We hebben 116 gasten online

Hoofdstuk 26:Levenslang Mohammed Bouyeri voor moord op Theo van Gogh

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Op dinsdag 2 november 2004 fietste Van Gogh om half negen 's ochtends door de Linnaeusstraat te Amsterdam. Toen hij voorbij het stadsdeelkantoor Oost/Watergraafsmeer reed, werd hij door een andere fietser, Bouyeri, met een pistool onder vuur genomen. Van Gogh werd door acht kogels getroffen. Ook twee omstanders werden geraakt. Hierna kwam Bouyeri naar Van Gogh toe en sneed hij met een groot mes de keel van Van Gogh door. Vervolgens stak hij dit mes diep in het lichaam van Van Gogh. Van Gogh overleed ter plekke. Met een kleiner fileermes stak Bouyeri een brief gericht aan Ayaan Hirsi Ali op het lichaam van Van Gogh.

26.1 Motieven Bouyeri

Bouyeri gaf met enkele uitspraken direct een indruk van zijn motieven. Volgens twee getuigenverklaringen sprak hij kort na zijn daad een omstander aan:

Bouyeri: "Wat kijk je?"

Omstander: "Dat kun je toch niet maken."

Bouyeri: "Dat kan ik wel, waarom niet... hij heeft het ernaar gemaakt."

Omstander: "Dit kan toch niet, dit kan je toch niet maken."

Bouyeri: "Dat kan ik wel en dan weten jullie ook wat je te wachten staat."

Hierna liep Bouyeri rustig het nabijgelegen Oosterpark in.[1]

Bouyeri verliet het Oosterpark aan de Mauritskade en schoot op politiemensen en -voertuigen, waarbij één agent geraakt werd. De politie schoot terug, trof hem in een been en arresteerde hem. Bouyeri, de arrestant, was een 26-jarige moslim met zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. Op zijn lichaam werd een afscheidsbrief gevonden voor het geval hij kwam te overlijden. In de uren na de moord arresteerde de Amsterdamse politie nog acht mensen in verband met de moord. Bouyeri en de andere arrestanten werden er onder andere van verdacht deel uit te maken van de terroristische cel de "Hofstadgroep". 

De moord op Van Gogh, minder dan drie jaar na de moord op Pim Fortuyn, werd door veel mensen als een ernstige bedreiging van de vrijheid van meningsuiting in Nederland ervaren.

Bouyeri handelde naar eigen zeggen uit geloofsovertuiging. Hij hangt een zeer extreme, maar ook uitzonderlijke interpretatie van de Koran aan. Bouyeri vindt dat in Nederland de strijd tegen de islam via de media gevoerd wordt. In zijn ogen was Van Gogh een zogenaamde "Vijand van de Islam" die moest sterven.

Van Gogh stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2003 op Ayaan Hirsi Ali. Haarkritiek op de Islam werd door hem gesteund. Samen met Hirsi Ali maakte hij de film Submission (uitgezonden in het televisieprogramma Zomergasten), over het verband tussen de manier waarop een deel van de moslims de Koran interpreteren en vrouwenmishandeling.

Bouyeri zag zichzelf als een instrument van God en zocht bewust het vuurgevecht met de politieagenten om als martelaar te kunnen sterven. In zijn opvatting is een democratie in strijd met de wetten van God. Hij was er daarom ook bewust op uit om als terrorist de Nederlandse bevolking vrees aan te jagen en het politieke bestel te ontwrichten.

In binnen- en buitenland leidde de moord op Van Gogh tot verontwaardiging en omvangrijke media-aandacht.

26.2 Brief minister Donner naar aanleiding van de moord op Theo van Gogh aan de Tweede Kamer

Brief aan Tweede Kamer over moord op Van Gogh

Inleiding

Vanochtend werd Nederland opgeschrikt door de moord op de heer van Gogh. Allereerst wil het kabinet via deze weg haar afschuw uitspreken over deze daad. Het kabinet leeft intens mee met de nabestaanden van Van Gogh. De heer van Gogh stond bekend vanwege zijn uitgesproken opvattingen en ook vanwege zijn zeer duidelijke verdediging van het recht van vrijheid van meningsuiting in tal van gevoelige maatschappelijke kwesties.

