We hebben 146 gasten online

Hoofdstuk 32: Marcel Teunissen levenslang voor moord op Louis Sévèke

Gepost in Boek: De praktijk van de levenslange gevangenisstraf in Nederland

Louis Sévèke werd op 15 november 2005 op straat in Nijmegen neergeschoten. Hij stond bekend door zijn strijd tegen de politie en de Binnenlandse Veiligheidsdienst; hij was van mening dat deze overheidsinstanties onnodig dossiers bijhielden van politieke activisten. Sinds 1984 was hij woonachtig in Nijmegen en in dat jaar pakte hij zijn (onvoltooid gebleven) studie weer op. Hij raakte betrokken bij acties tegen het studiefinancieringsbeleid van toenmalig Minster van Onderwijs Wim Deetman. Nadat hij bij de bezetting van het Ministerie van Onderwijs in 1986 beweerde door de politie te zijn mishandeld, gaf hij zijn studie op en werd fulltime activist.

Hij was betrokken bij diverse kraakacties; hij was verbonden aan het Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV); hij was voorzitter van de vereniging Steunpunt Inzage PID-Nijmegen en hij was juridisch adviseur van verschillende groeperingen van krakers. Zo fungeerde hij onder meer als woordvoerder voor de groep krakers die het Nijmeegse pand Grote Broek in gebruik hadden genomen. Namens hen voerde hij tot zijn dood gesprekken met de gemeente Nijmegen en met de woningbouwvereniging Standvast Wonen over legalisatie van dit kraakpand. Verder was hij actief in de Werkgroep Klachten Politieoptreden en ook werkte hij samen met Buro Jansen & Jansen, dat kritisch onderzoek doet naar de politie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst[1]. Ook was hij de schrijver van een boek over inlichtingendiensten, dat veel stof deed oplaaien bij publicatie.

Op 15 november 2005 kwam Louis Sévèke (41), vlakbij kraakpand De Grote Broek in het centrum van Nijmegen, om het leven door twee schoten uit een afgezaagd jachtgeweer. De moord kwam in Nijmegen hard aan.

32.1 Persverklaring familie en vrienden Louis Sévèke

De familie en vrienden van Louis Sévèke gaven een dag later een persverklaring uit[2]:

Diep geschokt zijn we door de dood gisteravond van onze broer, zwager en vriend Louis Séveke.

Wij kennen Louis als een integere, betrokken en lieve persoon. Zijn betrokkenheid bij maatschappelijke zaken uitte hij scherp en direct. De bevlogen manier van discussiëren ging echter altijd gepaard met respect en een evenwichtige blik. Zijn dood laats ons getroffen achter.

Louis kwam als student naar Nijmegen. Midden jaren tachtig werd hij actief in de kraakbeweging en ontwikkelde zich als activist. Vanaf de jaren negentig richtte hij zich vooral op juridische ondersteuning voor activisten. Voor hen diende Louis klachten in en voerde procedures. Hij had een voortrekkersrol in de Vereniging Steunpunt Inzage PID, die ijverde voor inzage in dossiers van activisten bij de voorloper van de AIVD, de BVD. Tevens deed hij onderzoek naar, en publiceerde over ontwikkelingen bij inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Louis had ook een actieve rol bij de legalisatie van kraakpand de Grote Broek. De laatste jaren was hij veel bezig met het begeleiden van jongeren, daklozen en activisten die een klacht hadden over politieoptreden.

Wij hebben geen zicht op de toedracht van Louis' dood, de reden of de dader. Wij wensen daarover ook niet te speculeren. Met vragen hierover kunt u zich tot Politie en Justitie richten, die een uitgebreid onderzoek gestart zijn.

32.2 Onderzoek naar moord op Louis Sévèke zou meer dan anderhalf jaar duren

Dat onderzoek naar de moord op Sévèke zou pas na meer dan anderhalf jaar tot resultaat leiden. In juli 2006 werd bekend dat de politie op zoek is naar iemand die zich in e-mails uitgeeft voor Edmund Dates. Onder deze naam werd diverse malen contact gezocht met Sévèke en bleek er sprake te zijn van wraak. Justitie heeft daarop de FBI om steun gevraagd.

Het Nederlandse ministerie van Justitie had de FBI via een internationaal rechtshulpverzoek benaderd vanwege diens mogelijkheden de identiteit van personen achter anoniem e-mailverkeer te achterhalen. Die samenwerking is geregeld via een bilateraal verdrag tussen Nederland en de VS over onderlinge justitiële samenwerking.

Telefoonverkeer is voor opsporingsdiensten relatief makkelijk af te luisteren. E-mail aftappen van een bepaald persoon is complexer, omdat daarvoor het IP-adres bekend moet zijn van de computer waarvan die persoon e-mail verzendt en/of waarop die e-mail ontvangt. De FBI werkte daarbij sinds eind jaren negentig met het zogeheten Carnivore-systeem. Dat is een bij internetproviders geplaatste filter die niet alleen ip-adressen van zenders of ontvangers selecteert, maar ook de inhoud van de communicatie, zoals een bepaald woordgebruik. Carnivore kon zo miljoenen mails per seconde verwerken. In 2005 werd dat, inmiddels verouderde, systeem vervangen[3].

De FBI was nodig voor het achterhalen van het mailverkeer en de ip-adressen ervan. Op die manier kon ook achterhaald worden waarvandaan de verdachte zijn mails verzond.

 In een persconferentie van het Openbaar Ministerie in Arnhem van 28 maart 2007 sprak Hoofdofficier van Justitie Remco van Tooren van een spectaculaire doorbraak in het anderhalf jaar slepende onderzoek naar de moord[4].

32.3 Arrestatie Martinus Teunissen in Barcelona

Met medewerking van de FBI werd de verdachte Martinus Teunissen op 16 maart 2007 in een internetcafé in Barcelona gearresteerd en via een versnelde procedure aan Nederland uitgeleverd.

Toeval en goed recherchewerk hebben de doorbraak gebracht in de moordzaak- Sévèke. Misschien was de gouden vondst een roodblauwe sporttas[5]. Die tas valt op in het signalement van de vermoede schutter, die op 15 november 2005 de Nijmeegse activist Louis Sévèke op straat doodschoot. Welke spullen er in de opslagbox lagen die leden van de districtsrecherche Leiden-Voorschoten eind februari openbraken, blijft voorlopig geheim. Zoals ook andere details over de aanhouding van de 38-jarige verdachte. De verhoren zijn immers pas begonnen.

Een wapen lag er in elk geval niet, vertelde de Arnhemse hoofdofficier van justitie Remco van Tooren. Maar wat ze vonden was zo interessant dat de Leidse politiemensen meteen hun collega’s in Nijmegen op de hoogte brachten. Daar vielen de puzzelstukjes van anderhalf jaar onderzoek plots in elkaar, aldus politiechef Aart Garssen.

