We hebben 308 gasten online

Hoofdstuk 27 Rudolf Käsebier Beul van Twente

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Rudolf Käsenbier is geboren op 23 november 1956 in Duisburg. Rudolf Käsebier was geen onbekende van justitie. Hij werd in 1986 veroordeeld tot zes maanden cel en tbs met dwangverpleging voor een poging tot verkrachting in Apeldoorn en tachtig schennisplegingen. De behandeling verliep stroef. In Oldenkotte werd keer op keer - in totaal dertien keer - zijn tbs verlengd. Vanaf 1998 mocht hij met proefverlof en in december 2003 werd zijn tbs na ruim 16 jaar beëindigd (een half jaar na de moord op de zwerver Frank Storm).  

27.1 Käsebier: 'behandeling tbs-kliniek een lachertje'.

Käsebier reduceerde destijds het toezicht en de behandeling in Oldekotte tot een lachertje. Het was volgens hem een koud kunstje geweest om zijn behandelaars en begeleiders te laten geloven dat het goed met hem ging.

'Ik vertelde ze wat ze wilden horen. Dat leer je ook wel na zoveel jaar TBS. Ik ging uitzoeken wat mijn behandelaars van mij verwachtten en vertelde ze dan precies wat ze wilden horen. Als zij vinden dat je weer naar buiten kan, wie heeft dan schuld?[1].

Käsebier misleidde dus zijn begeleiders. Zij dachten dat het met K. de goede weg opging, en merkten tijdens proefverlof niets van de gruweldaden die hij toen pleegde.

K: ' Ik heb in tbs niets geleerd. Ik knikte op het juiste moment, maar dacht: barst maar[2]'. Hij verzon zelfs een relatie met ene 'Bianca' die hij zo levensecht beschreef dat iedereen geloofde dat ze bestond.

27.2 "Beul van Twente' door dierenmishandelingen

K. had in de periode dat hij in Enschede woonde - sinds 1998 - volgens buren zelden of nooit contact met andere mensen. ‘De Beul van Twente’ leidde echter - voor zijn veroordeling tot tbs in 1985 vanwege een of meer verkrachtingen - ‘gewoon’ een gezinsleven. De man, die geboren is in het Duitse Duisburg, was getrouwd en heeft in Nederland twee kinderen: een zoon en een dochter. Ze zijn beiden in de twintig. Hij heeft met hen sinds zijn veroordeling eigenlijk geen contact meer. K.’s ex-vrouw wil niets kwijt over die periode rond zijn veroordeling. Zijn zoon zegt hem een keer gedurende zijn gevangenschap te hebben opgezocht, maar daarna zelf het contact te hebben verbroken. ‘Daar had ik geen behoefte aan. Met name vanwege zijn verleden.[3]’ Hij zegt overigens niet precies te hebben geweten waarvoor zijn vader is veroordeeld. ‘Er is in het gezin nauwelijks tot niet meer over gesproken.’ Volgens hem heeft zijn zus, die twee jaar jonger is, alleen te horen gekregen dat haar vader weggegaan was.
Zij was ongeveer twee jaar toen K. werd veroordeeld.

In de jaren 2000-2004 was Twente in de greep van tientallen gruwelijke dierenmishandelingen. Het ging onder meer om schapen, pony's en paarden waarvan de geslachtsdelen waren afgesneden.

Op 28 juni 2003 werd in een park in Enschede de 50-jarige zwerver F. Storm doodgestoken. Ook zijn geslachtsdelen waren weggesneden.De politie legde in het grootschalige onderzoek naar de dierenmishandeling dan ook een link met deze bizarre moord.

27.3 "Beul van Twente" in beeld als mogelijke dader dood F.Strorm

K. was in 2001 al eens in beeld bij de politie wegens de dierenmishandelingen, maar er was onvoldoende reden om hem als verdachte aan te merken.

Opmerkelijk was dat K. vlak na de moord op Storm zich in hetzelfde park bevond als het slachtoffer. Dat was voor de politie aanleiding K. nader onder de loep te nemen, net als tachtig andere personen.

In augustus 2004 kwam K. weer in beeld, nadat documentatie over zijn verleden boven tafel was gekomen bij de politie. Die vertoonde overeenkomsten met de dierenmishandelingen. Observaties en huiszoekingen resulteerden in april 2005 tot zijn aanhouding. Op vrijdag 8 april 2005 omstreeks 1.50 uur wordt K. van zijn bed gelicht.

