We hebben 478 gasten online

Hoofdstuk 25: Olaf Hamers levenslang voor twee moorden en een poging tot moord

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Op 12 juli 2003 vind er in Sittard in een woning aan de Klavierstraat een misdrijf plaats waarbij het echtpaar Jo en Ine Zwakhalen om het leven komen en hun negenjarig kleinkind, dat toevallig op bezoek was bij haar opa en oma, werd door de dader in het hoofd geschoten, maar overleefde de moordaanslag.

Autohandelaar Jo Zwakhalen en zijn vrouw Ine werden ook door het hoofd geschoten. Ine overleed ter plaatse, Jo overleed een dag later in een ziekenhuis. Het 9-jarige kleinkind Audrey heeft geen herinnering meer aan het misdrijf en kon geen verklaring afleggen. Oorzaak daarvan is het hersenletsel dat ze door het misdrijf heeft opgelopen, aldus een woordvoerder van het Openbaar Ministerie te Maastricht[1]. Het is onmogelijk geweest het meisje als getuige te horen. Ook in de toekomst zal dit niet tot de mogelijkheden behoren, is de verwachting.

Het kleinkind was de enige ooggetuige van de moordaanslag en het OM meent ook zonder de getuigenis van het kleinkind voldoende bewijs te kunnen aandragen voor een veroordeling van de verdachte in deze zaak.

25.1 Verdachte Olaf Hamers was op moment van schietpartij aanwezig in huis autohandelaar

De verdachte in deze zaak is de vrachtwagenchauffeur Olaf Hamers. Hamers was op het moment van de schietpartij bij autohandelaar Jo Zwakhalen in huis om daar een BMW te kopen.

Advocaat H.M. Stassen vroeg om een reconstructie maar het OM zag daar geen heil in. Stassen wilde die reconstructie omdat Hamers ontkent dat hij de dader was. Hamers geeft toe dat hij op het moment van de schietpartij in de woning dan wel in de garage van het echtpaar Zwakhalen aanwezig was, maar dat niet hij, maar een tot dusver onbekend gebleven derde persoon de gerichte schoten heeft gelost[2].

25.2 Strafzaak  Rechtbank Maastricht

Volgens de rechtbank van Maastricht[3] kon de dader alleen uit de voordeur van het huis naar buiten. Getuigen hadden Hamers de garage van de Zwakhalens aan de Klaverstraat zien binnenlopen. Jo Zwakhalen zou vervolgens met zijn klant naar het postkantoor zijn gereden om de overschrijving te regelen. Na terugkeer van Zwakhalen en zijn klant hoorden getuigen knallen[4].

Getuigen hebben alleen Hamers naar buiten zien komen. Daarom vind de rechtbank het onwaarschijnlijk dat iemand anders voor de moorden verantwoordelijk is geweest.

Verscheidene getuigen uit de buurt zagen hoe de verdachte na de schietpartij het huis uit rende en wegscheurde in zijn net gekochte auto[5].

Omwonenden vonden kort daarna het levenloze lichaam van Ine Zwakhalen in de woning bij de garage. Jo en zijn kleindochter lagen zwaargewond in het kantoor[6].

Roof zou het motief zijn geweest. In plaats van de Jo Zwakhalen € 11.000 te overhandigen voor de auto die hij wilde kopen, schoot Hamers de man neer.

De officier van Justitie eiste levenslange gevangenisstraf en de verdediger van Olaf Hamers wilde vrijspraak van zijn cliënt.

25.3 Motivering opleggen levenslange gevangenisstraf

De rechtbank veroordeelde op 8 april 2004 Olaf Hamers tot levenslange gevangenisstraf. De rechtbank gaf de volgende redengeving van de op te leggen straf[7]:

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming.

Bij de straftoemeting zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de hiernavolgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van de verdachte.

