We hebben 286 gasten online

Hoofdstuk 24 Levenslang Daniël Sowerby voor moord op Gerard Meesters

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Gerard Meesters werd het slachtoffer van een moordaanslag in een zaak waar hij in feite helemaal niets mee te maken had. Hij was docent op een middelbare school en stond bekend als een vriendelijke man die met criminaliteit niets te maken had.[1]

Op zondagavond 24 november 2002 verschijnen rond half negen vijf mannen aan de voordeur van Meesters. Zij informeren naar zijn zus Janette. Meesters zegt de mannen niet te kunnen helpen omdat hij  sinds lange tijd geen contact meer met haar heeft. De mannen laten een briefje achter met daarop een Spaans telefoonnummer. Dat moet hij bellen om te vertellen waar Janette uithangt. Doet hij dat niet dan zullen ze terugkomen en dan 'niet om te praten[2]'.

24.1 Dreiging wordt uitgevoerd

Meesters die zich bedreigd voelt belt daarop de politie en besluit met zijn gezin elders de nacht door te brengen[3].

Op 28 november 2002, vier dagen later komt Meesters thuis van een bezoek aan een computerbeurs in Utrecht. Om vijf minuten over zeven die avond logt Meesters in op zijn computer. Nog geen vijftien minuten later wordt hij dood aangetroffen in de hal van de woning. Er is acht keer op hem geschoten[4].

De politie staat voor een raadsel. Het moordonderzoek richt zich direct op zijn zus Janette en haar vriendin Madeleine B. Zij wonen in Spanje en zijn ’gewild of ongewild’ (aldus de politie destijds) betrokken bij criminele activiteiten. De vrouwen blijken op de vlucht te zijn voor een drugsorganisatie die de twee Groninger vrouwen verdenkt duizend kilo hasj met een waarde van twee miljoen euro achterover te hebben gedrukt.

In het tv-programma Opsporing Verzocht worden foto's van de twee vrouwen vertoond waarin vermeld wordt dat ze vermist worden. Er komen vooral uit Spanje veel tips binnen.

Omdat Janette, na de dood van haar broer, niets van zich laat horen, vreest de politie het ergste.

24.2 Arrestatie verdachten in Engeland en Spanje

Na recherchewerkzaamheden zowel in Spanje als in Engeland en worden er 5 mannen gearresteerd, onder wie Steven B. en Daniël S.. Verder blijkt dat Janette en Madeleine in het najaar in Spanje zijn aangehouden bij een alcoholcontrole en het busje waarin ze zaten gaat terug naar de verhuurder. Deze ontdekt 350 kilo drugs en waarschuwt daarop de politie[5]. Janette en Madeleine duiken onder. Een criminele organisatie beweert echter dat er niet 350 kg drugs in het busje zaten verstopt maar 1500. Ze verdenken Janette en Madeleine van het achteroverdrukken van 1150 kg drugs. De organisatie gaat op zoek naar beiden en de Nederlandse tak van de organisatie krijgt de opdracht om de familie van Janette te benaderen. Dat doen deze dan ook op 24 november en uiteindelijk wordt Gerard Meesters door hen op 28 november 2002 geliquideerd.

Tijdens de liquidatie van Gerard Meesters waren alleen de hoofdverdachten Steven B. en Daniël S. aanwezig. De drie andere mannen, afkomstig uit Amsterdam en Almere, die wel op zondagavond 28 november 2002 aan de voordeur van Meesters waren verschenen, worden in 2004 veroordeeld tot gevangenisstraffen van vier tien en twaalf maanden[6]. Een van hen Gwen M, verklaarde erg geschrokken te zijn toen hij hoorde dat het niet bij dreigementen was gebleven. M . was benaderd door de twee hoofdverdachten om in 'ruil voor wat geld' een klusje op te knappen in  Groningen. Daarop kreeg M. het verzoek twee vrienden mee te nemen[7].

De jongste hoofdverdachte Steven B. staat in zijn woonplaats Nottingham bekend als een drugsgebruiker en werd daarvoor diverse keren veroordeeld. Hij werkte regelmatig als drugskoerier. In 2002 komt hij in aanvaring met John D., een zware crimineel die de drugsmarkt in Nottingham beheerste. D. beschuldigde hem ervan, tijdens een heroïne transport naar Amsterdam, een kleine hoeveelheid achterover te hebben gedrukt. Het leverde B. als 'gepaste' waarschuwing een gebroken arm en been op[8].

24.3 Daniel S. al eerder in Engeland veroordeeld tot levenslang

Daniël S. is volgens  het Openbaar Ministerie een doorgewinterde crimineel zonder geweten[9].

 In 1978 is S. in Engeland tot levenslang veroordeeld voor een ’inbraak met dodelijke afloop’. Als hij na 22 jaar een dagje naar buiten mag neemt hij de benen en vlucht naar Frankrijk. Daar probeert hij een nieuw leven op te bouwen. Dat voornemen sneuvelt als hij wordt herkend. S. moet opnieuw vluchten, leeft enige tijd als zwerver op straat tot hij in aanraking komt met iemand die hem een huis aanbiedt in Nederland, in Breda. In ruil voor het huis moet hij pakketjes rondbrengen[10]. Hij werd drugskoerier. "Ik had geen keus' vertelde hij tijdens de behandeling van de liquidatiezaak aan de rechters van de Groninger rechtbank[11].Hij verklaarde voor de rechtbank 'het moest'. B. verklaarde toen hij zijn compagnon Daniël S. naar Groningen moest rijden, niet te hebben geweten dat er een liquidatie op gang was. 'Ik dacht dat we drugs gingen afleveren[12]'

Steven B. legt na zijn aanhouding een bekentenis af, Daniel S. niet. Die zegt op die 28e november 2002 niet in Groningen te zijn geweest. Een alibi heeft hij niet. S. geeft wel toe dat hij op 24 november bij Gerard Meesters is geweest.”Om hem een telefoonnummer te overhandigen, niet om hem te bedreigen.”

