde haar tot vlak voor haar dood, omdat zij ervoor had gezorgd dat de Israëliër het land werd uitgezet. Baron had geroepen: ,,Ik krijg jou nog wel, Corina.'' Na achttien jaar valt niet te achterhalen of hij in België vastzat op het moment dat in Amsterdam de moorden werden gepleegd. Voorhuis: ,,Corina was doodsbang voor Baron, die zou ze nooit hebben binnengelaten. Louis H. wel.'' Baron overleed in 2001.

Van de vierde moord waarvoor Louis H. terechtstond, die op de op de toen 22-jarige Joanne Wilson in september 1985, werd hij vrijgesproken. Het bewijs voor het doodmaken en in stukken snijden van de Ierse was niet meer te leveren.

23.9 Hoger beroep Gerechtshof Amsterdam

De advocaten gaan tegen de uitspraak in beroep bij het gerechtshof.

Het hoger beroep in de zaak Bolhaar vond plaats bij het gerechtshof te Amsterdam. Dit vind plaats in de extra beveiligde bunker in Osdorp. Op 8 maart 2004 komen 7 nieuwe getuigen aan het woord.

Louis H. vreest dat hij niet eerlijk berecht zal worden. Met uitzondering van een stukje springtouw en twee sigarettenpeuken, is al het bewijsmateriaal vernietigd. In 1991 en 1993 is er een 'grote schoonmaak' gehouden in het politiebureau in Amsterdam. Omdat er paddenstoelen op het bewijsmateriaal groeiden en dit helemaal verrot was door waterschade is alles vernietigd. Zelfs de riem waarmee de kinderen zijn gewurgd is verdwenen.

Ook de advocaten, W. Anker en G. J. van Oosten, zijn niet te spreken over het verlies van bewijsmateriaal. "De bodem is onder het proces weggeslagen[20]." Bij een zogenoemde 'Cold Case zaak' moet bewijsmateriaal bewaard blijven tot de verjaringstermijn (18 jaar voor moord en 15 jaar voor doodslag) is verlopen. De advocaten pleiten voor vrijspraak. In totaal worden nog zeven getuigen gehoord in de extra beveiligde bunker in Osdorp waar het proces van Louis H. zich voltrekt.

Louis H, De verdachte van de moord op de twee kinderen van Corina Bolhaar, zei tijdens zijn hoger beroep dat vier getuigen in de zaak tegen hem valse verklaringen hebben afgelegd. Twee verklaringen komen van medegevangenen en twee verklaringen zijn afgelegd door vrouwen met wie hij een relatie heeft gehad. Volgens de verdachte, Louis H., is hij eerder veroordeeld 'op basis van lulverklaringen'[21]. ,,Ik kan me niet verdedigen tegen dat slappe gelul. Wel tien keer per dag zeg ik tegen mezelf in de cel dat het schandalig is. Ik ben onschuldig[22].''

Volgens Louis H. hebben twee gevangenen tegen hem getuigd in de hoop strafvermindering te krijgen. Zij hebben verklaard dat Louis H. de moorden tegenover hen zou hebben opgebiecht. Een van de twee vrouwen die eveneens belastend hebben gesproken over de verdachte zijn volgens hem ook niet betrouwbaar. De ene vrouw is alcoholiste, terwijl de andere vrouw ten onrechte beweert door hem te zijn verkracht, zegt H.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) is er geen sprake van wraakzucht en zijn de voor H. belastende getuigen oprecht en betrouwbaar. Er is "een overvloed aan bewijs" tegen H., vindt advocaat-generaal L. Plas, die andermaal levenslang eiste[23].

Op zijn beurt vindt Louis H., die ook ten overstaan van magistraten geen blad voor de mond neemt, dat Plas hem in diens requisitoir, jongstleden maandag, "7,5 uur lang heeft afgezeken".

De raadslieden G.J. van Oosten en W. Anker trokken volop ten strijde tegen het betoog van Plas. Van Oosten fileerde de door het OM gebruikte getuigen. Stuk voor stuk hebben zij tegenstrijdige, speculatieve, ingefluisterde, suggestieve en soms ronduit leugenachtige verklaringen afgelegd, meent de raadsman. Ook wees hij omstandig op een andere mogelijke dader, naar wie onvoldoende onderzoek zou zijn verricht. Het gaat hier om een ex-minnaar van Corina Bolhaar, die geweld niet schuwde en bovendien wraak had gezworen op zijn vroegere vriendin.

Ook Anker hekelde het feit dat politie en justitie met verkokerde blik op H, hebben gerechercheerd. "Eigenlijk is de visie van justitie in de zaak-Louis H. als volgt: hij heeft het gedaan, nu het bewijs nog." Het wettig en overtuigend bewijs tegen H. is in Ankers visie allerminst geleverd. "Bij enige twijfel dient de verdachte te worden vrijgesproken[24]" , aldus Anker.