Uit de beschrijving in de Twentse Courant Tubantia[4]:

Officier van justitie Geo Dam denkt K. dan alleen voor de dierenkwellingen te kunnen pakken: voor de moord en de andere steekpartijen was geen enkel bewijs. Maar bij de huiszoeking in K.`s woning rolt de politie van de ene verbazing in de andere. De gewezen patiënt van de Rekkense tbs-kliniek Oldenkotte, bij wie eind 2003 de verpleging is gestaakt, koestert tientallen plaatjes van dieren. Daarop heeft hij penissen geplakt, geknipt uit pornobladen. De recherche doet korte tijd later nog een cruciale vondst; een radio zonder klepje. Cruciaal, Omdat bij het stoffelijk overschot van Frank Storm een klepje werd gevonden. Met een bonnetje in Storm`s portemonnee werd destijds achterhaald dat het klepje wellicht bij een radio hoorde. Inderdaad, de radio in K`s kamer werd gevonden. Volgens de rechercheurs is de radio bij de eerste doorzoeking over het hoofd gezien. Pas toen twee dagen later een luminalonderzoek volgde, waarbij minuscule, onzichtbare bloedvlekken met een chemisch goedje aan het licht komen, dook dit bewijs op. Het linkte K. aan de moord op Storm. Van der Munnik: ‘Eigenlijk kwam het ons achteraf niet slecht uit dat we de radio later vonden. Anders had K. in de voorgeleiding bij de rechter-commissaris kunnen lezen dat we hem ook van moord verdachten. Dan was onze tactiek in het water gevallen. Die was erop gericht hem eerst te confronteren met de dierenmishandelingen, dan met de moord en vervolgens de steekpartijen.’ De tweede dag van de verhoren bekent Rudolf K. de mishandelingen, de eersten (uit 2000) en de laatste (2004). ‘Daardoor konden we de tussenliggende feiten makkelijker aan hem linken. ’ Bekennen dat hij de geslachtsdelen wegnam, gaat K. moeilijker af. Uiteindelijk bekent hij er thuis seksuele handelingen mee gedaan te hebben. Na vruchteloze pogingen dumpte hij ze in de blokcontainer en zijn nooit teruggevonden. Uiteindelijk bekent K. ook de moord op de zwerver Storm, de steekpartijen en een aantal van de 35 dierenmishandelingen. Storm zou zich negatief over homo`s hebben uitgelaten, volgens K.. Het motief voor de steekpartijen is vaag; mogelijk wilde hij de slachtoffers uit opgekropte woede verminken,. De mishandelingen zijn gestuurd door seksuele verkniptheid, die K.`s tbs-behandelaars verholpen dachten te hebben.

Hij werd verdacht van moord, steekpartijen en het doden en verminken van de tientallen dieren. In de volksmond werd hij 'De beul van Twente' genoemd.

De dagvaarding tegen verdachte Rudolf Käsebier bevatte de moord op Frank Storm, drie moordpogingen, op een zwerver in het zelfde park een jaar eerder en twee voorbijgangers bij de Universiteit Twente. Daarna volgden tientallen dierenmishandelingen.

Het Openbaar Ministerie werd vertegenwoordigd door mevrouw T. Spoor, die zich bezighield met de gewelddadige dood van de oud onderwijzer Storm, het insteken op de andere zwerver en de onverhoedse meshalen naar mensen bij de Universiteit Twente en G. Dam leidde het onderzoek naar de reeks dierenmishandelingen.

27.4 Strafzaak rechtbank Almelo

Op 15 juli 2005 begint de strafzaak tegen Rudolf Käsebier. Het is een pro forma zitting. De verdachte komt de rechtbank binnen met een glimlach om de mond. Slungelend; slippers, spijkerbroek, een gestreept poloshirt. Een normale verschijning: gebruind, een korte grijzige stekeltjescoupe. Een inktblauwe tattoo op de arm. En die glimlach. ‘Ik heb het kippenvel op de rug staan’ zegt Enschedeër Jos Brouwer die de moord op Frank Storm volgt en zich inspant voor een monumentje voor de oud-onderwijzer[5].