Dat ze wel degelijk op 24 november 2002 bij Gerard Meesters zijn geweest blijkt uit het feit dat de auto waarin ze reden door de politie om kwart over acht s´avonds is geflitst. Een kwartier voor het bezoek aan Meesters

24.4 Strafzaak Rechtbank Groningen

De rechtbank acht de verklaringen van Steven B. betrouwbaar. B. zegt dat hij op 28 november Daniel S. naar Groningen heeft gereden, naar het adres waar ze vier dagen eerder ook waren geweest. B. verklaart dat hij in de auto is blijven zitten en dat S. naar de woning is gelopen. Na een paar minuten stapt S. weer in met de woorden: ’Go, go, go.’ In de auto zegt S.: ’I’ve been told to kill somebody, which I have, and that is all you need to know.’ Steven B. verklaart voor de rechtbank dat hij dacht dat ze drugs moesten afleveren. ”Voor mij was het een ritje zoals altijd.” Ook verklaart hij dat hij halverwege de rit moest stoppen langs de snelweg. S. zou zijn uitgestapt om zich te ontdoen van het vuurwapen[13].

S. zou, aldus het OM,  tegen een handlanger verklaart hebben dat het ombrengen van Gerard Meesters makkelijk was geweest. 'Ik belde aan en schoot'[14].

S. heeft steeds ontkent dat hij de moord heeft gepleegd. Hij zegt op de fatale avond niet in Groningen te zijn geweest. De rechtbank noemde dat ongeloofwaardig. S. heeft geen alibi voor die avond.

Daniel S. suggereerde tijdens het proces dat zijn chauffeur de moord wellicht heeft gepleegd.

Daniel S. ”Ik ben een gemakkelijk doel. Ik ben een ontvluchte moordenaar.”

Ook zegt hij: ”Mijn leven is een leugen. Ik lieg om te overleven.”

Tijdens de politieverhoren laat hij zich ontvallen: ’Als ik de moord beken, heb ik geen leven meer. Dan moet ik vrezen voor het leven van mijn broers, neven en nichten. Ik zal dus nooit bekennen.”

Tijdens het proces vraagt de rechter aan Steven B.: ”Is het gevaarlijk om een verklaring af te

leggen?”

B.: ”Ze kunnen veel pijn in je leven bezorgen.”

Rechter: ”Zoals met Janette haar broer is gebeurd?”

B.: ”Zoiets is niet ongebruikelijk.”

Daniel S., vult aan: ”Als je crimineel bent, moet je je altijd zorgen maken over je familie.[15]

De officier van Justitie eiste tegen Steven B. een gevangenisstraf van 10 jaar en tegen Daniël S. levenslange gevangenisstraf. De rechtbank veroordeelde Steven B. wegens medeplichtigheid op 7 juli 2005 tot acht jaar gevangenisstraf en Daniël S. tot levenslang.

De rechtbank motiveerde het opleggen van de levenslange gevangenisstraf aan Daniël S. als volgt:

Verdachte maakte deel uit van een criminele organisatie waarvan hij wist dat zij niet schuwde om mensen te laten vermoorden wanneer deelnemers aan die organisatie zich niet aan de afgesproken gedragscodes hielden. Verdachte heeft aangegeven dat hij elke opdracht die hij kreeg in die organisatie zou uitvoeren, ook wanneer die opdracht inhield dat hij mensen moest vermoorden. Verdachte heeft zijn activiteiten in die organisatie geaccepteerd als een vorm van werk waarbij, zoals van hem verlangd, door hem geen vragen werden gesteld. Ook ter zitting heeft hij nog uitgelegd hoe de organisatie werkt en houdt hij zich aan de afgesproken gedragscode dat er niet gesproken mag worden over datgene wat men over anderen weet.

Verdachte heeft voor en na de uitvoering van de moord op [slachtoffer] volgens de getuige [medeverdachte] geen emoties getoond en ook ter zitting blijft verdachte emotieloos, wanneer hij melding maakt van de werkwijze van de organisatie, zelfs wanneer ter sprake komt dat mensen uit de familie van leden van de organisatie worden vermoord of anderszins misdadig worden behandeld bij overtreding van de gedragscodes van de organisatie.

Verdachte heeft als verklaring voor zijn handelingen aangegeven dat hij niets te verliezen had omdat hij in Engeland was ontsnapt uit de gevangenis. Naar het oordeel van de rechtbank blijft het een eigen keuze van verdachte om deel uit te maken van de organisatie en te doen wat hem wordt opgedragen, waaronder het liquideren van mensen.
Gelet op deze omstandigheden is de kans dat verdachte zich opnieuw zal schuldig maken aan een levens- en/of geweldsdelict bijzonder groot, zeker wanneer daarbij in aanmerking wordt genomen dat verdachte in Engeland ook al werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf ter zake van moord.

Organisaties die zich richten op het plegen van misdrijven en die daarbij in het belang van het voortbestaan van die organisatie het plegen van moord op onschuldige slachtoffers inzetten als middel, zijn naar het oordeel van de rechtbank maatschappelijk niet te tolereren en vormen een zeer ernstige aantasting van de gevoelens van veiligheid in de samenleving.
Uit het oogpunt van vergelding zal degene die in het kader van zo'n organisatie een dergelijke moord uitvoert zwaar bestraft dienen te worden.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat op grond van het voorgaande uit het oogpunt van vergelding en ter voorkoming van herhaling de maximaal op te leggen vrijheidsstraf voor de verdachte op zijn plaats is.