Op klaarlichte dag wordt door de verdachte een man, die gewoon zijn werk doet en hem zojuist een auto heeft verkocht, neergeschoten en aldus van het leven beroofd. Zijn kleindochter, die op dat moment toevallig bij haar grootvader aanwezig is, wordt door de verdachte door het hoofd geschoten en zodanig gewond, dat zij daarvan nooit meer geheel zal herstellen. Zijn vrouw, die gewoon in huis is, en, zoals de rechtbank bij gelegenheid van de schouw heeft kunnen constateren, hoogstwaarschijnlijk van de schietpartij in het kantoortje getuige is geweest, moet dit met de dood bekopen, want haar heeft de verdachte door onder meer een nekschot definitief het zwijgen opgelegd.
Het gaat in alle drie gevallen om laffe misdaden, gepleegd jegens slachtoffers die in hun eigen omgeving nietsvermoedend hun dagelijkse bezigheden uitoefenden.

Het behoeft geen betoog dat de verdachte door zijn handelen de nabestaanden van het echtpaar [slachtoffer 1 en 2], [slachtoffer 3] zelf, haar ouders en haar verdere familie, veel leed heeft aangedaan. Daarnaast hebben de feiten, die ook nog eens in een woonwijk hebben plaatsgevonden, de rechtsorde ernstig geschokt en grote gevoelens van angst en onveiligheid bij de burgers teweeggebracht.
De verdachte heeft er blijk van gegeven geen respect op te brengen voor het leven van zijn medemensen. De juiste toedracht van de gebeurtenissen is de rechtbank niet bekend en naar de motieven van de verdachte om op deze drie mensen te schieten kan de rechtbank enkel gissen. Onder deze omstandigheden moet de rechtbank er rekening mee houden dat de verdachte op enig moment nogmaals een soortgelijk feit zal begaan.

Gelet op deze omstandigheden en de uitzonderlijke ernst van de feiten komt de rechtbank tot het oordeel dat de verdachte geen andere straf dan een levenslange gevangenisstraf dient te worden opgelegd.

Gezien het feit dat de verdediging om vrijspraak had gevraagd bestond er geen twijfel of men tegen de beslissing van de rechtbank van Maastricht in beroep zou gaan.

25.4 Hoger beroep Gerechtshof Den Bosch

Op donderdag 30 juni 2005 heeft de Advocaat-generaal ter zitting van het Gerechtshof te Den Bosch opnieuw namens het OM wederom een levenslange gevangenisstraf geëist, omdat hij bewezen achtte dat Olaf Hamers wel degelijk de verdachte is geweest die de koelbloedige liquidatie heeft uitgevoerd.

De verdediging van Olaf Hamers heeft in de pleitnota in hoger beroep aangegeven dat het OM niet ontvankelijk dient te worden verklaard omdat met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte op een eerlijke proces is gehandeld. Hoewel de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep dit verweer niet verbaal heeft voorgedragen, zal het hof - teneinde mogelijke discussie hierover te vermijden - op dit verweer, zoals het in de pleitnotities is vermeld, responderen.
Het verweer komt er - kort gezegd - op neer dat de verdachte vanaf het tiende politieverhoor door het nieuwe verhoorkoppel is verhoord in strijd met het bepaalde in artikel 29, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Gelet op het vervolgens in de pleitnota aangevoerde gaat het hof er vanuit dat de raadsman bedoelt te betogen dat de verhorende ambtenaren zich niet hebben onthouden van alles wat de strekking heeft een verklaring te verkrijgen, waarvan niet kan worden gezegd dat zij in vrijheid is afgelegd, hetgeen in artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is bepaald....