Officier van justitie G.Dam draagt de voorlopige dagvaarding tegen K. voor. Hij begint, terecht, met ‘het belangrijkste feit’: de moord op Storm, van 27 op 28 juni 2003 in het Enschedese Volkspark. Het vijfde op de tenlastelegging, omdat K. is gepakt voor een lange rij walgelijke dierenmishandelingen. Daarover heeft hij eerst bekend, die staan het hoogst op de aanklacht. Gevolgd door de moord en drie pogingen daartoe. Als zesde feit staat het insteken op een man, die in een slaapzak lag, net als Storm. Dat slachtoffer liep 8 juli 2002, bij een messteek in de zij een doorboorde darm op, bijna een jaar voor de moord op de zwerver. Als feiten 7. en 8. staan uithalen met een mes naar passanten van het Utcomplex in de zomer van 2002 in dit ‘horror-dossier’

K. hoort het gelaten aan, met een halfgeamuseerde uitdrukking op zijn geschoren en snorloze gezicht. Aanklager Dam meldt dat de zaak moet worden aangehouden. K. kan komende week terecht in het Pieter Baan Centrum, de Utrechtse justitiekliniek. Omdat onzeker is dat het onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid niet voor de volgende (pro forma) zitting van 7 oktober klaar is, is de inhoudelijke behandeling voor 11 november gepland, de hele vrijdag. Advocaat H.van Denderen stemt in met die marsroute.

Of K. zelf nog vragen heeft, informeert voorzitter Rikken. De verdachte spreid de handen en schudt zijn hoofd. ‘Dan doen we dat maar zo’ zegt de geboren Duitser.[6]

Uit het vonnis van de rechtbank in Almelo[7], is op te maken wat het resultaat is van het onderzoek in het Pieter Baan centrum.

Omtrent de strafbaarheid van de verdachte overweegt de rechtbank dat er blijkens een door P.K.J. Ronhaer en P.E. Geurkink, respectievelijk als psychiater en psycholoog verbonden aan de Psychiatrische Observatiekliniek het Pieter Baan Centrum te Utrecht opgemaakt rapport betreffende een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte, bij laatstgenoemde sprake is van een zeer ernstige antisociale persoonlijkheidsstoornis, waarin ook narcistische trekken zichtbaar zijn. Deze stoornis wordt echter beter gekenmerkt door de term psychopathie vanwege het gebrek aan empathie, aan spijt, schuldgevoel of wroeging en een absoluut gebrek aan respect voor de gevoelens en rechten van anderen en vanwege de egocentrische, antisociale leefstijl met een gebrek aan planning. Bij verdachte is er sprake van ernstige psychopathie.
Zijn persoonlijkheid wordt dieperliggend gekenmerkt door leegheid, impulsiviteit, primaire lustbevrediging, het ontbreken van conceptuele samenhang en onvermogen te ordenen.
De stoornis van verdachte zoals aangegeven, speelde ten tijde van de ten laste gelegde feiten een belangrijke rol. In alle feiten is ook het machtsaspect zichtbaar. Betrokkene zocht de ten laste gelegde feiten overziend, uitsluitend zwakkere en zelfs weerloze slachtoffers, waardoor zijn gevoel van macht kon groeien.
Op grond van het bovenstaande heeft betrokkene ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten weliswaar de ongeoorloofdheid daarvan kunnen inzien, doch is hij in mindere mate dan de gemiddeld normale mens in staat geweest zijn wil in vrijheid -overeenkomstig een dergelijk besef- te bepalen.
De conclusie luidt dat betrokkene ten tijde van het plegen van de hem ten laste gelegde feiten lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling en ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens, dat deze feiten -indien bewezen- hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend.

De rechtbank verenigt zich met deze conclusie en neemt die over. Overeenkomstig die conclusie kan niet worden gezegd dat verdachte niet strafbaar is, terwijl ook overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die verdachte niet strafbaar doet zijn.

K. toonde ook tijdens de rechtbankzittingen totaal geen respect voor anderen, is emotieloos en reageert onaangedaan.

Hij antwoordde schijnbaar emotieloos op de vragen die hem werden gesteld. Hij zei te hebben gehandeld uit kwaadheid die hij had opgebouwd tijdens zijn verblijf in de tbs-kliniek.

De rechtbank van Almelo volgde de eis van de officier van justitie  en veroordeelt Rudolf Käsebier tot  levenslange gevangenisstraf. De advocaat van verdachte had om een tijdelijke gevangenisstraf met TBS gevraagd. 