Steven B. gaat tegen zijn veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf niet in beroep. Daniël S. gaat wel in hoger beroep.

24.5 Hoger beroep Gerechtshof Leeuwarden.

Op 4 april 2006 zou het hoger beroep in deze zaak beginnen, maar door geuite dreigementen kon de beveiliging niet op het juiste niveau worden gebracht[16]. De zaak zou op 19 en 20 april 2006 worden voortgezet in de beveiligde rechtbank De Bunker in Amsterdam[17].

Tijdens het hoger beroep weigerde kroongetuige Steven B. zijn eerder afgelegde en belastende verklaringen tegen de hoofdverdachte te herhalen. Steven B. was tijdens de zitting van het Hof zichtbaar zenuwachtig. Het OM opperde dat B. zwijgt omdat hij in de gevangenis werd bedreigd. De verklaringen van B. vormen het belangrijkste bewijsmiddel in deze zaak.

Daniel S. zei in een reactie B. opstelling wel te kunnen begrijpen. 'Hij heeft leugens verteld en je moet een goed geheugen hebben om je leugens te kunnen onthouden[18]'.

Ook voor het Gerechtshof blijft S. ontkennen. De president van het Hof liet doorschemeren bedenkingen te hebben bij het ontkennen van S. 'Uw reacties moeten wel een zekere mate van het aannemelijke hebben', waarschuwde hij[19].

De advocaten van Daniel S. zien in het feit dat B. weigerde om zijn belastende verklaringen tegen S. voor het Hof te herhalen als een teken dat Steven B.'s verklaringen onbetrouwbaar en leugenachtig zijn[20].

Het Gerechthof besloot om een nader onderzoek te laten uitvoeren naar de betrouwbaarheid van B's verklaringen. Een deskundige moet nu alle politieverhoren van B., die op band zijn opgenomen, analyseren en een oordeel geven over het waarheidsgehalte. Een en ander hield in dat de zitting pas over enkele maanden kon worden voortgezet.

Twee gedragsdeskundigen zouden uiteindelijk de betrouwbaarheid van de verklaringen van B. onderzoeken. Bij een hervatting van de zaak in december bleek dat de twee deskundigen niet konden vaststellen of B. de waarheid had gesproken. De onderzoekers konden niet uitsluiten dat B. gelogen had om zichzelf te beschermen. Dat de politie tijdens de verhoren soms daderkennis weggaf aan S. heeft ook niet bijgedragen aan de waarde van zijn verklaring[21].

Volgens de advocaten mr. Tjalling van der Goot en mr. Wim Anker kon er in hun ogen geen veroordeling volgen gebaseerd op een in hun ogen 'onbetrouwbare, inconsistente en ongeloofwaardige' getuige[22]. Zij stelden dat er zonder B. niets over blijft van het bewijs. Deze inconsistentie en onbetrouwbaarheid vond, volgens de verdediging, steun in een onderzoeksrapport van prof. Van Koppen en dr. Horselenberg[23].

De advocaat-generaal Vemeulen had als een van de belangrijkste motieven voor zijn eis tot levenslange gevangenisstraf genoemd het feit dat het in deze zaak om een totaal onschuldig slachtoffer ging.

In het arrest van het Hof van 22 december 2006[24] gaat het nader in op bruikbaarheid van de verklaringen van B.

De raadsman van verdachte, mr. T. van der Goot, heeft ter terechtzitting aangevoerd dat het bewijs van de aan verdachte ten laste gelegde moord niet mede mag worden gebaseerd op de verklaringen van de getuige [medeverdachte 1]. Verdachte ontkent dit feit en betwist dus de juistheid van de getuigenis van [medeverdachte 1], hierop neerkomende dat hij, verdachte, deze moord wel degelijk heeft gepleegd.

Het hof heeft de verklaring van [medeverdachte 1], mede in het licht van deze betwisting, met behoedzaamheid gehanteerd. In dit verband is het onderzoek ter terechtzitting op 19 april 2006 geschorst om de - op videobanden en in processen-verbaal vastgelegde - verhoren van deze getuige te doen onderzoeken door een of meer deskundigen. Voor de aanwijzing van die deskundige(n) en voor de begeleiding van het verdere traject is mr. M. Koers-van der Linden als raadsheercommissaris aangewezen. De raadsheercommissaris heeft hierop - in overleg met de advocaat-generaal en de raadslieden - de volgende onderzoeksopdracht geformuleerd:

"Geeft de deskundige opdracht een onderzoek in te stellen naar en te rapporteren over de betrouwbaarheid en consistentie van de verklaringen van [medeverdachte 1], die als getuige is gehoord in opgemelde zaak. Het gaat daarbij om de politieverhoren van de getuige, zoals deze zijn opgenomen op videobanden.

Verzoekt de deskundige met name aandacht te besteden aan de verhoorsituatie, de wijze van vraagstelling, de duur van de verhoren en voorts te onderzoeken al datgene, wat de deskundige van belang acht voor de beoordeling van de kwaliteit van de verhoren en de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaringen".

De raadsheercommissaris heeft prof. dr. P.J. van Koppen en dr. R. Horselenberg op
16 juni 2006 als deskundigen benoemd. Zij zijn op 19 juni 2006 respectievelijk
21 juni 2006 als (getuige-) deskundige beëdigd.