De box was gehuurd door een voortvluchtige bankovervaller die diverse keren gewapend had toegeslagen in Zuid-Holland, Noord-Brabant, Utrecht en één keer, in 1997, bij een grenswisselkantoor in Nijmegen. Tegen de man was een Europees arrestatiebevel uitgevaardigd, dat begin maart werd uitgebreid met de verdenking van betrokkenheid bij de moord op Sévèke.

 De verdachte heeft aangaande de zaak-Sévèke, volgens een politieverklaring, een bekentenis afgelegd. De verdachte en Sévèke kenden elkaar uit het krakercircuit. Het motief voor de moord zou mogelijk wraak zijn.

In de opslagbox van Marcel Teunissen trof de politie een dagboek en „voorwerpen” aan dat hem rechtstreeks in verband bracht met de moord op Sévèke. In het dagboek zou hij beschreven hebben dat hij tien jaar geleden door Sévèke uit de Nijmeegse krakerbeweging is gegooid en dat hij daarvoor wraak heeft gezworen. Ook zou uit het dagboek blijken dat hij op de avond van de moord in Nijmegen was.

Volgens een verklaring van de familie en vrienden, die zich in een ‘persgroep’ hebben georganiseerd, heeft T. inderdaad in een Nijmeegs kraakpand gewoond en was hij actief in de beweging. Sévèke kende hem „maar er was geen nauw contact”, aldus de groep. Of hem inderdaad door Sévèke toen de voet dwars is gezet is onduidelijk.

Louis'broer Raymond-Pierre Sévèke: „Voor ons is dat de brandende vraag: waarom heeft iemand het nodig gevonden Louis te vermoorden?[6]” Volgens hoofdofficier Remco van Tooren,  op de persconferentie, is T., die hoogstwaarschijnlijk alleen heeft gehandeld, niet gelieerd aan politie- of inlichtingendiensten. Die verklaring is een reactie op alle theorieën die de afgelopen veertien maanden de ronde hebben gedaan. Want Sévèke was politiek geëngageerd, een ‘luis in de pels’ die onderzoek deed naar de werkwijze van de inlichtingendiensten. De jaren voor zijn dood hield hij zich vooral bezig met het ondersteunen van klachtenprocedures tegen het optreden van politie.

In een bijdrage van de Gelderlander van 21 april 2007[7], werd nader ingegaan op de persoon Marcel Teunissen. Hij streek begin jaren negentig neer in Nijmegen en mensen omschreven hem toen als een wantrouwende en eenzame man. Dit beeld komt overeen wat Marcel aan zijn dagboek toevertrouwde en aan de politie vertelt.

Maar zijn houding was ook hooghartig. T. was er van meet af aan van overtuigd dat hij als verklikker of infiltrant van de autoriteiten werd gezien. Hij hield vooral Louis Sévèke verantwoordelijk voor zijn vertrek uit de krakerbeweging, omdat deze hem zou hebben beschuldigd een infiltrant te zijn. Hij gaf daarvan Sévèke, toonaangevend in de beweging, de schuld. Die maakte hem stelselmatig zwart, vond hij. [8]. Marcel T. voelde zich, zo heeft hij de politie verteld, buitengesloten. Hij nam uiteindelijk wraak door Louis Sévèke om te brengen. Die beslissing nam hij nadat hij de balans van zijn leven had opgemaakt.

Dat dagboek leest als een autobiografie, waarin T. veel intieme details over zijn leven prijsgeeft. Ook beschrijft hij zijn motieven voor het plegen van bankovervallen en bomaanslagen. Zo hebben een gebeurtenis in zijn jeugdjaren en de Nijmeegse krakerperiode, naar het schijnt, een zware wissel op zijn gevoelsleven getrokken. Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift. Hij pendelde na 1999 tussen Nederland, België en Spanje zonder sporen na te laten. Ook wisselde hij regelmatig van identiteit. Vrijwel niemand, op een enkel familielid na, is volgens welingelichte bronnen in staat gebleken om een meer dan oppervlakkige schets van hem te geven.

T. heeft inmiddels ook verklaard hoe hij bij de moord op Sévèke te werk is gegaan. Hij wachtte zijn slachtoffer op dinsdag 15 november 2005 buiten op. Sévèke woonde in het voormalige krakersbolwerk Grote Broek een vergadering bij, maar verliet de bijeenkomst voortijdig voor een privéafspraak.
Op de hoek van de Van Welderenstraat en de Eilbrachtstraat werd Sévèke door T. benaderd. Na de liquidatie wandelde Marcel kalm weg. Een verschrikte voorbijganger die hem tegemoet liep, liet hij weten dat er waarschijnlijk was geschoten. Daarna is hij naar het NS-station gewandeld en per trein vertrokken. De volgende dag pleegde hij een bankoverval op de ABN AMRO in Leiden.

Vervolgens week hij uit naar Spanje. Op 16 maart werd hij in Barcelona gearresteerd. Dat is in kort bestek wat de verdachte de politie tot nu toe heeft verteld over de gebeurtenissen op 15 november 2005 - de dag van de moord - en vlak erna. Daarnaast heeft T. afgelopen week uitvoerig uit de doeken gedaan hoe hij begin jaren negentig een wrok koesterde jegens de Nijmeegse krakerwereld.

Eerder onthulde De Gelderlander dat een naaste familielid de politie de weg heeft gewezen naar Marcel T., de 38-jarige verdachte van de moord op activist/publicist Louis Sévèke. De tipgever herkende de man als bankovervaller op videobeelden van het televisieprogramma Opsporing Verzocht in januari 2007. Deze tip leidde tot de vondst van een dagboek in een bagagekluis in CS Rotterdam, waarin Marcel T. zijn drijfveren voor de moord en verder enkele bankovervallen en een bomaanslag op BASF prijsgeeft[9].

De 38-jarige Marcel Teunissen staat terecht voor de moord op Louis Sévèke op 15 november 2005. De moord op Louis Sévèke zou zijn gericht tegen het onderzoeksbureau van Louis Sévèke. Marcel T. zou zich hebben ingebeeld dat hij door dit Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (OBIV) werd beschouwd als een infiltrant voor politie of inlichtingendiensten en dat hij daarom uit de kraakbeweging zou zijn verstoten.

Daarnaast wordt hij ook verdacht van meerdere (gewapende) overvallen. Het gaat om een grenswisselkantoor in Nijmegen (juli 1999) en Utrecht (1999) en op banken in Utrecht (maart 2001), Leiden (augustus 2001, november 2005, en december 2006) en Breda (februari 2002 en maart 2006).

In zijn dagboek maakt hij ook melding van zijn betrokkenheid bij een aantal aanslagen en brandstichtingen midden jaren negentig. Het gaat om brandstichtingen bij BP en de bank Credit Lyonnais in 1994 en 1995, een mislukte aanslag op de Credit Lyonnais in 1995 en aanslagen op de Banque Paribas en de BASF in Arnhem in 1996.