Van Gogh verdedigde dat recht ook voor zijn tegenstanders. In de rechtstaat is de vrijheid van het debat een absolute voorwaarde. Het kabinet werpt het idee van een samenleving waarin mensen voor hun leven moeten vrezen als zij uitkomen voor hun mening, verre van zich.

Hoe ontstellend en schokkend de moord ook is, toch is alles er aan gelegen om op beheerste wijze te reageren. Onze reactie op deze daad mag niet zijn dat wij groepen van mensen veroordelen vanwege deze brute moord. Daarom doet het kabinet een dringend beroep op de samenleving waardig te reageren. In deze brief wil het kabinet u informeren over de thans bekende feiten. Op dit moment zijn nog niet alle feiten en omstandigheden rond deze criminele daad bekend. Het is dan ook niet mogelijk nu reeds conclusies te trekken. Zo snel een vollediger beeld kan worden gegeven, zal dit aan de Kamer worden gezonden.

Feiten

Om ongeveer 8.45 uur is de heer van Gogh neergeschoten. Hij reed op zijn fiets komend van de richting van de Watergraafsmeer, over de Linneausstraat. De verdachte, eveneens op de fiets, is langszij gekomen en heeft toen geschoten. Van Gogh is van zijn fiets gevallen en heeft de overkant van de straat weten te bereiken. Daar is meerdere malen op Van Gogh geschoten en is hij in zijn borst gestoken, waarbij een brief op zijn borst is achtergelaten. Van Gogh is ter plaatse overleden.

Bij het schieten is een omstander geraakt. Deze omstander is naar het politiebureau Linneausstraat gelopen en heeft daar de politie gealarmeerd. Dit bureau bevindt zich op enkele tientallen meters afstand van de plaats waar de heer van Gogh is neergeschoten. De politie is direct uitgerukt. De verdachte is het Oosterpark ingelopen. De politie heeft het park omsingeld. In het park zijn diverse schoten gevallen waarbij niemand geraakt is. De verdachte is via de uitgang naast het Tropeninstituut de Mauritskade opgelopen en heeft daar geschoten. Hierbij is een agent geraakt en zijn diverse politieauto’s doorboord met kogels. De getroffen politieagent droeg een kogelvrij vest en is hierdoor niet ernstig gewond geraakt. De verdachte heeft een schotwond aan zijn been opgelopen en is aangehouden. Hij is overgebracht naar een ziekenhuis waar hij is geopereerd. Inmiddels is hij overgebracht naar het penitentiair ziekenhuis.

Van de verdachte is thans bekend dat het een 26-jarige in Amsterdam geboren man is en dat hij beschikt over zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit. Bovendien is de verdachte naar voren gekomen in lopende onderzoeken van de AIVD naar andere personen. De daaruit beschikbare informatie gaf geen aanleiding te veronderstellen dat hij voorbereidingen trof voor gewelddadige acties. De Commissie voor Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is hierover hedenmiddag nader geïnformeerd. Mede onderzocht wordt wat de mogelijke motieven waren van de verdachte en of hij alleen opereerde of hulp had van anderen bij de voorbereiding en de uitvoering van zijn daad. Gezien hetgeen thans bekend is moet ernstig rekening gehouden worden met het feit dat de verdachte handelde vanuit radicaal islamitische overtuiging. De tekst van de brief op het lichaam van Van Gogh en een tekst die bij de verdachte is aangetroffen worden nader onderzocht.

Beveiliging

Van Gogh werd thans niet beveiligd. Er was namelijk geen sprake van een zodanige dreiging in de richting van Van Gogh dat daarin aanleiding werd gevonden tot voortgezette beveiligingsmaatregelen. De afgelopen maanden is hij uit voorzorg een aantal malen gedurende korte tijd beveiligd. In de periode 28 tot en met 30 augustus jl. heeft de regiopolitie Amsterdam-Amstelland het huis van Van Gogh en de directe omgeving beveiligd door middel van verscherpt rijdend toezicht. Aanleiding hiertoe was de uitzending van de film “Submission”, waarvan Van Gogh producent was. Op 16 september jl. zijn er ordemaatregelen genomen bij een paneldiscussie in het Binnengasthuis te Amsterdam, waaraan Van Gogh deelnam en in verband waarmee een actiegroep acties had aangekondigd.