Het hof heeft zich - onder meer door kennis te nemen van hun curricula vitae met de daarbij gevoegde lijst van publicaties op de relevante vakgebieden - ervan vergewist dat zij over voldoende kwalificaties beschikken om het gevraagde onderzoek naar, kort gezegd, de betrouwbaarheid en validiteit van de verklaringen van [medeverdachte 1] te kunnen verrichten.
Die kwalificaties zijn overigens niet bestreden, noch door de verdediging, noch door de advocaat-generaal.

Op 29 november 2006 hebben de deskundigen hun bevindingen in een rapport vastgelegd. Zij constateren dat de verhoren van de getuige [medeverdachte 1] over het algemeen correct zijn verlopen. Er zijn geen of onvoldoende klemmende aanwijzingen gevonden dat [medeverdachte 1] onder druk is gezet of te hard of anderszins onrechtmatig is verhoord. De deskundigen hebben erop gewezen dat [medeverdachte 1] niet altijd in gelijke zin heeft verklaard. Ter terechtzitting hebben zij echter ter toelichting op hun rapportage naar voren gebracht, dat niet kan worden aangetoond dat de voor verdachte belastende verklaringen op leugens berusten of dat deze zijn verkregen door sturing van de zijde van de politie, hierin bestaande dat hem gegevens zijn voorgehouden die bij de politie al bekend waren. Zij hebben, al het materiaal dat op de verhoren van [medeverdachte 1] betrekking heeft overziende, hieraan toegevoegd dat 'het alternatieve scenario' dat de getuige op het hoofdpunt van verdachtes betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 1] een verklaring heeft afgelegd die niet op eigen oorspronkelijke wetenschap steunde, niet zo sterk aanwezig moet worden geacht, dat aan die verklaring geen geloof zou kunnen en mogen worden gehecht. De geloofwaardigheid van de getuige is uiteindelijk een zaak van het hof, aldus de deskundigen, enerzijds omdat bij die beoordeling niet alleen gelet moet worden op de betrouwbaarheid en de validiteit van de verklaringen zelf, maar ook op al het overige materiaal dat zich in het dossier bevindt, waarover de deskundigen zich geen oordeel hebben gevormd, en anderzijds omdat dit nu eenmaal de opdracht van de rechter is te beslissen of hij aan de verklaring van een getuige geloof kan en wil hechten. Het hof maakt deze bevindingen en oordelen van de deskundigen tot de zijne en stelt vast dat het door hen verrichte onderzoek onvoldoende aanknopingspunten biedt om de verklaringen van [medeverdachte 1], voor zover deze voor verdachte belastend zijn, niet valide of niet betrouwbaar te achten. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen of moeten leiden.

De conclusie moet zijn dat, voor zover [medeverdachte 1] verdachte aanvankelijk niet of niet rechtstreeks heeft belast, dit aan de betrouwbaarheid en validiteit van de belastende verklaringen niet afdoet. Voor de bruikbaarheid van die verklaringen en in het bijzonder voor de geloofwaardigheid ervan is nog het volgende van belang. Het hof heeft [medeverdachte 1] ter terechtzitting gehoord. Bij die gelegenheid gaf hij er blijk van dat hij wilde volstaan bij zijn eerder afgelegde verklaringen, zonder daarbij precies aan te geven welke verklaringen hij bedoelde.

Hij heeft echter ook geen afstand genomen van de verklaringen die belastend voor verdachte zijn. De verklaring van [medeverdachte 1] over zijn eigen rol en de rol van verdachte
bij de moord op [slachtoffer 1] wordt voorts op essentiële onderdelen bevestigd door andere bewijsmiddelen. Zo wordt de aanwezigheid van de door hem bestuurde auto in de directe omgeving van de woning van [slachtoffer 1] op het moment van de moord ondersteund door verklaringen van getuigen. Verdachte zelf bevestigt de verklaringen van [medeverdachte 1] over het gebeuren op 24 november 2002, toen [slachtoffer 1] door onder anderen verdachte werd geïntimideerd en over het kopen van krant, omdat, zo begrijpt het hof, tegenover de organisatie waarvan verdachte lid was, bewijs van deze misdaad moest worden geleverd. Het hof acht de desbetreffende verklaringen van [medeverdachte 1] per saldo bruikbaar voor het bewijs, omdat er, al het voorgaande in aanmerking genomen, onvoldoende redenen zijn om aan hun betrouwbaarheid, validiteit en geloofwaardigheid te twijfelen. De Pro Justitia rapportage over de geestvermogens van [medeverdachte 1], die met diens toestemming en die van de desbetreffende psychiater op verzoek van de verdediging aan het dossier is toegevoegd, bevat geen gegevens die, op zichzelf beschouwd of in samenhang met het overige materiaal, redelijkerwijs tot een andere slotsom zouden moeten leiden. Het hof gaat dus voorbij aan de betwisting van de verklaringen van [medeverdachte 1] van de zijde van de verdediging. aan hun betrouwbaarheid, vali

24.6 Motivering Hof opleggen levenslange gevangenisstraf

Het hof heeft met belangstelling en erkentelijkheid kennis genomen van de uitvoerige beschouwingen van de raadsman van verdachte, mr. W. Anker, over de bezwaren die kunnen worden ingebracht tegen de oplegging en tenuitvoerlegging van een levenslange gevangenisstraf. Het hof is met de raadsman van oordeel, dat veroordeelden tot gevangenisstraf uit humanitaire overwegingen in beginsel het uitzicht op terugkeer en re-integratie in de samenleving dienen te behouden. Dat geldt ook voor veroordeelden
die zich aan ernstige misdrijven hebben schuldig gemaakt en daarvoor tot zeer lange gevangenisstraffen zijn veroordeeld. De gedachte daarachter is dat een veroordeelde tot inkeer kan komen en dat zijn gedrag en levenshouding ten goede kunnen veranderen. Maar er kunnen ook andere goede redenen zijn om de duur van een lange gevangenisstraf bij de rechterlijke uitspraak te beperken.