32.4 Rechtszaak Rechtbank Arnhem

Tijdens de behandeling van de rechtszaak, die werd voorgezeten door de rechters M. Jurgens, J. Westenbroek en G. Perrick, op woensdag 3 juli 2007 bleek dat het moordwapen, een afgezaagd jachtgeweer, nooit is gevonden. Er was gedregd in de  rivieren de Maas en de Schelde, maar het wapen was niet boven water gekomen.

Officier van Justitie Aidan van Veen bevestigde in zijn betoog dat de moord op Sévèke het begin zou zijn van een reeks afrekeningen in het Nijmeegse krakersmilieu. Sévèke was de eerste in wraakmissie. Marcel T., die tijdens de behandeling van de zaak grotendeels onbewogen voor zich uit zat te staren[10], zou  een lijst hebben samengesteld van mensen uit de Nijmeegse krakerbeweging die hij zou willen vermoorden.

De rechtszaak tegen Marcel Teunissen, verdacht van de moord op Louis Sévèke werd uitgesteld. De advocaat van de verdachte, Bénédicte Ficq, twijfelde aan de bekentenis van haar cliënt. De advocaat betwijfelt of T. de moord wel heeft gepleegd. Zelf houdt de 38-jarige verdachte wel vast aan zijn bekentenis dat hij verantwoordelijk is voor de moord op Sévèke. Op de vraag van de rechter of de verdachte bij zijn eerdere bekentenis blijft, was zijn antwoord: ‘ja’.

Verder vond Ficq dat in het driedelige dagboek van T., dat op zijn computer en op internet is gevonden, nergens duidelijk staat geschreven dat hij van plan was Sévèke te vermoorden. Ze benadrukte dat ook in de ’zeer gedetailleerde geschriften’ die na de moord zijn geschreven, niets over de misdaad staat.

Volgens het Openbaar Ministerie straalden verschillende passages uit dat dagboek wel degelijk dreiging uit, zoals die waarin staat dat zijn ’oude vijanden uit de krakerbeweging hun straf wel zullen krijgen’. Justitie is ervan overtuigd dat Sévèke op de hoogste plek stond in de zogenaamde ’hitlist’ van T. Die moordlijst is echter nooit gevonden.

Ficq meent dat de rapporten van de psychologen en psychiaters, Marcel T. was onderzocht door forensisch psycholoog Baneke en forensisch psychiater Kaiser, niet afdoende zijn. De conclusie van de deskundigen was dat T. in aanmerking komt voor tbs-behandeling. T. is het niet eens met het tbs-advies en vroeg daarom om een nieuw onderzoek.

De verdachte zou volgens onderzoekers van de Forensisch Psychiatrische Dienst lijden aan het Syndroom van Asperger. De onderzoekers leggen in hun onderzoek ook een relatie tussen het syndroom en de misdaden die de verdachte inmiddels heeft bekend.

T. zou vanuit de - aan autisme verwante - stoornis hebben gehandeld, en de feiten zouden hemzelf daarom minder aan te rekenen zijn dan normaal. Wel hebben de deskundigen later een aanvullend rapport uitgebracht. Het typerende gebrek aan inlevingsvermogen bij Asperger, wordt daarin voor T. weer iets genuanceerd.

Volgens advocaat Ficq is het mogelijk dat de 38-jarige T. veel van de informatie over de moord die alleen bij een dader bekend kan zijn, via andere wegen heeft verkregen. Bijvoorbeeld van getuigen of via de media en internet. Ook kloppen delen van zijn bekentenis niet met de technische feiten.

Zo heeft T. uitgelegd dat hij Sévèke twee maal in de rug heeft geschoten, hoewel bij het slachtoffer schotwonden in borst en hals zijn aangetroffen. Ook is het wapen nooit gevonden op de plek waar T. zei dat hij het had weggegooid. En het blijft onduidelijk of er twee of drie maal is geschoten, volgens de advocaat.

Na onderzocht te zijn in het Pieter Baan centrum waren er twee dagen, 21 en 22 februari 2008, uitgetrokken voor de inhoudelijke behandeling van de zaak.

32.5 Marcel Teunissen handelde uit wraak

Uit de rechtszaak blijkt dat Marcel Teunissen handelde uit wraak. Hij voelde zich ,,belazerd’’ door medebewoners van het kraakpand Crisis in Nijmegen waar hij in de jaren negentig woonde. Teunissen vindt dat hij door hun toedoen een oprotpremie van 12.000 gulden is misgelopen die de eigenaar van het gebouw had geboden als ze zouden vertrekken. Hij is van mening dat hij bewust niet op de hoogte was gehouden, en dus niets wist van het feit dat Rodamco op een bepaald moment van de premie wilde afzien. ,,En wie dat doet, krijgt problemen’’, valt te lezen in zijn autobiografie die de politie in een door T. gehuurde opslagbox vond. Hij schreef in dat verband over,,de dag van de grote afrekening.[11]’’ Bij de onderhandelingen met de eigenaar, Rodamco, was Louis Sévèke aanwezig. Volgens informatie van de rechtbank zag Rodamco van de vertrekpremie af omdat het pand zou worden verkocht.

De dag dat Louis Sévèke werd doodgeschoten, op 15 november 2005, boekte verdachte Marcel T., die toen in Antwerpen woonde, een kamer in Tilburg. Hij was van plan de volgende dag een bank in Leiden te overvallen. Dat had hij al veel vaker gedaan. Op die bewuste dag ging hij nog eens in Nijmegen rondkijken, in de hoop dat hij Sévèke zou tegenkomen, zo verklaarde hij  voor de rechtbank in Arnhem. Hij had een tas bij zich met een dubbelloops jachtgeweer.

Hij had de avond van de moord een zwarte jas aan als vermomming. Hij liep weer langs café De Bijstand en De Grote Broek en zag Louis zitten. T. wilde nog een rondje lopen, toen opeens Sévèke hem voorbij liep en hem zelfs in de ogen keek – er was echter geen blik van herkenning. Toen besloot hij om te schieten. Terwijl Sévèke wegliep, pakte hij zijn geweer uit zijn sporttas en schoot hem in de rug. Sévèke schreeuwde, al vallend op zijn knieën, en keek zijn moordenaar even aan.

In alle rust liep T. nog een keer naar zijn steeds harder schreeuwende slachtoffer, en schoot, wederom in de rug. Jean Louis Bernard Sévèke (41) zakte in elkaar, en overleed niet veel later. T. wandelde, een en al beheersing, naar het station van Nijmegen. ‘Er is iemand neergeschoten’, zei hij tegen een passant. ‘Bel de politie, er is een schietpartij.[12]

In het hoofdstuk Het Verraad uit zijn autobiografie, beschrijft T. hoe ,,het verraad hem kapot heeft gemaakt.’’ Hij had het gevoel dat ,,de linkse groep’’ waarin hij verkeerde ,,steeds meer vreemde vragen ging stellen. Ze keken mij vreemd aan. Ze dachten dat ik een infiltrant was voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst (nu AIVD, red.) . De insinuaties lieten weinig aan de verbeelding over’’, vond Marcel T. ,,Wie mij nu nog beledigt, geeft mij een mooi excuus. Die kom ik kapotmaken.[13]’’

Ter zitting zei T. dat het wat achterdochtig en paranoïde overkomt. Maar in de tijd dat hij de autobiografie schreef, ging het af en toe niet zo goed met hem.