...Het hof is van oordeel dat vier van de door de raadsman genoemde fragmenten inderdaad op gespannen voet staan met artikel 29, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, te weten[8]:
- \'Het verhoorkoppel zegt tegen de verdachte dat zij ervan overtuigd zijn dat hij het feit waarvan hij verdacht wordt, gepleegd heeft (...)\' (pagina 1585);
- \'(...) dat er gewoon geen andere man is en dat dit een heel dik probleem is waar hij mee zit en dat hij daarover moet nadenken en moet redden wat er te redden is\' (pagina 1597);
- \'verbalisanten zeggen dat ze eerlijk zijn en 200 % overtuigd zijn dat de verdachte het feit gepleegd heeft. (...) Verbalisanten geven aan dat zij zaken hebben gedraaid waar er veel minder tegen de verdachte lag en waar deze toch veroordeeld is\' (pagina 1631);
en
- \'de mening van de verbalisanten is dat de strop al om zijn nek zit, alleen de rechters hoeven hem nog aan te trekken\' (pagina 1637).
Anders dan de raadsman betoogt, leiden deze verzuimen - ieder voor zich dan wel in onderling verband beschouwd - volgens het hof niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in zijn vervolging. Niet kan immers worden gezegd dat hier sprake is van een zodanig ernstig verzuim of van zodanige ernstige verzuimen waardoor niet langer sprake kan zijn van een behandeling van een zaak die aan beginselen van behoorlijke procesorde voldoet. Evenmin is aannemelijk dat de verhorende ambtenaren doelbewust of met grove veronachtzaming van hun verhoorbevoegdheden gebruik hebben gemaakt.

Het hof komt tot dit oordeel op grond van de volgende omstandigheden.
Allereerst stelt het hof vast dat in het licht van het totale aantal verhoren van de verdachte dat heeft plaatsgevonden de betreffende passages slechts zien op incidenten, waarbij nog vermelding verdient dat de feiten waarover de verdenking zich uitstrekt tot de meest ernstige delicten uit het Wetboek van Strafrecht behoren en begrijpelijk is dat verhorende ambtenaren dan met enige klem die gegevens die tegen de onschuld van de verdachte pleiten onder diens aandacht brengen. Daarnaast merkt het hof nog op dat de op verdachte uitgeoefende druk van de zijde van het verhoorkoppel niet tot een bekentenis heeft geleid, zodat de verdachte door de gebezigde handelwijze niet in zijn belangen is geschaad.
Gelet op het voorgaande ziet het hof dan ook geen aanleiding om - behoudens deze constatering - gevolgen op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering aan de genoemde handelwijze te verbinden.

25.5 Verklaring kleindochter; heeft geheugen gedeeltelijk teruggekregen

Het Gerechtshof kan bij het bewijs gebruik maken van de verklaring van de kleindochter, die ondanks haar verwondingen haar geheugen aan de gebeurtenissen gedeeltelijk heeft teruggekregen.

Dat de kleindochter zou zijn  \'voorgeprogrammeerd\' , zoals door de verdediging werd gesteld,  wijst het Hof af. Het Hof deelt, niet de visie van [deskundige 1] (prof. dr. H.F.M. Crombag[9] JSW.), zoals verwoord in diens rapport (pagina 4) van 31 maart 2005, dat [slachtoffer 3] wist wat van haar verwacht werd, namelijk het identificeren van de persoon die op haar opa had geschoten.
Evenmin volgt het hof [deskundige 1] in de door hem op bladzijde 5 van dat rapport geuite scepsis ten aanzien van de authenticiteit van een deel van [slachtoffer 3]\'s herinnering. Het hof overweegt in dit verband als volgt.

De verklaring van [slachtoffer 3] is naar het oordeel van het hof op (voor de bewijsvoering essentiële) onderdelen zonder twijfel wél authentiek te noemen. In die gevallen verklaart [slachtoffer 3] bijvoorbeeld \"dat het ineens in mij opkomt\". Bij het bestuderen van de op DVD opgeslagen videobeelden van het studioverhoor, waarvan ook de advocaat-generaal en de raadslieden van de verdachte kennis hebben genomen, heeft het hof de overtuiging bekomen dat [slachtoffer 3] in die gevallen oprecht en spontaan vertelt wat haar plotseling te binnen schiet.