Zo leert de ervaring dat alle (andere) doelen die met de strafoplegging worden nagestreefd op enig moment kunnen zijn uitgewerkt. Omdat levenslang in Nederland behoudens de mogelijkheid van gratie - waaromtrent, zo voegt het hof toe, de rechter niet kan en mag speculeren, omdat hij zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen - ook werkelijk levenslang is en niet is voorzien in een toetsing door de onafhankelijke rechter, zoals die voor ter beschikking gestelden wél bestaat, moet aldus de raadsman grote terughoudendheid worden betracht bij het opleggen van deze, in ons recht, ultieme sanctie. Het hof is ook dit met de raadsman eens en voegt hieraan toe zich er van bewust te zijn dat in de laatste jaren vaker levenslang is opgelegd dan vroeger gebruikelijk was. Dit betekent niet zonder meer dat het strafklimaat veranderd is of verhard, in die zin dat de strafrechter zijn terughoudendheid bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf heeft laten varen.
Het kan ook iets zeggen over de zwaarte van de misdrijven die worden gepleegd en het ontbreken van alternatieven. Daarbij komt dat de wetgever de levenslange gevangenisstraf niet uit het arsenaal van straffen heeft willen schrappen en dus uitdrukkelijk de mogelijkheid van oplegging van deze ultieme straf heeft willen openlaten.

De hiervoor omschreven grote terughoudendheid van de rechter brengt echter mede dat de levenslange gevangenisstraf in de praktijk van de strafrechtspleging gereserveerd moet blijven voor - kennelijk toch ook door de raadsman mogelijk geachte (pleitnota 19 april 2006, blz. 45, sub 5) - gevallen waarin moet worden geoordeeld dat terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is. Een dergelijk uitzonderlijk geval doet zich hier naar het oordeel van het hof voor. Verdachte heeft na de moord waarvoor hij in 1978 in Engeland tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld thans wederom een moord gepleegd. Een tijdelijke, zij het zeer lange, gevangenisstraf zou onvoldoende recht zou doen aan het gevaar dat verdachte zich wederom aan soortgelijke ernstige feiten zal schuldig maken. Het hof overweegt hieromtrent nog het volgende. Het hof is van oordeel dat, in het geval de verdachte uit gevangenschap zou worden ontslagen, er een gerede kans bestaat dat hij zich wederom schuldig zal maken aan een levensdelict of een ander ernstig geweldsdelict. Uit de moord op [slachtoffer 1] is gebleken waartoe verdachte in staat is. Ook de loyaliteit jegens de organisatie waarbij hij zich heeft aangesloten doet het ergste vrezen.

Het hof neemt mede in aanmerking het reeds vermelde gegeven dat verdachte in 1978 in Engeland al is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf ter zake van een in 1977 gepleegde moord en dat, zoals uit de op verzoek van het hof uit Engeland ontvangen bescheiden blijkt, ten laste van hem ook nog andere ernstige misdrijven zijn bewezen verklaard, waarvoor hem nog afzonderlijke, ofschoon kennelijk gelijktijdig ten uitvoer te leggen, gevangenisstraffen zijn opgelegd. Daarbij komt dat verdachte onvoldoende inzicht heeft willen geven in zijn persoonlijkheid en geestvermogens. Aan een psychologische en/of psychiatrische rapportage heeft hij geen medewerking willen verlenen. Het hof moet het er bij gebreke van aanwijzingen van het tegendeel voor houden dat hem de bewezen verklaarde feiten volledig moeten worden toegerekend. Er is bij dit alles voorshands geen enkel aanknopingspunt voor de verwachting dat de recidivekans door behandeling of door enkel tijdsverloop zal verminderen. Bij deze stand van zaken kan naar de inschatting van het hof geen termijn worden bepaald waarop de kans op herhaling van levensdelicten of andere geweldsdelicten naar redelijke verwachting zal zijn afgenomen en dat verdachte geen gevaar meer oplevert voor de samenleving.

Hieruit volgt dat de bescherming van de maatschappij tegen deze dader voorrang dient te hebben boven het perspectief van vrijlating op enige termijn en dat derhalve terugkeer in de samenleving onaanvaardbaar is. Dit leidt tot de conclusie dat het oordeel van de rechtbank moet worden gevolgd, met dien verstande dat niet met een tijdelijke vrijheidsstraf van zeer lange duur kan worden volstaan, maar dat een levenslange gevangenisstraf moet worden opgelegd.

24.7 Cassatie Hoge Raad

Tegen de beslissing van het Hof te Leeuwarden wordt cassatie ingesteld bij de Hoge Raad. De Hoge Raad wijst cassatieberoep op 8 juli 2008 af en motiveert dat als volgt:

Levenslange gevangenisstraf. Cumulatie. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat in een geval als i.c., waarin de verdachte voor een eerder gepleegd feit is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en die straf o.g.v. gratieverlening nog niet is beëindigd of “op jaren is gesteld”, hem voor een nieuw gepleegd feit geen vrijheidsbenemende straf, laat staan voor de 2e maal een levenslange gevangenisstraf kan worden opgelegd. Die opvatting is echter onjuist omdat zij, behoudens in het geval bij de nieuwe berechting art. 63 Sr van toepassing is, geen steun vindt in de wettelijke regeling van de oplegging van vrijheidsstraffen[25].