De bankovervallen waar T. voor terechtstaat, pleegde hij omdat hij geld nodig had. Uit zijn autobiografie blijkt dat hij geen ,,loonslaaf’’ wilde zijn. Dat strookte niet met zijn anarchistische opvattingen. De meeste overvallen pleegde hij op dezelfde wijze en met hetzelfde wapen.

Tijdens de rechtszitting bleek dat het de ouders van Marcel Teunissen waren geweest, die de politie op het spoor van hun zoon hadden gezet, na het zien van de tv uitzending van Opsporing Verzocht[14]. Zij gaven de politie een adres in Barcelona en de sleutel van een opslagruimte. Daar vond de politie spullen voor explosieven en twee versies van een autobiografie, die verwijzingen naar de moord op Sévèke en nooit opgehelderde bomaanslagen in Nijmegen en Arnhem bevatte.

Uit de autobiografie met de titel ,,Het leven van een buitenstaander, het leven is een eenmansguerrilla’’ rijst het beeld van iemand die zich verraden voelt door anderen en die vanuit ,,antikapitalistische’’ opvattingen tot zijn daden is gekomen.

Met de aanslagen op Franse instellingen in de jaren negentig reageerde hij op actuele buitenlandse politieke zaken zoals Frankrijk dat bekendmaakte door te zullen gaan met atoomproeven. De aanslag op de Banque Paribas op 2 januari 1996 pleegde hij ,,omdat die zo leuk aansloot op de conference van Youp van ’t Hek. Van ’t Hek had opgeroepen geen Franse wijn meer te kopen of champagne te drinken. Maar het was toch zuipen, vreten en feesten, business as usual[15]’’, citeerde rechtbankpresident M. Jurgens.

De 39-jarige T., die op de hogere laboratoriumschool een chemische opleiding volgde, is zeer geïnteresseerd in het maken van explosieven. Hij las er ,,alles over wat los en vast zat’’. Hij maakte zelf de bommen die hij voor de aanslagen gebruikte. Hij testte ze soms vooraf, bijvoorbeeld op een voetbalveld of in de bossen. Wat hij er voor nodig had, kocht hij bij tuincentra, bouwmarkten en drogisterijen.

Officier van Justitie Aidan van V.noemde de moord op Sévèke ‘rücksichtslos’ en ‘laf[16]’. T.’s daad leidde volgens Van Veen tot een schok in de samenleving, met name in Nijmegen. De ex-anarchist wordt als ‘angstaanjagend’ betiteld, en ‘een risico in de toekomst’.

32.6 Officier van Justitie eist levenslang

Officier van Justitie Aidan van Veen eiste voor de rechtbank in Arnhem levenslang omdat T. zich schuldig gemaakt zou hebben aan „een enorme diversiteit aan ernstige feiten.” De aanklager gelooft niet dat een tijdelijke gevangenisstraf voor verbetering bij T. zou zorgen. Behalve voor de moord staat de Rotterdamse man terecht voor zeven bankovervallen, vier aanslagen en een poging daartoe.

Van Veen noemde het gedrag van de verdachte voor de rechtbank in Arnhem onheilspellend, onbegrijpelijk, onvoorspelbaar en zeer angstaanjagend.

„Voor de moord op Louis Sévèke had hij een moeilijk te begrijpen en nauwelijks te beredeneren grondslag. Hij gaf Sévèke geen enkele kans om argumenten uit te wisselen. Hij kwam gewoon naar Nijmegen en schoot. Ondanks dat er die avond nog meerdere momenten waren waarop hij anders had kunnen besluiten: hij deed wat hij met zichzelf had afgesproken te doen. En pleegde de volgende dag de voorgenomen bankoverval[17]”, aldus de officier.

Ook de bankovervallen en de aanslagen, die T. zelf bagatelliseert, zijn volgens de aanklager heel ernstig. „Ze zijn in een periode van meer dan tien jaar gepleegd. Veel mensen is een trauma aangedaan. De gevolgen van de aanslagen hadden veel ernstiger kunnen zijn, nog afgezien van de grote materiële schade die is aangericht.”

De aanklager vindt dat T. ook voor de rechtbank heeft laten zien dat hij zijn eigen belangen laat prevaleren en geweld als oplossing voor zijn eigen problemen kiest. „Zijn criminele handelen is ongrijpbaar.”

Volgens de officier is de kans dat de verdachte na zijn hechtenis weer een zeer ernstig strafbaar feit zal plegen groot. „Want hij zegt zelf al dat de recidivekans laag is als zijn leven meezit, maar om realistisch te zijn is de kans op een leuke baan en een eenvoudig leven er niet echt groter op geworden.” Van Veen wil daarom dat T. van de vrije samenleving wordt uitgesloten.

Voor de officier heeft de rechtbank slechts de keuze tussen een celstraf van twintig jaar of levenslang. „Minder zou u niet eens moeten overwegen, aangezien de veertien delicten samen goed zijn voor een celstraf van ruim dertig jaar[18]”, aldus Van Veen.

32.7 Vonnis rechtbank Arnhem

De rechtbank Arnhem deed op  7 maart 2008 uitspraak in de strafzaak tegen Marcel Teunissen. De rechtbank oordeelde dat de 39-jarige Marcel T.  zich schuldig heeft gemaakt aan moord op J.L.B. Sévèke en hem veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan vier aanslagen op gebouwen en één poging daartoe. Daarnaast heeft verdachte zeven bankovervallen gepleegd en één poging daartoe gedaan[19].

Marcel T. is volgens het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie Pieter Baan Centrum (PBC) in Utrecht, waar hij gedurende zeven weken is onderzocht, volledig toerekeningsvatbaar. Het PBC onthoudt zich daarom van een tbs-advies. De Forensische Psychiatrische Dienst kwam eerder tot de conclusie dat T. zou lijden aan het syndroom van Asperger, een aan autisme verwante stoornis.

Naar het oordeel van de rechtbank[20] komt aan de conclusies van de deskundigen Van Deutekom en Rijnders van het PBC meer gewicht toe dan aan die waartoe de deskundigen Kaiser en Baneke zijn gekomen. De conclusies van eerstgenoemden zijn mede gebaseerd op een langdurige observatie van verdachte. Door deze deskundigen is gemotiveerd aangegeven waarom volgens hen verdachte niet lijdt aan het syndroom van Asperger dat door de deskundigen Kaiser en Baneke als (waarschijnlijkheids)diagnose is gesteld. Daar komt bij dat de deskundige Baneke ter terechtzitting heeft verklaard dat hij zich ook kan vinden in het oordeel van de deskundigen Van Deutekom en Rijnders dat er geen sprake is van een psychiatrische stoornis, maar van een persoonlijkheidsstoornis.