27.5 Motivering rechtbank levenslange gevangenisstraf

Motivering rechtbank Almelo [8]:

Verdachte heeft in de nacht van 27 op 28 juni 2003 opzettelijk en met voorbedachten rade iemand op brute wijze van het leven beroofd. Hij heeft het weerloze slachtoffer, dat een zwervend bestaan leidde, in zijn slaap verrast en vervolgens op lafhartige wijze met een mes in de hals en in de buik gestoken, aan welke verwondingen het slachtoffer vervolgens is bezweken.
Aan het plegen van deze moord is een zekere planning door de verdachte voorafgegaan, hetgeen onder meer blijkt uit het feit dat hij het slapende slachtoffer in het park geruime tijd heeft geobserveerd alvorens zijn gruwelijke daad te verrichten. Door deze moord heeft de verdachte dit kwetsbare slachtoffer het meest fundamentele recht ontnomen waarover de mens beschikt, te weten het recht op leven. Bovendien heeft de dood van het slachtoffer hevige beroering gewekt en grote angst teweeggebracht, niet alleen in de kringen van mensen waarin het slachtoffer verkeerde, maar ook ver daarbuiten.

Ongeveer een jaar voor het plegen van deze moord, heeft de verdachte ook gepoogd drie willekeurige andere personen met een mes te doden. Eén van deze slachtoffers werd door de verdachte op vrijwel identieke wijze benaderd als in het geval van het latere, hiervoor genoemde slachtoffer [slachtoffer1]. Dat in dit geval het slachtoffer de confrontatie met verdachte niet met de dood heeft moeten bekopen is gelegen in het feit dat hij tijdig uit zijn slaap ontwaakte, waardoor verdachte de uitvoering van zijn voorgenomen misdrijf niet heeft kunnen voltooien.
De beide andere slachtoffers [slachtoffer3] en [slachtoffer4] werden eveneens onverhoeds, op de openbare weg door verdachte op zijn fiets van achteren genaderd en in het voorbijgaan door verdachte met een mes gestoken. Dat deze slachtoffers het leven niet hebben verloren, is eveneens een gelukkige omstandigheid, die geenszins aan de verdachte is te danken. Na het toebrengen van de potentieel levensbedreigende verwondingen werden de slachtoffers hulpeloos achtergelaten op plaatsen in de avond- en nachtelijke uren, waar zich op dat moment in het algemeen weinig mensen bevinden of voorbij komen.

Ook hier betreft het drie gruwelijke en schokkende feiten die zijn gepleegd jegens nietsvermoedende en weerloze mensen.

Behalve aan de bovenomschreven feiten, heeft verdachte zich in een periode van ruim vier jaar, meermalen schuldig gemaakt aan het wegnemen van delen vlees bij dieren. Om deze wederrechtelijke toe-eigening te realiseren, heeft verdachte op weerzinwekkende wijze de in de dagvaarding nader omschreven dieren met een mes bewerkt, waardoor deze zodanig zwaar werden verwond en verminkt, dat zij daaraan zijn bezweken. Deze feiten hebben niet alleen gevoelens van afschuw en verontwaardiging in de kring van dierenbezitters veroorzaakt, maar hebben ook zeer ernstige maatschappelijke verontrusting teweeggebracht.

Hoewel de ernst van laatstbedoelde feiten reeds een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigt, wordt de strafmaat vooral bepaald door de eerste vier feiten van de tenlastelegging en in het bijzonder door het eerste. Het staat buiten kijf dat het met voorbedachten rade een medemens van het leven beroven wordt beschouwd als het ernstigste delict dat het Wetboek van Strafrecht kent.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte de bewezen verklaarde feiten grotendeels heeft gepleegd gedurende de periode dat hij met proefverlof was in het kader van een hem, zoals blijkt uit een desbetreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister van 13 oktober 2005, door de rechtbank te Zutphen in 1986 ter zake een zedenmisdrijf opgelegde terbeschikkingstelling van de regering.