Het hof is bekend met het verschijnsel dat bekend staat als de Wet van Ribot en dat inhoudt dat met het verloop van de tijd de omvang van een gat in de herinnering voor gebeurtenissen rond het oplopen van een hersentrauma kleiner wordt, waardoor het slachtoffer van een trauma in de loop van de tijd weer herinneringen terugkrijgt, die eerder verloren leken. Dit verklaart dat [slachtoffer 3] op 8 december 2004 zich plotseling fragmenten van het gebeurde op 12 juli 2003 herinnerde en het verklaart ook dat pas in de loop van het studioverhoor, mogelijk door de herbeleving van het gebeurde op 12 juli 2003, in [slachtoffer 3]\'s herinnering is teruggekomen dat zij een stukje van het pistool in de rechterbroekzak van de verdachte heeft gezien en dat zij zich de details omtrent het model en de grootte van het pistool kan herinneren.

Het Hof is van mening dat Olaf Hamers met voorbedachte rade heeft gehandeld.

De omstandigheid dat verdachte ter plaatse over dit vuurwapen beschikte, leidt tot de conclusie dat verdachte het wapen naar dat adres heeft meegenomen. Gelet op het onderzoek ter terechtzitting was daarvoor geen legale reden aannemelijk te achten. Reeds uit het gegeven dat verdachte het vuurwapen heeft meegenomen naar een adres waar hij een personenauto wilde verwerven, leidt het hof af dat sprake is geweest van een periode van kalm beraad en rustig overleg[10].

De omstandigheid dat verdachte niettemin met het hem ter beschikking staande vuurwapen heeft geschoten, wettigt de gevolgtrekking van het door verdachte bedaard nadenken voorafgaand aan dat schieten. Daar komt nog bij, dat de twee schoten in genoemd kantoor zeer kort na elkaar zijn afgevuurd. Gelet hierop, en nu verdachte er niet voor is teruggedeinsd om door het hoofd van een 9-jarig kind te schieten, is het hof van oordeel dat verdachte zich in het kantoor handelingsbewust en vastberaden heeft gedragen.
Ook de wijze waarop [slachtoffer 2] van het leven is beroofd is veelzeggend voor die vastberadenheid. Op haar zijn immers twee schoten gelost, waarvan één haar in het achterhoofd trof, terwijl het andere schot op een afstand van vrijwel nul centimeter tot de nek is afgevuurd.

Olaf Hamers hield ook voor het Hof zijn onschuld vol. Het Hof stelt dat het daderschap van Hamers ook blijkt uit zijn gedragingen nadat hij zijn schietpartij heeft uitgevoerd[11].

De gedragingen van de verdachte na afloop van de schietpartij - uit de verklaringen van onder meer de verdachte zelf, de getuigen [getuige 3], [getuige 4] en [getuige 5] blijkt dat de verdachte na de schietpartij hardlopend de oprit van de woning van de familie [familienaam slachtoffers] af kwam, naar de auto op het parkeerterrein van [bedrijf van slachtoffer 1] liep, instapte en hard weg reed - kunnen op het eerste gezicht nog worden geduid als gedragingen van iemand die zojuist getuige is geweest van een schietpartij en daardoor in grote paniek is geraakt. Maar in het licht van de volgende feiten en omstandigheden zijn deze gedragingen redelijkerwijs niet als zodanig te duiden.
Zo heeft de verdachte de getuigen [getuige 3] en [getuige 4], die op het tegenover de woning van de familie [familienaam slachtoffers] gelegen parkeerterrein van [bedrijf van slachtoffer 1] een auto aan het bekijken waren en die de verdachte naar eigen zeggen wel heeft gezien, niet gewaarschuwd dat zich in de woning aan de overzijde een man met een vuurwapen ophield. Evenmin heeft de verdachte de getuigen [getuige 3] en [getuige 4] gevraagd de politie te waarschuwen en medische hulp in te roepen, terwijl hij toch begrepen moet hebben dat er bij de schietpartij in ieder geval gewonden konden zijn gevallen. Ook zelf heeft de verdachte de hulpdiensten niet gewaarschuwd, zelfs niet toen hij zich in de auto van de plaats van het misdrijf had verwijderd en voor hemzelf het gevaar geweken was. Daarentegen is de verdachte naar zijn woning gereden, maar ook daar heeft hij de hulpdiensten niet verwittigd. Evenmin heeft hij de politie of zijn vriendin en haar broer geïnformeerd omtrent hetgeen waarvan hij kort daarvoor getuige was geweest. Wel heeft de verdachte de bagage van zijn vriendin en haar broer in de auto geladen, waarna zij onmiddellijk naar Roemenië zijn vertrokken.