In het arrest kwam het Gerechtshof Amsterdam op 22 juli 2005 tot dezelfde beslissing als de rechtbank te Amsterdam. Louis Hagemann werd veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf.

Het Gerechtshof over verlies van bewijsmateriaal[25]":

Terecht stelt de verdediging dat deze processen-verbaal van 23 januari 2002, 20 september 2002 en 24 april 2002, die reeds op 11 oktober 2002 naar het openbaar ministerie waren gestuurd, hadden dienen te worden doorgestuurd naar verdachte en zijn raadslieden. Verdachte en zijn raadslieden hadden ter terechtzitting in eerste aanleg ervan mogen uitgaan dat het dossier volledig was (dat wil zeggen: inclusief genoemde processen-verbaal), en naar de volledigheid van het dossier niet expliciet behoeven te vragen. Dit houdt niet in dat alle mogelijke stukken (waaronder bijvoorbeeld de journaals) altijd aan het dossier dienen te worden toegevoegd, doch bij genoemde processen-verbaal ligt dit anders, te meer nu omtrent de vernietiging van de in beslaggenomen goederen en sporen op 14 januari 2003 een preliminair verweer is gevoerd.
Het hof acht het derhalve onjuist dat genoemde processen-verbaal eerst kort voor de terechtzitting in hoger beroep van 4 februari 2004 aan de verdediging ter hand zijn gesteld. Gelet echter op het feit dat deze stukken slechts een nieuw licht doen schijnen over de periode waarin, de wijze waarop en de (waarschijnlijke) reden waarom de vernietiging heeft plaatsgevonden en op geen enkele wijze iets ontlastends ten aanzien van verdachte inhouden, heeft het feit dat verdachte eerst kort voor 4 februari 2004 kennis heeft kunnen nemen van deze stukken hem niet in zijn verdediging geschaad. Daarbij wordt tevens overwogen dat de verdediging in verband met deze stukken getuigen heeft kunnen doen horen en ook heeft laten horen en zich over deze stukken thans (uitvoerig) heeft kunnen uitlaten.

Van bewuste misleiding van of het bewust onthouden van stukken aan verdachte, zijn raadslieden, de rechtbank of het hof die voor de beoordeling van de strafzaak van verdachte van wezenlijk belang waren, is niet gebleken. Om die reden wordt het beroep op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging van verdachte verworpen, nu in dit verband ook overigens geen omstandigheden zijn gesteld of aannemelijk geworden die tot de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie zouden moeten leiden.

Uit hetzelfde arrest: Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit het Algemeen Documentatieregister van de Justitiële Documentatiedienst van 26 maart 2004, is verdachte meermalen strafrechtelijk veroordeeld. Niet alleen vóór 1984, maar ook daarna, tot in 1999, is verdachte diverse malen voor, soms ernstige, geweldsdelicten veroordeeld. Het gaat hierbij om feiten als diefstal met geweld, mishandeling, poging tot doodslag en verkrachting. In 1989 is verdachte een straf van negen jaren en nog in 1999 een straf van zes jaren opgelegd. Deze feiten, tezamen genomen met hetgeen thans bewezen is verklaard, wijzen op een voortdurende en niet te stoppen instelling van verdachte om geweld niet te schuwen.

Weliswaar hebben de feiten zich 21 jaren geleden voorgedaan, maar de ernst en de tragiek, zoals hierboven aangeduid, waren en zijn zodanig dat ook het tijdsverloop geen beslissende invloed op de strafoplegging heeft. Het hof rekent verdachte de door hem gepleegde feiten zwaar aan en is van oordeel dat slechts een aanmerkelijke vrijheidsbenemende sanctie recht doet aan de ernst hiervan.

Artikel 289 van het Wetboek van Strafrecht - moord - laat het hof bij het bepalen van de duur van een gevangenisstraf de keuze tussen hetzij levenslange gevangenisstraf hetzij een gevangenisstraf van ten hoogste twintig jaren. De bovenstaande overwegingen maken het onontkoombaar dat aan verdachte een levenslange gevangenisstraf zal worden opgelegd.
Slechts een levenslange gevangenisstraf kan leiden tot adequate vergelding van het leed dat hij de slachtoffers en hun nabestaanden heeft aangedaan en tot vereffening van de schade die verdachte door de bewezenverklaarde feiten de rechtsorde heeft toegebracht. Daarbij komt dat effectieve bescherming van de samenleving tegen verdachte een gevangenisstraf van genoemde duur noodzakelijk maakt.

Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht stelt, kort samengevat, de eis dat bij de strafoplegging veroordelingen die plaats hebben gevonden na de bewezen geachte feiten, derhalve na 1984, worden verrekend. Het artikel verlangt dat het hof zich afvraagt hoe zou zijn gestraft als alle feiten waarvoor verdachte sinds 1984 veroordeeld is, aan één strafoplegging zouden zijn onderworpen.
Het hof komt tot de conclusie dat ook dan een levenslange gevangenisstraf geïndiceerd is.

Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis zal worden afgewezen.

23.10 Cassatie Hoge Raad

Vervolgens is beroep in cassatie aangetekend bij de Hoge Raad. Dit hoogste rechtsorgaan van ons land heeft op 21 november 2006 het beroep in cassatie verworpen, waarmee de straf onherroepelijk is geworden[26].

Inmiddels is er een website in de lucht. www.hagemann.nl met als doel aan te tonen dat Louis Hagemann ten onrechte veroordeeld is tot levenslange gevangenisstraf.

Louis Hagemann stelt  in de inleiding:

" ik hoop dat een ieder overtuigd raakt van het feit dat ik geen eerlijk proces heb gehad. Feitelijk stond ik niet terecht voor de afschuwelijke moorden uit 1984 maar voor de must om een dader aan te wijzen waarbij mijn verleden een rol speelde. In 1984 werd ik vrijgelaten omdat er geen enkel bewijs tegen mij was. Er zijn pas 18 jaar later verklaringen afgelegd uit wraak en om financiële redenen. Verklaringen waarvan achteraf gebleken is dat deze vol leugens en tegenstrijdigheden zaten".


[1] Opportuun januari 2007 Vermaas, Pieter: De zaak Bolhaar.

[2] Nieuwe Revu 14-11-2007: De Jong, Stan: Dit beest wil gerechtigheid - de zaak Louis Hageman

[3] idem

[4] Opportuun januari 2007 Vermaas, Pieter: De zaak Bolhaar

[5] Nieuwe Revu 14-11-2007: De Jong, Stan: Dit beest wil gerechtigheid - de zaak Louis Hageman

[6] Opportuun januari 2007 Vermaas, Pieter: De zaak Bolhaar

[7] Nieuwe Revu 14-11-2007: De Jong, Stan: Dit beest wil gerechtigheid - de zaak Louis Hageman

[8] Parool 04-02-2004; Politie gooide bewijs bij vuil

[9] Idem

[10] Opportuun januari 2007 Vermaas, Pieter: De zaak Bolhaar

[11] Trouw 23-01-2003 Louis H. doodde kalm of in razernij.

[12] Nieuwe Revu 14-11-2007: De Jong, Stan: Dit beest wil gerechtigheid - de zaak Louis Hageman

[13] Opportuun januari 2007 Vermaas, Pieter: De zaak Bolhaar

[14] Trouw 23-01-2003 Louis H. doodde kalm of in razernij.

[15] Trouw 06-02-03 Levenslang voor moord op kinderen.

[16] LJN: AF3996 05-02-2003 Rechtbank Amsterdam.

[17] LJN: AF3996 05-02-2003

[18] Trouw 06-02-03 Levenslang voor moord op kinderen.

[19] Trouw 23-01-2003 Louis H. doodde kalm of in razernij.

[20] Novum 07-03-2004 Nieuwe getuigen in moordzaak ex-Hellsangel

[21] Novum 30-05-2005 Louis H. getuigen liegen.

[22] NRC 23-07-2005 Levenslang voor moord op kinderen.

[23] Telegraaf 08-07-2005 Verdachte eist vrijspraak in oude moordzaak.

[24] Telegraaf 08-07-2005 Verdachte eist vrijspraak in oude moordzaak.

[25] LJN AT9964 22-07-2005 Gerechtshof Amsterdam

[26] LJN: AY7757 21-11-2006 Hoge Raad

 

Bronnenmateriaal:

Rechtbank Amsterdam LJN AF3996 05-02--2003

Gerechtshof Amsterdam LJN AT9964 22-07-2005

Hoge Raad LJN AY7757 21-11-2006

De Jong, Stan: 21-11-06 Cassatie Hoge Raad afgewezen.

Nederlandse jurisprudentie NJ 2007 543

Nieuwe Revu 14-11-2007: De Jong, Stan: Dit beest wil gerechtigheid - de zaak Louis Hageman

Novum 30-03-2005 Loius H.: getuigen liegen

Novum 07-03-2005 Nieuwe getuigen in moordzaak ex-Hells Angel

NRC 23-07-2005 Levenslang voor moord op kinderen

Opportuun: Vermaas, Peter Januari 2007: de zaak Bolhaar

Parool 02-04-2002 Politie gooide bewijs bij vuil

Telegraaf 08-07-2005 Verdachte eist vrijspraak in oude moordzaak

Volkskrant 06-02-2003: Levenslang voor moorden op twee kinderen in 1984

Von Schmid, Alexander: Onderscheid tussen moord en doodslag is achterhaald. Februari 2003

 Zie verder Hoofdstuk 24 Levenslang Daniël Sowerby voor moord op Gerard Meesters