Behalve hetgeen hiervoor reeds is vermeld omtrent de strafbaarheid van de verdachte, houdt voormeld rapport van het Pieter Baan Centrum -zakelijk weergegeven- onder meer in als conclusie van genoemde gedragsdeskundigen:

De thans meest in het oog springende stoornis ligt op het gebied van de seksualiteit. Bij betrokkene is er op dat gebied sprake van een zeer ernstige afwijking, die zich in diverse gedaanten kan voordoen of heeft voorgedaan: betrokkene is polymorf pervers. Zijn uitingsvormen werden hierbij steeds gewelddadiger. Deze seksuele aberratie kan niet los gezien worden van betrokkenes zeer ernstige persoonlijkheidsstoornis, die weliswaar antisociaal van aard is en ook narcistische kenmerken bevat, maar die zich beter laat beschrijven door de term psychopathie.
Bij betrokkene is sprake van onvermogen om betekenisvolle en wederkerige relaties op te bouwen, van gebrek aan empathie, spijt, schuldgevoel of wroeging en van een absoluut gebrek aan respect voor de gevoelens, de grenzen en rechten van anderen. Betrokkene is nauwelijks in staat gevoelens van onvrede, boosheid en woede bewust te ervaren en is al helemaal niet in staat deze te verwoorden.
Wanneer de feiten nader worden beschouwd, kan in elk van deze feiten een aanmerkelijke mate van berekening herkend worden. Het berekenend uitleven van zijn seksueel-agressieve gevoelens is besloten in zijn stoornis en kan daar ook niet los van worden gezien. Betrokkene kan gezien de aard en ernst van zijn stoornis niet goed in staat worden geacht zelfstandig dit patroon van uitleven duurzaam te doorbreken. De kans dat betrokkene -onbehandeld- zich in de toekomst opnieuw schuldig zal maken aan seksueel - agressieve delicten, achten wij dan ook bijzonder groot. De stoornissen zijn onverminderd aanwezig en betrokkene heeft hier geen inzicht in. Wanneer het inschatten van het recidiverisico vergeleken wordt met taxatie aan de hand van louter statistische risicofactoren -de zogenaamde actuariële methode- wordt eveneens gekomen tot een zeer hoge kans op recidives.

De rechtbank kan zich met voormelde conclusie en de daaraan ten grondslag liggende beschouwingen omtrent het recidivegevaar verenigen en zij neemt deze over.

Het aan deze conclusie verbonden advies om aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen, zal de rechtbank niet volgen.
De rechtbank heeft zich nadrukkelijk te beraden omtrent de vraag of er ter beperking van het als zeer hoog ingeschatte recidivegevaar, in het onderhavige geval redenen zijn om de door de officier van justitie gevorderde levenslange gevangenisstraf op te leggen dan wel een zeer langdurige gevangenisstraf in combinatie met een terbeschikkingstelling met dwangverpleging zoals door en namens de verdachte met nadruk verzocht.
Hoewel de hiervoor genoemde gedragsdeskundigen aanknopingspunten zien voor een behandeling van verdachte in het kader van een maatregel als bedoeld in artikel 37a, juncto artikel 37b Wetboek van Strafrecht, acht de rechtbank daartoe onvoldoende gronden aanwezig. Hieraan in de weg staat met name de vaststelling door diezelfde gedragsdeskundigen dat gezien de aard en de ernst van de stoornis, de neiging en het vermogen tot schijnaanpassing en de lange duur van eerdere, nutteloos gebleken, althans geen effect gesorteerde hebbende behandelpogingen, de behandelbaarheid van de verdachte mogelijk beperkt wordt geacht.
Er bestaat derhalve gerede twijfel of ooit een betrouwbaar oordeel over substantiële vermindering van het recidiverisico valt te geven. Zelfs is, blijkens genoemde gedragsdeskundigen, niet met zekerheid te zeggen of bijvoorbeeld medicamenteuze behandeling in de vorm van libidoremmende antihormonen in dit verband op verdachte een gunstige invloed zou kunnen hebben.
Al het voorgaande -in onderling verband en samenhang- in aanmerking nemend, komt de rechtbank tot het oordeel dat geen reëel uitzicht bestaat op resocialisatie van de verdachte en terugkeer in de samenleving zonder dat dit een onaanvaardbaar gevaar met zich mee brengt. Ook een mogelijk verblijf van verdachte in een zogenoemde long-stay afdeling in een Tbs-kliniek, zoals door de raadsman geopperd,
acht de rechtbank in dit verband niet effectief en vormt een te onzekere factor om de nodige garantie te bieden ter ondervanging van het grote (recidive)gevaar dat van verdachte uitgaat, nog afgezien van het feit dat op een dergelijke plaatsing door de rechtbank geen invloed kan worden uitgeoefend..
Gelet op de ernstige schok die de rechtsorde is toegebracht, komt naar het oordeel van de rechtbank slechts één straf in aanmerking en wel: levenslange gevangenisstraf. Die straf wordt verdachte dan ook opgelegd, mede ter vergelding van het enorme leed dat door hem bij anderen is veroorzaakt.
De omstandigheid dat de thans bewezen verklaarde feiten verdachte in verminderde mate kunnen worden toegerekend, geeft de rechtbank evenmin aanleiding tot het nemen van een andere beslissing.