Maatregelen en consequenties

Op dit moment is de inspanning in de eerste plaats gericht op het zo snel mogelijk tot opheldering brengen van de feiten in deze zaak, van de motieven van de dader en van de vraag in hoeverre anderen hierbij betrokken zijn. In aansluiting hierop is bezien of de gebeurtenissen van hedenochtend aanleiding gaven tot aanvullende maatregelen op het terrein van de openbare orde en bewaking en beveiliging. De komende dagen zullen de ontwikkelingen in dit kader op de voet worden gevolgd en waar nodig worden aanvullende maatregelen getroffen. Hiervoor is ook aandacht gevraagd bij de gemeenten.

Het kabinet heeft voorts met waardering kennisgenomen van de reacties van verschillende islamitische organisaties, die met afschuw hebben gereageerd op deze verwerpelijke daad. Voorkomen moet worden dat bevolkingsgroepen in Nederland tegenover elkaar komen te staan. Daarom heeft de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie hedenmiddag overleg gevoerd met de minderheden en moslimorganisaties te weten het Landelijk Overlegorgaan Minderheden (LOM), het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) en het FORUM, het Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling. Aan het eind van deze bijeenkomst hebben deze organisaties en de minister gezamenlijk verklaard dat zij deze daad veroordelen en dat zij alle geledingen van de Nederlandse samenleving oproepen om met elkaar de strijd aan te binden tegen radicalisering en geweld. De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie is vanavond ook aanwezig geweest bij de bijeenkomst op de Dam in Amsterdam.

Ook is heden een brief uitgegaan naar alle gemeentebesturen waarin een oproep wordt gedaan om in overleg te treden met vertegenwoordigers van de lokale gemeenschappen. De burgemeester van Amsterdam heeft dit overleg hedenmiddag reeds gevoerd. Tot zover kunnen wij u op deze dag informeren. Wij doen dit mede namens de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Uw Kamer zal van de nadere voortgang uiteraard op de hoogte worden gehouden.

De Minister van Justitie, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

26.3 Strafzaak rechtbank Amsterdam

De rechtszaak tegen Bouyeri werd gehouden in de rechtbank te Amsterdam op 11 en 12 juli 2005.

26.4 Inleiding Requisitoir

Uit de inleiding van het Requisitoir van de Officier van Justitie in de strafzaak tegen Mohammed B.:

Graag Uw aandacht voor een geluidsfragment:

Rob Muntz : "Maar jij denkt niet dat er ooit een idioot opstaat die....". 

Theo van Gogh : "Dat kan ik me niet voorstellen".
Rob Muntz : "Jij gelooft in de goedheid van de mens?"
Theo van Gogh : "Nee, niet in de goedheid van de mens, in mijn eigen arrogantie.
Dat heeft dermate veel uitstraling dat die kogel zal voor mij
niet komen, denk ik hoor."
Rob Muntz : "Dat mensen dat afschrikt, je bent ongezond kwetsbaar".
Theo van Gogh : "Ze denken, denk ik, het is de dorpsgek dus waarom zou je hem
neerschieten. Kan ik me iets bij voorstellen. Maar goed...."
Rob Muntz : "Maar als je de metro.....ik bedoel he"
Theo van Gogh : "If it happens, it happens".

Theo van Gogh op vrijdag 29 oktober 2004 in een interview met Rob Muntz. Vier dagen later werd hij vermoord.

Dit proces, meneer de voorzitter, edelachtbaar college, gaat over de moord op Theo van Gogh, het schieten op omstanders en politiemensen en de bedreiging van Ayaan Hirsi Ali.