24.8 In beroep bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens

Op 19-12-2008 besluit Daniel S. beroep in te stellen bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De verdediging heeft steeds gesteld dat het bewijs in deze zaak (te) mager was om tot een veroordeling te komen. Voor het bewijs is de verklaring van de medeverdachte Steven B. cruciaal geweest. In hoger beroep heeft deze doorslaggevende getuige echter geen inhoudelijke verklaring willen afleggen. Het Europese Hof zal zich nu onder meer moeten uitlaten over de vraag of het in overeenstemming is met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens dat desondanks gebruik is gemaakt van de verklaringen van deze getuige. Cliënt wordt in de procedure bij het Europese Hof bijgestaan door zijn raadslieden mr. Jan Boksem en Tjalling van der Goot[26].

24.9 Klacht door Europees Hof voor de Rechten van de Mens niet ontvankelijk verklaard

Op 7 juli 2010 wordt de klacht van de tot levenslang veroordeelde 52-jarige Brit Daniel S. door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg niet ontvankelijk verklaard. De enkelvoudige kamer van het hof heeft op 22 juni jl. geoordeeld dat het Europees Verdrag voor de rechten van de mens niet is geschonden[27].

De strafzaak is nu onherroepelijk afgerond. Alleen een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad is nog mogelijk om onder de levenslange gevangenisstraf uit te komen. Voor herziening zijn echter nieuwe omstandigheden nodig die de rechter ten tijde van het nemen van de beslissing niet kende.

24.10  Verzoek verdediging aan OM nieuwe getuigen te horen wordt gedwarsboomd

Recentelijk heeft de verdediging justitie in Groningen verzocht om een nieuwe getuige te horen. Deze getuige zou de onschuld van cliënt kunnen onderbouwen.

Uit een bericht op de website van Anker&Anker, blijkt dat het zoeken naar 'nieuwe omstandigheden, zich toespitst op verklaringen van 'nieuwe getuigen'. Hierbij blijkt men gedwarsboomd te worden door het OM.

OM frustreert onderzoek naar mogelijk onterecht levenslang moord Groningen (18-08-2010)

Raadsman mr. Tjalling van der Goot is kwaad op het openbaar ministerie in Groningen. Het OM weigert in een zaak waarin zijn cliënt Daniel S. eerder tot levenslang is veroordeeld wegens moord om elke vorm van medewerking te verlenen aan verzoeken om een getuige te horen die wellicht een nieuw licht op de zaak kan werpen. De raadsman laakt de houding van het parket en bepleit een wetswijziging.

Raadsman Van der Goot heeft recent de zaaksofficier in Groningen verzocht om een nieuwe getuige te horen. Deze getuige heeft tot dusver nimmer een verklaring afgelegd in deze zaak. De getuige zou recent met Steven B. hebben gesproken. In deze gesprekken zou, zo heeft de raadsman begrepen, door Steven B. zijn gezegd dat hij de schutter was en dat Daniel S. niets met de moord van doen zou hebben gehad. Een voor cliënt uiterst ontlastende verklaring dus. Op basis van deze nieuwe informatie is verhoor door de politie noodzakelijk. De resultaten hiervan kunnen de basis zijn voor een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad.

De officier van justitie heeft Van der Goot echter schriftelijk laten weten niet met het verzoek in te stemmen. Primair omdat de feitelijkheden op basis waarvan het verzoek om de getuige te horen “ te weinig controleerbaar” zouden zijn. Bovendien is de verklaring van de nieuwe getuige volgens het OM “in het licht van het strafdossier ook niet aannemelijk te achten”. De raadsman is verbijsterd over deze opstelling van justitie. Immers, juist een politieverhoor dient als doel om te controleren hetgeen is gesteld. En dat de verklaring van de nieuwe getuige volgens de officier niet aannemelijk is te achten, houdt slechts in dat de officier kennelijk van mening is dat de veroordeling terecht is. Maar nieuwe feiten kunnen een nieuw licht op de zaak doen schijnen. Uit de recente geschiedenis blijkt wel dat niet elke – zelfs onherroepelijke – veroordeling ook een terechte is geweest.

De raadsman heeft de hoofdofficier van justitie in Groningen verzocht een andersluidende beslissing op het verzoek te geven. Inmiddels heeft ook de hoofdofficier van justitie laten weten het standpunt van de zaaksofficier van justitie niet te ‘overrulen’.

Naar nu blijkt is er een tweede getuige die eveneens met Steven B. heeft gesproken. Ook deze tweede getuige stelt soortgelijke informatie van Steven B. te hebben gehoord als de eerste getuige. Advocaat Van der Goot heeft het OM opnieuw verzocht nader onderzoek hiernaar te doen. Tot dusver is hierop nog geen reactie gekomen.

Het is enorm frustrerend te constateren– juist in zaken waarin de hoogste mogelijke straf is opgelegd, het bewijs flinterdun is en de veroordeelde stellig ontkent - dat het openbaar ministerie weigert ook maar enig onderzoek naar een mogelijke onjuiste veroordeling in te stellen. Het is de visie van de raadsman zelfs de maatschappelijke taak van het OM om te checken of een veroordeling terecht is geweest zodra informatie wordt aangeleverd die haaks staat op een veroordeling. Het feit dat het OM van mening is dat de veroordeling wel terecht is geweest, maakt dit niet anders. De uitkomst van de getuigenverhoren kan voor de verdediging een basis zijn voor een herziening van de strafzaak.

Het parket frustreert in deze zaak onderzoek naar een mogelijk onterechte opgelegde levenslange straf. Van der Goot wacht het standpunt van het OM op het tweede verzoek af, alvorens hij zo nodig op eigen initiatief de getuigen zal horen. Daarnaast tracht de raadsman de politiek te bewegen om Kamervragen aan de minister van justitie te stellen over de houding van het openbaar ministerie en om de wet op dit punt aan te passen.