27.6 Hoger beroep Gerechtshof Arnhem

Advocaat-generaal E. Julsing eiste in hoger beroep op 30 mei 2006 opnieuw levenslange gevangenisstraf tegen Rudolf K.en zag niets in een celstraf met tbs. 'De samenleving moet blijvend tegen hem beschermd blijven[9]'. Käsebier's advocaat K. H. van Denderen pleitte voor een beperkte celstraf met tbs. Dat was vreemd te noemen. Want zijn vroegere tbs-behandelaars in het Rekkense Oldenkotte stelden dat Rudolf K. zelf is gaan geloven, dat hij mensen en dieren doodde en verminkte om 'wraak 'te nemen op tbs-tijd.

De deskundigen van het Pieter Baan centrum stelden: 'Er is momenteel geen goede behandeling beschikbaar voor zijn extreme stoornis. En er zijn ook geen aanwijzingendat er op dat terrein grote sprongen voorwaarts worden gemaakt'[10]. Het enige wat we kunnen doen is symptoombestrijding. 'Maar of dat helpt weten we niet'. De experst geloven evenmin dat K's aandoening naar mate hij ouder wordt 'zal doven'.

Als hij tbs krijgt, zal dat gedurende langere periode maximaal gesloten moeten zijn'[11]. Zij adviseren het hof voornamelijk tbs op te leggen, 'om te voorkomen dat hij anders misschien onbehandeld in de samenleving terugkomt. 'Daar is hij dan een acuut gevaar'.

Rudolf Käsebier over zijn tbs-tijd[12]: 'Ik heb in detbs mijn vrouw niet meer kunnen zien, mijn kinderen niet, mijn broers en zussen niet.. Die pijn voel ik nog steeds en dat verwijt ik ze tot op de dag van vandaag. Eigenlijk had ik degenen die mepijn deden moeten pakken, maar ja... Ik kon mijn daden niet op hun uitvoeren daar kwam mijn woede tegen anderen vandaan.

Uiteindelijk kwam K. dus gevaarlijker uit de tbs, dan dat hij er in 1986 inging. De experts van het PBC erkennen dat ook. Maar ze zijn er van overtuigd dat hij vroeg of laat ook zonder tbs tot zijn gruweldaden zou komen. 'Hij heeft qua gevoel een leegte. Hij zoekt prikkels om die leegte te vullen in een oncontroleerbare mix van agressie en lust. Die prikkels moeten steeds intenser zijn. Hij heeft geen geweten, is overactief op seksueel gebied en extreem psychopathisch[13]'.

Op 13 juni 2006 veroordeelde het gerechthof Arnhem Rudolf Käsebier opnieuw tot levenslange gevangenisstraf[14]. Het gerechtshof achtte dezelfde feiten bewezen als de rechtbank destijds en beschouwt een levenslange gevangenisstraf als de enige manier om mens en dier tegen de seksueel gestoorde K. te beschermen. K. vormt anders een levensgroot gevaar voor de samenleving. De seksueel getinte moord, pogingen tot moord en dierenverminkingen die K. de naam 'Beul van Twente' bezorgden, pleegde hij tijdens een proefverlof in de laatste jaren van zijn langdurige behandeling de tbs-kliniek. K. sneed zowel bij de zwerver als bij enkele van de dieren geslachtsdelen en vlees af om mee te experimenteren dan wel op te eten. ,,K. sloeg bij de moord op de zwerver toe nadat hij twee keer een ronde door het park had gelopen om te zien of er geen getuigen waren'', aldus het hof. ,,Het slachtoffer heeft zich nog geprobeerd te verweren, en heeft zeker nog een afschuwelijke doodsstrijd van een kwartier geleverd. Ook de drie willekeurige personen stak hij bewust op levensbedreigende plekken met de bedoeling ze door bloedverlies te verzwakken zodat hij zijn gang met hen zou kunnen gaan.''