Dit proces gaat over meer. Het gaat over vrijheid van meningsuiting, tolerantie en intolerantie, een manier van godsdienstbeleving die uitmondt in een terroristische actie. En meer dan in andere strafzaken staat de persoon van het slachtoffer, Theo van Gogh, centraal: het slachtoffer, bewust gekozen vanwege zijn al dan niet vermeende ideeën en sympathieën.
Ik zal dan ook uitgebreid, meer dan gebruikelijk, stil blijven staan bij de persoon van Theo van Gogh.
Verwacht u van mij geen korte biografie en zeker geen hagiografie, want een heilige was hij beslist niet. Beoordeeld alleen aan de hand van zijn columns en televisieoptredens, ontstaat het beeld van een onverbeterlijk criticaster, die beledigen tot kunst heeft verheven. "Functioneel beledigen" noemde hij dit, een onderdeel van zijn boodschap; het waarschuwen tegen de vijfde colonne die probeert in Nederland de vrije manier van leven aan te tasten. Als columnist zocht hij voortdurend de rand van het toelaatbare op. Velen moesten het van hem ontgelden, joods, christelijk of islamitisch, politici en bestuurders. Heilige huisjes bestonden niet voor hem. Hij had een broertje dood aan huichelachtigheid en schroomde niet zich soms grof en beledigend te uiten. Drie keer werd hij aangeklaagd wegens uitlatingen die antisemitisch werden gevonden of beledigend voor christenen en islamieten. Nooit werd hij veroordeeld. Theo van Gogh propageerde de vrijheid van meningsuiting in zijn meest absolute zin. In een column in Vrij Nederland schreef hij dat alleen vrije meningsuiting in de breedste zin van het woord, dus inclusief het recht van discriminerende imams om hun vooroordeel uit te dragen, ons vrije burgers kan redden van de barbarij. Aan de vrijheid van meningsuiting mochten volgens hem geen grenzen zitten. Eén geboren provocateur, zo wordt hij wel genoemd. Dit is het beeld dat de verdachte voor zich heeft gehad toen hij besloot om Van Gogh tot het doelwit te maken van zijn aanslag.

Theo van Gogh was nog veel meer. Een filmer, die Gouden Kalveren en andere filmprijzen won voor films en televisieseries als 06, Blind date, In het belang van de staat en Najib en Julia. Één van zijn laatste films, Cool, wordt thans gereed gemaakt voor roulatie in de Verenigde Staten, een eer die slechts weinig Nederlandse films ten deel valt. In zijn films laat Van Gogh ook zien dat hij veel meer is dan alleen een verbeten columnist. Een voorbeeld vormt de film Cool. Deze gaat over de allochtone criminele jongeren op de Glenn Mills-school. Met deze film heeft Van Gogh twee Marokkaanse jongens van deze school de kans gegeven een carrière als acteur te starten. Ook geeft deze film blijk van veel inlevingsvermogen in de jonge criminelen die op deze school terecht zijn gekomen. In zijn televisieserie Najib en Julia speelt Van Gogh luchtig en zachtmoedig met vooroordelen van Nederlandse en Marokkaanse jongeren. In zijn meest recente film over de moord op Pim Fortuyn, 06/05, laat van Gogh in een klein nevenplot een mooie relatie opbloeien tussen de hoofdrolspeler, een onderzoekend fotograaf, diens dochter en haar Marokkaanse vriendje. In al deze films laat Van Gogh zich van een geheel andere kant zien. Met geen mogelijkheid kan worden gezegd dat hij allochtonen of Marokkanen zou discrimineren. Integendeel, zou ik zeggen. Bekend is ook dat Van Gogh voor zijn acteurs en actrices een vaderlijk regisseur was. Zij werkten graag met hem samen, vaak voor langere tijd.
Tenslotte, meneer de voorzitter, edelachtbaar college, u hebt het gisteren nog kunnen horen, was Theo van Gogh ook een geliefde zoon, broer, partner en vader. In Vrij Nederland omschreven zijn ouders hem als lief, zorgzaam en familieziek. Zelf zei Theo van Gogh dat zijn zoon "de enige was aan wie hij zich volledig had uitgeleverd". In gesprekken met de familieleden van Van Gogh is mij duidelijk geworden – en gisteren hebt u dat ook gehoord – dat het verdriet over het verlies van Theo van Gogh nog zeer diep zit.
De verdachte heeft zelf in zijn afscheidsbrief geschreven dat het overlijden van zijn moeder voor hem een keerpunt is geweest. Heeft Mohammed ooit wel eens bedacht wat de dood van Theo van Gogh voor diens familie betekent?
Nog een tweede kortere vooropmerking. In januari heb ik tijdens de eerste pro forma zitting al betoogd dat de strafzaak tegen Mohammed B. een beeld geeft van de Islam, een vrij schokkend beeld van een terroristische ideologie, geïnspireerd door een uitzonderlijk extreme uitleg van de Koran. Ik heb toen betoogd dat dit geen algemeen gedeeld beeld was.
Ik wil dit met kracht herhalen. In deze strafzaak staat niet de Islam terecht, niet de Marokkanen of welke religie of allochtone minderheid dan ook. We moeten waken, zoals een Franse onderzoeksrechter vorige week in NOVA zo mooi zei, voor een apocalyptische botsing der beschavingen. Het gaat niet om een strijd tussen Islamitische en westerse waarden. Hoezeer de verdachte en zijn geestverwanten ons dat willen doen geloven. Het gaat om een zeer beperkte groep mensen. Zij maken misbruik van de Islam. Zij willen hun onverdraagzame terroristische ideeën dwingend aan ons opleggen. Aan onze samenleving. Een open en pluriforme samenleving, waarin voor iedereen plaats is die bereid is om zich te houden aan de beginselen van een democratische maatschappij.