Voorts volgt de rechtbank de deskundigen Van Deutekom en Rijnders in hun conclusies dat
geen relatie kan worden gelegd tussen de door hen bij verdachte vastgestelde persoonlijkheidsstoornis en de ten laste gelegde feiten, dat verdachte daarom als volledig toerekeningsvatbaar is te beschouwen en dat er vanuit verdachtes pathologie beredeneerd geen schatting van de kans op herhaling kan worden gemaakt, zodat wordt afgezien van gedragskundige advisering.

De rechtbank ziet er niet aan voorbij dat de deskundigen Van Deutekom en Rijnders de aanwezigheid van een paranoïd-waanachtig of paranoïde waandenken in de periode waarin verdachte in Nijmegen en Antwerpen verbleef mede vanwege een gebrek aan objectieve informatie niet hebben kunnen uitsluiten en dat het zelfde geldt voor de aanwezigheid van een depressieve stemming in het kader van een (ernstige) depressieve stoornis na een afwijzing op affectief gebied medio 2005. De rechtbank merkt in dit verband op niet geheel te kunnen uitsluiten dat verdachte de deskundigen op deze punten meer inzicht had kunnen verschaffen, maar dat om hem moverende redenen niet heeft gedaan. Mogelijk zouden deskundigen, althans wat betreft de moord, tot een andere conclusie zijn gekomen wat betreft de toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de noodzaak tot gedragskundige interventie. Thans moet de rechtbank zich echter bepalen tot de conclusies waartoe de deskundigen op objectieve en verifieerbare gronden zijn gekomen.

Een en ander betekent dat vanuit gedragskundig oogpunt geen verklaring kan worden gegeven voor de moord op [slachtoffer1], terwijl een invoelbaar motief voor dat misdrijf ontbreekt.
Mede gelet op de omstandigheid dat verdachte pas in een laat stadium is teruggekomen van zijn hardnekkige opvatting dat zijn daad gerechtvaardigd was en in dit verband heeft gesproken over “oog om oog en tand om tand”, is er naar het naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onpeilbare verdachte en dient er terdege mee rekening te worden gehouden dat hij te eniger tijd om hem moverende redenen opnieuw een zeer ernstig geweldsdelict pleegt.

Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte de mogelijke gevolgen van de bankovervallen sterk bagatelliseert of althans wegredeneert ter rechtvaardiging van zijn opvatting dat van hem niet kan worden gevergd “een loonslaaf “ te zijn. Er lijkt bij verdachte een zekere vanzelfsprekendheid te zijn ontstaan om bankovervallen te plegen teneinde in zijn materiële behoeften te voorzien, alsof het gaat om een normale manier van opnemen van geld
of in verdachtes woorden: “self-banking”. Ook wat dit soort misdrijven betreft dient daarom rekening te worden gehouden met een reële kans op herhaling, temeer daar verdachte ter terechtzitting niet heeft willen uitsluiten onder omstandigheden opnieuw een bankoverval te plegen.

Alles bijeengenomen is de rechtbank van oordeel dat een terugkeer van verdachte in de maatschappij een zo grote kans op herhaling van ernstige misdrijven verbonden is, dat het opleggen van een levenslange gevangenisstraf onontkoombaar is.

32.8 Marcel Teunissen ging niet in hoger beroep


Marcel Teunissen ging niet in beroep tegen de uitspraak van de Arnhemse Rechtbank, aldus zijn advocaat Bénèdicte Ficq. Zij vond het ‘heel erg’ dat haar cliënt niet in beroep ging. ‘Ik ben principieel tegen levenslange straffen, behalve als het helemaal niet anders kan[21]'

32.9 Marcel Teunissen wil toch herziening van zijn zaak

Op donderdag 22 maart 2014 verschijnt er in het dagblad De Gelderlander een opvallend bericht:

'Moordenaar Sévèke wil herziening zaak'

In een brief van 300 kantjes schrijft hij aan het dagblad de Gelderlander dat hij strafpleiter Theo Hiddema gevraagd heeft zich over de zaak te buigen. Destijds ging Marcel Teunissen niet in hoger beroep tegen zijn veroordeling, maar hij vindt nu dat hij oneerlijk is behandeld.

32.10 Requisitoir Officier van Justitie: motivering eis levenslange gevangenisstraf

In dat verband is het wellicht goed hier nog eens te verwijzen naar het requisitoir van de Officier van Justitie 25-02-2008  onder punt 4.3

4.3 levenslang of niet[22]?

Uit de kleine optelsom die ik hierboven maakte waar het strafoplegging voor de onderhavige feiten betreft kunt u al afleiden dat ik 20 jaar gevangenisstraf in relatie tot de feiten weinig vind. Anderzijds kan dat an sich absoluut geen reden zijn om dan maar een levenslange gevangenisstraf te eisen. Daarvoor is de stap naar levenslang te groot, te meer nu levenslang in Nederland ook veelal daadwerkelijk levenslang betekent. De enige mogelijkheid die een veroordeelde dan rest is gratie. Een dergelijk verzoek is in Nederland slechts twee keer gehonoreerd.
Bij het opleggen van levenslange gevangenisstraf is de grootst mogelijke terughoudendheid geboden. Dat is ook terug te lezen in de motivering van de strafoplegging in verschillende zaken (LJN AE8167, AF7291, AR 7339) waarin de vraag levenslang of niet aan de orde was - o.a. de zaak Volkert van der G- :

'in de praktijk van de straftoemeting komt ook bij de ernstigste misdrijven betekenis toe aan het inzicht dat de pleger van die misdrijven vanuit overwegingen van humaniteit in beginsel perspectief moet worden geboden dat hij op enig moment weer in de samenleving moet (kunnen) terugkeren. Het is om die reden dat in ons land de grootste terughoudendheid bij het opleggen van een levenslange gevangenisstraf wordt betracht.'