Naar het oordeel van het hof passen deze gedragingen bij een dader, die tracht aan zichzelf de straffeloosheid te verzekeren, en niet bij een getuige die in paniek verkeert naar aanleiding van hetgeen hem is overkomen. Dit oordeel wordt versterkt door het gedrag van de verdachte gedurende de dagen na de schietpartij. In dit verband noemt het hof:
- het gegeven dat de verdachte zijn beste vriend, [betrokkene 2], een dag te vroeg opbelt om hem te feliciteren met zijn verjaardag ([betrokkene 2] is geboren op 13 juli) en het gegeven dat de verdachte met een betrekkelijk onnozele vraag - in ieder geval afgezet tegen de ernst van hetgeen hem korte tijd daarvoor was overkomen - over het aantal PK\'s van de auto telefonisch contact opneemt met een vriend/collega, [betrokkene 3]. Naar het oordeel van het hof kan de verdachte met deze telefoongesprekken geen andere bedoeling hebben gehad dan zich op slinkse wijze via [betrokkene 2] en [betrokkene 3] te laten informeren omtrent de ontwikkelingen in Sittard;
- het gegeven dat de verdachte, wanneer hij in de loop van de middag en avond van 12 juli 2003 wordt opgebeld door [betrokkene 4], [betrokkene 3], en [betrokkene 5], zich volstrekt van den domme houdt met betrekking tot de schietpartij. Zelfs zegt de verdachte tegen zijn werkgever, [betrokkene 5] (zie telefoontap op dossierpagina\'s 305 en 306) dat de schietpartij moet hebben plaatsgevonden nadat hij, verdachte, bij [bedrijf van slachtoffer 1] was weggegaan. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte door zich op deze manier uit te laten slechts ten doel gehad te voorkomen dat hij in verband werd gebracht met de schietpartij;
- het gegeven dat de verdachte, hoewel hij zijn vriendin en haar broer in Wenen heeft achtergelaten met de bedoeling aanstonds naar Nederland terug te keren en zich bij de politie te melden, eerst nog twee dagen in Recklinghausen (Duitsland) bij [betrokkene 6] blijft bivakkeren. Naar het oordeel van het hof heeft de verdachte voor deze vertraging geen redelijke uitleg gegeven, hoewel hij begrepen moet hebben - ook als zijn lezing zou worden gevolgd dat hij van de schietpartij slechts getuige was geweest - dat de politie in Nederland hem dringend wilde spreken. Niet uitgesloten moet worden geacht dat de verdachte deze tijd nodig heeft gehad om sporen uit te wissen (zoals het [laten] uitwassen van het T-shirt, dat hij ten tijde van de schietpartij droeg; zie in dit verband de verklaring van [betrokkene 6] op dossierpagina 1548) en om het verhaal te bedenken dat hij vanaf dat moment als de waarheid is gaan presenteren.

Het Hof besluit Olaf Hamers op 14 juli 2005 schuldig te verklaren en te veroordelen tot levenslange gevangenisstraf[12]:

\'Voor hetgeen door de rechtbank is bewezen verklaard is reeds de in eerste aanleg opgelegde levenslange gevangenisstraf passend te achten. Nu het hof tot een bewezenverklaring komt van feiten van een nog grotere ernst kan geen andere sanctie worden opgelegd dan de hierna te melden straf. In dit verband overweegt het hof, dat de feiten van 12 juli 2003 getuigen van een grote doelgerichtheid van verdachte. Verdachte heeft voorts geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn daden genomen.