Op 20 oktober 2010 verschijnt er in de Volkskrant het volgende bericht °'Getuigen kunnen levenslang gestrafte vrijpleiten' waarin uitvoerig de visie van Raadsman Van der Goot wordt toegelicht.

Op  3 oktober 2012 wordt er op de site van Anker & Anker het volgende bericht geplaatst:

Nader onderzoek gevraagd aan PG bij Hoge Raad levenslangzaak Groningen

De tot levenslang veroordeelde 54-jarige Engelsman Daniel S. heeft heden aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad gevraagd om nader onderzoek in zijn zaak te verrichten. Zijn raadsman mr. Tjalling van der Goot maakt daarmee gebruik van een per 1 oktober jl. in de wet opgenomen mogelijkheid om een nader onderzoek te laten instellen naar de aanwezigheid van gronden voor een eventueel later in te dienen herzieningsverzoek bij de Hoge Raad. Voor herziening zijn - kortweg - nieuwe feiten of omstandigheden noodzakelijk die, als de rechter daarmee ten tijde van de uitspraak bekend was geweest, zouden hebben geleid tot een vrijspraak. Het gerechtshof in Leeuwarden legde in 2006 onze cliënt de hoogste mogelijke straf op in verband met een moord op de Groninger leraar Gerard Meesters in 2002. Cliënt heeft het feit altijd ontkend.

De verdediging is steeds van mening geweest dat in deze zaak geen veroordeling had mogen volgen. De bewezenverklaring kent een fragiele basis. Zo zijn er geen sporen die cliënt aan het strafbare feit linken. Ook zijn er geen getuigen die cliënt of een op cliënt gelijkende persoon hebben gesignaleerd op de dag van de moord. De medeverdachte Steven B, die zelf onherroepelijk veroordeeld is wegens medeplichtigheid aan de moord tot acht jaren gevangenisstraf, heeft wel belastende verklaringen over cliënt afgelegd. Deze getuige had echter een belang om cliënt te belasten. Ter zitting van het gerechtshof destijds verklaarde deze getuige enkel te blijven bij zijn eerste verklaring(en) en wilde verder geen vragen beantwoorden.

In 2010 zijn op verzoek van de verdediging door de politie enkele getuigen gehoord. Het betreffen personen die met Steven B. contact hebben gehad gedurende zijn periode in het huis van bewaring. In de visie van de verdediging komen de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van Steven B. door deze getuigenverklaringen verder onder druk te staan.

Enkele maanden geleden oordeelde het EHRM dat indien een bewezenverklaring uitsluitend of in overwegende mate is gebaseerd op de verklaring van één getuige, het recht op een eerlijk proces is geschonden indien deze getuige niet effectief kan worden ondervraagd. Dat is onder meer het geval indien de getuige zich beroept op zijn zwijgrecht of enkel verklaart te blijven bij zijn bij de politie afgelegde verklaringen. Een soortgelijke situatie doet zich in de zaak van Daniel S. ook voor.

Het verzoek aan de procureur-generaal bij de Hoge Raad is drieërlei. In de eerste plaats wordt gevraagd om het horen van de medeverdachte Steven B. Hij is inmiddels afgestraft en kan niet meer vervolgd worden. Hij heeft om die reden geen strafprocessueel belang meer bij het onnodig belasten van cliënt. Daarnaast wordt verzocht om nog een getuige te horen die contacten heeft gehad met Steven B. gedurende de periode dat laatstgenoemde in het Huis van Bewaring gedetineerd was. Beiden zouden ook over de moord in Groningen hebben gesproken. Tot slot slaat het verzoek op het horen van de vermeende leider van de organisatie, de Engelsman Robert D., waarvan het openbaar ministerie steeds heeft gesteld dat deze aan cliënt de opdracht zou hebben gegeven om de moord uit te voeren. Deze vermeende leider is destijds in de strafzaak tegen cliënt niet gehoord. Hij is in 2008 aangehouden in het buitenland en zou volgens informatie sindsdien zijn gedetineerd.

Volgens de wet beslist de procureur-generaal zo spoedig mogelijk op het verzoek.


[1]  Zijlstra, Rob, files. wordpress.com/2008/12gerard-meesters1.pdf

[2] Dagblad van het Noorden 23-06-2005 Rechtbank trekt dag uit voor koelbloedige moord.

[3] Zijlstra, Rob, files. wordpress.com/2008/12gerard-meesters1.pdf

[4] Dagblad van het Noorden 23-06-2005 Rechtbank trekt dag uit voor koelbloedige moord.

[5] idem

[6] Dagblad van het Noorden Zijlstra Rob, 25-06-2004 Celstraf voor bedreiging Groninger.

[7] Dagblad van het Noorden 23-06-2005 Handlangers eerder veroordeeld.

[8] Dagblad van het Noorden 23-06-2005 Hoofdverdachten Steven B. en Daniël S.

[9] Dagblad van het Noorden 22-06-2005 'Politie nam mijn vader niet serieus'

[10] Zijlstra, Rob, files. wordpress.com/2008/12gerard-meesters1.pdf

[11] Dagblad van het Noorden 22-06-2005 'Politie nam mijn vader niet serieus'

[12] idem.

[13] Zijlstra, Rob, files. wordpress.com/2008/12gerard-meesters1.pdf

[14] Dagblad van het Noorden 22-06-2005 'Politie nam mijn vader niet serieus'

[15] Zijlstra, Rob, files. wordpress.com/2008/12gerard-meesters1.pdf

[16] Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob, 04-04-2006  Rechtszaak Groninger moord verdaagd na dreigementen.