'Hij is en blijft levensgevaarlijk, iemand die niet thuishoort in onze vrije maatschappij.[2]' Met deze woorden leidde officier van justitie Frits van Straelen zijn eis in, van een levenslange gevangenisstraf voor Mohammed B. Alleen met deze uitzonderlijk hoge straf kan de Nederlandse samenleving worden beschermd tegen de moordenaar van Theo van Gogh, vindt Van Straelen.

Tijdens de feitelijke behandeling van de strafzaak, die gezien de onbetwiste feiten vooral een symbolisch karakter had, werd duidelijk dat Mohammed B. van zes strafbare feiten wordt verdacht. Dat komt in essentie neer op drie zaken: de moord op Theo van Gogh; de poging tot moord en bedreiging van politieagenten en omstanders; en het verhinderen van de werkzaamheden van VVD-Kamerlid Hirsi Ali door bedreiging met geweld.

Volgens het wetboek van strafrecht staan op deze feiten een maximale straf van levenslang voor moord, twintig jaar voor de meervoudige poging tot moord op de politieagenten en omstanders en opnieuw levenslang voor het verhinderen van de werkzaamheden van Hirsi Ali.

Vanwege het terroristische motief van de dader kunnen deze straffen met maximaal 50 procent worden verhoogd, al heeft dat in deze zaak weinig betekenis. Want levenslang is ook letterlijk levenslang.

Bij het opleggen van de straf moet de rechtbank allereerst wettelijke en overtuigend bewezen achten dat de feiten zijn gepleegd door de verdachte. Daarover bestaat nauwelijks twijfel. Mohammed B. liet de rechtbank weten 'precies hetzelfde te doen' als hij opnieuw de kans zou krijgen. Ook accepteert hij de verantwoordelijkheid voor zijn daden.

26.5 Motivering levenslang door de rechtbank

De rechtbank achtte de verdachte strafbaar en motiveerde de straf als volgt[3]:

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft filmmaker en columnist [slachtoffer] op gruwelijke wijze vermoord. Hij heeft hem in de Linnaeusstraat in Amsterdam op de fiets ingehaald en hem met een pistool beschoten. [slachtoffer] is gewond van zijn fiets gesprongen en naar de overkant van de straat gerend. Verdachte is hem al schietend achterna gegaan. Hierbij zijn ook twee omstanders door een kogel geraakt. [slachtoffer] is uiteindelijk getroffen door 7 kogels. Terwijl het slachtoffer gewond op straat lag heeft verdachte met een groot mes zijn keel doorgesneden en dit mes vervolgens in zijn borst gedrukt tot aan de wervelkolom. Hierna heeft verdachte met een fileermes een dreigbrief aan Tweede Kamerlid [lid van de Staten-Generaal] op het lichaam van [slachtoffer] gestoken.

Verdachte heeft vervolgens de patroonhouder weer met patronen gevuld en zijn pistool herladen, en is via het Oosterpark naar de Mauritskade gelopen, waar hij een vuurgevecht met de politie is aangegaan. Verdachte heeft op de Mauritskade 8 politieagenten geprobeerd te vermoorden door op hen te schieten met zijn pistool en 3 politieagenten bedreigd met de dood door met zijn pistool in hun richting te wijzen. 