Gelet op de hierboven genoemde onvoorspelbaarheid van het gedrag van verdachte en gezien de meedogenloosheid waarmee verdachte op 12 juli 2003 heeft gehandeld, moet het ervoor worden gehouden dat verdachte in staat is om in de toekomst een soortgelijk feit te begaan. De ernst van met name de onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten en de onvoorspelbaarheid van het gedrag van verdachte vorderen een reactie die voor de toekomst moet uitsluiten dat verdachte ooit nog de gelegenheid krijgt om een ander van het leven te beroven.

De hierboven genoemde feiten en omstandigheden rechtvaardigen naar het oordeel van het hof het opleggen van een levenslange gevangenisstraf\'.

25.6 Cassatie Hoge Raad

Door de verdediging werd beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad deed op 21 november 2006 uitspraak en heeft het beroep in cassatie verworpen[13].

Het hof heeft voor het bewijs gebezigd de op 23-12-04 door het minderjarige slachtoffer X tijdens een studioverhoor bij de politie afgelegde verklaring. Dit t.t.v. de gepleegde feiten 9-jarige slachtoffer heeft a.g.v. een schot in haar hoofd ernstig hersenletsel opgelopen. In het pv van de terechtzitting in appel van 22-9-04 is opgenomen dat de moeder van X toen heeft verklaard dat haar dochtertje tot dan toe had aangegeven zich niets meer van de gebeurtenissen op 12-7-03 te kunnen herinneren. In eerste aanleg was dan ook nog geen verklaring van X beschikbaar. De klacht dat het hof de verklaring van X ten onrechte voor het bewijs heeft gebruikt omdat art. 360.1 Sv niet is nageleefd faalt. Ingevolge het ook in appel toepasselijke art. 360.1 Sv dient voor het gebruik als bewijsmiddel van het pv van een verhoor bij de RC, houdende de verklaring van een minderjarige getuige die op de wijze als geregeld in art. 216.2 Sv is gehoord, in het vonnis de bijzondere reden te worden opgegeven. In het onderhavige geval gaat het echter om een door een minderjarige getuige bij de politie afgelegde verklaring, zodat art. 360.1 Sv niet van toepassing is (HR DD 96.186). Nu evenwel, naar het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft aangenomen, door de verdediging uitdrukkelijk en gemotiveerd het standpunt is ingenomen dat bedoelde verklaring niet tot het bewijs mocht worden gebezigd, was het hof ex art. 359.2 Sv gehouden voor de afwijking van dat standpunt i.h.b. de redenen op te geven. Het hof heeft aan die motiveringseis voldaan. Zijn overwegingen m.b.t. de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring kunnen gelet op de aan de feitenrechter voorbehouden vrijheid in de selectie en waardering van het bewijsmateriaal in cassatie slechts op hun begrijpelijkheid worden getoetst. ‘s Hofs oordeel dat de verklaring voor het bewijs kon worden gebezigd is niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.

De Procureur-generaal bij de Hoge Raad[14] onder 3.10:

\'Ten aanzien van de aanwijzingen dat de getuige [slachtoffer 1] \"voorgeprogrammeerd\" zou zijn geweest toen zij haar verklaringen ten overstaan van de politie aflegde, kan ik kort zijn. Zowel het Hof als het OM als de verdediging heeft kennis kunnen nemen van de videobeelden van het studioverhoor. De verdediging heeft alle kanttekeningen die het bij dat verhoor had, kunnen plaatsen en heeft dat ook gedaan. Het Hof heeft zich voorts rekenschap gegeven van de bevindingen van een deskundig rechtspsycholoog en heeft mede naar aanleiding daarvan uitgelegd waarom het niet meent dat de voor het bewijs gebruikte verklaringen zijn voorgeprogrammeerd. Het Hof is dan vervolgens vrij om de bewijskracht van de verklaringen te beoordelen en is daarbij dus niet gebonden aan enig ander (deskundig) oordeel.(7) In cassatie kan dit oordeel van het Hof slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst en die toets is vanwege de aard van het oordeel marginaal. Afgaande op de overwegingen van het Hof vanaf onderaan blz. 7 tot en met blz. 9 van het arrest, acht ik het niet onbegrijpelijk dat het Hof waarde heeft gehecht aan de verklaringen van de getuige.
In het rapport van de deskundige vind ik overigens ook geen aanknopingspunten voor de stelling dat de getuige zou zijn \'voorgeprogrammeerd\'. Weliswaar schrijft de deskundige dat [slachtoffer 1] weet wat er van haar verwacht wordt: het identificeren van de persoon die op haar opa geschoten heeft, maar dat leidt toch niet noodzakelijk tot de conclusie dat het kind is bewerkt om in ieder geval verdachte toch maar aan te wijzen. Als iedere getuige aan wie iets wordt gevraagd in het kader van de opheldering van strafbare feiten voorgeprogrammeerd zou zijn, omdat de getuige weet in welk kader de vragen gesteld worden, zou zelfs al de oproeping van een getuige om ter terechtzitting te verschijnen zo een getuige wellicht kunnen besmetten. Dat gaat volgens mij wel erg ver\'.