[17] Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob, 05-04-2006 Strafzaak Uranusstraat naar Bunker Amsterdam.

[18] Dagblad van het Noorden, Zijlstra, Rob, 20-04-2006 Kroongetuige zwijgt in proces over moord op Groningse onderwijzer.

[19] Dagblad van het Noorden, Zijlstra, Rob, 20-04-2006 Kroongetuige zwijgt in proces over moord op Groningse onderwijzer.

[20] Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob, 21-04-2006 Onderzoek naar betrouwbaarheid kroongetuige moord op Meesters.

[21] Dagblad van het Noorden: Klomp, Chris, 12-12-2006 Twijfel blijft over getuige van liquidatie.

[22] idem

[23] Anker&Anker 22-12-2006In hoger beroep wederom levenslang moord Groningen.

[24] Gerechtshof Leeuwaren LJN AZ 5123

[25] Hoge Raad cassatie LJN BC 6273 08-07-2008

[26] Anker&Anker 19-12-2008 Tot levenslang veroordeelde moord Groningen gaat naar het Europese Hof.

[27] Anker&Anker 07-07-2010 Europees Hof wijst klacht tot levenslang veroordeelde moord Groningen af.

Geraadpleegde bronnen:

Rechtbank Groningen LJN AT 8834 07-07-2005

Gerechtshof Leeuwarden LJN AZ 5123 22-12-2006

Hoge Raad cassatie LJN BC 6273 08-07-2008

Anker&Anker: 19-12-2008 Tot levenslang veroordeelde moord Groningen naar Europese hof

Anker&Anker: 07-07-2010 Europees hof wijst klacht tot levenslang veroordeelde moord Groningen af.

Anker& Anker: 18-08-2010 OM frustreert onderzoek naar mogelijk onterecht levenslang moord Groningen.

ANP 20-08-2010 'Getuigen kunnen levenslang gestraften vrijpleiten'

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 25-02-2003 Groninger belde kort voor zijn dood met de politie

Dagblad van het Noorden:  26-02-2003 Veel tips uit Spanje

Dagblad van het Noorden: Hoexum, Menno: 15-01-2004 Brute liquidatie van Groninger lijkt opgelost

Dagblad van het Noorden: 15-01-2004 Politie arresteert verdachten moord Uranusstraat

Dagblad van het Noorden: Hoexum, Menno: 19-01-2004 Politie zocht moordwapen langs de A7

Dagblad van het Noorden: 19-03-2004 Brit liquideerde Stadjer met acht kogels

Dagblad van het Noorden: Van der Werff, Sander: 19-03-2004 Brit liquideerde bewoner Uranusstraat met 8 kogels

Dagblad van het Noorden: 11-06-2004 Brute moord in Uranusstraat kent waanzinnige aanleiding

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 25-06- 2004 Celstraf voor bedreiging van Groninger

Dagblad van het Noorden: 23-06-2005 Rechtbank trekt dag uit voor koelbloedige moord Uranusstraat

Dagblad van het Noorden:  23-06-2005 Rechtszaak moord op Meesters begint

Dagblad van het Noorden:  23-06-2005 Handlangers eerder veroordeeld

Dagblad van het Noorden:  23-06-2005 Hoofdverdachten Steven B. en Daniël S.

Dagblad van het Noorden:  24-06-2005 Liquidatie Groninger paste in code Britse drugsbende

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 24-06-2005 Politie nam mijn vader niet serieus

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 08-07-2005 Levenslang voor moord op Meesters

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob:  09-07-2005 in het Dagblad van het Noorden.http://robzijlstra.files.wordpress.com/2008/12/gerard-meesters1.pdf                                    

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 21-07-2005 Hoger beroep liquidatie Uranusstraat in Groningen

Dagblad van het Noorden: 27-10-2005 Engelsman ziet af van hoger beroep

Dagblad van het Noorden: 04-04-2006 Rechtszaak Groninger moord verdaagd naar dreigementen

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 05-04-2006 Strafzaak Uranusstraat naar bunker Amsterdam

Dagblad van het Noorden:  20-04-2006 Meesters kon geen antwoord geven

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 20-04-2006 Kroongetuige zwijgt in proces over moord op Groningse onderwijze

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 21-04-2006 Onderzoek naar betrouwbaarheid kroongetuige moord op Meesters

Dagblad van het Noorden: Klomp, Chris: 12-12-2006 Twijfel blijft over getuige van Liquidatie

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 23-12-2006 Opnieuw levenslang in moordzaak Uranusstraat

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 17-06-2008 Opdrachtgever van moord op Groninger vast

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 10-07-2008 Twee keer levenslang mag van Hoge Raad

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 09-07-2010 Levenslang in moordzaak mag

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 16-08-2010 Twijfels over liquidatie

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 26-04-2011 Justitie laat Britse opdrachtgever liquidatie Groninger lopen

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 28-04-2011 Robert D. lijkt Nederlands strafproces te ontlopen

Dagblad van het Noorden: Zijlstra, Rob: 18-07-2012 Moordenaar wil weer voor de rechter

Misdaadjournalist Maandag 30 juni De wrede moord op Gerard Meesters

Telegraaf: 03-10-2012 Daniël S. wil nader onderzoek in moordzaak

Volkskrant: 22-12-2006 Opnieuw levenslang voor moord op Gerard Meesters

Volkskrant:  20-08-2010 'Getuigen kunnen levenslang gestrafte vrijpleiten'

 Zie verder Hoofdstuk 25: Olaf Hamers levenslang voor twee moorden en een poging tot moord