De politie slaagde er uiteindelijk in verdachte in zijn been te schieten om hem aan te houden.

Een omstandigheid waarover nagenoeg alle getuigen zich hebben verbaasd, is de rust en kalmte waarmee verdachte de moord heeft begaan. Sommige getuigen verklaren dat verdachte na de moord nog rustig bleef staan, alsof om te kijken of hij zijn werk goed had gedaan. Anderen verklaren dat verdachte zo rustig naar het Oosterpark liep, dat het leek alsof hij zijn hond aan het uitlaten was.

Verdachte heeft ter terechtzitting in zijn laatste woord als zijn motief kenbaar gemaakt, dat hij handelde uit zijn geloofsovertuiging.

Op de laatste dag van het proces verklaarde Bouyeri:

"Ik kan hem (Van Gogh) niet verdenken van enige hypocrisie, want hij was niet hypocriet. Dat was hij niet en ik weet dat hij uit overtuiging dingen zei... Dus het hele verhaal van dat ik mij beledigd zou voelen als Marokkaan of omdat hij mij geitenneuker zou hebben genoemd, dat is allemaal niet waar. Ik heb gehandeld uit geloof. En ik heb zelfs aangegeven dat als het mijn vader was geweest of broertje had ik precies hetzelfde gedaan".

De rechtbank houdt het er op dat verdachte, een overtuigingsdader, een radicale interpretatie van de Islam aanhangt en dat [slachtoffer] in de ogen van verdachte een zogenaamde ‘Vijand van de Islam’ was die moest sterven. 

Verdachte heeft de moord en de bewezen verklaarde feiten jegens mevrouw [lid van de Staten-Generaal] bovendien begaan met het oogmerk de Nederlandse bevolking vrees aan te jagen en/of de politieke en constitutionele structuren van Nederland te ontwrichten of te vernietigen. 
De wetgever heeft met de Wet terroristische misdrijven van 10 augustus 2004 tot uitdrukking gebracht dat misdrijven die zijn begaan met een terroristisch oogmerk tot de ernstigste misdrijven behoren.

De terroristische aanslag op [slachtoffer] heeft in de samenleving grote gevoelens van angst en onveiligheid teweeggebracht. Bovendien heeft deze aanslag een destabiliserende werking gehad. Zo vond er in de dagen na de moord een aantal aanslagen plaats op moskeeën en islamitische scholen.
Ook over het vuurgevecht met de politie heeft verdachte in zijn laatste woord gesproken. Hij schoot om te doden en om gedood te worden, aldus verdachte. Verdachte toont ook met deze beschieting geen enkel respect te hebben voor het menselijk leven. Hij heeft de politieagenten willen gebruiken als zijn beulen, zodat hij, in zijn visie, als martelaar zou sterven. Hoewel geen van de politiemannen en -vrouwen gewond is geraakt en verdachte na een schot in zijn been kon worden aangehouden, blijkt uit de toelichting op hun vorderingen als benadeelde partij hoezeer een en ander hen heeft aangegrepen. Naar de ervaring leert zullen zij nog lang de emotionele gevolgen kunnen ondervinden.

Verdachte heeft voorts Tweede Kamerlid [lid van de Staten-Generaal] opzettelijk verhinderd haar werk als lid van de Staten-Generaal uit te oefenen, door haar te bedreigen met een terroristisch misdrijf. Zij kreeg door deze bedreiging maximale beveiliging en moest onderduiken, waardoor zij de vergaderingen van de Tweede Kamer enige maanden niet kon bijwonen. Dit misdrijf wordt door de wetgever als zeer ernstig beschouwd, omdat het functioneren van de volksvertegenwoordiging in het geding is. De strafbaarstelling van dit feit heeft mede ten doel het voorkomen van een omverwerping van het parlement. De maximumstraf op dit misdrijf is dan ook een levenslange gevangenisstraf. Het aldus bedreigen van mevrouw [lid van de Staten-Generaal] heeft bovendien voor haar persoonlijke consequenties gehad. In haar aangifte geeft mevrouw [lid van de Staten-Generaal] aan dat zij door de bedreigingen en het daarop volgende leven in de hoogste graad van beveiliging ook psychisch en lichamelijk het nodige te verwerken heeft gehad.