Ook de praktijk van oplegging van levenslange gevangenisstraf laat die terughoudendheid zien. Er zijn nogal wat voorbeelden te vinden waarin sprake is van feiten die - bij elkaar opgeteld - dik boven de 20 jaar gevangenisstraf zouden kunnen opleveren, waarin TBS niet aan de orde is in verband met toerekeningsvatbaarheid, maar waarin desalniettemin niet gekozen wordt voor een levenslange gevangenisstraf: 2 moorden, 20 jaar (Rechtbank Rotterdam 2003, LJN AK454), 2 moorden en 3 vrijheidsberovingen, 16 jaar, (Rechtbank Amsterdam, LJN AK3454) 3 moorden, 20 jaar (Hof Den Haag 2003, LJN AI0976). En zo zijn er meer.
Aan de andere kant zijn er ook nogal wat voorbeelden te vinden waarin levenslang is opgelegd bij veroordelingen waarbij, naast andere feiten, 'slechts' 1 moord is gepleegd. Bijvoorbeeld Jan S, de moordenaar van Naomi Eleveld en -door uw rechtbank - Frank B. in verband met de moord op Hennie Klein Overmeen in 2004. Was in die zaken nog steeds sprake van een TBS-advies dan wel een recidiverende TBS-er. Dit was niet het geval bij Errol K. In 1993 veroordeeld onder andere voor overvallen en het doodschieten van een politieagent tijdens een achtervolging, Hong H, vermoordde voor de ogen van zijn kinderen zijn vrouw in 1998, Bennie S, in 1998 onder andere veroordeeld voor de moord op een AT-agente bij zijn arrestatie, en bijvoorbeeld in 2002 veroordeelde Baybasin, 1 moord, een aantal door politie verijdelde uitlokkingpogingen moord en grote drugshandel. Al deze verdachten werden volledig toerekeningsvatbaar geacht, pleegden slechts 1 moord en werden desalniettemin tot levenslang veroordeeld. Zo ook ten slotte Mohammed B.

In eerste aanleg werd in 2005 ook tot levenslang veroordeeld de Duitser Rudolf B (appel-zaak LJN AX 9524; 28 juni 2006). Hij schoot een politieman dood die hem wilde fouilleren in Enschede en schoot in de achtervolging op nog meer politiemensen waarvan hij er 1 raakte. In die zaak heeft het Gerechtshof Arnhem in hoger beroep de uitspraak van de rechtbank Almelo vernietigd en uiteindelijk 20 jaren opgelegd. Het Gerechtshof heeft daarbij overwogen welke elementen allemaal een rol kunnen of moeten spelen bij het opleggen van levenslang of niet. Het Gerechtshof noemt de volgende elementen:

- het aantal dodelijke slachtoffers
- de aard van het letsel bij andere slachtoffers
- de context waarbinnen de feiten zich hebben afgespeeld en het tijdsbestek waarbinnen dat valt
- de geestelijke gezondheidstoestand van de verdachte
- de mate waarin de feiten aan de verdachte kunnen worden toegerekend
- eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten
- de kans dat verdachte wederom soortgelijke feiten pleegt

Als het voorgaande iets duidelijk maakt dan is het dat het opleggen van levenslang of niet vooral casuïstisch is en dat een algemene lijn moeilijk te trekken is, wel is helder welke elementen een rol moeten spelen bij de beslissing om hiertoe over te gaan.

In het licht van de hierboven benoemde elementen constateer ik in deze zaak het volgende:

- verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een feiten complex met weliswaar maar 1 dodelijk slachtoffer. Daarnaast is echter aan een groot aantal andere slachtoffers op meerderlei wijze immateriële schade toegebracht; aan de nabestaanden van Sévèke, aan getuigen en slachtoffers van de aanslagen en de bankovervallen (- zie resp. de verklaringen van het slachtoffer W., en het slachtoffer K. ; laatstgenoemde heeft in 2007 - zo lijkt het - nog steeds last van een overval uit 1999).
- De door verdachte gepleegde strafbare feiten zijn van zeer wisselende aard en vanuit een zeer wisselend motief - derhalve in steeds verschillende context gepleegd; de aanslagen vanuit een omarmd ideologisch anarchisme, de bankovervallen getypeerd als antisociaal getinte verwervingscriminaliteit (p 58 PBC-rapp), de moord op Louis Sévèke als sluitstuk van zijn eigen failliete leven omdat hem door het slachtoffer en diens linkse omgeving iets zou zijn aangedaan in het verleden. Dit verschil in context maakt zijn criminele handelen als totaal voor mij ondefinieerbaar en zeer ongrijpbaar;
- Aan het meest ernstige strafbare feit heeft verdachte een redenering ten grondslag gelegd die weliswaar door deskundigen is beschreven maar in ieder geval door mij niet is te begrijpen. Dit hangt nauw samen met de relatieve kleinheid van de door verdachte aangevoerde achtergrond: 'het beschuldigen als informant', waarvan niet is vastgesteld dat LS dat heeft gedaan, 'de ontwikkelde afkeer van het linkse milieu', 'het hem onthouden van 12000 gulden - waarvan je je af kunt vragen aan welke rechtsgrond überhaupt aanspraak op een dergelijke beloning kan worden gemaakt' en ten slotte als trigger; 'het mislopen van de liefde van een door verdachte geïdealiseerde vrouw, een ontmoette prostituee'. Verdachtes redenering is beschreven maar de verklaring is allesbehalve geruststellend. Zijn delictgedrag is klaarblijkelijk niet typisch en/of van de een of andere van te voren in te schatten situatie afhankelijk. In dit licht is de constatering van het PBC (p 59) dat verdachte in zijn leven ook al op andere momenten teleurstellingen en verliezen heeft geleden en daar niet op heeft gereageerd ook niet meer dan een constatering.
- Voor zover de door verdachte gepleegde feiten iets gemeenschappelijks lijken te hebben dan is het dat verdachte telkens zijn eigen belangen en/of normen laat prevaleren boven die van anderen en daarbij geweld als oplossing voor eigen problemen kiest. Daarbij toont hij aan de gevolgen voor anderen in ieder geval niet voldoende te overzien. Met verdachte kan ik meegaan als hij stelt bij de bankovervallen het geweld tot een minimum te beperken door een alarmpistool te gebruiken maar een opmerking als 'het is maar een heel klein deel dat er lang last van houdt' (PBC p 35) is een voorbeeld van het bagatelliseren van de gevolgen van deze feiten (erkent v ook zelf op p 49 PBC-rapport). Ook ten aanzien van de bomaanslagen geldt zoiets: hij zoekt locaties uit waar op dat moment geen slachtoffers in de buurt zijn maar overziet blijkbaar niet - al eerder door mij gememoreerd - dat de kookwekker bij de mislukte aanslag bij de CL ook af had kunnen gaan op een moment dat er inmiddels iemand in de buurt was. En ook ten aanzien van de moord op Louis Sévèke heeft verdachte gehandeld zonder alle gevolgen te overzien: (p 35) door het PBC opgetekend; als het gaat om het veroorzaakt verdriet: 'ik wist niet dat ie een broer en zus had. Een vader en moeder? Ik dacht dat ie daar niet mee omging vanwege zijn activiteiten'.
- De door verdachte gepleegde en ieder voor zich als zeer ernstig te kwalificeren strafbare feiten hebben zich voorgedaan over een periode van meer dan 10 jaar. Op geen enkele wijze heeft het plegen van een van die feiten en de gevolgen daarvan - die ook voor verdachte zichtbaar waren in de maatschappij - hem weerhouden van het plegen van nieuwe strafbare feiten. Meest stuitende voorbeeld is mogelijk wel dat verdachte de dag na de moord op Louis Sévèke opnieuw een bankoverval pleegt. Ook heeft zich in die periode blijkbaar geen ontwikkeling ten aanzien van verdachte voorgedaan waardoor hij minder gemakkelijk is overgegaan tot het plegen van ernstige strafbare feiten.
- de feiten kunnen verdachte volledig worden toegerekend; er is geen stoornis die van invloed is geweest op de feiten en kan worden behandeld in enige setting, ook om gevaar op herhaling in te perken; we zullen het - in de toekomst, als die er zou zijn- met deze persoonlijkheid van de verdachte moeten doen;
- Verder met betrekking tot de persoonlijkheid van de verdachte: ook al heeft verdachte dan geen benoemde stoornis in bovenbedoelde zin, in beide rapporten wordt - tamelijk gelijkluidend - een aantal opvallende persoonlijkheidskenmerken beschreven:

• Krenkinggevoeligheid en narcistische kenmerken; hij valt weliswaar niet op in het onderzoek door pathologische krenkbaarheid, maar wordt wel genoemd: 'narcistisch kwetsbaar (K/B p 45, PBC p 36) En ook uit het PBC-rapport (p 40): bij het lezen van zijn verhaal springt naast eenzaamheid en wanhoop ook wrok en krenking in het oog. Voorts is er een neiging tot overwaardig denken (K/B; PBC pp's 36 en 38): verdachte overwaardeert zichzelf en loopt frustratie op als ie doelen niet weet te bereiken
• Wantrouwende trekken: PBC op p 59 spreekt over 'een gebruikelijk wantrouwen' Van Deutekom noemt ttz zijn persoonlijkheidsstoornis een vermijdende met 'sterk wantrouwen op de voorgrond'
• rigiditeit; mn bij inhoudelijk denken (zie K/B op p 30; PBC op p 50); verdachte zelf zegt bij het PBC (p 44 bovenaan); 'ik pas me niet aan als iets me niet bevalt'; het PBC constateert ook (p 54) 'halsstarrigheid en een strenge moraal' in zijn autobiografie schrijft hij: (p276) over het wraak nemen: 'ik had een afspraak met mezelf en daar moet ik me aan houden'; in de eerste onderzoeken zegt verdachte bij K/B (p 28) het volgende 'ik heb gedaan wat ik moest doen, ik heb gedaan wat hoorde, ik heb gedaan volgens mijn eigen regels en als ik iets doe dat ik volgens mijn eigen regels moet doen, schaam ik me daar niet voor.' Dicht daar tegenaan ligt hetgeen het PBC weer optekent: (op p 49); hij had weliswaar gevoelens van spijt na het doodschieten van LS maar toch ook van opluchting: 'nou heb ik je te pakken gekregen, stelletje kankerlijers, ze hebben het gevoeld, ze hebben het gekregen';
• Het PBC stelt dat de gewetensfunctie van verdachte ongestoord is. Hij krijgt genoeg signalen/beseft voldoende dat ie iets doet wat naar algemene normen niet aanvaard wordt maar (p 40 van het PBC); hij weet dat wat ie doet niet hoort, niet mag, niet kan maar toch heeft hij een zo sterke ratio dat deze het steeds van het geweten wint. Elke keer weer. Zelfs in de meest extreme omstandigheden is hij in staat zijn geweten weg te drukken. Vergelijk zijn ervaringen rondom de schoten op Seveke: ' (p 35 PBC); alles in je lijf schreeuwt om het niet te doen'; en toch schiet ie. Dan volgt er zelfs nog een tweede schot - na wederom een moment van beraad en weggedrukte twijfel. Om vervolgens na afloop voor zichzelf zelfs het meest vergaande strafbare handelen te rechtvaardigen; ik vind het zeer angstaanjagend.

- ten slotte het gevaar op herhaling;

Als we kijken naar wat de deskundigen over het herhalingsgevaar bij T. zeggen valt op dat het PBC daar geen uitspraken over doet. Ter zitting hebben we ook gehoord waarom niet: dit is een principiële keus, men concludeert slechts over herhalingsgevaar als dat voortvloeit uit geconstateerd pathologie; daar is hier geen sprake van. Uitdrukkelijk zegt men ook niet dat er geen gevaar voor herhaling is.
Kaiser en Baneke hebben de vraag naar gevaar op herhaling wel beantwoord. Ook vanuit een wat andere benadering dan het PBC. Zij hebben (p 29 en 46) die kans in eerste instantie als vergroot en tamelijk groot benoemd; vervolgens in hun nadere rapport wat verminderd genoemd maar nog steeds aanwezig, voldoende aanwezig om TBS te dragen; is dus substantieel.. Zeker, zowel in hun eerste rapport als in hun aanvulling speelt een rol de vermoede stoornis - Asperger; die inmiddels uit beeld is verdwenen; dit maakt dat andere elementen uit hun rapport met zorgvuldigheid moeten worden bekeken - maar - en daar is hun benadering - ook los van de al dan niet aanwezige stoornis- fundamenteel anders dan het PBC - zij betrekken bij hun oordeel ook een groot aantal andere elementen: het feitelijk gedrag, de persoonskenmerken en het gebrek aan bepaalde vormen van spijt, schuld en schaamte. Nu die elementen nog steeds pal staan, mogen we aan hun oordeel nog steeds - zij het met enige reserves - waarde hechten waar het de inschatting van het recidivegevaar betreft.
Daarnaast is zeker ten aanzien van de bankovervallen moeilijk in te zien waarom verdachte na een periode van detentie, terwijl hij opnieuw geld nodig zal hebben, niet opnieuw zal vervallen in het plegen van deze delicten. Min of meer schamper kondigt hij het eigenlijk al aan (opm 44-10 rapport K/B); 'als het leven een beetje meezit is de recidivekans laag, maar om realistisch te zijn lijkt de kans op een leuke baan en een eenvoudig leven er niet groter op geworden'.
Ten slotte teken ik uit de mond van verdachte de volgende zaken op en dat ziet op de moord op Sévèke: (PBC p 48): ' ik zat zo diep, ik gaf niets meer om mijn eigen leven, het respect an sich ben ik kwijtgeraakt. Er is niks meer dat er dan nog toe doet. (..) Als je niks meer met jezelf op hebt, dan heb je dat ook niet met je medemens en al helemaal niet met bepaalde'. Zo was het blijkbaar in 2005 vlak voor de moord op Sévèke. Stel je daar tegenover wat verdachte in zijn eigen commentaar naar aanleiding van de rapportage van K/B (opm 25-3) recent schrijft: 'Waar Baneke gelijk in heeft is dat ie nu geen compassie en empathie kan ontdekken. Ik heb nu ook geen compassie meer met die mensen, van mij kan iedereen doodvallen (inclusief mezelf) of het nu van de honger is of iets anders'. Ik zie niet veel verschil in beleving bij verdachte als ik beide citaten vergelijk. En waarom zou dat over 12 jaar anders zijn?