27.7 Cassatie Hoge Raad

Rudolf K. en zijn advocaat H. van Denderen gingen in cassatie van de Hoge Raad. Zij verzetten zich tegen de levenslange celstraf. Zij stellen dat K. een gevangenisstraf met een tbs- behandeling zou moeten krijgen. Dan zou K. ooit op vrije voeten kunnen komen. Advocaat- generaal A. Machielse adviseerde het hoogste rechtscollege K.’ s verzoek te verwerpen.

Op 4 december 2007 maakte De Hoge Raadbekend[15] geen aanknopingspunten te zien om een rechter opnieuw naar de zaak te laten kijken. K. werd in 2006 in hoger beroep tot levenslang veroordeeld door het gerechtshof in Arnhem wegens de moord op de dakloze ex-onderwijzer Frank Storm in Enschede, drie moordpogingen en grof geweld tegen dieren.

De Hoge Raad geeft het hof gelijk. Dat stelde dat K. al 17 jaar tbs-behandelingen onderging en een deel van de misdrijven in die tijd pleegde. Het hof noemde K. „een levensgroot gevaar" en vond celstraf voor het leven de enige toereikende bescherming voor de samenleving. „Bovendien heeft hij zelf aangegeven van die behandelingen alleen maar slechter te zijn geworden", aldus de Hoge Raad over Käsebier.



[1] Tubantia 29-11-2007: Baard Lucien: Tweede moord door tbs'er Oldenkotte in Enschede

[2] Tubantia 31-05-2006 Doden 'uit wraak' op TBS-tijd

[3] Tubantia 23-04-2005 Rudolf K. was vroeger minder Einzelgänger

[4]Tubantia 01-04-2006 Janssen, Bert: Privacyregels hinderen opsporing 'Beul van Twente'.

[5] Tubantia 16-07-2005 Janssen,Bart: Verdachte moordenaar/dierenbeul Rudolf K. komt lachend binnen.

[6] 16-07-2005 Janssen,Bart: Verdachte moordenaar/dierenbeul Rudolf K. komt lachend binnen.

[7] Rechtbank Almelo LJN AU 6873 25-11-2005

[8] Rechtbank Almelo LJN AU 6873 25-11-2005

[9] Tubantia 31-05-2006 Doden 'uit wraak' op tbs-tijd.

[10] idem

[11] idem

[12] idem

[13] idem.

[14] Gerechtshof Arnhem LJN AX 7374 13-06-2006

[15] Hoge Raad cassatie LJN BB6351 04-12-2007

Geraadpleegde bronnen

Rechtbank Almelo LJN AU 6873 25-11-2005

Gerechtshof Arnhem LJN AX 7374 13-06-2006

Hoge Raad cassatie LJN BB 6351 04-12-2007

Tubantia 23-04-2005 Rudolf K. was vroeger minder Einzelgänger

Tubantia 16-07-2005 Janssen, Bert: Verdachte moordenaar/dierenbeul Rudolf K. komt lachend binnen.

Tubantia 01-04-2006 Janssen, Bert: Privacyregels hinderen opsporing 'Beul van Twente'.

Tubantia  31-05-2006 Doden 'uit wraak' op TBS-tijd

Tubantia 31-05-2006 Rudolf K. te gestoord voor TBS

Tubantia 12-06-2006 Spanning over straf van Rudolf K.

Tubantia 13-06-2006 Opnieuw levenslang voor 'Beul van Twente'

Tubantia 14-06-2006 Daden K. weerzinwekkend

Tubantia 29-11-2007 Baard, Lucien: Tweede moord door tbs 'er Oldenkotte in Enschede

Tubantia 01-12-2007 Houdt dierenbeul levenslang?

Tubantia 04-12-2007 Zaak 'Beul van Twente' niet opnieuw naar rechter

http://www.twentetegengeweld.nl/kasebier.htm

Twente tegen geweld Brouwer, Jos:  30 mei 2006 Opnieuw levenslang geëist tegen Rudolf Kasebier in hoger beroep

Zie verder Hoofdstuk 28 Levenslang Gerrie Musch: Moord zonder lichaam