... Nu de gedragswetenschappers geen stoornis hebben kunnen vaststellen en die ook anderszins niet is komen vast te staan, blijft de rechtbank bij het uitgangspunt dat verdachte de feiten volledig kunnen en dus ook worden toegerekend....

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en een ontzetting van het recht de leden van algemeen vertegenwoordigende organen te verkiezen en tot lid van deze organen te worden verkozen. 

De rechtbank stelt voorop dat ook bij de meest ernstige misdrijven betekenis toekomt aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven, vanuit overwegingen van humaniteit, in beginsel het perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving terug zal kunnen keren. 

Het opleggen van een levenslange gevangenisstraf, waarbij dit uitzicht niet bestaat, dient gereserveerd te blijven voor die uitzonderlijke gevallen, waarbij het gaat om zeer ernstige misdrijven en waarin het maatschappelijk belang, gelet op het gevaar dat verdachte opnieuw een feit van vergelijkbare ernst zal begaan, vordert dat de samenleving voorgoed van verdachte gevrijwaard blijft.

Bij de vraag of er in deze zaak sprake is van een dergelijk uitzonderlijk geval en met name hoe groot het gevaar is dat verdachte opnieuw zo ernstige misdrijven zal begaan, houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met de persoon van verdachte en het inzicht dat hij ter terechtzitting in zijn persoon heeft gegeven. Op de vraag van de oudste rechter of verdachte zich wellicht verder zal ontwikkelen en een eventueel minder radicale vorm van de Islam zal kunnen aanhangen, heeft verdachte geantwoord dat hij elke dag tot zijn Heer bidt om hem te behoeden dat hij anders zal gaan denken dan dat hij nu denkt. Ook in zijn laatste woord, zijn laatste kans om de rechtbank te overtuigen van een mogelijke inkeer of een mogelijk besef van de ernst van zijn daden en hun in onze democratie onaanvaardbare gevolgen, heeft verdachte de rechtbank te kennen gegeven dat hij geenszins van plan is zijn manier van denken in heroverweging te nemen. Integendeel, hij heeft zelfs gezworen dat als hij weer vrij komt, hij precies hetzelfde zal doen.

Dit alles in overweging nemende, komt de rechtbank tot het oordeel dat vanuit oogpunt van speciale preventie geen reëel uitzicht bestaat op resocialisatie van verdachte en terugkeer in de samenleving zonder dat dit een onaanvaardbaar gevaar met zich mee brengt. De samenleving moet dan ook maximaal beschermd worden tegen verdachte. In deze zaak is daarom slechts één straf passend en geboden, een levenslange gevangenisstraf.

De Volkskrant voorspelde al op 13 juli 2005 dat een levenslang vonnis waarschijnlijk niet zou worden aangevochten door B.; hij erkent de rechtbank immers niet. Of zoals hij het zelf verwoordde: 'U zult het nooit begrijpen. U kunt het niet begrijpen.[4]'.

En inderdaad Mohammed B. ging niet in beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Ook het Openbaar ministerie deed dat niet. Daardoor is de straf tegen de moordenaar van Theo van Gogh onherroepelijk geworden.


[1] Rechtbank Amsterdam LJN AU 0025
[2] Volkskrant Meeus,Jan: 13-07-2005 Rechtbank kan eis moeilijk negeren
[3] Rechtbank Amsterdam LJN AU0025 26-07-2005 
[4] Volkskrant Volkskrant Meeus,Jan: 13-07-2005 Rechtbank kan eis moeilijk negeren
 

Geraadpleegde bronnen:

Rechtbank Amsterdam LJN AU0025 26-07-2005

Volkskrant: Meeus,Jan: 13-07-2005 Rechtbank kan eis moeilijk negeren.

Volkskrant: Groen, Janny & Kranenberg, Annieke: 31-10-2006 Imam vervloekte van Gogh vóór moord

Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Moord_op_Theo_van_Gogh

Wikipedia: http://nl.wikipedia.org/wiki/Theo_van_Gogh_(regisseur)

Zie verder Hoofdstuk 27 Rudolf Käsebier Beul van Twente