Al met al constateer ik dat voor u ligt een strafzaak waarin sprake is van een enorme diversiteit aan zeer ernstige strafbare feiten waaronder een moord; ik constateer dat de aanleiding van die feiten in voorkomende gevallen futiel is, het complex aan feiten ongrijpbaar en moeilijk voor te stellen. Daarnaast is sprake van een verdachte met een persoonlijkheid met kenmerken die - zeker in combinatie met elkaar - gevaarlijk blijken te zijn; dat bewijzen de feiten. Thans ligt geen mogelijkheid voor om af te dwingen dat de persoonlijkheid van verdachte verandert. Er is ook geen enkele reden om er vanuit te gaan dat dat in de komende 12 jaar (ongeveer de nog resterende effectieve gevangenisstraf bij oplegging van 20 jaar) wel zal gaan gebeuren. Dat is onheilspellend. Ten slotte zijn er - ook in de hiervoor genoemde omstandigheden - vele argumenten om aan te nemen dat er een groot risico is dat verdachte ook in de toekomst opnieuw een zeer ernstig strafbaar feit zal begaan.

Gezien de ernst van de feiten en het gevaar dat van verdachte uitgaat is het naar mijn oordeel noodzakelijk dat verdachte uit de vrije samenleving wordt uitgesloten. Ik stel u dan ook voor om aan verdachte T. op te leggen een levenslange gevangenisstraf.

De reactie van strafpleiter Theo Hiddema dient nu dus verder te worden afgewacht.


[1] Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_S%C3%A9v%C3%A8ke

[2] http://www.louisseveke.nl/

[3] NRC 29-03-2007 Alberts, Jaco & Steenbeke, Martin: Wraak mogelijk motief voor moord op Louis Sévèke.

[4] NRC 29-03-2007 Alberts, Jaco & Steenbeke, Martin: Wraak mogelijk motief voor moord op Louis Sévèke.

[5] Trouw 21-02-2008 Havermans, Onno: Pollitie deed de gouden vondst in een opslagbox

[6] NRC 29-03-2007 Alberts, Jaco & Steenbeke, Martin: Wraak mogelijk motief voor moord op Louis Sévèke

[7] Gelderlander 21-04-2007 Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift

[8] Gelderlander 21-04-2007 Marcel T. verliet Nijmegen na moord per trein

[9] Gelderlander 02-05-2007 Geen geld voor gouden tip in zaak-Sévèke.

[10] ANP 04-07-2007 Zaak-Sévèke uitgesteld voor onderzoek.

[11] NRC 21-02-2008 Toonen, Annette: Zaak Sévèke: bomaanslag sloot "leuk aan op conference van Van 't Hek.

[12] Volkskrant 22-02-2008 Schoorl, Jan: Wraak, want hij ging naar de kloten

[13] idem

[14] NRC 21-02-2008 Toonen, Annette: Zaak Sévèke: bomaanslag sloot "leuk aan op conference van Van 't Hek

[15] idem

[16] Volkskrant 2-02-2008 Schoorl, John: justitie eist levenslang voor verdachte moord Sévèke

[17] Trouw 22-02-2008 OM eist levenslang in Sévèke-zaak.

[18] Trouw 22-02-2008 OM eist levenslang in Sévèke-zaak

[19] Rechtbank Arnhem LJN BC6028 07-03-2008 Persverklaring

[20] idem

[21] ANP 21-03-2008 Moordenaar Sévèke berust in levenslange straf

[22] http://www.om.nl/algemene_onderdelen/uitgebreid_zoeken/@127007/requisitoir_in_de/

Geraadpleegde Bronnen:

Rechtbank Arnhem LJN BC6028 07-03-2008

ANP 04-06-2007 Zaak-Sévèke uitgesteld voor onderzoek

ANP 21-02-2008 Verdachte zaak-Sévèke hoogbegaafde narcist.

ANP 21-03-2008 Moordenaar Sévèke berust in levenslange straf.

Bruls, Arthur: Grenzeloos

Eindhovens Dagblad 22-03-2012 Moordenaar Sévèke wil herziening zaak.

Gelderlander 02-05-2007 Geen geld voor gouden tip in zaak-Sévèke

Gelderlander 21-04-2007 Marcel T. verliet Nijmegen na moord per trein.

Gelderlander 21-04-2007 Na zijn Nijmeegse jaren raakte Marcel op drift.

Gelderlander 21-04-2007 Politie spit opnieuw in krakerskringen.

Gelderlander 17-12-2007 Verdachte van moord Seveke naar Pieter Baan.

Gelderlander 21-03-2008 Moordenaar Sévèke berust in levenslang.

NRC 29-03-2007 Alberts, Jaco & Steenbeke, Martin: Wraak mogelijk motief voor moord op Louis Sévèke.

NRC 21-02-2008 Toonen, Annette: Zaak Sévèke: bomaanslag sloot ,,leuk aan op conference van Van ’t Hek’’.

NRC 21-02-2008 Toonen, Annette: Vrienden Sévèke willen weten wat Marcel T. bezielde

Trouw 21-02-2008 Havermans, Onno: Moorsd op Sévèke lijkt doelbewuste wraakactie.

Trouw 21-02-2008 Havermans, Onno: Pollitie deed de gouden vondst in een opslagbox

Trouw 21-02-2008 Sévèke/ overtuigd anarchist werd zwartgemaakt.

Trouw 21-02-2008 Havermans, Onno: Waarom werd Sévèke vermoord? Psychologisch onderzoek kan beslissen over wel of geen tbs.

Trouw 21-02-2008 Ramesar, Perdiep: Moordenaar Sévèke naar Pieter Baan Centrum Advocate wil aantonen dat bekentenis vals is.

Trouw 21-02-2008 Nam de moordenaar Wraak.

Trouw 21-02-2008 Havermans, Onno: Geen politiek motief moord op Sévèke.

Trouw 21-02-2008 Overzicht van de moordzaak.

Trouw 22-02-2008 OM eist levenslang in Sévèke-zaak

Volkskrant 20-04-2007 Schoorl, John: OM: Marcel T. vervolgen voor aanslagen.

Volkskrant 21-02-2008 Schoorl, John: 'Wraak op Sévèke in alle rust voltooid.

Volkskrant 22-02-2008 Schoorl., John: Wraak, want hij ging naar de kloten.

Volkskrant 22-02-2008 Schoorl, John: Justitie eist levenslang voor verdachte moord Sévèke.

Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_S%C3%A9v%C3%A8ke

http://www.louisseveke.nl/

Zie verder Hoofdstuk 33 Levenslang Joseph Mpambara wegens oorlogsmisdaden en folteringen