25.7 Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken: geen aanleiding tot herziening

Blijkens publicaties heeft de Commissie Evaluatie Afgesloten Strafzaken (CEAS) geen aanleiding gevonden om de veroordeling van Olaf Hamers voor te dragen voor herziening.

25.8 Interview in \"Langgestraft\" VPRO-tv op 7 april 2011

Op donderdag 7 april 2011 zond de VPRO op Nederland II, een uniek interview uit in de serie \"Langgestraft\".

Met toestemming van de Minister van Veiligheid en Justitie hebben mr. John Peters en mr. Wim Anker diverse langgestraften kunnen spreken.

In deze laatste aflevering kwam Olaf H. aan het woord. Hij is in verband met een veroordeling wegens tweemaal moord en eenmaal poging tot moord veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Hij spreekt hierin over zijn verleden, het heden en het ontbreken van een toekomst. Ook geeft hij een schets van het leven in de gevangenis van een levenslang gestrafte. Op youtube is deze uitzending nog te zien.

http://www.youtube.com/watch?v=ZY1w2ypZ6nk

Ook in deze uitzending houdt Olaf Hamers vol dat hij onschuldig is en ten onrechte is veroordeeld.


[1] Reformatorisch Dagblad 09-01-2004 Kleinkind heeft geen herinnering aan moordpartij

[2] idem

[3] Rechtbank Maastricht LJN AO 7295 08-04-2004

[4] Reformatorisch Dagblad 09-01-2004 Kleinkind heeft geen herinnering aan moordpartij

[5] Anker&Anker Overzicht levenslang gestraften in Nederland

[6] Reformatorisch Dagblad 09-01-2004 Kleinkind heeft geen herinnering aan moordpartij

[7] Rechtbank Maastricht LJN AO 7295 08-04-2004

[8] Gerechtshof den Bosch LJN AT 9335 14-07-2005

[9] Hoge Raad cassatie LJN AZ0216 21-11-2006

[10] Gerechtshof den Bosch LJN AT 9335 14-07-2005

[11] Gerechtshof den Bosch LJN AT 9335 14-07-2005

[12] Gerechtshof den Bosch LJN AT 9335 14-07-2005

[13] Hoge Raad cassatie LJN AZ0216 21-11-2006

[14] Hoge Raad cassatie LJN AZ0216 21-11-2006

Geraadpleegde  bronnen: 

Rechtbank Maastricht LJN AO 7295 08-04-2004

Gerechtshof Den Bosch LJN AT 9335 14-07-2005

Hoge Raad cassatie LJN AZ 0216 21-11-2006

Anker & Anker Overzicht levenslang gestraften in Nederland tot 1 december 2008

Reformatorisch Nieuwsblad: 09-01-2004 Kleinkind heeft geen herinnering aan moordpartij.

http://www.camilleri.nl/2011/04/levenslang-leven-voor-olaf-hamers/

Hezieningsverzoek ingediend in zaak Olaf H.

Zie verder Hoofdstuk 26:Levenslang Mohammed Bouyeri voor moord op Theo van Gogh